We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRAMS:2026:129 Raad van Discipline Amsterdam 26-363/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:129
Datum uitspraak: 22-06-2026
Datum publicatie: 30-06-2026
Zaaknummer(s): 26-363/A/A
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Financiën
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat. De opdrachtbevestiging, de facturen en urenspecificaties van verweerder voldoen ruimschoots aan de vereisten van gedragsregel 17 lid 1 en van excessief declareren is niet gebleken.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 22 juni 2026
in de zaak 26-363/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

over:

verweerder


De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 23 april 2026 met kenmerk 2520159/EvR/AP, door de raad ontvangen op eveneens 23 april 2026, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. 

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Verweerder heeft klaagster bijgestaan in twee zaken. De eerste zaak betrof een echtscheidingszaak. De tweede zaak betrof een procedure tot vernietiging van de erkenning van het vaderschap.
1.2    Bij e-mail van 23 januari 2025 heeft verweerder aan klaagster een opdrachtbevestiging gestuurd, waarin het volgende staat, voor zover relevant: 
“Kosten Rechtsbijstand
Ik heb met u vastgesteld dat u op grond van uw inkomen niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand (dat is subsidie voor de advocaatkosten). Ik zal u dan ook uitsluitend op betalende basis bijstaan. Wij spraken een honorarium af van € 200,00 per uur, exclusief 21% btw. (€ 242,00 incl. btw).
Daarnaast dient u griffiegeld, kosten uittreksels en kosten van de deurwaarder te betalen.
Indicatie werkzaamheden en te besteden tijd
Om u een indicatie te geven van de te verwachten kosten geef ik u hierbij een (een niet limitatief) overzicht van de te verwachten/mogelijke stappen en werkzaamheden in uw zaak met de daarbij verwachte te besteden tijd.
-    Overleg met (advocaat) wederpartij (30 min. per bespreking);
-    Opstellen stukken (verslagen/adviezen/processtukken/overeenkomsten) (30-60 min. per pagina, afhankelijk van complexiteit);
-    Correspondentie per e-mail of brief en (telefonische) besprekingen (per eenheid van 6 min.);
-    Studie (financiële) stukken t.b.v. de zaak (60 min., mits de stukken overzichtelijk en duidelijk worden verkregen/tevens afhankelijk van de hoeveelheid);
-    Studie processtukken/overeenkomsten, opgesteld of ingediend door de wederpartij (60 min. tevens afhankelijk van de hoeveelheid);
-    Alimentatieberekening(-en) (60-120 min.);
- Reistijd (tegen 0,5 x uurtarief);
- Zitting rechtbank (60-120 min.);
- Voorbereiding zitting (120 min.) 
Bijkomende kosten
Voor de procedure bent u voor de rechtbank bent u de navolgende kosten verschuldigd:
- Griffierecht (€ 331,00);
- Deurwaarderkosten verschuldigd (ca. € 125,-); (Alleen in het geval indien namens u het verzoekschrift wordt ingediend en de wederpartij niet zal instemmen met het verzoek.);
- kosten uittreksels/ akten 2 x 17,10 Overige bijkomende kosten:
- Reiskosten van € 0,23 per kilometer;
Facturering
Bijgaand zend ik u mijn factuur voor (een voorschot op) de kosten van rechtsbijstand, gebaseerd op 5 uur. Deze kosten zijn voor (indien van toepassing) het intake/adviesgesprek (excl. 20 minuten kennismaking) en de eerstvolgende werkzaamheden.
Vervolgens zullen tussentijds (een voorschot op) de vervolgkosten van rechtsbijstand (en de te verwachten bijkomende kosten) aan u gefactureerd worden, met het verzoek deze steeds binnen 10 dagen na ontvangst van de factuur, waarbij deze in rekening worden gebracht, te voldoen.
Voorts wijs ik u erop dat bij niet betaling van de facturen, ik mij het recht voorbehoud mijn werkzaamheden ten alle tijde op te schorten of te beëindigen.
(*)De hiervoor gegeven indicatie van de werkzaamheden en daaraan te besteden tijd is slechts een schatting op basis van de gebruikelijke situatie.
De werkelijk benodigde tijd kan afwijken, als gevolg van de complexiteit van de zaak (inhoudelijk), dan wel de hiermee gemoeide communicatie en documentatie. U kunt dan ook geen garanties ontlenen aan bovenstaande tijdsindicatie.”
