ECLI:NL:TNORSHE:2025:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/16

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2025:20
Datum uitspraak: 24-11-2025
Datum publicatie: 03-12-2025
Zaaknummer(s): SHE/2025/16
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Vanuit Nederland naar België geëmigreerde klagers vragen advies over wijziging van hun testamenten. Notaris adviseert hen daarover (ook) contact op te nemen met een notaris in België. Klacht over ontbreken van vereiste kennis en kunde en declaratie wordt ongegrond verklaard.

Klachtnummer : SHE/2025/16
Datum uitspraak : 24 november 2025

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:


de heer [naam] (hierna: de klager)

mevrouw [naam] (hierna: de klaagster, samen: de klagers)

wonende in [woonplaats], België

tegen

notaris de heer mr. [naam] (hierna:de notaris)

gevestigd in [vestigingsplaats]

gemachtigde: de heer prof. mr. A.H.N. Stollenwerck

1. De procedure

1.1. De kamer baseert het oordeel op de informatie uit de volgende stukken:

  • de klacht (met bijlagen), door de kamer per e-mail ontvangen op 10 april 2025;
  • de e-mail van de kamer aan de klagers van 10 april 2025, waarin de kamer heeft laten weten dat een klacht niet tegen een notariskantoor kan worden ingediend en waarin is gevraagd of de klacht ook is gericht tegen notaris mevrouw mr. [naam] (hierna: notaris [X]), die net als de notaris in de klacht is genoemd;
  • de e-mail van de klager aan de kamer van 10 april 2025, waarin de klager heeft laten weten dat de klacht enkel is gericht tegen de notaris;
  • het verweerschrift (met bijlagen) van de notaris.

1.2. De klacht is mondeling behandeld op de openbare zitting van de kamer van 29 september 2025. De klager en de notaris, bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn bij deze behandeling aanwezig geweest en hebben hun standpunt toegelicht. Ze hebben daarbij pleitaantekeningen gebruikt, die aan het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling zijn toegevoegd.

2. De feiten

De klacht gaat over wat de notaris heeft gedaan nadat de klagers hem hebben gevraagd om hun testamenten te wijzigen. Voor de beoordeling van de klacht acht de kamer de volgende feiten van belang.

2.1. De klagers hebben in 1995 testamenten gemaakt bij het notariskantoor waar de notaris aan verbonden is. Zij zijn in mei 2020 vanuit Nederland naar België geëmigreerd.

2.2. De klagers wilden onder meer vanwege de fiscale gevolgen in verband met de emigratie naar België hun testamenten wijzigen. De klager heeft op 25 augustus 2024 een e-mail naar het kantoor van de notaris gestuurd ter attentie van zijn kantoorgenoot notaris [X]. In die e-mail (hierna ook: de inleidende e-mail) heeft hij informatie gegeven over de persoonlijke situatie van de klagers. Zo vermeldt hij dat de klaagster een zoon uit een eerder huwelijk heeft, dat de klagers samen een zoon en een dochter hebben, dat zij vijf kleinkinderen hebben en dat zij aan de kinderen en de kleinkinderen jaarlijks de maximale bedragen schenken die zijn vrijgesteld van schenkbelasting. De klager heeft ook meegedeeld dat de klaagster haar testament wilde herroepen voor zover daarbij is bepaald dat de zoon uit haar eerste huwelijk alleen aanspraak kan maken op zijn legitieme portie. In deze e-mail is verder vermeld:

“Wij wonen sinds [datum] 2020 in [woonplaats] in België, wij hebben begrepen dat wij de eerste 10 jaren na een emigratie nog vallen onder het erfrecht van Nederland.

Of dat klopt, horen we graag van u.

Dat zijn nog ca 6 jaar en voor het geval ons in die periode iets gebeurd willen wij een nieuw Nederlands testament opstellen.

Voor de periode na mei 2030 zullen wij nog bij een Belgische notaris een erfovereenkomst laten opstellen en ondertekenen.

(…)

Wij zouden met u graag een oplossing bespreken voor als wij de komende 6 jaar, door een ongeval bijvoorbeeld, vervroegd beiden overlijden.

