ECLI:NL:TNORDHA:2025:27 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-21, 25-22 en 25-32

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2025:27
Datum uitspraak: 10-12-2025
Datum publicatie: 09-02-2026
Zaaknummer(s): 25-21, 25-22 en 25-32
Onderwerp:
  • Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
  • Personen- en Familierecht, subonderwerp: Overig
Beslissingen: Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: De klacht ziet op het handelen en/of nalaten van notaris [B] in verband met het opstellen van de volmacht van moeder in 2010 en op het handelen en/of nalaten van de notarissen in verband met het testament en volmacht van moeder in 2024. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van deze klacht overweegt de kamer dat zij klager niet aanmerkt als vertegenwoordiger van moeder. Klager heeft nagelaten om moeder in te lichten over deze klachtenprocedure, haar mee te brengen naar de zitting of om een volmacht te overleggen waarbij klager wordt gemachtigd namens haar te klagen. Vast staat dat moeder nog in leven is. Van een eigen belang van klager is niet gebleken. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De kamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 10 december 2025 inzake de klachten onder nummers 25-21, 25-22 en 25-32 van:

[klager],

hierna: klager,

tegen:

[kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats], thans kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],

hierna: de kandidaat-notaris,

gemachtigden: mr. H.P. Hieltjes en M.A. van der Pool, advocaten te Amsterdam,

en

[notaris A],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: notaris [A],

gemachtigden: mr. H.P. Hieltjes en M.A. van der Pool, advocaten te Amsterdam,

en       

[notaris B],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: notaris [B],

allen tezamen te noemen: de notarissen.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klachten, met bijlagen, ingekomen op 5 maart 2025.

1.2       De voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden heeft op 18 april 2025 de president van het gerechtshof te Amsterdam verzocht een andere kamer voor het notariaat aan te wijzen voor de behandeling van de onderhavige klacht tegen notaris [B], omdat de klacht is ingediend tegen de kandidaat-notaris, notaris [A] en notaris [B]. Omdat notaris [B] notaris is te [vestigingsplaats], zou haar klacht in beginsel door de kamer Arnhem-Leeuwarden moeten worden behandeld. De klacht tegen notaris [B] kan niet los worden gezien van de klachten tegen de kandidaat-notaris en notaris [A]. Om redenen van doelmatigheid en proceseconomische redenen acht de president een gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd. Bij beslissing van 23 april 2025 heeft de president van het gerechtshof te Amsterdam op de voet van artikel 99 lid 8 van de Wet op het notarisambt (Wna) de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag aangewezen om zich met de behandeling van voormelde klachten te belasten.

1.3       De kandidaat-notaris en notaris [A] hebben een verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.4       Notaris [B] heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.5       Klager heeft op 9 oktober, 14 oktober en 31 oktober 2025 aanvullende stukken ingediend.

1.6       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2025. Daarbij waren aanwezig klager, notaris [A] en kandidaat-notaris, beiden bijgestaan door mr. Hieltjes en notaris [B]. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Klager heeft een pleitnotitie overgelegd.

2. De feiten

2.1       [C]  (hierna: erflater) en [D] (hierna te noemen: moeder) hebben twee kinderen, te weten klager en de broer van klager [E] (hierna ook: de broer).

2.2       Op 21 mei 2010 heeft notaris [B] een notariële volmacht gepasseerd voor moeder. Erflater was benoemd als eerste gevolmachtigde. [Stichting] (hierna: de Stichting) was benoemd als reservegevolmachtigde onder de opschortende voorwaarde dat door een arts schriftelijk wordt verklaard dat moeder ten gevolge van geestelijk en/of lichamelijk onvermogen haar zaken niet zelf meer kan behartigen.

2.3       Erflater is op 24 februari 2024 overleden.

2.4       Blijkens een medische verklaring van arts Th. Trompetter van 18 september 2024 is moeder wilsbekwaam ten aanzien van het opstellen van een testament en het (mede op eigen verzoek) van kracht worden van de onder 2.2. genoemde notariële volmacht.

