ECLI:NL:TNORSHE:2025:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/24
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2025:18 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-11-2025 |
| Datum publicatie: | 01-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2025/24 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met berisping |
| Inhoudsindicatie: | De moeder van klager heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van de notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. Na moeders overlijden heeft deze kandidaat-notaris de benoeming aanvaard en meteen daarna een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar plaats gesteld. Klager verwijt (het kantoor van) de notaris betrokken te zijn bij deze onrechtmatige en onredelijke indeplaatsstelling.De kamer heeft de klacht tegen het notariskantoor niet-ontvankelijk verklaard. De klacht tegen de notaris is gegrond verklaard voor zover het gaat om de schending van haar zorgplicht tegenover klager en het onvoldoende bewaken van haar onafhankelijke positie. Aan de notaris wordt een berisping opgelegd. |
Klachtnummer : SHE/2025/24
Datum uitspraak : 24 november 2025
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:
[klager] (hierna: klager)
wonende in [woonplaats], Verenigd Koninkrijk
tegen
[de notaris] (hierna:de notaris)
gevestigd in [vestigingsplaats]
1. De procedure
1.1. De kamer baseert het oordeel op de informatie uit de volgende stukken:
- de klacht (met bijlagen), waarbij de kamer is uitgegaan van de laatste op 2 mei 2025 om 21:51 uur ontvangen e-mail;
- het verweerschrift (met bijlagen) van de notaris.
1.2. De klacht is mondeling behandeld op de openbare zitting van de kamer van 29 september 2025. Klager (per videoverbinding) en de notaris zijn daarbij aanwezig geweest. Partijen hebben hun standpunt over en weer toegelicht.
2. De zaak in het kort
Klagers moeder heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van de notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. Na moeders overlijden heeft deze kandidaat-notaris de benoeming aanvaard en meteen daarna een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar plaats gesteld. Klager verwijt (het kantoor van) de notaris betrokken te zijn bij deze onrechtmatige en onredelijke indeplaatsstelling.
3. De relevante feiten
3.1. De moeder van klager, mevrouw [naam moeder] (hierna: moeder), heeft op 26 oktober 2011 een testament gemaakt. In dit testament heeft moeder (voor zover van belang) het volgende bepaald.
- Moeder heeft de zus van klager, mevrouw [naam zus] (hierna: de zus), en klager tot haar erfgenamen benoemd.
- Moeder heeft aan klager het recht toegekend om haar appartement aan [adresgegevens] (hierna: het appartement) over te nemen.
- Moeder heeft een afwikkelingsbewind ingesteld over haar nalatenschap en als executeur/afwikkelingsbewindvoerder benoemd: “de in anciënniteit oudste kandidaat-notaris, verbonden aan het kantoor van u, notaris, danwel uw waarnemer of opvolger”. Moeder heeft aan de executeur/afwikkelingsbewindvoerder de bevoegdheid gegeven om een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in zijn/haar plaats te stellen.
3.2. Moeder heeft het appartement in juni 2016 verkocht aan derden. Een notaris van een ander kantoor, mr. [X] (hierna: mr. [X]), was betrokken bij de levering van het appartement aan de kopers.
3.3. Moeder is op [dag] december 2021 overleden.
3.4. De zus heeft mr. [X] opdracht gegeven om een verklaring van erfrecht op te stellen. Vervolgens heeft mr. [X] op 7 februari 2022 aan het kantoor van de notaris gevraagd of de in anciënniteit oudste kandidaat-notaris van dat kantoor de benoeming tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in moeders nalatenschap aanvaardt. De notaris heeft aan mr. [X] laten weten dat zij eerst een gesprek wil met moeders erfgenamen, voordat de beoogde executeur/afwikkelingsbewindvoerder een beslissing neemt.
3.5. Op 20 april 2022 heeft een videogesprek plaatsgevonden tussen de notaris, klager en de zus.
3.6. Naar aanleiding van het videogesprek heeft de notaris bij e-mail van 2 mei 2022 onder meer het volgende aan klager en de zus meegedeeld:
“Tijdens het gesprek is uitvoerig gesproken over de verkoop en levering van de woning in 2017, die aan uw moeder in eigendom heeft toebehoord.