(…)

Wij bezitten een appartement met een geschatte waarde van € [bedrag] plus wat overige bezittingen, gaan we van € [bedrag] totaal uit.

Wij willen in het testament opgenomen zien dat bij overlijden van [klager] en ook bij overlijden van [klaagster] er een legaat van € 25.000 (of het op dat moment fiscaal vrije hogere bedrag) aan ieder kind en ieder kleinkind, dat is 8 x € 25.000,- = € 200.000, gaat.

Er is echter wettelijk een langstlevende beding van toepassing.

Als een ouder komt te overlijden, gaat het totale vermogen naar de langstlevende ouder en hoeft deze geen erfbelasting voor de kinderen te betalen.

Pas als de langstlevende ouder overlijdt, erven de kinderen en betalen ze belasting.

Echter, op deze wijze wordt het vrijgestelde bedrag van € 25.000 maar 1 keer toegepast en valt door de progressie de belasting voor de kinderen mogelijk en meestal veel hoger uit.

Is er iets te bedenken dat deze vrijstelling per ouder van toepassing is, bijvoorbeeld door huwelijkse voorwaarden, het langstlevende beding per testament expliciet uit te sluiten of ??, zodat er uiteindelijk een bedrag van 2 x € 200.000,- vrijgesteld is.”

2.3. Notaris [X] (aan wie de inleidende e-mail was gericht) was op korte termijn niet beschikbaar. De klager heeft daarom op 15 oktober 2024 een gesprek gehad met de notaris over de gewenste wijziging van de testamenten (hierna: het eerste gesprek). Daarbij is onder meer de vraag aan de orde geweest welk recht van toepassing is op de afwikkeling van de nalatenschap van Nederlanders die in België zijn gaan wonen. De notaris heeft de klager geïnformeerd over de Nederlandse erfbelasting en hij heeft de klager geadviseerd zelf informatie in te winnen over de Belgische erfbelasting bij een deskundige op dat gebied. Daarnaast heeft de notaris met de klager gesproken over de wens van de klaagster om haar testament uit 1995 met betrekking tot de erfstelling van de zoon uit haar eerste huwelijk te wijzigen. Er is direct een vervolgafspraak gemaakt voor 4 november 2024 – waar ook de klaagster bij aanwezig zou zijn – en voor 26 november 2024 om de te wijzigen testamenten te passeren. De klagers zouden kort daarna met vakantie gaan. Aan het einde van het eerste gesprek heeft de notaris meegedeeld dat dit gesprek alleen in rekening zou worden gebracht als er geen opdracht tot wijziging van de testamenten uit voort zou komen.

2.4. De klager heeft de notaris in een e-mail van 20 oktober 2024 het volgende laten weten:

“Ik heb ook nog even gekeken naar het successierecht in ons geval.

Het volgende is van toepassing:

België heeft geen verdrag met Nederland ter voorkoming van dubbele erfbelasting.

Nederland heeft het heffingsrecht o.b.v. nationaliteit en België heeft het heffingsrecht o.b.v. woonplaats.

Dus dubbele heffing.

Nederland zal eenzijdig een vermindering van de betaalde Belgische erfbelasting verlenen tot maximaal nihil, waarmee Nederland een oplossing voor de dubbele heffing verleend.

Wij moeten dus bij het bepalen van legaten en erfenis rekening houden met de Belgische erfbelasting.

(…)

Wij stellen het volgende voor zowel [klager] als [klaagster] voor (…):

Bij overlijden gaat te allen tijde een aandeel van 10% in de verkoopopbrengst van het roerend en onroerend goed naar de kinderen (3) en de kleinkinderen (5) en als de partner nog leeft ook 10% naar de partner.

Verder gaat 1/3de van het restant in de verkoopopbrengst roerend en onroerend naar de kinderen (3) of als er nog een partner leeft 1/4de naar de kinderen en de partner.

De partner die nog leeft krijgt het vruchtgebruik van het onroerende goed (eigen woning), het erfdeel van de roerende goederen wordt direct uitbetaald, en de kinderen en kleinkinderen krijgen het blote eigendom voor het hiervoor genoemde erfdeel in het onroerende goed.