2.5       Op 21 oktober 2024 heeft de kandidaat-notaris een gewijzigd testament gepasseerd van moeder.

2.6       Bij beschikking van 19 november 2024 heeft de kantonrechter het verzoek van klager tot onderbewindstelling van moeder afgewezen. De kantonrechter heeft daarbij geoordeeld dat moeder voldoende in staat wordt geacht te bepalen wat zij wil.

2.7       Op 30 december 2024 heeft notaris [A] een notariële volmacht (levenstestament) gepasseerd van moeder. Daarbij is de broer benoemd als gevolmachtigde.

2.8       Bij beschikking van 24 september 2025 heeft het gerechtshof Den Haag de beschikking van de kantonrechter van 19 november 2024 bekrachtigd, nadat moeder ter zitting had aangegeven dat zij de huidige situatie betreurt, zichzelf nog steeds in staat acht om zelf keuzes te maken en graag zou zien dat de broer gevolmachtigde blijft.

3. De klacht

3.1       De broer heeft klager na het overlijden van erflater buitenspel gezet bij de financiële en juridische afhandeling van de nalatenschap van erflater en de zorg voor moeder als ook het beheer van haar financiën.

3.2       Volgens klager is de volmacht uit 2010 nooit formeel herroepen met een notariële herroepingsakte. Notaris [B] heeft deze volmacht niet geactiveerd vanwege de “afstand”, zonder juridische grondslag. Slechts drie weken na haar tweede herseninfarct op 6 juli 2024 heeft moeder het testament gewijzigd, vermoedelijk onder druk van de broer, ten gunste van een legaat voor een kind van zijn vrouw uit een vorig huwelijk. De kandidaat-notaris heeft het testament gepasseerd en een wilsbekwaamheidsonderzoek laten uitvoeren door arts Trompetter, maar Trompetter was er niet van op de hoogte dat de volmacht uit 2010 niet geactiveerd zou worden. Twee dagen na het ontslag van moeder uit het ziekenhuis vanwege het derde herseninfarct is een nieuwe volmacht gepasseerd door notaris [A], waarin de broer werd benoemd tot gevolmachtigde. De volmacht bevat onjuiste informatie, omdat moeder stelt dat er twee getuigen in het verzorgingstehuis langs zijn geweest voor het testament, maar in de volmacht heeft de notaris opgenomen dat moeder voor haar verscheen, wat impliceert dat moeder bij de notaris is langsgegaan. De notarissen hebben mogelijk niet in het belang van moeder gehandeld, maar zich laten leiden door de broer. Tijdens het gesprek met de kandidaat-notaris op 19 februari 2025 werd MS Teams in de ontvangstruimte ingeschakeld. Toen klager vroeg of het gesprek werd opgenomen of dat er iemand meekeek, kreeg hij daarop geen antwoord, maar meldde de kandidaat-notaris zich ziek.

3.3       Klager verwijt de notarissen gebrek aan transparantie. Zij zijn mogelijk misleid door de broer. Klager heeft vragen bij (het onderzoek naar) de wilsbekwaamheid van moeder. De notarissen lijken hun zorgplicht te hebben geschonden door wijzigingen door te voeren zonder volledige toetsing, mogelijk in het belang van de broer.

3.4       Klager verwijt notaris [B] dat zij de volmacht uit 2010 niet formeel heeft herroepen. Zij heeft geweigerd om klager hierover informatie te verstrekken en zij heeft niet meegewerkt om klager duidelijkheid te verschaffen.

3.5       Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij tijdens een onderbewindstellingsprocedure een nieuw testament en of volmacht heeft opgesteld zonder rekening te houden met de volmacht uit 2010. Zij heeft een onderzoek naar de wilsbekwaamheid laten uitvoeren op basis van incorrecte aannames en zij heeft geweigerd om vragen hierover te beantwoorden.

3.6       Klager verwijt notaris [A] dat zij tijdens een aanhangige hoger beroepsprocedure over het verzoek tot onderbewindstelling wijzigingen van de volmacht en het testament van moeder heeft uitgevoerd, in een periode waarin de wilsbekwaamheid ernstig in twijfel moest worden getrokken. De notaris weigert om hierover vragen te beantwoorden.