De wijze waarop die verkoop en levering heeft plaatsgevonden heeft niet - voor zover nodig - uw, [klager], instemming.
U, [klager], heeft tijdens het gesprek als verwachting geuit dat de executeur de gang van zaken omtrent die transactie zal controleren en zo nodig een procedure zal starten om de door u vermeende ongebruikelijke transactie aan te vechten.
Ik zie, op basis van de mij thans ter beschikking staande gegevens, geen aanleiding om te twijfelen aan de juridische juistheid van die transactie.
Zoals tijdens mijn gesprek ook al aangegeven kan de executeur (de in anciënniteit oudste kandidaat-notaris, verbonden aan mijn kantoor) derhalve vooralsnog niet aan die verwachting voldoen.
Geheel ter zijde, op dit moment heb ik onvoldoende (kwalitatieve) capaciteit beschikbaar op onze afdeling nalatenschappen, om de afwikkeling van de nalatenschap van uw moeder ter hand te nemen en de benoeming adequaat te kunnen vervullen.
Gelet op het vorenstaande ben ik genoodzaakt u mede te delen dat de benoemde executeur, haar functie niet zal aanvaarden.
Indien gewenst kan mijn kantoor u wel ondersteunen bij het opstellen en indienen van een verzoekschrift aan de kantonrechter om op grond van het bepaalde in artikel 4:142 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek een vervangende executeur te benoemen.
Het spijt mij u niet anders te kunnen berichten.”
3.7. Op dezelfde dag heeft de zus de notaris bericht dat de beoogde executeur/afwikkelingsbewindvoerder haar benoeming niet kan weigeren.
3.8. De notaris heeft op 4 mei 2022 gereageerd op de bezwaren van de zus en daarbij een voorstel gedaan. Dat voorstel houdt in dat de beoogde kandidaat-notaris van het kantoor van de notaris haar benoeming tot executeur/ afwikkelingsbewindvoerder aanvaardt en dan direct een notaris van een ander kantoor, mr. [Y] (hierna: mr. [Y]), in haar plaats stelt. In deze reactie staat onder andere het volgende:
“Het bevreemdt mij dat mijn reactie u heeft verrast.
Immers, tijdens het videogesprek heb ik reeds aangegeven dat de benoemde executeur - een kandidaat-notaris verbonden aan [naam notariskantoor] - de benoeming waarschijnlijk niet zal aanvaarden.
Zulks vanwege de geschetste verwachtingen, maar zeer zeker niet in de laatste plaats wegens het gebrek op dit moment aan (kwalitatieve) capaciteit die de complexiteit van deze zaak wél vraagt.”
(…)
Voorstel
Om te voorkomen dat de nalatenschap nog langer onbeheerd blijft, doe ik u bij dezen graag het volgende voorstel. Onder voorwaarde dat u instemt met dit voorstel wordt de executeursbenoeming door de kandidaat-notaris aanvaardt, doch zal deze direct gebruik maken van de bevoegdheid tot substitutie en notaris mr. [Y] van [naam notariskantoor] te [vestigingsplaats] in haar plaats stellen. Mr. [Y] heeft zich reeds bij voorbaat bereid getoond de benoeming tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder bij wege van substitutie te aanvaarden.
Mr. [Y] en zijn team heeft zich in het bijzonder toegelegd op de afwikkeling van complexe nalatenschappen, zodat ik ervan overtuigd ben dat hij de nalatenschap op correcte wijze kan en zal afhandelen. Gelet op het feit dat deze reactie zowel u als uw broer aangaat, heb ik uw broer in de cc van dit bericht opgenomen.”
Deze reactie is in cc naar klager verzonden.
3.9. Op dezelfde dag heeft de zus aan de notaris en klager laten weten dat zij akkoord gaat met het voorstel van de notaris.
3.10. Op 6 mei 2022 heeft klager aan de notaris bericht dat hij vooralsnog niet akkoord gaat met haar voorstel. Hij heeft de notaris onder andere gevraagd of haar kantoor eventueel bereid is om een andere notaris dan mr. [Y] in de plaats te stellen van de beoogde kandidaat-notaris.
