ECLI:NL:TNORDHA:2025:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-9

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2025:19
Datum uitspraak: 17-09-2025
Datum publicatie: 11-11-2025
Zaaknummer(s): 25-9
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt de notaris dat hij het testament van erflater niet had mogen passeren. Hij is daarbij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht c.q. zorgplicht door na te laten op zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen, alsmede te beoordelen of sprake was van vrije wilsvorming.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 17 september 2025 inzake de klacht onder nummer 25-9 van:

[klaagster],

gemachtigde: mr. D.J.P. van Barneveld, advocaat te Oosterbeek,

hierna: klaagster,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. E.M. van Orsouw, advocaat te Amsterdam,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1 De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 10 februari 2025.

1.2 De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.

1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Daarbij waren aanwezig klaagster, bijgestaan door mr. D.J.P. van Barneveld, en de notaris, bijgestaan door mr. E.M. van Orsouw. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Beide partijen hebben pleitnotities overgelegd.

1.4 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kamer de notaris achter gesloten deuren een aantal vragen gesteld, omdat de beantwoording daarvan binnen de geheimhoudingsplicht van de notaris zou vallen. Het deel van de schriftelijke aantekeningen dat op die vragen ziet is aan dezelfde geheimhouding onderhevig.

2. De feiten

2.1 De grootouders van klaagster en broer [A] (hierna: broer) hadden drie kinderen, te weten de vader van klaagster en haar broer, oom [B] en oom [C] (hierna: erflater). De drie broers waren enig erfgenamen in de nalatenschappen van hun ouders. De vader van klaagster en haar broer is overleden, evenals de moeder. Klaagster en haar broer zijn enig erfgenamen van hun grootouders.

2.2 Op 7 februari 2022 is oom [B] overleden. Op 17 februari 2022 is erflater overleden. Beide ooms woonden in het huis van de grootouders aan de [adres] en hadden geen partner of kinderen. Zonder testament zouden klaagster en de broer erfgenamen bij versterf zijn van erflater.

2.3 Bij testament van 6 maart 1981 hebben erflater en oom [B] elkaar tot enig erfgenamen benoemd.

2.4 Op 17 februari 2022 heeft de notaris thuis bij erflater een testament gepasseerd waarbij erflater buren [D] en [E] (hierna: de buren) tot zijn enig erfgenamen heeft benoemd. De notaris is benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder.

3. De klacht

3.1 Klaagster verwijt de notaris het volgende:

- de notaris had het testament van erflater niet mogen passeren;

- de notaris is tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht c.q. zorgplicht door na te laten op zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen, alsmede te beoordelen of sprake was van vrije wilsvorming;

- de notaris heeft nagelaten om zijn werkwijze ter zake het passeren van het testament op adequate wijze vast te leggen;

- de notaris heeft in de gegeven omstandigheden ten onrechte geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het testament in het bijzijn van getuigen te passeren;

- na het overlijden van erflater heeft de notaris onduidelijkheid laten bestaan over zijn rol en heeft hij niet onafhankelijk en onpartijdig opgetreden.

3.2 Uit het huisartsenjournaal blijkt dat er in de ochtend van 17 februari 2022 palliatieve sedatie was gestart en er morfine en midazolam was voorgeschreven en opgehaald van de apotheek. De medische situatie van erflater verslechterde snel. De notaris kwam rond 13.30 uur langs voor het passeren van het testament en om 17.00 uur is erflater overleden. Uit verklaringen van twee medische deskundigen volgt: “ik acht hem in zijn stervensfase vanwege Covid-19, op de middag van zijn sterfdag, kort voor zijn overlijden niet meer wilsbekwaam” en “dat de heer [C] op het moment dat de notaris het testament besprak in diens laatste levensuren, toch in elk geval in een delirante situatie verkeerde waarbij het hoogst onwaarschijnlijk moet worden geacht dat hij geestelijk in staat zou zijn geweest zijn belangen goed te beoordelen”.

3.3 De notaris is tekortgeschoten in de dossiervoering. De aantekeningen die zijn gemaakt door de notaris op de datum van het passeren van het testament zijn zeer summier. Niet is gebleken dat de notaris enig onderzoek heeft verricht naar de medische toestand van erflater. Het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening (hierna: Stappenplan) geeft voorbeelden van vragen die door een notaris kunnen worden gesteld. Deze of vergelijkbare vragen zijn niet gesteld. Verder blijkt uit de aantekeningen van de notaris niet of erflater in eigen bewoordingen tijdens het passeren heeft verklaard dat hij klaagster en de broer wilde onterven en zo ja, of de notaris heeft getoetst of de beweegredenen helder en consistent waren.

