We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRAMS:2026:131 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:131
Datum uitspraak: 22-06-2026
Datum publicatie: 30-06-2026
Zaaknummer(s): 25-719/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Ongegrond verzet.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 22 juni 2026
in de zaak 25-719/A/A  
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 8 december 2025 op de klacht van:

klaagster

over:

verweerster
gemachtigde: mr. L.H. Rammeloo

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 25 maart 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2    Op 21 oktober 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2482065/ER/KV van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 8 december 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op dezelfde datum verzonden aan partijen.
1.4    Op 2 januari 2026 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 2 januari 2026 ontvangen. Omdat het verzetschrift met bijlagen het toegestane maximum van 25 pagina’s overschreed, is klaagster in de gelegenheid gesteld het aantal pagina’s terug te brengen. Dat heeft klaagster op 13 januari 2026 gedaan. De raad gaat uit van dit verzetschrift.  
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 11 mei 2026. Daarbij was klaagster door middel van een telefoonverbinding aanwezig. Verweerster was met haar gemachtigde in de zaal aanwezig. Klaagster heeft op voorhand een pleitnota toegestuurd. De voorzitter heeft deze pleitnota voorgedragen. 
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. 

2    VERZET
2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
2.2    Klaagster heeft met verbazing kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter. Het gewicht van de kwestie past niet in de criteria voor een dergelijke beslissing. Het opzettelijk vervalsen van een getuigenverklaring en het bewust indienen ervan, wetende dat het document niet naar waarheid is opgesteld, betreft valsheid in geschrifte. De voorzitter heeft niet uitgelegd op basis waarvan getuigenverklaringen vervalst mogen worden. De voorzitter zegt dat M, de cliënt van verweerster, hiervoor toestemming heeft gegeven. M zelf zegt dat dit niet juist is. M heeft niet de wil gehad om de verklaring van klaagster te vervalsen; dit heeft verweerster aan M opgedrongen.  
2.3    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op. 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klaagster naar voren gebrachte verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline verklaart: 
-    het verzet ongegrond. 

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, voorzitter, mrs. D.V.A. Brouwer en P.J. Mijnssen, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026.


Griffier    Voorzitter


Verzonden op: 22 juni 2026