3.11. Op 11 mei 2022 heeft de notaris het volgende aan klager laten weten:
“Na uw onderstaande bericht heb ik niet meer van u mogen vernemen.
Zoals aangegeven heeft mr. [Y] zich reeds bereid getoond de afwikkeling van de nalatenschap van uw moeder te willen overnemen. Er zullen vast en zeker ook andere notarissen zijn, er zijn er immers circa 1200 in Nederland, die deze zaak zouden kunnen afwikkelen. Echter, in deze regio zijn er weinig kantoren die zich daarin hebben gespecialiseerd.
De afwikkeling van de nalatenschap is er niet bij gebaat als deze nog langer onbeheerd blijft. De bevoegdheid tot indeplaatsstelling is door uw moeder aan de executeur verleend, zodat een instemming daartoe door de erfgenamen in beginsel wel gewenst doch niet noodzakelijk is. Reden waarom ik - ook zonder uw expliciete instemming - zal laten overgaan tot de indeplaatsstelling en het dossier zal overdragen aan mr. [Y].
Zonder uw tegenbericht uiterlijk vrijdag 13 mei aanstaande om 12.00 uur ga ik ervan uit dat ik uw persoons- en contactgegevens aan de heer [Y] kenbaar kan maken, zodat hij zijn werkzaamheden kan starten.”
3.12. Op 13 mei 2022 heeft klager aan de notaris meegedeeld dat hij niet akkoord gaat met haar voorstel. In de mail staat onder andere het volgende:
“U heeft niets meer van mij vernomen na mijn e-mail van vrijdag 6 mei jl. o.a. omdat ik wachtte op een reactie van u op die e-mail, in het bijzonder op de twee vragen in die e-mail. Ik had in mijn e-mail geen deadline gesteld voor uw reactie.
U heeft mijn zus en mij op 2 mei jl. meegedeeld dat de benoemde executeur haar taak niet zal aanvaarden. Ik begrijp daarom niet hoe deze benoemde executeur, die haar taak al geweigerd heeft, nu opeens een andere notaris kan aanwijzen. Volgens mij kan volgens het testament alleen de kantonrechter dat nog doen op verzoek van een belanghebbende. Een andere mogelijkheid is dat mijn zus en ik het onderling eens worden over de aanstelling van iemand die de taak van executeur kan vervullen of dat wij besluiten de nalatenschap zelf af te wikkelen.
(…) Ik wil overigens zelf de afwikkeling van de nalatenschap niet onnodig uitstellen, maar tegelijkertijd is het belangrijk zorgvuldig en voorzichtig te handelen gezien de kwestie rond de verkoop van het huis van mijn moeder.
Op 4 mei jl. deed u in reactie op een bericht van mijn zus het voorstel volgens hetwelk de in het testament van mijn moeder benoemde executeur toch haar taak aanvaardt maar onmiddelijk overgaat tot indeplaatsstelling. Een voorstel brengt de mogelijkheid om een keuze te maken met zich mee. Mijn zus is akkoord gegaan met dit voorstel maar ze had het ook kunnen verwerpen. Het kan niet zo zijn dat de ene erfgenaam wel een keuze/stem krijgt bij de benoeming van de executeur en de andere erfgenaam niet. Een dergelijke handelswijze zou serieuze vragen oproepen over uw onpartijdigheid.
