ECLI:NL:TNORARL:2025:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445564 / KL RK 24-181

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2025:41
Datum uitspraak: 12-12-2025
Datum publicatie: 05-01-2026
Zaaknummer(s): C/05/445564 / KL RK 24-181
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: klacht over afwikkeling van een nalatenschap door de notaris. Erfgenamen (waaronder klaagster) hebben de notaris een volledige en onherroepelijke boedelvolmacht gegeven. Daarmee mocht de notaris naar eigen inzicht afwikkelen. Niettemin heeft de notaris klaagster wel hierbij betrokken. De notaris heeft niet de uitbetaling van het erfdeel afhankelijk gesteld van de goedkeuring van klaagster op de rekening en verantwoording van de notaris. Klacht ongegrond.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/445564 / KL RK 24-181

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[naam klaagster],

wonende te [plaats],

klaagster,

gemachtigde: mr. E. Lievense te Den Haag,

tegen

[naam notaris],

notaris te [plaats],

gemachtigde: mr. M.P.L.M. Buijsrogge te Arnhem.

Partijen worden hierna respectievelijk klaagster en de notaris genoemd.

1.         Het verloop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

-     de klacht met bijlagen 1 tot en met 32, ingekomen op 19 december 2024,

-     het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 5 van de notaris, ingekomen op 14 februari 2025,

-     de aanvullende bijlage 33 van klaagster, ingekomen op 23 mei 2025,

-     de aanvullende bijlagen 6 en 7 van de notaris, ingekomen op 16 oktober 2025,

-     de aanvullende bijlagen 34 tot en met 36 van klaagster, ingekomen op 20 oktober 2025.

1.2.      De klachtzaak is ter zitting van 31 oktober 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen enerzijds klaagster, bijgestaan door mr. Lievense, en anderzijds de notaris, bijgestaan door mr. Buijsrogge.

2.         De feiten

2.1.      De moeder van klaagster is op 16 februari 2023 overleden. De moeder heeft in haar testament haar vier kinderen (waaronder klaagster) ieder voor een gelijk deel tot erfgenaam benoemd. Omdat een broer van klaagster is vooroverleden, is de neef van klaagster in diens plaats getreden.

2.2.      De afwikkeling van de nalatenschap is in het testament opgedragen aan notaris

[A], die de executele heeft aanvaard en feitelijk heeft laten uitvoeren door notarisklerk mevrouw [B] (hierna: [B]). Vanwege geschillen tussen de erfgenamen heeft [A] de notaris benaderd. De notaris heeft vervolgens (bij akte indeplaatsstelling van 8 mei 2023) als executeur de afwikkeling van de nalatenschap overgenomen.

2.3.      Klaagster heeft op 25 april 2023 aan de notaris een volledige en onherroepelijke boedelvolmacht gegeven. Ook de andere erfgenamen hebben deze volmacht gegeven.

2.4.      De notaris heeft bij brief van 1 juni 2023 zichzelf geïntroduceerd bij de erfgenamen en hen geïnformeerd over de verdere afwikkeling van de nalatenschap. De brief luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)

Ontruiming woning

Ik heb inmiddels op kantoor de sieraden en wat andere spullen die mevrouw [B] op kantoor had. Daarnaast heb ik begrepen dat de inboedel nog niet is verdeeld. Ik zal binnenkort naar de woning gaan en de spullen die erin staan inventariseren en fotograferen. Daarna ontvangt u van mij een lijst met de te verdelen spullen waarop u kunt intekenen. Voor zover er spullen zijn waarin meerderen van u geïnteresseerd zijn zal ik u berichten kunt u eenmalig een bod uitbrengen. Degene met het hoogste bod krijgt het betreffende item toegedeeld. Het bedrag zal alsdan verrekend worden met uw erfdeel. Aansluitend zal er een afhaaldag ingepland worden waarop u de spullen kunt ophalen. (…)

Voor wat betreft de sieraden, de waardevolle stukken zal ik laten taxeren. Ook hiervoor kunt u dan uw keuze kenbaar maken en zal het op dezelfde wijze gaan zoals hiervoor beschreven. Mocht u de enige zijn die het sieraad kiest, dan zal de waarde hiervan eveneens met uw erfdeel verrekend worden.