1.3    In de echtscheidingszaak heeft verweerder klaagster op 23 januari 2025 een voorschotfactuur van € 1.700,20 gestuurd, voor 5 uren aan honorarium, griffierecht en administratieve kosten. Deze factuur is door klaagster betaald. 
1.4    In de procedure tot vernietiging van de erkenning van het vaderschap heeft verweerder klaagster op 25 februari 2025 een voorschotfactuur van € 1.541,- gestuurd, voor 5 uren werk, een bedrag van € 331,- aan griffierecht en BTW. Deze factuur is eveneens door klaagster betaald. 
1.5    Na afronding van de werkzaamheden in de echtscheidingszaak heeft verweerder klaagster op 11 juni 2025 een eindfactuur van € 895,- gestuurd. Daarbij zijn door verweerder nog eens 3 uren extra aan honorarium in rekening gebracht. 
1.6    De Raad voor Rechtsbijstand heeft op 13 juni 2025 alsnog een toevoeging verleend voor de procedure tot vernietiging van de erkenning van het vaderschap. Op grond van de verleende toevoeging is klaagster voor die procedure een eigen bijdrage van € 380,- en € 90,- aan griffierecht verschuldigd. 
1.7    Klaagster heeft verweerder op enig moment als volgt bericht: 
“Op 11 juni gaf u aan mij een specificatie toe te sturen van de eindfactuur van de echtscheiding, die ik na de uitspraak heb ontvangen. Tot op heden heb ik deze nog niet mogen ontvangen en daarom wilde ik hier naar informeren. 
Zoals u weet heb ik voor de echtscheiding in totaal € 1.700 betaald. Na afloop van de zaak ontving ik een eindfactuur van € 895, inclusief deurwaarderskosten. De deurwaarderskosten zijn voor mij duidelijk, maar ik zou graag nog inzicht ontvangen in de extra drie uur die in rekening zijn gebracht. Aangezien de zaak vrij vlot is verlopen en ik het idee heb dat er beperkt extra werk is verricht, zou ik het op prijs stellen om te begrijpen hoe deze uren tot stand zijn gekomen. 
Daarnaast heb ik inmiddels voor de tweede zaak (vernietiging van de erkenning) een toevoeging ontvangen via de Raad voor Rechtsbijstand. Mijn eigen bijdrage is € 380. Graag ontvang ik ook van die zaak een overzicht, zodat duidelijk wordt wat ik eventueel nog terugkrijg van het bedrag dat ik daarvoor heb betaald (€ 1.541).” 
1.8    Drie weken later heeft klaagster verweerder per e-mail als volgt bericht:
“Wij zijn inmiddels drie weken verder sinds mijn laatste verzoek, en tot op heden heb ik nog geen specificatie ontvangen van de extra uren die in rekening zijn gebracht op de eindfactuur met betrekking tot de afgeronde echtscheidingsprocedure. 
Daarnaast wil ik graag duidelijkheid over de verrekening van de door mij betaalde voorschotten en de bijdrage vanuit de rechtsbijstand, in het bijzonder met betrekking tot de procedure rond de vernietiging van de erkenning. 
Tot nu toe heb ik steeds kunnen rekenen op een vlotte en zorgvuldige afhandeling van zaken, maar ik merk dat er de afgelopen twee maanden helaas geen reactie meer komt op mijn verzoek om inzicht. 
Ik hoop dan ook spoedig van u te horen, zodat ik volledig inzicht krijg in het uiteindelijke bedrag dat ik terug krijg.”
1.9    Op 8 augustus 2025 heeft verweerder aan klaagster een urenspecificatie gestuurd met betrekking tot de 8 uren honorarium die door verweerder in de echtscheidingszaak in rekening is gebracht.
1.10    Op 14 augustus 2025 heeft verweerder aan klaagster een factuur gestuurd voor een bedrag van € 470,- voor de eigen bijdrage van klaagster en het griffierecht in de procedure tot vernietiging van de erkenning van het vaderschap en een creditfactuur voor de reeds betaalde voorschotnota in die procedure. In de begeleidende e-mail heeft  verweerder aan klaagster geschreven:
“Echtscheidingsprocedure
Zoals afgesproken, zend ik u hierbij de urenspecificatie voor de echtscheidingsprocedure.