Zoals ik eerder aangaf, zou ik over uw voorstel nadenken. (…) Integendeel, voor mij is de locatie van het kantoor van notaris [Y] erg onaantrekkelijk vanwege haar slechte bereikbaarheid met openbaar vervoer en grote afstand tot mijn woonplaats. Ik heb liever een executeur in het westen van het land, niet te ver van Schiphol. Bovendien lijkt het er sterk op dat notaris [X] uit [plaatsnaam] fouten heeft gemaakt bij de verkoop van het huis van mijn moeder. Om die reden heeft een executeur uit de regio [naam regio] niet de voorkeur. Hoewel notarissen geacht worden onpartijdig te zijn --- en dat zal waarschijnlijk in de meeste gevallen ook het geval zijn --- wil ik niet het onnodige risico lopen dat er een notaris-executeur benoemd wordt die uit misplaatste sympathie een collega die fouten gemaakt heeft “in bescherming neemt”. De kans hierop is hoger bij het selecteren van een notaris-executeur die kantoor houdt in dezelfde regio als notaris [X]. M.a.w. ik wil liever geen execteur waarin ik bij voorbaat geen maximaal vertrouwen heb. De situatie is al vervelend en moeilijk genoeg.
Ik denk dat het het beste zou zijn als u mij en mijn zus nu (voldoende) gelegenheid geeft om onderling te bespreken hoe verder te gaan met de afwikkeling en eventueel op zoek te gaan naar een geschikte notaris hiervoor. Mijn voorkeur heeft dan een notaris in het westen van het land, wellicht een notaris die lid van NOVEX is.
Ik ga daarom niet akkoord met uw voorstel.”
3.13. Op 18 mei 2022 heeft de notaris onder meer het volgende aan klager bericht:
“Ondanks uw bezwaren en suggestieve opmerkingen over de onpartijdigheid van mij en mr. [Y], zal er overgegaan worden tot de indeplaatsstelling.
De benoemde executeur heeft haar benoeming zelf niet eerder expliciet afgewezen, zodat een aanvaarding en indeplaatsstelling nog steeds mogelijk is.
Zoals eerder opgemerkt behoeft de executeur voor de indeplaatsstelling, hoewel dat wel mijn eigen voorkeur zou verdienen, geen instemming van de erfgenamen.
Ik ben er nog steeds van overtuigd dat mr. [Y] de executele vakkundig zal uitoefenen en het nog langer blijven corresponderen hierover onwenselijk is.
Indien u van mening bent dat door de kantonrechter een andere executeur aangewezen dient te worden, dan staat het u uiteraard vrij dat verzoek aan de rechter te doen.”
3.14. Op dezelfde dag heeft klager onder andere het volgende aan de notaris bericht:
“Ten eerste, er staan geen suggestieve opmerkingen over (on-)partijdigheid van u of mr. [Y] in mijn e-mail. Ik heb de heer [Y] nooit ontmoet.
Ten tweede, de in het testament benoemde executeur heeft wel degelijk eerder aangegeven dat zij haar benoeming/taak niet zal aanvaarden. Dit heeft u mijn zus en mij op 2 mei jl. zelf meegedeeld. U bent notaris bij hetzelfde kantoor als de destijds benoemde executeur dus wij mogen ervan uitgaan dat als u die mededeling namens uw collega doet, dat dit klopt. Daarom ga ik ervan uit dat een indeplaatsstelling niet langer mogelijk is tenzij met uitdrukkelijke instemming van zowel mijn zus als mijzelf.”
3.15. Bij onderhandse akte van 19 mei 2022 heeft de aan het kantoor van de notaris verbonden kandidaat-notaris mr. [naam kandidaat-notaris] (hierna: de kandidaat-notaris) haar benoeming tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in moeders nalatenschap aanvaard en heeft zij [naam besloten vennootschap] (hierna: [Y] B.V.) in haar plaats gesteld.
4. De klacht
4.1. Klager verwijt de notaris en haar notariskantoor dat de kandidaat-notaris [Y] B.V. in haar plaats heeft gesteld als executeur/afwikkelingsbewindvoerder in moeders nalatenschap. Volgens klager is dit onrechtmatig en onredelijk.
4.2. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Voor zover dit verweer van belang is voor de beoordeling, zal dit hierna worden besproken.
5. De beoordeling
Klacht tegen het notariskantoor
5.1. Voordat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, moet eerst (ambtshalve) worden beoordeeld of de klacht ontvankelijk is. Bij klachten moet altijd eerst worden beoordeeld of aan de voorwaarden is voldaan om de klacht te mogen behandelen. In het klaagschrift staat dat de klacht ook is gericht tegen het kantoor van de notaris. Dat deel van de klacht kan de kamer niet behandelen. Het tuchtrecht is namelijk alleen bedoeld om te bewaken dat (toegevoegd) notarissen en kandidaat-notarissen volgens de regels handelen. Dat staat in artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna). Daarom is de klacht tegen het notariskantoor niet-ontvankelijk.
