We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRAMS:2026:125 Raad van Discipline Amsterdam 26-341/A/NH

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:125
Datum uitspraak: 15-06-2026
Datum publicatie: 22-06-2026
Zaaknummer(s): 26-341/A/NH
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Beleidsvrijheid
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening en over de onttrekking van verweerder kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort  Amsterdam van 15 juni 2026
in de zaak 26-341/A/NH

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:
     
verweerder


De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland (hierna: de deken) van 20 april 2026 met kenmerk re/ss/25-252/2492686 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 7. 


1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klager huurt een woning. Klager heeft een geschil met de verhuurder rondom gebreken in de woning, waaronder zwamvorming en vochtproblemen. Verweerder heeft klager bijstand verleend in dit geschil.  
1.2    In zijn e-mail van 7 februari 2025 heeft verweerder de kwestie geanalyseerd op basis van de informatie die hij van klager had ontvangen. Over de wijze waarop klager informatie aanlevert heeft verweerder in het bericht het volgende geschreven:
“(…) Eerder heb ik u vriendelijk verzocht om uw toelichtingen zoveel als mogelijk te bundelen in één e-mail. Zoals u kunt zien heeft u mij achter elkaar voorzien van verschillende toelichtingen en aanpassingen, waardoor het voor mij ontzettend lastig is om u van een terugkoppeling te voorzien. Op het moment dat ik uw e-mailbericht ontvangen heb en ik de inhoud bestudeer en u van een terugkoppeling wil voorzien, heb ik vervolgens weer een nieuwe bericht van u ontvangen met wederom een nadere toelichting of aanpassing. Hierdoor moet ik de stukken continu opnieuw lezen en kost het mij 4x zoveel tijd. Het is evenzo dat ik niet altijd even goed uw emailberichten kan lezen en hiervoor de tijd moet nemen. Reden waarom u iets langer - los van het feit dat het ontzettend druk is - op en terugkoppeling van mij heeft moeten wachten. Hopelijk begrijpt u wat ik met voorgaande bedoel.” 
1.3    Per e-mail van 17 februari 2025 heeft de verhuurder klager gevraagd om achterstallige huur te betalen. Dezelfde dag heeft klager zelf gereageerd op het bericht, zonder verweerder in cc te zetten. 
1.4    Op 19 februari 2025 heeft verweerder klager laten weten dat hij een e-mail heeft gestuurd naar de verhuurder. In de e-mail aan de verhuurder heeft verweerder, zakelijk weergegeven, verzocht om informatie over onderzoeken die zijn uitgevoerd naar gebreken in de woning en over voorgenomen werkzaamheden in de woning. Verweerder heeft de verhuurder verder verzocht om schade van klager te vergoeden. Verweerder laat in zijn bericht aan klager weten dat, wanneer de verhuurder niet reageert een procedure bij de huurcommissie of de kantonrechter kan worden gestart. Verweerder heeft daaraan toegevoegd:
“Dit is geen toezegging, daar ik met de informatie die ik heb nog niet goed kan beoordelen dat er daadwerkelijk sprake is van ernstig gebreken.”
1.5    Op 7 maart 2025 heeft verweerder aan klager het volgende geschreven:
“(…) Vandaag zijn de twee weken verstreken. Aankomende week zullen wij de volgende stappen in werking zetten. Oftewel eerst bellen met B(…) en vervolgens de keuze maken tussen Huurcommissie of kantonrechter. (…)”
1.6    Op 19 maart 2025 heeft verweerder het volgende geschreven aan klager:
“(…) Ik moet u mededelen dat ik niet tevreden ben met het feit dag u achter mijn rug om pp 17 februari jl. Heeft gecommuniceerd met [verhuurder], zonder mij hiervan op de hoogte te stellen. Ik kan dit kwalificeren als een vertrouwensbreuk. Het is namelijk niet de bedoeling dat u rechtstreeks communiceert met [verhuurder]. Al helemaal niet zonder mij hierover te informeren en mij advies hierover in te winnen. Dit zijn duidelijke afspraken die wij aan het begin van de zaak hebben gemaakt. 
U maakt het voor mij onnodig lastig, want ik ben een bepaalde strategie aanzet uitvoeren en bepaalde stappen aan het zetten. Tegelijkertijd doorkruist u in het geheel deze strategie en wordt ik nu nota bene door [verhuurder] op de hoogte gebracht van uw bericht d.d. 17 februari jl. 