In een reactie op vragen van de advocaat van de broer berichtte de notaris op 16 juli 2023 in een e-mailbericht het volgende:

“Donderdag werd ons kantoor ingelicht dat het met de gezondheid van de heer [C] heel erg snel achteruit ging. Ik heb mijn afspraken in mijn kantooragenda laten afzeggen en ben gelijk naar de heer [C] gereden. Ik heb de inhoud van het testament met hem doorgelopen en na zijn instemming het testament gepasseerd”.

Hieruit blijkt niet dat de notaris onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid van erflater. Er waren indicatoren uit het Stappenplan op grond waarvan de notaris nader onderzoek had moeten verrichten naar de wilsbekwaamheid.

3.4 Het is onbegrijpelijk en ongeloofwaardig dat erflater uitsluitend om fysieke redenen niet in staat was om het testament te ondertekenen. Hij mankeerde niets aan zijn handen. Als erflater te zwak zou zijn geweest, had de notaris ervoor moeten zorgen dat er getuigen aanwezig waren bij het passeren. Erflater had geen concepttestament ontvangen voorafgaand aan het passeren.

3.5 De notaris is onvoldoende alert geweest op mogelijke beïnvloeding door derden, met name door de buren. De contacten tussen de ooms en de buren waren tot korte tijd voor hun overlijden beperkt. Toen zij ziek werden hebben de buren voor hen gezorgd en zij regelden vrijwel alles, zodat de familie en andere buren zoveel mogelijk buiten de deur werden gehouden. In de week na het overlijden van oom [B] is de reguliere thuiszorg opgezegd door de buren en is 24-uurs zorg geregeld via [organisatie], een organisatie waar buurvrouw [E] werkzaam was als verpleegkundige. Bij het regelen van de uitvaart werd in strijd met de wens van erflater een bevriende uitvaartonderneming van de buren ingeschakeld. Erflater was afhankelijk van de buren.

De notaris had extra alert moeten zijn, want het waren de buren die een afspraak voor erflater maakten voor het opstellen van een levenstestament en een testament. Vermoedelijk is de notaris door de buren op 17 februari 2022 gebeld dat de toestand van erflater ernstig verslechterde.

3.6 De notaris vervulde diverse taken. Hij was passerend notaris, boedelnotaris, executeur, afwikkelingsbewindvoerder, partij bemiddelend notaris, opsteller van de vaststellingsovereenkomst (VSO) en opsteller van de registratie akte (partiële verdelingsakte). Dit heeft geleid tot onduidelijkheid bij klaagster over de precieze rol van de notaris en tot vreemde communicatie tijdens het schikkingsproces. Klaagster voelde zich misleid waarbij de notaris niet onafhankelijk en onpartijdig was. Ook was de notaris inconsistent in zijn communicatie. De ene keer gaf hij aan te overleggen met de buren en de andere keer wilde hij de schikking doorduwen.

4. Het verweer

4.1 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2 Klaagster was geen cliënt van de notaris, maar een derde. Op alles waarvan de notaris uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis heeft genomen rust een geheimhoudingsplicht. Die geldt ook jegens klaagster. Omdat de notaris zich heeft beroepen op zijn geheimhoudingsplicht, heeft de kamer hem, (deels) buiten aanwezigheid van klaagster, gehoord. Voor zover van belang heeft de kamer dit meegenomen in de beoordeling.

5.3 De kamer stelt het volgende voorop. Als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken. Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen. Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen. Volgens vaste jurisprudentie moet bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt. Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen.

5.4 Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking. In het Stappenplan staan indicatoren vermeld die aanleiding kunnen zijn voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Indien een notaris - ook al heeft hij kennis van het bestaan van een of meer indicatoren - geen aanleiding behoeft te hebben om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt, dan hoeft hij het Stappenplan niet te volgen. Van belang hierbij is onder meer de indruk die een cliënt in een gesprek maakt. Ook als achteraf uit een rapport van een deskundige of getuigenverklaringen valt af te leiden dat een cliënt op het moment van een bespreking of passeren van de akte (mogelijk) niet als wilsbekwaam kon worden aangemerkt, betekent dit nog niet zonder meer dat dit ook aan de notaris duidelijk had moeten zijn geweest. Of dit zo is, hangt af van de omstandigheden van het geval.

