We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRAMS:2026:138 Raad van Discipline Amsterdam 26-403/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:138
Datum uitspraak: 29-06-2026
Datum publicatie: 03-07-2026
Zaaknummer(s): 26-403/A/A
Onderwerp:
  • Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: De advocaat privé
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Belangenconflict
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Wat in het algemeen niet betaamt
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Er is geen sprake van intimiderende of ongepaste uitlatingen.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 29 juni 2026 (bij vervroeging)
in de zaak 26-403/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 11 mei 2026 met kenmerk \/EvR/KV, door de raad ontvangen op eveneens 11 mei 2026, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. 

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klaagster en verweerster zijn buren op een adres in Amsterdam. Klaagster woont op huisnummer 68 en verweerster op huisnummer 66.   
1.2    Bij besluit van 2 november 2025 heeft de gemeente aan klaagster een vergunning voor vakantieverhuur verleend. 
1.3    Op 20 november 2025 heeft verweerster, namens zichzelf als bewoner en eigenaar van de woning en namens (mede)bewoners, bij de gemeente bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Daarbij heeft verweerster verzocht om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand.
1.4    Bij e-mail van 1 december 2025 heeft verweerster aan de advocaat van klaagster (mr. R) het volgende geschreven: 
“Geachte confrère,
Stelt u zich ook in de hierboven kort aangeduide zaak als advocaat van [klaagster]? Ik fungeer in deze zaak namelijk als advocaat/gemachtigde van de bewoners van straatnaam) 66. Wilt u uw cliënte eventueel laten weten dat artsen (en sommige advocaten) op andere tijden werken en slapen dan zij? Wij vinden het zeer vervelend dat zij volgens mijn cliënt(en) ‘steeds’ aan zit te bellen bij ons. Wilt u haar eventueel vragen het contact in de bestuursrechtelijke zaak te laten lopen via u/haar advocaat en mij – hem/hen niet rechtstreeks te benaderen (niet steeds aanbellen) en haar uitleggen dat artikel 8 EVRM ook voor andere mensen geldt – indien haar wensen eventueel anders zijn dan die van andere mensen?
Met vriendelijke groet,
[verweerster]”
1.5    Op 21 januari 2026 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. klaagster verwijt verweerster het volgende:  
a)    verweerster treedt op als advocaat in een burengeschil waarbij zij zelf ook partij/belanghebbende is, waardoor zij niet onafhankelijk is; 
b)    verweerster heeft klaagster verzocht het contact enkel via haar advocaat en verweerster te laten verlopen, wat klaagster heeft ervaren als een ongepaste en intimiderende uitbreiding van haar rol als advocaat in een privécontext;
c)    verweerster heeft de gemeente in haar bezwaarschrift verzocht om vergoeding van haar kosten als advocaat, terwijl zij in deze kwestie zelf partij/belanghebbende is.

3    VERWEER
3.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
4.1    De onderhavige klacht ziet op het handelen van verweerster als de advocaat van de wederpartij van klaagster - waaronder zichzelf - in een bestuursrechtelijke procedure bij de gemeente. 
4.2    Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 
4.3    Op grond van gedragsregel 2 moet een advocaat onafhankelijk zijn in de uitoefening van zijn beroep. Het optreden door een advocaat voor een naaste of voor zichzelf brengt het risico mee dat de advocaat niet voldoende afstand tot de cliënt en tot de zaak heeft. 
Klachtonderdeel a) verweerster niet onafhankelijk door (ook) voor zichzelf op te treden 
4.4    Klaagster acht het optreden van verweerster als advocaat voor haar medebewoners en zichzelf in een zaak waarbij verweerster een direct persoonlijk belang heeft onverenigbaar met haar professionele onafhankelijkheid, integriteit en rolzuiverheid. Klaagster meent dat hierdoor een belangenconflict is ontstaan. 
4.5    De voorzitter overweegt het volgende. Op grond van de Advocatenwet heeft alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, het recht om hierover een klacht in te dienen. Hoewel de toelichting op gedragsregel 2, waarin de onafhankelijkheid van een advocaat tot uitdrukking wordt gebracht (zie 4.3), geen aanknopingspunten biedt voor een algemene beperking dat een wederpartij zich niet kan beroepen op deze gedragsregel, geldt wel dat klaagster - als de wederpartij in het onderliggende geschil - een eigen belang moet hebben bij een dergelijk beroep, nu de verdediging van het algemeen belang is voorbehouden aan de deken (Hof van Discipline, 9 maart 2018, ECLI:NL:TAHVD:2018:48). Verweerster is partijdig in haar rol als advocaat voor zichzelf en haar medebewoners. Dat verweerster met dit optreden in de procedure tegen klaagster haar integriteit en onafhankelijkheid op een wijze heeft beïnvloed waardoor klaagster rechtstreeks in haar belang is geschaad, is naar het oordeel van de voorzitter niet komen vast te staan. Voor klaagsters stelling dat verweerster haar professionele positie zou hebben ingezet om een privé-burenkwestie te laten escaleren, biedt het klachtdossier geen aanknopingspunten. Klachtonderdeel a) is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.  
Klachtonderdeel b) ongepaste en intimiderende uitbreiding van verweersters rol als advocaat in een privécontext 
4.6    Klaagster heeft de e-mail van verweerster van 1 december 2025 (zie 1.4) aan de advocaat van klaagster ervaren als een ongepaste en intimiderende uitbreiding van verweersters rol als advocaat in privécontext. De voorzitter volgt klaagster niet in dit standpunt. De e-mail betreft een gebruikelijke in zakelijke bewoordingen opgestelde e-mail en kwalificeert niet als intimiderend of ongepast. Verweerster mocht zich in die e-mail stellen als de advocaat van de bewoners van het pand met huisnummer 66. Daarmee heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachtonderdeel b) is kennelijk ongegrond. 
Klachtonderdeel c) verzoek vergoeding van de kosten  
4.7    Anders dan klaagster stelt, mocht verweerster om een vergoeding van haar kosten als advocaat verzoeken in haar bezwaarschrift, nu zij - zoals duidelijk volgt uit het bezwaarschrift - als zodanig heeft opgetreden. Klachtonderdeel c) is kennelijk ongegrond. 
4.8    De voorzitter komt tot de slotsom dat verweerster met haar optreden in onderliggend geschil binnen de grenzen van het betamelijke is gebleven. Al hetgeen klaagster verder naar voren heeft gebracht leidt de voorzitter niet tot een ander oordeel. 

BESLISSING
De voorzitter verklaart: 
-    klachtonderdeel a), met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk niet-ontvankelijk; 
-    klachtonderdelen b) en c), met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond. 

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2026.


Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 29 juni 2026