ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-06-2026 |
| Datum publicatie: | 03-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-911/A/A |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing; verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 29 juni 2026
in de zaak 25-911/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad
van discipline van 9 februari 2026 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 13 augustus 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 30 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2511927/ER/FS
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 9 februari 2026 heeft de voorzitter van de raad (hierna
ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De beslissing is op dezelfde
datum verzonden aan partijen.
1.4 Op 10 februari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 18 mei 2026. Daarbij
waren klager en verweerder aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager op 5
maart 2026 nagezonden stukken.
2 VERZET
2.1 Klager heeft in verzet het volgende naar voren gebracht. Hij verwerpt de
beslissing van de voorzitter en staat volledig achter zijn klacht. Volgens klager
is de beslissing een verkorting van de waarheid en een onvolledige behandeling van
zijn klacht. Ter toelichting heeft klager gesteld dat er tijdens de zitting bij de
rechtbank Amsterdam in 2023 geen taalondersteuning werd geboden en er geen tolk aanwezig
was. Zijn advocaten oefenden druk op hem uit om te zwijgen en hebben hem misleid,
waardoor klager zijn rechten niet volledig kon begrijpen of uitoefenen. Klager heeft
zich hierdoor niet correct kunnen verdedigen.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een
gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee
hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter
juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.J. Roos, voorzitter, mrs. C.C. Horrevorts en T. Felix, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 29 juni 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 29 juni 2026