5.5 Het is ook de verantwoordelijkheid van de notaris om te waken voor de vrije en onafhanke-lijke wilsvorming van een testateur. De notaris dient dan ook al het nodige te doen om zich ervan te vergewissen dat de testateur bij het vormen en uiten van zijn wil niet op ongewenste wijze is beïnvloed door (de aanwezigheid van) een derde. Het is aan de notaris overgelaten om te bepalen op welke wijze hij uitvoering geeft aan deze verplichting. Een notaris voldoet in beginsel aan deze verplichting indien hij op enig moment bij de voorbereiding of het passeren van het testament met de testateur afzonderlijk de relevante aspecten van het testament bespreekt. Van de notaris die daarvoor niet kiest, mag worden verwacht dat hij zijn keuze en de daarbij gemaakte afwegingen achteraf (als daarover vragen rijzen) kan verantwoorden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

5.6 Het is niet aan de kamer om te beoordelen of erflater ten tijde van het passeren van het testament wilsbekwaam was en of erflater zijn wil vrij en onafhankelijk heeft gevormd. Het gaat in deze klachtprocedure om de vraag of de notaris in de gegeven omstandigheden moest twijfelen aan de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van erflater en of hij in dat verband zorgvuldig heeft gehandeld.

5.7 De kamer is van oordeel dat niet gebleken is dat de notaris onzorgvuldig is geweest in zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater bij de totstandkoming en het passeren van het testament. Het enkele gegeven dat de gezondheidssituatie van erflater zeer slecht was, is onvoldoende voor het oordeel dat de notaris gerede twijfel had moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van erflater.

5.8 Uit het verweer en de verklaring ter zitting is gebleken dat de notaris allereerst op 11 februari 2022 thuis aan de keukentafel bij erflater ruim de tijd heeft genomen door anderhalf uur met erflater onder vier ogen te spreken over een levenstestament en een testament. Bij binnenkomst liet de verzorgster de notaris weten dat erflater “100% bij de tijd was”. Erflater wist waarom de notaris langskwam en was in staat de familiegeschiedenis en alle daarbij behorende feiten en data te benoemen die allemaal (achteraf) bleken te kloppen. De wijziging die erflater wenste was eenvoudig van aard en goed te overzien. Erflater wilde al geruime tijd zijn testament wijzigen, maar het was er niet van gekomen. Deze omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat de notaris in zijn uitgebreide aantekeningen heeft vermeld: “messcherpe indruk”. Erflater heeft volstrekt helder, duidelijk en uitvoerig zijn motieven voor de wijziging van zijn testament met de notaris gedeeld, aldus de notaris. Erflater wenste wel een concept van het levenstestament te ontvangen, maar geen concept van het testament, omdat dat kon gaan rondslingeren in huis.

5.9 Voorts blijkt voldoende dat de notaris op 17 februari 2022 met spoed werd opgeroepen, omdat de gezondheid van erflater snel verslechterde. Erflater lag in bed en was fysiek zwak, maar herkende de notaris. Erflater was in staat te communiceren met de notaris en hij maakte duidelijk dat hij nog steeds achter de wijziging van zijn testament stond. De notaris heeft een open vraag gesteld over het opnemen van legaten. Erflater vond dit niet nodig. Omdat er in de tussenliggende zes dagen geen aanwijzingen waren waardoor de notaris diende te twijfelen aan de wilsbekwaamheid heeft hij het testament gepasseerd. Omdat erflater fysiek te zwak was om te tekenen is het slot van de akte aangepast en is het testament alleen door de notaris ondertekend.

Erflater was tijdens beide besprekingen consistent in zijn wensen en kon duidelijk zijn eigen beweegredenen goed verwoorden en motiveren, ook wat hij niét wilde. Er was geen enkele aanwijzing dat er sprake was van enige druk of beïnvloeding door derden.

5.10 De notaris heeft zich er dan ook op voldoende zorgvuldige wijze van vergewist dat de wijziging van het testament erflaters daadwerkelijke wens was en dat hij de gevolgen van deze wijziging kon overzien. Nu de notaris, bekend met de verslechterde gezondheidstoestand van erflater, na zijn uitgebreide besprekingen geen twijfel had over de wilsbekwaamheid en ook bij het passeren concrete aanwijzingen had dat erflater hem herkende en dat erflater wist waarover en wat hij verklaarde, hoefde hij het Stappenplan niet te volgen en was nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater niet nodig. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

5.11 Voor de notaris was er geen aanleiding om het testament in het bijzijn van getuigen te passeren. De aanwezigheid van getuigen is niet verplicht en de betrokkenheid van de notaris waarborgde voldoende dat de vastlegging van de uiterste wilsbeschikking zoveel mogelijk aansloot bij de wil van erflater. De kamer acht dit verweer steekhoudend. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

5.12 Het verwijt dat de notaris niet duidelijk was over zijn rol is door klaagster niet verder onderbouwd. Omdat er concrete situaties ontbreken die dit verwijt verder ondersteunen, is dit klachtonderdeel ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.H.M. Smelt, voorzitter, L.R. Lard en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.