In de echtscheidingsprocedure heb ik 8 uur gewerkt en 5 uur aan u gedeclareerd, factuurnummer 25.01.007 (€ 1700,20). Van deze factuur heeft u op 24 januari 2025, € 850,20 betaald. Er staat dus nog een bedrag open van € 850,00.
Op 11 juni 2025 zond ik u voor de echtscheidingsprocedure een eindfactuur voor de laatste 3 uur die ik aan uw zaak heb besteed en de kosten van de deurwaarder, voor een totaalbedrag van € 895,00.
Voor de echtscheidingsprocedure moet u dus nog een bedrag van € 1745,00 betalen.
Procedure vernietiging erkenning
Voor de procedure vernietiging erkenning vaderschap heb ik u op 25 februari 2025 een factuur gezonden, met factuurnummer 25.02.045, ten bedrage van € 1.541,00. 
Op 20 maart 2025 heeft u een bedrag van € 770,00 betaald, zodat er nog een bedrag openstaat van € 771,00. 
Tijdens onze kantoorbespreking van 27 mei 2025 hebben wij het gehad over uw inkomsten uit arbeid als zelfstandige. Ik heb u toen gewezen op de mogelijkheid om een toevoeging voor u aan te vragen als uw inkomen is gewijzigd. Ik heb u gevraagd om uw verzamelinkomen van het peiljaar 2023 naar mij sturen, zodat ik kan beoordelen of u in aanmerking kunt komen voor een toevoeging. 
Op 2 juni 2025 heb ik uw inkomensgegevens ontvangen en op 11 juni heb ik een toevoeging voor u aangevraagd. De toevoeging is toegewezen. U dient een eigen bijdrage en griffiegeld te betalen. Hierbij treft u een factuur aan op basis van de afgegeven toevoeging. U dient een totaal bedrag te betalen van € 470,00. 
Omdat u voor de procedure vernietiging erkenning vaderschap een toevoeging heeft gekregen, is de eerder verzonden factuur met nummer 25.02.045 gecrediteerd. Deze hoeft u dus niet te betalen. 
U heeft op die factuur wel al een bedrag van € 770,00 betaald. U dient dus een bedrag terug te krijgen van € 300,00. 
Ik stel voor om dit bedrag te verrekenen met het openstaande bedrag voor de echtscheidingsprocedure. Het openstaande bedrag wat u nog aan mij moet betalen na verrekening is € 1.745,00 - € 300,00 = € 1.445,00.  
Indien u zich kunt vinden in dit voorstel, verzoek ik u het laatstgenoemd bedrag aan mij over te maken.”
1.11    Later die dag en in vervolg op een met klaagster gevoerd telefoongesprek heeft verweerder klaagster geschreven:
“Naar aanleiding van ons telefoongesprek van zojuist waarin u mij liet weten dat u meer aan ons heeft betaald dan de twee bedragen waarvan u mij een betalingsbewijs heeft gestuurd, spraken wij af dat u mij betalingsbewijzen stuurt van andere door u betaalde bedragen. Zodra ik de betalingsbewijzen heb ontvangen, zal ik de facturen crediteren. Uit onze administratie blijkt dat u maar 2 betalingen aan ons heeft gedaan. Het kan zijn dat u betalingen met een andere naam heeft gedaan, dan kan dat misschien verklaren waarom die betalingen niet zijn verwerkt.
Ik acht uw betalingsbewijzen af.”
1.12    Bij e-mail van 20 augustus 2025 heeft verweerder klaagster bericht dat een aantal van haar betalingen niet is herkend als betalingen van klaagster:
“In navolging van mijn e-mail van 14 augustus jl. en de toezending van de gevraagde betalingsbewijzen, waarvoor dank, deel ik u het volgende mede.
Uw betalingen waren bij ons helaas niet aan uw dossier/ naam gekoppeld omdat deze kennelijk zijn gedaan vanuit de bankrekening van uw onderneming, (…) Kraamzorg. Ook werd bij sommige betalingen het onjuiste factuurnummer vermeld. Inmiddels hebben wij al uw betalingen verwerkt.
Hieronder treft u een herberekening van de betaalde/openstaande posten. 
Echtscheidingsprocedure
In de echtscheidingsprocedure heb ik 8 uur gewerkt en 5 uur aan u gedeclareerd, factuurnummer 25.01.007 (€ 1700,20) en eindfactuur met nr. 25.06.101, met urenspecificatie, ten bedrage van € 895,00. Deze laatste factuur staat nog open.