Graag verneem ik van u allen of u al dan niet geïnteresseerd bent in spullen uit de woning en/of sieraden voor 10 juni aanstaande.

Boedelbeschrijving

Zodra voor mij alles duidelijk is zal ik een voorlopige boedelbeschrijving maken en deze aan u toesturen. (…)

(…)

Slot

Voor mijn werkzaamheden zal ik mijn uurtarief in rekening brengen. (…). De werkzaamheden van mijn collega’s zullen tegen hun uurtarief worden uitgevoerd, (…). Wanneer u de nalatenschap onnodig belast door veel en vaak onnodig contact op te nemen dan wel lange emails te schrijven waarop ik antwoord moet geven, dan wijs ik u erop dat ik deze tijd niet op de nalatenschap zal schrijven maar op uw eigen aandeel. Wanneer hiervan naar mijn mening sprake is dan zal ik u dat vooraf melden.

(…)”

2.5.      Namens klaagster heeft mr. Damstra, de (toenmalig) advocaat van klaagster, op 9 juni 2023 een e-mailbericht gestuurd aan de notaris. In de brief verzoekt mr. Damstra de communicatie via hem te laten verlopen.

De notaris heeft op 27 juni 2023 op het bericht gereageerd door haar opmerkingen te zetten in het bericht en dit aan mr. Damstra te zenden. Het e-mailbericht van 9 juni 2023 en de reactie hierop van de notaris van 27 juni 2023 (hierna in cursief weergegeven) luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)

Boedelbeschrijving

Ten aanzien van de boedelbeschrijving merkt cliënte op dat zij deze graag tegemoet ziet. Ten aanzien van de roerende zaken die nog van waarde zijn is cliënt van mening dat daarvan een lijst dient te worden opgesteld, opdat de erfgenamen in staat worden gesteld deze tegen de vastgestelde waarde toebedeeld te krijgen.

Ik ben inmiddels in de woning geweest en van mening dat de waarde van de aanwezige inboedel niet zodanig is dat er getaxeerd moet worden. Van andere erfgenamen begreep ik dat de inboedelstukken als verdeeld waren die zij wilden hebben, maar ik begrijp dat uw cliënte daar anders over denkt? Ik zal de foto’s van de inboedel rondmailen, dan kan iedereen aangeven of hij/zij nog iets hiervan wil hebben.

Cliënte merkt op dat de sieraden al zijn verdeeld. De erfgenamen zijn het daar over eens. Wat cliënte betreft behoeven deze derhalve niet meer te worden getaxeerd.

Er zijn een aantal roerende zaken die van waarde zijn. Het betreft onder andere:

- een Big Ben klok;

- en kabinet;

- 2 schilderijen van Bonne Dijkstra;

- een klein kastje en

- een Chinese kist.

Zodra deze roerende zaken zijn gewaardeerd en verdeeld kan de woning worden ontruimd. (…)

(…)”

2.6.      Op 27 juni 2023 heeft de notaris aan alle erfgenamen (waaronder klaagster) een e-mailbericht gestuurd met nadere informatie over het verloop van de afwikkeling van de nalatenschap. Dit bericht luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Woning

Ik ben inmiddels met een collega in de woning geweest. De woning zal nog moeten worden ontruimd nadat u allen de inboedel heeft gekregen die u graag wilt hebben. Gezien de waarde van de inboedel heb ik besloten geen taxatie te laten plaatsvinden. Ik heb foto’s gemaakt welke ik u via wetransfer zal doen toekomen. Graag verneem ik van u welke spullen u nog graag zou willen hebben, maar ook als u niets wilt. Mochten er zaken zijn die meerdere van u willen hebben, dan zal ik u vragen daar een bod op uit te brengen en de hoogste bieder zal het item krijgen onder verrekening van de waarde met zijn of haar erfdeel. Vriendelijk verzoek ik u aan mij door te geven voor 7 juli welke items u zou willen hebben met vermelding van het betreffende foto nummer.

[naam klaagster] heeft aangegeven dat er 5 items zijn van de inboedel die wel waarde hebben. Vriendelijk verzoek ik mevrouw aan te geven op welke foto’s deze items staan. Ik zal de foto’s dan voorleggen aan een taxateur en vragen om een taxatie van deze items. Het gaat hierbij om:

- een Big Ben klok;

- en kabinet;

- 2 schilderijen van Bonne Dijkstra;

- een klein kastje en

- een Chinese kist.

