ECLI:NL:TNORDHA:2025:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-60

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2025:20
Datum uitspraak: 17-09-2025
Datum publicatie: 11-11-2025
Zaaknummer(s): 24-60
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Echtscheiding/verdeling
Beslissingen: Klacht gegrond zonder maatregel
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt de notaris dat hij tijdens een bespreking in aanwezigheid van de kopers de verdeling van de verkoopopbrengst tussen klaagster en de man aan de orde heeft gesteld. Voldoende staat vast dat de notaris tijdens de passeerafspraak in bijzijn van de kopers heeft opgemerkt dat er sprake was van “een issue met de afrekening”. Onenigheid tussen de verkopers onderling regardeerde de kopers niet en was ook niet op enige wijze van belang voor de transactie tussen kopers en verkopers. Door zijn opmerking daarover heeft de notaris zijn geheimhoudingsplicht geschonden. De klacht is gegrond zonder oplegging van een maatregel.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 17 september 2025 inzake de klacht onder nummer 24-60 van:

[klaagster]

gemachtigde: mr. J. Dongelmans, advocaat te Nieuwerkerk aan den IJssel,

hierna: klaagster,

tegen:

[notaris]

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. M.C.J. Höfelt, advocaat te Amsterdam,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1 De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 24 december 2024.

1.2 De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.

1.3 Klaagster heeft op 30 juni 2025 aanvullende stukken ingediend.

1.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Daarbij waren aanwezig klaagster, bijgestaan door mr. Dongelmans, en de notaris bijgestaan, door mr. Höfelt. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Beide partijen hebben pleitnotities overgelegd.

2. De feiten

2.1 Klaagster was gehuwd met [A] (hierna: de man). Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 1 juli 2022 is de echtscheiding uitgesproken en vervolgens ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2 Klaagster en de man hadden op 20 mei 2022 tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank afspraken gemaakt over de verkoop van de echtelijke woning aan [adres] (hierna: de woning) die sinds augustus 2021 te koop stond en over hun huwelijksvoorwaarden. Deze afspraken waren vastgelegd in een proces-verbaal van 20 mei 2022 (hierna: het proces-verbaal).

2.3 Na diverse procedures over de verkoop van de woning heeft de man in september 2023 de woning verlaten.

2.4 In mei 2024 is de woning weer op Funda gezet en op 16 juni 2024 is de woning verkocht voor een bedrag van € 1.325.000,-.

2.5 Het notariskantoor heeft de opdracht gekregen voor het opstellen van de akte van levering. Het dossier was in behandeling bij [B], kandidaat-notaris op het notariskantoor van de notaris (de kandidaat-notaris).

2.6 In augustus 2024 heeft de advocaat van klaagster telefonisch contact opgenomen met de kandidaat-notaris over de verdeling van de verkoopopbrengst. Klaagster verzocht de kandidaat-notaris om in afwijking van het proces-verbaal de verkoopopbrengst bij helfte te verdelen.

2.7 Op 21 november 2024 heeft de kandidaat-notaris klaagster telefonisch bericht dat hij ervan uitging dat de verdeling van de verkoopopbrengst zou geschieden overeenkomstig het proces-verbaal.

2.8 Op 28 november 2024 heeft de advocaat van klaagster per e-mail aan de kandidaat-notaris benadrukt dat zij niet instemt met verdeling van de verkoopopbrengst anders dan bij helfte.

2.9 Op 29 november 2024 heeft de kandidaat-notaris de conceptakte van levering en de nota van afrekening naar klaagster en de man gestuurd.

De man maakte diezelfde dag bezwaar tegen de verdeling bij helfte. De notaris heeft vervolgens een depot voorgesteld.

2.10 Diezelfde middag ontving de advocaat van klaagster van de kandidaat-notaris een nieuwe nota van afrekening, waarin uitvoering werd gegeven aan de afspraken zoals vermeld in het proces-verbaal en de beschikking van de rechtbank van 1 juli 2022.

2.11 Later die middag heeft een advocaat van de man, [C], namens de man alsnog nakoming van de op 20 mei 2022 gemaakte afspraken gevorderd.

2.12 Op 2 december 2024 waren klaagster, de man en de kopers aanwezig tijdens de bespreking ten behoeve van de levering. Zowel de notaris als de kandidaat-notaris waren aanwezig. Tussen kopers en verkopers ontstond er een discussie naar aanleiding van de inspectie over de garagedeur en kasten. Nadat de discussie was opgelost heeft de notaris de akte van levering van de woning gepasseerd.

2.13 Na het passeren van de akte is op verzoek van klaagster conservatoir beslag gelegd op de verkoopopbrengst.

3. De klacht

3.1 Klaagster verwijt de notaris dat hij tijdens de bespreking op 2 december 2024 in aanwezigheid van de kopers de verdeling van de verkoopopbrengst tussen klaagster en de man aan de orde heeft gesteld. Meerdere malen heeft klaagster vanwege privacy de notaris gevraagd daarmee op te houden, maar de notaris gaf daar geen gehoor aan. Het leek erop dat het oplossen van het probleem van de notaris wat er met de gelden moest gebeuren belangrijker was dan de privacy van klaagster.

