We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRAMS:2026:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:140
Datum uitspraak: 29-06-2026
Datum publicatie: 03-07-2026
Zaaknummer(s): 25-910/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 29 juni 2026
in de zaak 25-910/A/A  
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 9 februari 2026 op de klacht van:

klager

over:

verweerder
gemachtigde: mr. F. Schüller 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 13 augustus 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2    Op 30 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2511929/ER/FS van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 9 februari 2026 heeft de voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De beslissing is op dezelfde datum verzonden aan partijen.
1.4    Op 10 februari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum ontvangen.
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 18 mei 2026. Daarbij waren klager en verweerder, bijgestaan door zijn gemachtigde, aanwezig. 
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager op 5 maart 2026 nagezonden stukken. 


2    VERZET
2.1    Klager heeft in verzet naar voren gebracht dat hij de beslissing van de voorzitter verwerpt en volledig achter zijn klacht staat. Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline:
-    verklaart het verzet ongegrond.  

Aldus beslist door mr. J.J. Roos, voorzitter, mrs. C.C. Horrevorts en T. Felix, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 29 juni 2026.

Griffier    Voorzitter


Verzonden op: 29 juni 2026