Overigens sta ik niet achter de inhoud van uw schrijven d.d. 17 februari jl., waardoor ik eigenlijk geen andere keuze heb dan mijn werkzaamheden neer te leggen.  
Tot slot bericht ik u dat ik bijzonder frappant vind dat u op 17 februari jl. [verhuurder] bericht en mij hiervan niet op de hoogte stelt, maar vervolgens op 18 februari mij wel vraagt om verdere actie te ondernemen jegens [verhuurder] of het anders zelf te gaan doen, terwijl u dit al had gedaan. Voor mij is het niet inzichtelijk of u verder uit eigen naam contact heeft gelegd met [verhuurder]. Kunt u mij aangeven of er in ieder geval € 550,- aan u is betaald? 
Uw handelswijze kan negatief werken op de uitkomst van dit proces. Een rechter zal hier immers ook iets van vinden en mogelijk in het voordeel van [verhuurder] beslissen, als [verhuurder] het standpunt neemt niet meer te begrijpen waar u mee akkoord bent gegaan. niet positief uitpakken op het verloop van de procedure. (…)”
1.7    Op 4 april 2025 heeft verweerder onder meer het volgende geschreven aan klager:
"(…) Ondanks het verzoek aan u om uw reactie op hetgeen Eigen Haard heeft gezonden aan mij te bundelen in één e-mail, is dit u niet gelukt. (…) 
PS: verzoek om uw reactie aan mij in één e-mail te doen, zodat het voor mij overzichtelijk blijft. (…)"
1.8    Op 18 april 2025 heeft verweerder onder meer het volgende geschreven aan klager: 
“Wederom moet ik helaas constateren dat u de communicatie aan mij niet bundelt in één duidelijke e-mail. Het is voor mij echt onmogelijk om te ontcijferen wat u jegens [verhuurder] wenst te ondernemen. U heeft mij de tijd gegeven om deze week bij u op de zaak terug te komen, maar voor ik het weet heeft u zelf ook al aan [verhuurder] een e-mail gestuurd omtrent werkzaamheden die niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Dit doet uw zaak geen goed. Op onderhavige wijze constateer ik dat ik uw belangen niet deugdelijk kan behartigen. U overlegt niet met mij over de inhoud van de e-mail aan [verhuurder], maar neemt mij ongevraagd mee in de CC van de e-mail. Dit accepteer ik niet, daar hierdoor mijn bijstand niet serieus wordt genomen en u tegen al mijn adviezen ingaat. U neemt immers wederom eigenhandig contact op met de verhuurder, terwijl u met mij heeft afgesproken dit niet meer te doen. Op 2 april jl. heeft u dit per vergissing gedaan, wat nog te herstellen valt, maar u stuurt gisteren zonder met mij te overleggen een e-mail naar [verhuurder]. Dat accepteer ik niet meer! 
Ik vraag mij dan ook oprecht af of ik uw belangen in onderhavige situatie nog wel kan behartigen. Zo heb ik reeds aan u medegedeeld dat ik niets doe met gezondheidsschades door toedoen van de woningcorporatie. Hier kunt u zich wenden tot het juridisch loket of een andere advocaat die u kan bijstaan in de aansprakelijkheidskwestie ten aanzien van de door u gestelde gezondheidsschade. Enige wat ik voor u in deze kan proberen is het volgende: (…) 
Mocht u met voorgaande niet eens zijn of blijkt dat de communicatie tussen ons op eenzelfde onduidelijke wijze te verlopen, dan ben ik genoodzaakt mijn werkzaamheden neer te leggen en uw belangen niet meer te behartigen in deze. (…)"
1.9    Op 19 april 2025 om 11.36 uur heeft klager onder meer als volgt gereageerd:
“Ik denk dat wij niet samen passen. (…) 
Ik ben ziek en was geopereerd en toch moest ik zelf alles regelen omdat u vaak te laat alles regelt (…) 
En u begin te zurenzuren zoal alle advocaten aalles in een mail 
Ik stop met u en laat ook de eigen bijdrage maar terug komen . heb met mijn familie overlegd en zullen een klacht naar U bureau sturen 
U bent niet geschikt als advocaat sorry je hebt slecht heel meesters en goed hele meesters een slecht bent u en daar blijf ik bij 
Wij gaan het zelf doen Ik geef u een kans . dat u volgende week uiterlijk donderdag een conceptbrief schrijft naar [verhuurder], u heft het hele dossier en alles staat daarin U weet wat er in moet staan  
Zoals hieronder u zelf aangeeft en u maag zelf kiezen dat u ook direct en met spoed naar de huurcommissie gaat of rechtbank 
Ik ga niet akkoord. met de onzinnige emails van u dat alles in een mail moet bij een klacht tegen u komt u daar niet mee weg 