Volgens klaagster was het beter geweest als de notaris in augustus 2024 was ingegaan op het bericht van de advocaat van klaagster over deze kwestie. Dat was niet gebeurd, want de kandidaat-notaris reageerde met: “dat partijen dat zelf maar moesten oplossen. Daar waren zij niet voor.”

3.2 Door het wisselend optreden van de notaris en de kandidaat-notaris is door het opstellen van verschillende mogelijke nota’s van afrekening onnodig verwarring gezaaid en is er niet onpartijdig opgetreden. De laatst bij klaagster bekende aflossingsnota was gebaseerd op de visie van de man.

3.3 De notaris had de verkoopopbrengst in depot moeten zetten. Na het gelegde conservatoir beslag bleek dat echter niet meer nodig.

3.4 De notaris heeft de privacy van klaagster geschaad en door het partijdige handelen van de notaris is het vertrouwen van klaagster in het notariaat geschaad.

4. Het verweer

4.1 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2 Op grond van artikel 22 lid 1 Wna is een notaris in beginsel verplicht tot geheimhouding van alle informatie waarvan hij/zij uit hoofde van zijn/haar werkzaamheden als zodanig kennis neemt.

5.3 Voldoende staat vast dat de notaris tijdens de passeerafspraak in bijzijn van de kopers heeft opgemerkt dat er sprake was van “een issue met de afrekening”. Onenigheid tussen de verkopers onderling regardeerde de kopers niet en was ook niet op enige wijze van belang voor de transactie tussen kopers en verkopers. Door zijn opmerking daarover heeft de notaris zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Dit klachtonderdeel is gegrond.

5.4 Het verwijt dat de notaris partijdig zou hebben gehandeld is niet verder onderbouwd noch is daarvan anderszins gebleken. Vanwege de onpartijdigheid is het optreden van een notaris als bemiddelaar bij een conflict beperkt. In augustus 2024 kon de kandidaat-notaris niet anders dan klaagster en de man erop wijzen dat zij zelf tot een oplossing betreft de verdeling van de opbrengst moesten komen. Dat klaagster ervoor heeft gekozen om pas na de levering een procedure te voeren over de verdeling van de verkoopopbrengst is de notaris niet aan te rekenen.

Voor zover het verwijt erop ziet dat de notaris tijdens de bespreking meer aandacht aan klaagster zou hebben besteed dan aan de man, slaagt het niet. Een bespreking bij een notaris gaat niet om een gelijke verdeling van tijd of aandacht - nog daargelaten het veelal subjectieve karakter van het gevoel over de hoeveelheid ontvangen aandacht - maar van een juiste voorlichting van alle betrokken partijen en een vaststellen van de daadwerkelijke wensen en wil van partijen. Dat de ene aanwezige meer aandacht behoeft, vraagt of krijgt, maakt een ongelijke verdeling daarvan, zo die al voldoende objectief vast te stelen is, niet klachtwaardig. Van bijzondere omstandigheden die dat anders maken is in dit geval niet gebleken.

5.5 Bij het oordeel over de maatregeloplegging is uitgangspunt dat de notaris zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Dat is een kernwaarde van het notariaat. Die schending was echter zeer beperkt: in algemene termen werd onenigheid over de verkoopopbrengst genoemd. Niet is aannemelijk geworden dat de notaris door die mededeling klaagster enerzijds of haar man anderzijds in een kwaad daglicht heeft gezet of heeft benadeeld. Hoewel het kopers niet aanging, was het een kwestie die nauw samenhangt met de transactie tussen kopers en verkopers. Duidelijk is dat die samenhang en de drukte op kantoor maakten dat de notaris de kwestie toen heeft willen afhandelen. Daarover merkt de kamer op dat ook de decemberdrukte op een notariskantoor deze mededeling niet rechtvaardigt. Verder weegt de kamer mee dat de notaris – kort gezegd – heeft erkend dat hij niet in het bijzijn van de kopers had moeten spreken over de verdeling en dat hij dat in het vervolg anders zal doen.

5.6 Naar het oordeel van de kamer is, ondanks de grote waarde die gehecht moet worden aan de geheimhoudingsplicht, dit concrete handelen van de notaris in deze concrete situatie, meewegende zijn houding ter zitting, niet dusdanig dat het de oplegging van een maatregel rechtvaardigt.

6. Griffiekosten

6.1 Omdat de Kamer de klacht gegrond verklaart, dient de notaris op grond van artikel 99, vijfde lid, van de Wna het door klaagster betaalde griffierecht van € 50,00 aan haar te vergoeden.

6.2 De notaris dient het griffierecht binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klaagster te vergoeden. Klaagster dient daarvoor tijdig haar rekeningnummer schriftelijk door te geven aan de notaris.

BESLISSING

De Kamer voor het notariaat:

  • verklaart de klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel;
  • veroordeelt de notaris tot betaling van het griffierecht van € 50,00 aan klaagster.

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.H.M. Smelt, voorzitter, L.R. Lard en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.