(…)

Ontruiming woning

Uit de stukken (…) blijkt dat het, gezien de verhoudingen, niet mogelijk is om gezamenlijk de woning te ontruimen en leeg op te leveren. Ik zal derhalve een ontruimer inschakelen om dat te verzorgen. Vooraf kunt u vanzelfsprekend uw spullen ophalen. U kunt daarvoor met mij apart een afspraak maken.

(…)

Sieraden en munten

U heeft allen aangegeven dat de sieraden inmiddels verdeeld zijn. Toch heb ik van mevrouw [B] nog sieraden (zie foto) meegekregen en munten. De munten zijn goed te verdelen. Daar kan ik 4 porties van gelijke grootte van maken. Vriendelijk verzoek ik u aan mij door te geven of u de munten ook wilt ontvangen. (…)

Tevens lees ik graag of de resterende sieraden, voor zover mogelijk, verkocht kunnen worden of dat u daar nog interesse in heeft. Graag verneem ik dat voor 10 juli as.

(…)”

2.7.      Op 14 juli 2025 heeft mr. Damstra aan de notaris een e-mailbericht met bijlagen gestuurd. In het bericht staat onder meer het volgende:

“Cliënte heeft ook een aantal punten die zij naar voren wil brengen.

(…)

Cliënte is zeer ontstemd over het feit dat één van de erfgenamen ogenschijnlijk door uw rechtsvoorganger toch toegang tot de woning heeft gekregen, terwijl dit tegen de afspraken in was. Ik heb u er al op attent gemaakt dat de tv is verdwenen. Cliënte vraagt zich af welke andere roerende zaken er nog zijn verdwenen.

Cliënte heeft toen zij in de woning was een inboedellijst gemaakt en aan de notaris een voorstel tot verdeling gedaan.

Cliënte stelt zich thans op het standpunt dat alle erfgenamen alle roerende zaken terug dienen te brengen naar de woning, opdat deze eerlijk verdeeld kunnen worden. Cliënte heeft in het verleden al een voorstel tot verdeling gedaan. Cliënte is bereid om de zaken die niet worden verdeeld op eigen kosten af te voeren.

Wilt u mij per ommegaande bevestigen dat al uw vragen zijn beantwoord en u instemt met de voorstellen die thans door cliënte worden gedaan?”

2.8.      Aan voornoemd e-mailbericht van mr. Damstra is een e-mailbericht van 13 juli 2023 van klaagster gehecht waarin staat, voor zover hier relevant:

“Hierbij alle gegevens die mevrouw waar mevrouw [naam notaris] om vroeg.

1. Foto’s van goederen die getaxeerd moeten worden.

2. Opgave op foto nr met beschrijving wat ik wil hebben en op wil bieden.

3. lijst met goederen die al door mevrouw [B] waren toegezegd op kijkdag

4. Lijst met alle nrs van de foto’s die ik kom ophalen om de woning leeg te maken.

5. Lijst met de sieraden die ik wil.

6. lijst die ik had ingeleverd op 17 april bij mevrouw [B].

Hierbij de foto’s.

Er ontbreekt 1 Dijkstra schilderij, want die zat in de doos van mijn zuster.

De bedoeling was dat wij met z’n drieën toch via de notaris het eens konden worden, maar dat is niet gelukt dankzij het niet meewerken wat de notaris gevraagd had.

Dus de Dijkstra (is waardevol) moet weer terug met de TV van mijn broer.

(….)

Simpelweg moeten wij gaan bieden zoals beide notarissen dat hebben doorgegeven.

Dat had ik dus wel keurig op 17 april gedaan.”