De verkoop van het onroerend goed (eigen woning) vindt pas plaats na overlijden van beide ouders.

Wilt u het bovenstaande inpassen in het besproken model, zodanig dat het civielrechtelijk en wat erfbelasting betreft stand kan houden.”

2.5. De notaris heeft in een e-mail van 22 oktober 2024 als volgt op dat bericht gereageerd:

“Wij bespraken de testamenten geheel vanuit de Nederlandse optiek en met de Nederlandse belastingheffing in het achterhoofd.

Het onderstaand overziend, zou ik voorstellen dat u de testamenten in België bij een notaris (eventueel in overleg met een fiscalist) laat opstellen. Die door u geschetste situatie zal immers ook op de lange termijn beheerst worden door de Belgische (erf)belasting. Omdat er ook met vruchtgebruik gewerkt gaat worden, zal deze regeling met het oog op de toekomst opgesteld dienen te worden.

Het is daarom beter om dan gelijk al een testament vanuit Belgische optiek op te stellen. Ik zelf, noch mijn kantoorgenoten, hebben ervaring op dat specifieke vlak van samenloop van Nederlandse en Belgische belastingheffing.”

2.6. In een e-mail van 24 oktober 2024 heeft de klager de notaris het volgende laten weten:

“Vriendelijk dank voor uw mail.

U heeft gelijk, we gaan, gezien de van toepassing zijnde Belgische erfbelasting, het een en ander met een Belgische notaris opnemen en regelen.

Wij danken u en hebben de afspraken van 4 en 26 november geannuleerd en verblijven,”

2.7. In reactie op die e-mail heeft de notaris de klager in een e-mail van 25 oktober 2024 bericht dat hij de afspraken in zijn agenda zal doorhalen en dat hij uitsluitend voor het eerste gesprek een factuur zal sturen. Later die dag heeft de klager de notaris per e-mail het volgende gevraagd:

“Wat er overblijft waarvoor u ons van dienst kan zijn is een wijziging in het testament van [de klaagster].

Daar zou de beperking van het erfdeel van [zoon uit haar eerste huwelijk] tot een legitieme portie uit kunnen.

Zie bijgaand, waar ik het een en ander uit gestreept heb.

Voor de rest kan haar testament (en die van mij) in stand blijven.

Als u dat kunt wijzigen en mevrouw daarvoor de eerdere afspraak van de 4e november om 10.15 uur kan gebruiken om te tekenen, dan graag.”

2.8. Op 4 november 2024 heeft de klaagster haar eerdere testament door de notaris laten aanpassen, zodat de zoon uit haar eerste huwelijk op dezelfde manier zou erven als de andere kinderen. De notaris heeft voor zijn werkzaamheden een bedrag van € 687,35 inclusief BTW en verschotten in rekening gebracht. Voor het eerste gesprek heeft de notaris geen (aparte) factuur gestuurd.

2.9. In een e-mail van 21 november 2024 heeft de klager verwezen naar het eerste gesprek dat hij met de notaris had gehad en heeft hij hem gewezen op het bepaalde bij artikel 3 van de (Nederlandse) Successiewet 1956. In verband daarmee heeft de klager de notaris bericht:

“Wij hebben het betalen van legaten aan kinderen en kleinkinderen nu in het testament achterwege gelaten, maar dit is voor de komende 5 1/2 jaar nog wel van belang voor de Nederlandse successsierecht die hoger is dan die van België en kost in ons geval in die tijd ca € 3.000,- meer aan successierechten.

Ik denk dat het een slechte beslissing was om het opstellen van een Nederlands testament met legaten voor kinderen en kleinkinderen achterwege te laten.

Kunt u daar nog eens voor ons naar kijken.

Als wat ik denk klopt dan moeten we alsnog doen wat het initiële plan was.

Ik hoor graag van u.”

