ECLI:NL:TNORDHA:2025:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-23

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2025:21
Datum uitspraak: 17-09-2025
Datum publicatie: 11-11-2025
Zaaknummer(s): 25-23
Onderwerp: Registergoed, subonderwerp: leveringsakte
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De notaris heeft onderzocht en mocht op grond van dat onderzoek aannemen dat het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE om het B-gebied te kopen rechtsgeldig was genomen, namelijk in het kader van het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en met een versterkte meerderheid. De notaris was daarmee gehouden de door de VvE verlangde werkzaamheden uit te voeren. Dat klaagster het niet met de koop eens was maakt dat niet anders. De klacht is ongegrond.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 17 september 2025 inzake de klacht onder nummer 25-23 van:

[klaagster],

hierna: klaagster,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1 De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 13 maart 2025.

1.2 De kamer heeft het antwoord van de notaris ontvangen.

1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Daarbij waren aanwezig klaagster en de notaris. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt.

2. De feiten

2.1 Het landgoed [naam] te [vestigingsplaats], een bunkercomplex waarvan een aantal bunkers in gebruik is als recreatieverblijf, is gesplitst in appartementsrechten bij notariële akte van 5 juli 2013, opgemaakt door de notaris. In de akte is tevens een vereniging van eigenaars opgericht, genaamd Vereniging van Eigenaren [Vve] (hierna: de VvE) en is het reglement van splitsing vastgesteld, te weten het ‘Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 2006’. In artikel 42 lid 3 en 4 van dat reglement is bepaald:

“De vereniging heeft ten doel het beheer van het gebouw en de grond en het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de eigenaars. Ter bereiking van haar doel kan de vereniging een appartementsrecht of een ander registergoed in eigendom verkrijgen (…).”

2.2 Klaagster is in april 2024 eigenaar geworden van het appartementsrecht recreatieverblijf/ bunker nummer [X] op het [ naam landgoed] in [plaats] (hierna ook: het appartementsrecht).

2.3 Tijdens een vergadering van de VvE op 3 augustus 2024 is gestemd over de koop van een stuk natuurgrond van 19.000 m² (hierna ook: het B-gebied) door de VvE. De VvE heeft daarbij met een versterkte meerderheid van stemmen besloten het B-gebied te kopen voor een bedrag van € 145.000,-, waarbij iedere appartementseigenaar een bedrag van € 4.143,-, zijnde een 35-ste deel van de koopsom, bijdraagt.

2.4 Klaagster was niet bij deze vergadering aanwezig. Voorafgaand aan de vergadering heeft klaagster bij de VvE aangegeven geen mede-eigenaar te willen worden van het perceel natuurgrond, omdat volgens haar de aankoop van de grond niet noodzakelijk was voor de VvE, er een ander bestemmingsplan op de grond rust en er binnen de VvE ruim elf jaar zonder deze grond is gerecreëerd.

2.5 Klaagster heeft vervolgens aan de notaris kenbaar gemaakt dat zij het niet eens was met het besluit tot aankoop en heeft vragen gesteld. De notaris heeft deze vragen beantwoord.

2.6 De notaris heeft op 5 november 2024 de akte van levering van het B-gebied gepasseerd.

2.7 Op 18 november 2024 heeft de notaris onder meer geschreven:

“In de ALV van de VVE is een rechtsgeldig besluit genomen tot aankoop van een stuk grond door de Vereniging van Eigenaars. Uit de statuten is niet gebleken dat de Vereniging niet bevoegd zou zijn een stuk grond te kopen voor- en in het belang van de VVE.

Het ging om een besluit waarvoor een versterkte meerderheid van stemmen nodig was en die is ruimschoots gehaald. Alle appartementseigenaren behalve [klaagster], hebben een zelfde bedrag betaald (circa € 4.800) zodat de Vereniging deze grond zou kunnen kopen. [klaagster] weigerde te betalen. Het bestuur van de VVE heeft toen [klaagster] aangeboden dat zij het bedrag schuldig zou mogen blijven (ten titel van lening) tot het moment dat zij haar appartementsrecht verkoopt”.

3. De klacht

3.1 Volgens klaagster had de notaris vanwege haar onpartijdigheid moeten zoeken naar een passende oplossing voor alle partijen. Het perceel grond had kunnen worden aangekocht alleen door diegenen die dat wensten. Klaagster heeft gevraagd of het handelen van de notaris in overeenstemming is met de eed die zij heeft afgelegd.

3.2 De VvE was niet opgericht met het doel om grond aan te kopen. Klaagster vraagt zich af wanneer de aankoop van grond in het belang is van een VvE en of de VvE grond kan aankopen en op die manier alle eigenaars kan verplichten om bij te dragen in de kosten daarvan. Zij heeft verder gevraagd of zij tegen haar wil mede-eigenaar kan worden gemaakt van de grond.

3.3 Klaagster wil verder weten of de notaris tegen de wil van klaagster een lening mocht sluiten op de recreatiewoning. Klaagster is niet geraadpleegd en is niet op de hoogte van de inhoud en de consequenties daarvan. Verder wordt er gesproken over verschillende bedragen (de VvE: € 4.143,- en de notaris: 4.800,-). Klaagster vraagt zich af welke informatieplicht rust op de notaris.

4. Het verweer

4.1 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 De Kamer heeft de vragen en opmerking van klaagster opgevat als een klacht tegen de notaris. Daarmee staat ter beoordeling van de kamer of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2 De notaris heeft onderzocht en mocht op grond van dat onderzoek aannemen dat het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE om het B-gebied te kopen rechtsgeldig was genomen, namelijk in het kader van het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en met een versterkte meerderheid. De notaris was daarmee gehouden de door de VvE verlangde werkzaamheden uit te voeren.

5.3 Dat klaagster het niet met de koop eens was maakt dat niet anders. Dat maakt immers het besluit niet zonder meer ongeldig en leidt er evenmin toe dat de notaris verplicht was om zich een oordeel te vormen over het standpunt en de argumenten van klaagster of te ‘zoeken naar een passende oplossing voor alle partijen’. Het is onder de gegeven omstandigheden niet aan de notaris, maar aan de rechter om de afweging te maken of de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars daadwerkelijk zijn gediend met de koop van het B-gebied door de VvE. De notaris heeft klaagster dan ook terecht erop gewezen dat zij zich moest wenden tot de VvE en eventueel het oordeel van de rechter kon vragen over deze kwestie. Zij heeft daarmee voldoende oog gehad voor de belangen van klaagster. Gezien deze ministerieplicht was van de notaris niets meer te verwachten.

5.4 De verdere punten die klaagster heeft opgeworpen leiden niet tot een ander oordeel. De klacht is ongegrond.

BESLISSING

De Kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, L.R. Lard en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.