Procedure vernietiging erkenning
Voor de procedure vernietiging erkenning vaderschap heb ik u op 25 februari 2025 een factuur gezonden, met factuurnummer 25.02.045, ten bedrage van € 1.541,00.
Uit de betalingsbewijzen die u ons heeft gestuurd blijkt dat u deze factuur in twee termijnen heeft betaald. Op 20 maart jl. heeft u een bedrag van € 770,00 en op 27 april jl. betaalde u een bedrag van € 771,00. Hiermee is de gehele factuur van € 1541,00 voldaan.
Op 2 juni 2025 heb ik uw inkomensgegevens ontvangen waaruit blijkt dat u in aanmerking komt voor een toevoeging. Ik heb op 11 juni jl. een toevoeging voor u aangevraagd. De toevoeging is toegewezen. U dient een eigen bijdrage en griffiegeld te betalen. Op basis van de toevoeging dient u € 470,00 te betalen. Daarvoor heb ik u op 12 augustus jl. een factuur met nr. 25.08.146 gestuurd. Die is nog niet voldaan. 
Voor de procedure erkenning vaderschap dient een bedrag terug te ontvangen van (€ 1541,00 -/- € 470,00) € 1071,00.
In geval van verrekening van het totale bedrag dat u heeft betaald en wat u zou moeten betalen, komt aan u een bedrag toe van € 1071,00 -/- € 895,00 = € 176,00.
Hierbij wil ik wel aantekenen dat ik voor u voor de procedure ontkenning vaderschap € 331,00 aan griffiegeld heb betaald. Dit hoge griffiegeld moet worden betaald als u geen toevoeging heeft. Ik zal de rechtbank vragen om het griffiegeld te verlagen naar het gebruikelijke bedrag van € 90,00, omdat u nu wel een toevoeging heeft. Ik hoop dat de rechtbank dat wil doen. Anders dient u nog een bedrag te betalen van € 241,00,00.
Voor dit moment komt aan u een bedrag toe van € 176,00.
Ik verzoek u mij te bevestigen of u het met het bovenstaande eens bent, dan kan ik de op 14 augustus jl. aan u verzonden facturen, crediteren.
Gaarne vernemend.”
1.13    Bij e-mail van 21 augustus 2025 om 9:25 uur heeft klaagster aan verweerder meegedeeld: 
“Zoals bekend heb ik in totaal € 1.541 aan u voldaan. Na toekenning van de toevoeging bedraagt mijn eigen bijdrage € 470. Daar komen de deurwaarderskosten van €169 bij, zodat mijn totale verschuldigde bedrag €639 is. 
Dat betekent dat ik € 902 teveel heb betaald. Ik verzoek u dit bedrag binnen 14 dagen aan mij te restitueren en dit schriftelijk te bevestigen.” 
1.14    Verweerder heeft klaagster diezelfde dag per e-mail geantwoord: 
“Uw berekening klopt niet helemaal. Wat u te veel heeft betaald is verrekend met de kosten voor de echtscheiding. 
Ik stel voor dat u langskomt om dit samen te bespreken en op te lossen.” 
1.15    Bij e-mail van 2 september 2025 heeft klaagster verweerder geantwoord: 
“Op 21 augustus jl. heb ik u per e-mail verzocht om restitutie van het teveel betaalde bedrag van € 902, inclusief een creditnota en bevestiging van de dossierafsluiting. Op 25 augustus heb ik u hier nogmaals aan herinnerd, maar tot op heden heb ik geen reactie mogen ontvangen. 
Ik verzoek u vriendelijk doch dringend om uiterlijk binnen 7 dagen na dagtekening van deze brief tot restitutie en afwikkeling over te gaan. Blijft een reactie en afwikkeling uit, dan zie ik mij genoodzaakt een klacht in te dienen bij de deken van de Orde van Advocaten en/of verdere stappen te ondernemen. 
Ik ga ervan uit dat dit niet nodig zal zijn en dat u dit dossier alsnog correct afsluit.” 
1.16    Bij e-mail van eveneens 2 september 2025 heeft verweerder als volgt gereageerd: 
“U krijgt geen geld terug. U heeft betaald voor de werkzaamheden die ik voor u heb verricht, op de wijze zoals is afgesproken en aan u is bevestigd. Voor de uitleg van de werkzaamheden verwijs ik u naar mijn eerdere e-mails, met name die van 14 augustus jl.