2.10. In reactie op dat verzoek heeft de notaris de klager in een e-mail van 22 november 2024 het volgende laten weten:

“In onze gesprekken heb ik aangegeven dat u de eerste tien jaar na de emigratie voor de Successiewet volledig onder de Nederlandse belastingregels valt. Omdat van de tien jaar reeds 4 jaar zijn verstreken hebben wij ook gesproken over het vervolg. Het zou voor de hand liggen daarop reeds te anticiperen in een testament. Omdat u alsdan niet langer onder de Nederlandse Successiewet als “erflater” kwalificeert, heb ik voorgesteld dat u een deskundige op dit gebied raadpleegt voor een tussenoplossing.”

(…)

Mijn suggestie was om vooral ook te kijken naar de combinatie van mogelijkheden, zowel naar het Nederlandse als het Belgische recht. Daarvoor is het oordeel van een deskundige nodig met ervaring op het gebied van het internationaal erfrecht.”

2.11. In een e-mail van diezelfde dag heeft de klager als volgt op dit bericht van de notaris gereageerd:

“Wij kwamen bij u met de wetenschap (dachten wij) dat wij de eerste 10 jaren na emigratie naar België nog onder het erfrecht (en de erfbelasting) van Nederland zouden vallen en zagen van daaruit de noodzaak om nieuwe testamenten op te zetten met optimalisaties (o.a. in de vorm van legaten) voor de hoogte van de successierechten in Nederland en kwamen daarvoor bij u.

Ik heb bij ons eerste gesprek genoteerd dat er een nuance aangebracht moet worden en wij de eerste 10 jaar voor het civiele recht onder het Nederlandse recht vallen, maar voor het successierecht onder het Belgische erfrecht en erfbelasting zouden vallen.

Nu blijkt dat dit anders is en wij ook de eerste 10 jaar onder het Nederlandse successierecht vallen, dan heb ik dat of verkeerd begrepen of u heeft dat niet (duidelijk genoeg) gezegd.

Als dat laatste van toepassing was had u bij het testament van mijn vrouw nog kunnen ingrijpen en verduidelijken of het een en ander rechttrekken door er daar op te wijzen dat er legaten in opgenomen zouden moeten worden, zoals oorspronkelijk door ons gevraagd.

Dat is niet gebeurd en het is wat het is.

Maar wat er ook gebeurd is of niet gedaan is en wie dat dan ook veroorzaakt heeft, er dient voor de komende 5 1/2 jaar voor zowel mijn vrouw als voor mij een testament opgemaakt te worden waarin wij de te betalen successierecht in Nederland optimaliseren en o.a. legaten opnemen.

Als deze conclusie juist is dan wil ik u vragen het testament van mijn vrouw daarop aan te passen en ook voor mij een nieuw testament op te stellen.

Aan kosten betalen wij u de eerder genoemde circa € 1.400,- onder verrekening van wat wij reeds betaalden.

Een Belgisch testament met een Belgische optimalisatie voor de successierechten voor na 10 jaar hebben wij bij een Belgische notaris in opdracht gegeven.

Wij horen graag van u, ook wat u van ons nog aan info nodig heeft voor het maken van de betreffende testamenten.”

2.12. De notaris heeft in een e-mail van 26 november 2024 als volgt op dit bericht gereageerd:

“In ons gesprek op 15 oktober jl. heb ik u de fiscaalrechtelijke aspecten met betrekking tot de erfbelasting uit de doeken gedaan vanuit de Nederlandse optiek. Daarbij zijn uw bestaande testamenten als civielrechtelijk uitgangspunt genomen. Het Nederlandse Fiscaal recht dat van toepassing is op nalatenschappen van voormalige Nederlandse ingezetenen werkt nog door tot 10 jaar na emigratie. Daarnaast is ook (binnen die tien jaar) het Belgische belastingrecht van toepassing. Daarop was onze conclusie dat een deskundige op het gebied van het Belgisch-Nederlands belastingrecht ingeschakeld zou moeten worden, teneinde een afgewogen oordeel te kunnen vormen omtrent uw situatie, nu uw bezit/leven is verplaatst naar België. Ons kantoor heeft niet een dergelijke deskundige in huis. Om kosten te besparen, heb ik gesuggereerd om bijvoorbeeld een Belgische notaris te raadplegen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de toekomstige situatie (na zes jaren).