U weet niet en begrijpt niet dat [verhuurder] monteurs stuurt naar mij voor de lekkage voor de WC en gisteren als ik  werd geopereerd van waternet voor onderzoek riool op 8.00 in e ochtend , gelukkig gaven die aan het ligt mogelijk aan de onluchtings pijp ook die is gemaakt in 2018  
Ik ga echt niet akkoord wat u schrijft . en wil alleen met u door een streep er onder en eigenlijk op laats a.s  woensdag een concept nar [verhuurder] en naar huurcommissie of rechtbank  
ook dat u niets doet met de gezondheid redenen als bedrijven aangeven en de huisarts en de GGD dat wat mijn echtgenote heeft wel eens de oorzak daarvan kan zijn en dan is preventie doen belangrijk  
Nu is er onderzoek na de cyste van mij ook mogelijk de oorzaak van vocht ook dat wil ik wel erbij  
U geeft aan dat die te doen ?? Okee. dan dinsdag antwoord , ik zit met echtgenote en kinderen in het ziekenhuis voor bespreking en gevolgen hartoperatie   
dat geeft u maar aan dat u stopt en ook dan de eigen bijdrage terug en ziet u de klacht wel aan u kantoor en later bij de orde van advocaten 
dat houd ook in dat het hele dossier in volg orde van binnenkom bij u of u kantoor binnen 5 dagen in mijn bezit moet  zijn met alles erbij 
Sorry het is niet anders”
1.10    Op 19 april 2025 om 12.58 uur heeft klager aan verweerder een bericht gestuurd over de gebreken in zijn woning. 
1.11    Op 23 april 2025 om 12.28 uur heeft klager het volgende geschreven aan verweerder:
“Zonet belde Zwammentotaal . dat zij van HUMEBO aannemer te horen kregen dat er nog chips in de kruipruimte moeten op de grond 
Ik vroeg direct naar de rapporten.  jaa de opdracht gever is Humebo  ?? die krijgt alle rapporten  
Ik zeg mij Advocaat vroeg daar ook naar en ik ook . jaa dan moet je bij Humebo wezen  allemaal raaaaaar is dat  
U als advocaat had dit toch al lang kunnen weten . toen met Patrick ging het goed en hij si ontslagen . omdat hij een onderzoek naar de gezondheid problemen deed . en dar antwoord op kwam van Zwammen Totaal van dat is zo !!! U bent toen verder gegaan met B(…) en nu met J(…) van H(…) die bijna niets weet  
Ze komen nu op 30 april 2025 de chips er weer in plaatsen. 
Echt u als advocaat had dit toch beter moeten kunnen oplossen om [verhuurder] aan te geven alles naar u te sturen en ook dat Humebo dat zou doen , want ik heb de vervanger van Patrick toen met telefoon nummer door gestuurd  
Wat bent u van Plan hier nu eens aan te doen vraag ik me af Of stopt u er mee 
Graag wegens velen dagen in het ziekenhuis de week voor mij Echtgenote die in het AMC een hartoperatie krijgt binnen. 2 maanden Tevens a,s vrijdag een onderzoek naar haar hoesten waar dat vandaan komt door een keel en neus arts mogelijk zeker de problemen in dit huis 
Maar goed wij denken dat het nu beter is na het werk van Zwammen Totaal   
Ik hoop dat u deze week alsnog een concept opstelt , of u andere concept dat al naar [verhuurder] had gestuurd met  eis  2500 euro als kwijtschelding (…)”
1.12    Op 23 april 2025 om 16.10 uur heeft verweerder het volgende aan klager geschreven:
“Uw berichten van afgelopen zaterdag en hedenmiddag heb ik in goede orde ontvangen. In antwoord daarop bericht ik u als volgt. 
Uw uitingen aan mijn adres kwalificeer ik als een vertrouwensbreuk. Reden voor mij om mijn werkzaamheden in uw zaak per direct neer te leggen en mij te onttrekken uit uw zaak en uw belangen niet meer te behartigen. Inhoudelijk zal ik hierover niet verder met u communiceren. 
Het dossier zal ik hierbij sluiten en niet verder ingaan op uw zaak. De Raad voor de Rechtsbijstand zal ik hierover berichten. (…)”
1.13    Klager heeft dezelfde dag als volgt gereageerd:
"dat is duidelijk zeer duidelijk Ik verwacht wel dat u een kopie van uw dossier naar mij toe stuurt  
Hoe ik hier verder ten aanzien van u en uw kantoor mee omgaat moet ik even overleggen 
Ik ben zelf hier blij mee , want dan kan ik zelf naar de huurcommissie met alle bewijsstukken , waar ik dus voor het  kopie van uw dossier nodig heb  
Toch bedank ik u voor u tijd en mede werken , soms ging het goed , maar we begrepen elkaar niet”
1.14    Op 12 mei 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder. 