Voor de nota griffiegeld heb ik de rechtbank gevraagd om die te verlagen omdat u nu wel in aanmerking komt voor een toevoeging. Als de rechtbank de nota niet verlaagt, zal ik u een aanvullende factuur sturen.
Ik heb u uitgenodigd om op kantoor te komen voor een nadere uitleg over de werkzaamheden en de factuur. U heeft mij laten weten deze kwestie uitsluitend per e-mail te willen afhandelen. Ik heb u per e-mails inmiddels genoeg uitleg gegeven over de kosten voor rechtsbijstand die u verschuldigd bent.
Zoals ik u eerder heb laten weten, zou ik mij beraden over verdere juridische bijstand aan u. Ik stel vast dat er sprake is van een vertrouwensbreuk. U wil zelfs niet meer op kantoor komen. Ik zal u daarom niet verder bijstaan in de procedure vernietiging erkenning van uw kind. Ik verzoek u een andere advocaat te benaderen die u verder kan bijstaan in deze procedure. Zodra de nieuwe advocaat contact met mij opneemt voor de overdracht van uw dossier, zal ik zorgen voor een warme overdracht.
Ik wil u er wel op wijzen dat de Raad voor Rechtsbijstand een nieuwe eigen bijdrage aan u kan opleggen. Dit hoeft echter niet omdat er sprake is van een vertrouwensbreuk.
Het staat u uiteraard vrij om een klacht bij de deken in te dienen. U kunt ook de interne klachtenprocedure volgen, waarop u bij de opdrachtbevestiging is gewezen. In de bijlage treft u aan hoe u de klacht kunt indienen. U klacht kunt u richten aan mr. (…), haar emailadres is: (…)
Ik vertrouw erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en wacht een verzoek tot overname van uw dossier door een andere advocaat af.”
1.17    Op 4 september 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder. 

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende: 
a)    verweerder stelt onjuiste en ondoorzichtige declaraties op: verweerder heeft ten onrechte 3 uren extra bij klaagster in rekening gebracht en de door verweerder verstrekte urenspecificatie bevat een rekenfout; en
b)    verweerder weigert het door klaagster te veel betaalde bedrag na toekenning van een toevoeging aan klaagster terug te betalen.

3    VERWEER
3.1    Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
Maatstaf
4.1    Bij de beoordeling van een over een advocaat ingediende klacht dient de tuchtrechter het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Bij deze toetsing is de tuchtrechter niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien het open karakter van de wettelijke normen, daarbij van belang zijn. Of het niet naleven van een bepaalde gedragsregel ook tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert, hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
4.2    Op grond van gedragsregel 17 lid 1 behoort een advocaat bij het vaststellen van zijn declaratie, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een redelijk honorarium in rekening te brengen. Daarbij moet een advocaat transparant zijn over zijn honorarium, de kosten en wijze van declareren. Daardoor zal een advocaat veelal een inschatting moeten geven van de te verwachten tijdsbesteding en het totaal aan kosten (honorarium). Zodra een advocaat voorziet dat de declaratie aanmerkelijk hoger zal worden dan de aanvankelijk aan de cliënt opgegeven schatting, stelt hij zijn cliënt daarvan op de hoogte. 
4.3    Ter zake van de hoogte van declaraties beperkt de tuchtrechter zich tot een marginale toets. Er wordt niet gekeken of de declaratie juist is, maar enkel of sprake is van excessief declareren.  
Ontvankelijkheid klacht
4.4    Verweerder heeft allereerst aangevoerd dat hij klaagster heeft gewezen op de interne klachtenprocedure van zijn kantoor, maar dat klaagster deze procedure niet eerst heeft doorlopen en in plaats daarvan direct een klacht over hem bij de deken heeft ingediend. Gelet hierop is de klacht volgens verweerder niet-ontvankelijk. 
4.5    De voorzitter volgt verweerder niet in zijn betoog. Er bestaat geen wettelijke verplichting om eerst een klacht bij het kantoor in te dienen. Klaagster mocht rechtstreeks een klacht bij de deken indienen en de klacht is dan ook ontvankelijk. 