In het gesprek heb ik voorts uitleg gegeven over een fiscaal flexibel testament dat opgesteld zou kunnen worden, louter beoordeeld naar Nederlands (fiscaal en civiel) recht. Ik schetste dat dit een aantrekkelijke variant was op het eerder door u getekende langstlevende testament uit 1995. We kwamen wederom tot de conclusie dat het geen zin had om daar al een ontwerp voor op te stellen, nog voordat een deskundige op het gebied van het internationaal (erf)belastingrecht u daarover geadviseerd heeft. In uw mail van 24 oktober gaf u mij aan een Belgische notaris die deskundig is op het besproken gebied te raadplegen.

Hoe het ook zij. Voorlopig zou in ieder geval mevrouw haar testament dienen te herzien (opdracht in uw mail van 25 oktober), in verband met het schrappen van een aanvankelijk opgenomen beperking in de vererving door één van de kinderen. In die mail geeft u ook aan, dat het testament voor het overige in stand mag blijven. Teneinde dit “up-to-date” te maken is de tekst uitsluitend aangepast naar de huidige stand van wet en kennis (zie mijn mail van 29 oktober). Dit testament is ondertekend en ook als “herroeping testament” gefactureerd (EUR 490 exclusief). Wederom kon ik ten aanzien van de internationale aspecten geen advies verstrekken. Tijdens het passeren is dat nog eens bevestigd. Het spoedeisend karakter van de wijziging verdiende alle aandacht. Daar had ik alle begrip voor en derhalve heeft deze herroeping bij ons kantoor voorrang gekregen.

Het honorarium voor de testamenten, zoals met u aanvankelijk besproken bedraagt EUR 1.435,40. Legaten aan kinderen en/of kleinkinderen zijn daarin niet meegenomen. In ons gesprek op 15 oktober jl. heb ik geschetst dat bij voorkeur geopteerd zou moeten worden voor een hoge vordering van de kinderen op de langstlevende na het eerste overlijden. Legaten zouden daaraan afbreuk doen. Voor het opstellen van deze testamenten is om de hiervoor genoemde reden geen werk verricht. Met inachtneming van het vorenstaande ten aanzien van fiscaal gedegen advies, staat het u natuurlijk vrij om deze testamenten alsnog op te laten stellen.”

2.13. Op 12 december 2024 heeft de klager een e-mail aan notaris [X] gestuurd waarin hij zijn beklag heeft gedaan over de handelwijze van de notaris. Op deze e-mail is niet gereageerd.

2.14. De klager heeft op 11 februari 2025 een negatieve review geplaatst op de website van het notariskantoor. Naar aanleiding daarvan heeft de notaris, die niet op de hoogte was van de e-mail die de klager aan notaris [X] had gestuurd, telefonisch contact opgenomen met de klager. De notaris heeft op de website een reactie gegeven op de review van de klager.

2.15. Klagers hebben hun testamenten inmiddels gewijzigd bij een notaris in België.

3. De klacht

3.1. Samengevat verwijten de klagers de notaris dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij:

1. de opdracht om hun testamenten te wijzigen in behandeling heeft genomen, terwijl hij niet beschikte over de vereiste kennis en kunde en de opdracht ook niet heeft doorverwezen naar een collega die wel ter zake kundig is;

2. zijn medewerking heeft verleend aan de wijziging van het testament van de klaagster zonder daarin legaten op te nemen voor de kinderen en de kleinkinderen;

3. hen niet tijdig en duidelijk heeft voorgelicht over de financiële consequenties van zijn inschakeling en zijn werkzaamheden niet juist en/of ten onrechte heeft gedeclareerd.

3.2. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Voor zover dit verweer van belang is voor de beoordeling, wordt dit hierna besproken.


4. De beoordeling

De ontvankelijkheid

4.1. Voordat de kamer een klacht inhoudelijk kan beoordelen, moet altijd eerst worden beoordeeld of aan de voorwaarden is voldaan om de klacht te mogen behandelen (de ontvankelijkheid van de klacht). Een van de voorwaarden is dat klagers ‘enig redelijk belang’ moeten hebben bij de klacht (artikel 99 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna)). Volgens de wetsgeschiedenis moet het begrip “enig redelijk belang” ruim worden uitgelegd. Dat kan een rechtstreeks belang bij de klacht zijn, maar ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan voldoende zijn.