Klacht tegen de notaris
Is de klacht op tijd ingediend?
5.2. De notaris vindt dat klager, gelet op het bepaalde in artikel 99 lid 21 Wna, behoorlijk laat klaagt.
5.3. De kamer overweegt dat op grond van artikel 99 lid 21 Wna een klacht binnen drie jaar, nadat de klager daarvan kennis heeft genomen, bij de kamer moet worden ingediend.
5.4. De klacht gaat over de indeplaatsstelling, die op 19 mei 2022 heeft plaatsgevonden. De klacht is op 2 mei 2025 ingediend. Dat is binnen de vervaltermijn van drie jaar en dus op tijd gedaan.
Is de klacht tegen de juiste persoon gericht?
5.5. De notaris heeft aangevoerd dat de klacht niet tegen de juiste persoon is gericht. Niet zij, maar de kandidaat-notaris is namelijk tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder benoemd. Bovendien heeft de kandidaat-notaris haar benoeming aanvaard en heeft zij ook [Y] B.V. in haar plaats gesteld.
5.6. De kamer volgt de notaris niet in dit verweer. Uit de stukken en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat met name de notaris bemoeienis heeft gehad met de indeplaatsstelling. Zij was tenslotte de contactpersoon van alle betrokkenen. Voor zover de klacht over de handelwijze van de notaris gaat, is de klacht dus tegen de juiste persoon gericht.
Heeft de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld?
Standpunt klager
5.7. De notaris heeft in het videogesprek op 20 april 2022 gezegd dat de tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder benoemde kandidaat-notaris haar benoeming waarschijnlijk niet zal aanvaarden. In haar e-mail van 2 mei 2022 heeft de notaris aan klager en de zus laten weten dat de kandidaat-notaris haar benoeming heeft geweigerd. Ondanks deze mededeling en ondanks klagers bezwaren heeft de notaris op 18 mei 2022 aan klager laten weten dat de kandidaat-notaris de benoeming toch zal aanvaarden en dan meteen mr. [Y] in haar plaats zal stellen. Klager is het om verschillende redenen niet eens met de handelwijze van de notaris en haar kantoor en heeft twijfels over de indeplaatsstelling van [Y] B.V. als executeur/afwikkelingsbewindvoerder.
Standpunt notaris
5.8. De notaris vraagt zich in de eerste plaats af of klager bij de juiste instantie aanklopt voor een oordeel over de vraag of de indeplaatsstelling rechtmatigheid en redelijk is.
Daarnaast betwist zij dat de indeplaatsstelling onrechtmatig en onredelijk is. De notaris voert daartoe het volgende aan.
- De door moeder benoemde executeur/afwikkelingsbewindvoerder was op 2 mei 2022 nog niet door de notaris geïnformeerd over haar benoeming. De kandidaat-notaris kon haar benoeming na die datum dus nog aanvaarden.
- Moeder heeft aan de benoemde executeur/afwikkelingsbewindvoerder de expliciete bevoegdheid gegeven om een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar plaats te stellen. Instemming van de erfgenamen met deze indeplaatsstelling is - hoewel dat wenselijk is - geen voorwaarde om van die bevoegdheid gebruik te kunnen maken.
- De notaris had op basis van de gevoerde gesprekken en correspondentie een gegrond vermoeden dat klager en zijn zus het niet gemakkelijk eens zouden worden over de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap van hun moeder. Het was voor haar duidelijk dat de verstandhouding tussen klager en de zus enigszins verstoord was. De nalatenschap was er niet bij gebaat om nog langer onbeheerd te blijven.
Oordeel kamer
De maatstaf
5.9. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kamer al uitgelegd dat het niet aan de tuchtrechter (de kamer) is om vast te stellen of de indeplaatsstelling van [Y] B.V. (on)rechtmatig en (on)redelijk is. Een oordeel hierover is voorbehouden aan de civiele rechter.