Klachtonderdeel a) - te veel in rekening gebracht, fout in urenspecificatie
4.6    Naar het oordeel van de voorzitter voldoen de opdrachtbevestiging, de facturen en urenspecificaties van verweerder ruimschoots aan de vereisten van gedragsregel 17 lid 1 en is van excessief declareren niet gebleken (zie toetsingskader). Uit de overgelegde stukken, waaronder de opdrachtbevestiging, volgt duidelijk dat verweerder werkt op basis van voorschotfacturen. Klaagster is er ten onrechte vanuit gegaan dat met de betaling van het voorschot van 5 uren, de kosten voor de gehele echtscheidingsprocedure waren voldaan. Zoals uit de weergegeven feiten volgt, heeft verweerder klaagster meermaals geprobeerd uit te leggen dat de eerste factuur een voorschotfactuur betrof en dat de eindfactuur met urenspecificatie, aan het einde van de werkzaamheden werd verstrekt. 
4.7    Voor zover klaagster stelt dat er in de eerste factuur een rekenfout zat, heeft verweerder onderbouwd toegelicht dat dit te maken had met betalingen die zij van een andere (zakelijke) rekening had gedaan. Die betalingen waren door administrateur van verweerder niet herkend als betalingen van klaagster en daarom niet afgeboekt op de eindfactuur. Nadat klaagster bankafschriften had gestuurd waaruit bleek dat zij de facturen had betaald van een rekening die niet op haar naam stond, is de factuur aangepast (zie e-mails van 14 en 20 augustus 2025, weergegeven bij de feiten). 
4.8    Ondanks de heldere toelichting van verweerder blijft klaagster van mening dat verweerder ten onrechte 3 extra uren in rekening heeft gebracht en de facturen niet juist zijn. Verweerder heeft klaagster uitgenodigd op zijn kantoor om met de dossiers op tafel de verrichte werkzaamheden aan klaagster uit te leggen en dit aanbod ook in deze klachtprocedure herhaald. In dat gesprek kan verweerder klaagster ook uitleggen waarom, zoals klaagster stelt, de urenspecificatie van verweerders factuur inzake de echtscheiding ook werkzaamheden bevat van na 3 juni 2025, op welke datum de echtscheiding is ingeschreven. Nu klaagster weigert in te gaan op de uitnodiging van verweerder om zijn facturen mondeling toe te lichten, kan klaagster verweerder niet tegenwerpen dat de facturen onvoldoende inzichtelijk of controleerbaar zouden zijn, hetgeen de voorzitter ook niet heeft kunnen vaststellen. Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond. 
Klachtonderdeel b) weigering terugbetalen te veel betaalde na toekenning toevoeging. 
4.9    Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een bedrag aan klaagster terug te betalen, waarop klaagster stelt recht te hebben na toekenning van een toevoeging in de procedure vernietiging erkenning vaderschap.  Verweerder heeft gemotiveerd toegelicht dat klaagster bij aanvang van zijn bijstand nog niet in aanmerking kwam voor een toevoeging, maar dat hij op een later moment na ontvangst van klaagsters inkomensgegevens op 2 juni 2025 alsnog een toevoeging voor klaagster had aangevraagd in deze zaak en dat die is toegewezen. De eerder verzonden factuur is gelet hierop bij creditfactuur van 14 augustus 2025 gecrediteerd. Omdat klaagster echter nog de eindfactuur had openstaan in de echtscheidingsprocedure, heeft verweerder aan klaagster voorgesteld om het bedrag dat zij, na creditering van de factuur, te veel had betaald voor de procedure vernietiging erkenning vaderschap, te verrekenen met het openstaande bedrag voor de echtscheidingsprocedure. Klaagster wilde dat niet, maar verweerder kon haar geen geld terugbetalen omdat hij nog een vordering op haar had. Na verrekening van het totale bedrag dat klaagster had betaald met wat zij zou moeten betalen, kwam aan klaagster nog een bedrag toe van € 176,-. (zie e-mailwisseling van 20 en 21 augustus 2025 en 2 september 2025, weergegeven bij de feiten). Dit bedrag is inmiddels aan klaagster overgemaakt. Verweerder heeft hiermee zorgvuldig gehandeld en hem valt van deze gang van zaken dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klachtonderdeel b) is eveneens kennelijk ongegrond. 
4.10    De voorzitter komt tot de slotsom dat de klacht van klaagster in beide onderdelen faalt. Al hetgeen klaagster verder naar voren heeft gebracht, leidt de voorzitter niet tot een ander oordeel. 

BESLISSING
De voorzitter verklaart: 
-    de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond. 

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026. 


Griffier         Voorzitter


Verzonden op: 22 juni 2026