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende. 
a)    Verweerder was te traag met reageren op de klacht van klager. 
b)    Verweerder heeft valsheid in geschrift gepleegd.
c)    Verweerder heeft stukken niet aan klager verstrekt.
d)    Verweerder heeft onvoldoende oog gehad voor de (gezondheids)problemen en belangen van klager en zijn vrouw. 
e)    Verweerder heeft zich ten onrechte onttrokken.
2.2    Klager heeft verzocht om verweerder te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 2.500,-.
2.3    De stellingen die klager aan de klacht ten grondslag heeft gelegd worden hierna, voor zover van belang, besproken. 

3    VERWEER
3.1    Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
4.1    Toetsingskader
4.2    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klachtonderdeel a
4.3    Volgens klager moest verweerder binnen drie weken reageren. Verweerder heeft aangevoerd dat hij van de deken een termijn kreeg tot 10 juni 2025 en dat hij ook op 10 juni 2025 heeft geantwoord. De voorzitter kan aldus niet vaststellen dat verweerder te laat heeft gereageerd, nog daargelaten dat laat reageren niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klachtonderdeel a is kennelijk ongegrond. 
Klachtonderdeel b
4.4    Dit vergaande verwijt heeft klager niet feitelijk onderbouwd en is daarom kennelijk ongegrond. 
Klachtonderdeel c
4.5    Volgens klager heeft verweerder stukken die als bewijs dienden niet aan klager verstrekt en heeft hij ook aan de deken niet alle informatie verstrekt voor goede beoordeling van de klacht. 
4.6    Verweerder heeft aangevoerd dat hij alle correspondentie die hij in verband met de zaak van klager ontving naar klager heeft gestuurd. 
4.7    Gelet op een en ander kan de voorzitter niet vaststellen dat de klacht terecht is. Klager heeft deze in het licht van het verweerder onvoldoende feitelijk onderbouwd. De voorzitter voegt toe dat verweerder in de context van de klacht gehouden is om zijn eigen standpunten te onderbouwen. Verweerder is niet verplicht om het gehele dossier te overleggen. Klachtonderdeel c is kennelijk ongegrond. 
Klachtonderdeel d
4.8    Klager stelt, zakelijk weergegeven, dat de gebreken in zijn woning zorgen voor ernstige gezondheidsproblemen die vooral zijn vrouw treffen. Volgens klager was de urgentie tot ingrijpen hoog. Verweerder heeft dit, zo begrijpt de voorzitter de stellingen van klager, miskend en heeft onvoldoende voortvarend opgetreden. 
4.9    Verweerder heeft klager op 7 februari 2025 zijn analyse en advies gestuurd. Op 19 februari 2025 heeft verweerder een bericht naar de verhuurder gestuurd. Uit de correspondentie die later volgt blijkt dat klager de informatie die verweerder nodig heeft om bijstand te verlenen niet op duidelijke en ondubbelzinnig manier heeft aangeleverd en dat klager bovendien ook rechtstreeks met de verhuurder communiceerde over gebreken in de woning. Voor zover al sprake zou zijn van onvoldoende voortvarendheid, kan in ieder geval niet worden vastgesteld dat dit te wijten is aan verweerder. De voorzitter kan daarom ook niet vaststellen dat verweerder onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van klager en zijn vrouw. Klachtonderdeel d is onvoldoende onderbouwd en daarom kennelijk ongegrond. 
Klachtonderdeel e
4.10    Op 19 maart 2025 en 18 april 2025 heeft verweerder klager aangesproken op het rechtstreeks contact opnemen met de verhuurder en op de wijze waarop klager informatie aanlevert. De voorzitter acht de berichten van verweerder aan klager begrijpelijk en niet onterecht. De voorzitter is het met verweerder eens dat uit de reactie van klager van 23 april 2025 blijkt dat klager onvoldoende vertrouwen meer had in de bijstand van verweerder. De voorzitter begrijpt dan ook dat verweerder zich diezelfde dag als advocaat van klager heeft onttrokken. Klachtonderdeel e is daarom kennelijk ongegrond. 
Schadevergoeding
4.11    De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Dit betekent dat ook geen grond bestaat voor toekenning van een schadevergoeding. 
Slotsom
4.12    Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, daarom in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING
De voorzitter: 
verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond
wijst het verzoek tot vergoeding van schade af. 

Aldus beslist door mr. S.D. Arnold, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.

Griffier          Voorzitter

Verzonden op: 15 juni 2026