De maatstaf die de tuchtrechter hanteert, is of notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan de professionele standaard voldoen. De tuchtrechter toetst of:
- hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke bepalingen;
- zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
Zo moet een notaris het ambt in onafhankelijkheid uitoefenen en de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken personen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigen (artikel 17 lid 1 Wna).
De beoordeling
5.10. De kamer is van oordeel dat de handelwijze van de notaris niet voldoet aan de hiervoor genoemde maatstaf. Daarbij gaat het vooral om de in acht te nemen zorg(vuldigheid) en het bewaken van de onafhankelijkheid. De kamer zal dit hieronder toelichten.
5.11. De notaris is voorbarig geweest door in haar e-mail van 2 mei 2022 aan klager en de zus mee te delen dat de in anciënniteit oudste kandidaat-notaris van haar kantoor de benoeming tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in moeders nalatenschap “niet zal aanvaarden”. De notaris had deze mededeling al gedaan, zonder dat zij dit met de kandidaat-notaris had besproken.
De kandidaat-notaris heeft haar benoeming uiteindelijk wél aanvaard, waarmee de mededeling ook onjuist bleek te zijn. Deze handelwijze van de notaris was onzorgvuldig.
5.12. Toen de zus op 2 mei 2022 heeft laten weten het er niet mee eens te zijn dat de kandidaat-notaris haar benoeming niet zou aanvaarden, heeft de notaris in haar antwoord van 4 mei 2022 meegedeeld dat de kandidaat-notaris de benoeming onder voorwaarden wel zal aanvaarden. Daarmee kwam de notaris terug op haar eerdere mededeling van 2 mei 2022, zonder uit te leggen waarom die eerdere mededeling onjuist was en waarom de kandidaat-notaris haar benoeming tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder alsnog kon aanvaarden. Ook deze handelwijze was onzorgvuldig.
5.13. De notaris heeft met het bericht van 4 mei 2022 ook om een andere reden onzorgvuldig gehandeld. In reactie op de bezwaren van de zus heeft de notaris haar voorgesteld “Onder voorwaarde dat u instemt met dit voorstel” dat de kandidaat-notaris haar benoeming tot executeur/ afwikkelingsbewindvoerder zal aanvaarden, maar dan meteen een derde in haar plaats stelt. De mail wordt afgesloten met: “Gelet op het feit dat deze reactie zowel u als uw broer aangaat, heb ik uw broer in de cc van dit bericht opgenomen.” Met deze geciteerde mededelingen heeft de notaris ten onrechte de indruk gewekt dat haar voorstel alleen zou worden uitgevoerd als hiermee werd ingestemd. Door het voorstel alleen aan de zus te richten en slechts in cc aan klager was niet duidelijk of de notaris ook om instemming van klager vroeg.
5.14. Nadat de zus met het voorstel had ingestemd, heeft klager de notaris op
6 mei 2022 laten weten vooralsnog niet in te stemmen met het voorstel. Vervolgens
heeft de notaris klager op 11 mei 2022 meegedeeld dat zijn instemming niet nodig is
en dat daarom tot indeplaatsstelling zal worden overgegaan. De notaris heeft daarbij
verzuimd uit te leggen dat haar formuleringen op 4 mei 2022 een onjuist beeld gaven.
De notaris had van meet af aan duidelijk moeten maken dat de kandidaat-notaris op
grond van moeders testament geen instemming van de erfgenamen nodig had om haar benoeming
te aanvaarden en iemand anders in haar plaats te stellen. De kandidaat-notaris heeft
van deze bevoegdheid uiteindelijk dan ook gebruikgemaakt zonder instemming van klager.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris erkend dat de door haar gekozen
formuleringen “ongelukkig zijn en duidelijker hadden gekund”. Haar uitleg dat zij niet graag dingen achter de rug van cliënten om doet en daarom
om instemming heeft gevraagd, is geen toereikende verklaring om onjuiste informatie
geven.