4.2. De notaris stelt dat de klacht niet-ontvankelijk is omdat de klagers hebben nagelaten duidelijk te maken waaruit hun specifieke redelijke belang bij deze klacht bestaat. De notaris heeft er daarbij op gewezen dat de klagers de klacht hebben ingediend om te voorkomen dat het vertrouwen in het notariaat wordt geschaad en ook anderen de dupe worden van de werkwijze van de notaris. Volgens de notaris is dit ’algemeen belang’ dat de klagers met de klacht beogen echter geen redelijk belang als bedoeld in artikel 99 lid 1 Wna.

4.3. De kamer verwerpt dit verweer van de notaris. Vast staat dat de klagers opdracht hebben gegeven om hun testamenten te wijzigen en dat zij niet tevreden zijn over de wijze waarop de notaris hun opdracht heeft uitgevoerd. De kamer is van oordeel dat de klagers daardoor een rechtstreeks en redelijk belang hebben als bedoeld in artikel 99 lid 1 Wna om zich over de handelwijze van de notaris te beklagen. Dat zij met deze klacht ook willen voorkomen dat anderen een soortgelijke ervaring opdoen, maakt dat niet anders. De klacht is dan ook ontvankelijk, zodat de kamer deze hierna inhoudelijk zal beoordelen.

De maatstaf

4.4. De maatstaf die de tuchtrechter bij de beoordeling hanteert, is of notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan de professionele standaard voldoen. De tuchtrechter toetst of:
- hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke
bepalingen;
- zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij
optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
De kamer heeft de onderdelen van de klacht afzonderlijk aan deze maatstaf getoetst en zal alle klachtonderdelen ongegrond verklaren. Hierna legt de kamer uit waarom zij tot dit oordeel komt.

Klachtonderdeel 1: deskundigheid en doorverwijzing

4.5. De klagers verwijten de notaris dat hij de opdracht om hun testamenten te wijzigen in behandeling heeft genomen, terwijl hij niet beschikte over de vereiste kennis en kunde en de opdracht ook niet heeft doorverwezen naar een collega die wel ter zake kundig is. De klagers hebben naar het oordeel van de kamer te hoge verwachtingen gehad over wat een notaris kan betekenen wanneer een vraag wordt voorgelegd met internationale fiscale problematiek. De notaris heeft de inhoud van de inleidende mail gelezen en tijdens het eerste gesprek de vraag van de klager besproken en “geheel vanuit de Nederlandse optiek en met de Nederlandse belastingheffing in het achterhoofd” beantwoord. Dit blijkt ook uit zijn e-mail aan de klager van 22 oktober 2024 (zie 2.5.). Dit is het terrein waarop de notaris zich voldoende deskundig heeft geacht. Waar het gaat om mogelijke gevolgen bij samenloop van Nederlandse en Belgische belastingheffing (het terrein waarop de notaris zich onvoldoende deskundig heeft geacht) heeft hij de klagers geadviseerd over de Belgische erfbelasting zelf informatie in te winnen bij een deskundige op dit gebied. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris na inventarisatie van de vraag tijdens het eerste gesprek voldoende zorg in acht genomen door te adviseren op het terrein waarop hij bekwaam is (de Nederlandse belastingheffing) en een oplossing aan te reiken op het terrein waar zijn deskundigheid naar zijn mening te kort schoot (de Belgische belastingheffing). Kennelijk was het aanvankelijk de bedoeling van de notaris de opdracht zelf uit te voeren na een deskundigenadvies over Belgische belastingheffing. In zijn e-mail van 22 oktober 2024 is hij daarop teruggekomen door het voorstel te doen de testamenten in België bij een notaris te laten opstellen. Uit de reactie van de klager op 24 oktober 2025 (zie 2.6.) blijkt dat hij het voorstel van de notaris heeft overgenomen en een notaris in België heeft benaderd. Daarmee heeft de notaris tegenover de klagers voldoende zorg in acht genomen en is klachtonderdeel 1 ongegrond.