4. Het verweer

4.1       Volgens notaris [A] en de kandidaat-notaris is klager geen belanghebbende. Moeder is, als comparant bij de akte, nog in leven en klaagt niet zelf over het handelen van de notarissen. Klager klaagt ook niet namens moeder.

4.2       Notaris [B] heeft aangevoerd dat, nadat zij op 21 mei 2010 de volmacht van moeder had gepasseerd, er een einde is gekomen aan haar dienstverlening jegens moeder. Zij heeft gedurende vijftien jaar geen contact gehad met moeder.

5. De beoordeling van de ontvankelijkheid

5.1       Voordat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, moet eerst worden beoordeeld of de klacht ontvankelijk is.

5.2       Op grond van artikel 99 lid 1 Wna kan een ieder die daarbij enig redelijk belang heeft een klacht indienen. Het begrip ‘enig redelijk belang’ moet ruim worden opgevat. De wetsgeschiedenis vermeldt hierover:

“(…) Dit belang kan volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of bestaan uit een belang bij de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Naast de cliënt van de notaris, de KNB en het Bureau kan hierbij, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, worden gedacht aan belangenorganisaties, het openbaar ministerie en instanties die zijn belast met taken die raken aan werkzaamheden van de notaris, zoals gemeenten, de belastingdienst of het kadaster. Er geldt dan ook een ruim belanghebbendenbegrip: een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd; ter ondersteuning van de corrigerende functie van het tuchtrecht en het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep. (…)” (Kamerstukken II, 2009-2010, 32 250, nr. 3, p. 26-27).

5.3       Uit het voorgaande volgt dat de indiening van een klacht hetzij direct, hetzij indirect of afgeleid, verband dient te houden met het eigen belang van degene die de klacht indient. Zoals vermeld, ziet de klacht op het handelen en/of nalaten van notaris [B] in verband met het opstellen van de volmacht van moeder in 2010 en op het handelen en/of nalaten van de notarissen in verband met het testament en volmacht van moeder in 2024.

5.4       Klager heeft gesteld belanghebbende te zijn, omdat de volmacht rechtstreeks betrekking heeft op de rechtspositie van moeder, haar vermogen en de afwikkeling van de nalatenschap van erflater, waarvan klager mede-erfgenaam is.

5.5       Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van deze klacht overweegt de kamer dat zij klager niet aanmerkt als vertegenwoordiger van moeder. Klager heeft nagelaten om moeder in te lichten over deze klachtenprocedure, haar mee te brengen naar de zitting of om een volmacht te overleggen waarbij klager wordt gemachtigd namens haar te klagen. Zowel arts Trompetter in september 2024 als de kantonrechter in november 2024 hebben geconcludeerd dat moeder voldoende in staat is haar wil te bepalen. Het gerechtshof heeft de beslissing van de kantonrechter bevestigd op 24 september 2025, ofwel een half jaar na het indienen van de klacht. Daarom gaat de kamer ervan uit dat moeder zelf een klacht had kunnen indienen tegen de notarissen als zij dat had gewild en dat klager dat dus niet buiten haar om namens haar kan doen.

5.6       Vervolgens is de vraag aan de orde of klager zelf voldoende belang heeft bij de klacht. Klager heeft gesteld dat hij als mede-erfgenaam in de nalatenschap van erflater belanghebbende is. Op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater is de wettelijke verdeling van toepassing. Dit betekent dat klager en zijn broer samen met moeder weliswaar erfgenamen zijn van erflater, maar dat moeder over de erfenis van erflater mag beschikken. De kinderen van erflater (klager en de broer) hebben wel recht op een deel van de erfenis – hun wettelijk erfdeel – maar zij krijgen dit nog niet. Zij krijgen dit pas als de langstlevende ouder (moeder) overlijdt. Vast staat dat moeder nog in leven is. Het handelen of nalaten van de notarissen waarover klager klaagt ziet ook niet op het afhandelen van deze nalatenschap. Van een eigen belang van klager is niet gebleken. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De kamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht tegen de notarissen niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, S.L.M. Staals en M. Zwankhuizen, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.