5.15. Door de aaneenschakeling van onzorgvuldigheden heeft de notaris klager bij herhaling op het verkeerde been gezet. Daarmee heeft zij haar zorgplicht tegenover klager geschonden. Zo is klager eerst voorgehouden dat vanuit het kantoor van de notaris de benoeming tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in moeders nalatenschap niet zal worden aanvaard en is daar later op teruggekomen. Vervolgens is eerst de indruk gewekt dat instemming nodig was, maar (nadat de zus akkoord was en klager nog niet) is de notaris daarop teruggekomen met de mededeling dat instemming niet nodig was. Daarna is tot aanvaarding van de benoeming overgegaan. Met deze handelwijze heeft de notaris - die bekend was met de moeizame verhouding tussen klager en de zus - bovendien onbedoeld bij klager de indruk gewekt dat zij haar oren heeft laten hangen naar de zus. Daarmee heeft zij haar onafhankelijke positie onvoldoende bewaakt.
Conclusie en maatregel
5.16. De klacht tegen de notaris zal, voor zover het gaat om de schending van haar zorgplicht tegenover klager en het onvoldoende bewaken van haar onafhankelijke positie, daarom gegrond worden verklaard. De kamer is van oordeel dat in dit geval niet met een waarschuwing kan worden volstaan, ook al ontbreekt een tuchtrechtelijk verleden. Bij de aaneenschakeling van onzorgvuldigheden zijn twee kernwaarden van een notaris in het geding: de zorgplicht en de onafhankelijkheid. Dit past een notaris niet en de kamer is van oordeel dat de notaris daardoor het vertrouwen heeft geschaad dat klager in haar moet kunnen stellen. Dat maakt een berisping in dit geval passend en geboden.
Proceskosten
Terugbetaling griffierecht
5.17. De notaris moet op grond van artikel 99 lid 5 Wna het door klager betaalde griffierecht van € 50,00 aan hem vergoeden omdat de kamer de klacht gegrond verklaart.
Kostenveroordeling ten behoeve van klager
5.18. De kamer zal de notaris op grond van artikel 103b lid 1 aanhef en onder a Wna en de Richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 veroordelen in de kosten die klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, forfaitair vastgesteld op een bedrag van € 50,00.
5.19. De notaris moet het griffierecht en de hiervoor genoemde kosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden aan klager vergoeden. Klager moet daarvoor tijdig zijn rekeningnummer schriftelijk doorgeven aan de notaris.
Kostenveroordeling ten behoeve van de kamer
5.20. Verder ziet de kamer aanleiding om de notaris op grond van artikel 103b lid 1 aanhef en onder b Wna en de Richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 2.000,00 met een wegingsfactor 1. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot het hanteren van een andere wegingsfactor. De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de kamer moeten worden betaald. De notaris zal hiervoor een nota ontvangen van het LDCR in Utrecht.
6. De beslissing
De kamer:
6.1. verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze is gericht tegen het notariskantoor waaraan de notaris is verbonden;
6.2. verklaart de klacht gegrond voor zover het gaat om de schending van de zorgplicht van de notaris tegenover klager en het onvoldoende bewaken van haar onafhankelijke positie;
6.3. verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
6.4. legt aan de notaris de maatregel van berisping op;
6.5. veroordeelt de notaris tot betaling aan klager van een bedrag van:
- € 50,00 in verband met het genoemde griffierecht;
- € 50,00 in verband met de genoemde kosten van klager,
en bepaalt dat het totaalbedrag moet worden betaald op de wijze en binnen de termijn die hiervoor onder 5.19. is omschreven;
6.6. veroordeelt de notaris tot betaling aan de kamer van een bedrag van € 2.000,00 in verband met de genoemde kosten van behandeling van de zaak en bepaalt dat dit bedrag moet worden betaald op de wijze en binnen de termijn die hiervoor onder 5.20. is omschreven.
Deze beslissing is gegeven door mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter, mr. S.H.L. Baggel, plaatsvervangend rechterlijk lid en mr. M.C. Stout, plaatsvervangend notarieel lid.
Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025 door mr. C.T.M. Luijks, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.