Klachtonderdeel 2: wijziging testament klaagster

4.6. De klagers verwijten de notaris dat hij zijn medewerking heeft verleend aan de wijziging van het testament van de klaagster zonder daarin legaten op te nemen voor de kinderen en de kleinkinderen. De aanvullende opdracht was de aanpassing van het testament van de klaagster, waarbij het erfdeel van haar zoon uit het eerste huwelijk niet beperkt zou blijven tot de legitieme portie (zie 2.7.). Die opdracht moest snel worden uitgevoerd in verband met een geplande vakantie van de klagers. De notaris heeft die opdracht ook met voorrang uitgevoerd. Het is alleszins begrijpelijk dat de notaris geen legaten heeft opgenomen omdat dit geen onderdeel uitmaakte van de aanvullende opdracht. Bovendien moest het opnemen van legaten mede worden beoordeeld vanuit de internationale fiscale problematiek waarvoor deskundig advies over Belgische belastingheffing nodig was en dat advies was op dat moment nog niet voorhanden. Daarom is klachtonderdeel 2 ongegrond.

Klachtonderdeel 3: kosten dienstverlening

4.7. De klagers verwijten de notaris dat hij hen niet tijdig en duidelijk heeft voorgelicht over de financiële consequenties van zijn inschakeling en zijn werkzaamheden niet juist en/of ten onrechte heeft gedeclareerd. Kennelijk zit het de klagers dwars dat de notaris aan het einde van het eerste gesprek heeft meegedeeld dat de kosten daarvan in rekening zouden worden gebracht als geen opdracht zou worden gegeven om de testamenten te wijzigen. Hierdoor hebben de klagers het gevoel gekregen dat zij “aan de notaris vast zaten”. Zij dachten dat de notaris – als zij hem dan toch moesten betalen – daarvoor wellicht iets nuttigs kon doen door de beperking van het erfdeel van de zoon van de klaagster uit haar eerste huwelijk tot zijn legitieme portie uit haar testament “te strepen”. De klager heeft een kopie van dat testament, waarin hij die bepaling had doorgehaald, meegestuurd met zijn e-mail aan de notaris van 25 oktober 2024. “Dat eruit strepen kon niet en werd een nieuw testament a raison van € 700,-”, zo luidt het bezwaar tegen de declaratie.

4.8. De kamer stelt voorop dat het een misvatting is dat een eerste gesprek met een notaris (vanzelfsprekend) gratis is, zoals de klagers kennelijk hebben verondersteld. Dat is ook niet het geval bij wijziging van een testament dat in het verleden door een collega van hetzelfde notariskantoor is gepasseerd. De notaris mocht daarom met de klagers afspreken hiervoor kosten in rekening te brengen. Dat de notaris de klagers het aanbod heeft gedaan de kosten voor het eerste gesprek achterwege te laten als een opdracht zou volgen voor het passeren van de testamenten (en deze kosten dan waren inbegrepen in het gehanteerde (standaard)tarief dat voor zulke werkzaamheden geldt) is niet onbegrijpelijk en zeker niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

4.9. Overigens is bij declaratiegeschillen, waar het gaat om de hoogte van het in rekening gebrachte bedrag, pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de wijze van declareren excessief is. De notaris heeft voor de wijziging van het testament van de klaagster een bedrag van € 687,35 (inclusief BTW en verschotten) in rekening gebracht. Hij heeft verder geen werkzaamheden gefactureerd. Gelet op de tarieven die notarissen in vergelijkbare zaken hanteren, is de kamer van oordeel dat de wijze van declareren van de notaris niet excessief is. Daaruit volgt dat klachtonderdeel 3 ongegrond is.

5. De beslissing

De kamer:

5.1. verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter, mr. S.H.L. Baggel, plaatsvervangend rechterlijk lid, en mr. M.C. Stout, plaatsvervangend notarieel lid.

Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025 door mr. C.T.M. Luijks, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.