2.9.      Op 22 augustus 2023 heeft de notaris aan alle erfgenamen een e-mailbericht gestuurd waarin zij onder meer schrijft:

“Inmiddels heeft u allen uw wensen kenbaar gemaakt voor wat betreft de verdeling van de inboedel. De meeste zaken worden gegund aan degene die ze opgegeven heeft. Ten aanzien van een klein aantal items heb ik u verzocht een bod uit te brengen. Degene met het hoogste bod zal het item toegewezen krijgen (…)”

Verder staat in het bericht dat de spullen op 18 september 2023 kunnen worden opgehaald, waarna de woning wordt ontruimd om te worden verkocht. In een separaat e-mailbericht van dezelfde dag aan alleen klaagster, schrijft de notaris onder meer dat zij foto’s toestuurt van de inboedel die klaagster graag wil hebben met het verzoek te bevestigen dat dit klopt. Tevens verzoekt de notaris aan klaagster om voor 31 augustus 2023 een bod te doen op de Big Ben en de tv’s.

2.10.     In een e-mailbericht van klaagster van 24 augustus 2023 stelt klaagster diverse vragen, waarop de notaris op 25 augustus 2023 schrijft – samengevat – dat met [B] afspraken zijn gemaakt waar niet iedereen zich kon vinden, wat betekent dat die zijn vervallen en dat de verdeling opnieuw wordt vormgegeven. Verder staat in het bericht dat wat klaagster eerder heeft gemaild in de lijst is gezet, dat die zaken aan klaagster zijn toegewezen en dat voor de zaken die ook een andere erfgenaam wilde hebben (dat is alleen nog de Big Ben) aan klaagster is gevraagd om een bod uit te brengen. Verder schrijft de notaris dat klaagster niet heeft aangegeven dat zij sieraden wilde hebben maar dat twee andere erven dat wel hebben gedaan, zodat geen van de sieraden die de notaris op kantoor had, aan klaagster is toegewezen.

2.11.     Bij e-mailbericht van 31 augustus 2023 heeft mr. Damstra aan de notaris geschreven – samengevat – dat aangezien volgens de notaris alle eerdere afspraken met de vorige executeur zijn vervallen, de roerende zaken opnieuw dienen te worden verdeeld en dat roerende zaken die al waren verdeeld moeten worden gerestitueerd. Verder wordt gewezen op de bijlagen bij het e-mailbericht van 14 juli 2023 van klaagster dat aan de notaris is toegezonden waarin sieraden en roerende zaken staan vermeld waar klaagster aanspraak op maakt. Mr. Damstra schrijft dat indien meerdere erfgenamen iets willen er volgens klaagster een loting of bieding moet plaatsvinden, wat niet is gebeurd. Hij vraagt de notaris of zij ermee instemt dat alle roerende zaken worden gerestitueerd en een nieuwe verdeling zal plaatsvinden mede op basis van de voorkeuren die klaagster heeft aangegeven.

2.12.     Bij e-mailbericht van 31 augustus 2023 heeft de notaris aan mr. Damstra bericht dat de termijn waarop klaagster kon aangeven wat zij wilde ontvangen reeds is verstreken en dat daarop niet meer teruggekomen kan worden. Ook schrijft zij dat de spullen die al door de vorige executeur zijn verdeeld, niet nogmaals worden verdeeld. Zij schrijft verder dat klaagster alle stukken krijgt waarvan zij heeft aangegeven die te willen hebben en die niemand anders wilde en dat klaagster deze kan ophalen op 18 september, evenals de rest van de inboedel.

2.13.     Bij e-mailbericht van 19 september 2023 heeft mr. Damstra het volgende geschreven aan de notaris:

“Ik werd gistermiddag gebeld door mijn cliënte die u heeft getroffen in de woning. Aldaar deelde u mee dat u geen lijsten heeft ontvangen waarop cliënte heeft aangegeven welke roerende zaken zij wenst te ontvangen. Cliënte heeft u verwezen naar de mail van 14 juli jl. U stelt deze niet te hebben ontvangen. Dat is onbegrijpelijk. Voor de goede orde treft u nogmaals de mail met de bijlagen aan (…).

Het ligt derhalve op uw weg om de verdeling zoals deze door u is uitgevoerd te corrigeren dan wel schadeloos te stellen. Cliënte behoudt zich het recht voor om de onderhavige zaak aan de Kamer voor het Notariaat voor te leggen. Uw reactie zie ik per ommegaande tegemoet.

(…)”

2.14.     Bij brief van 4 oktober 2023 heeft de nieuwe advocaat van klaagster, mr. Fluitman, zich gemeld bij de notaris.

2.15.     Hierna heeft nog diverse correspondentie plaatsgevonden tussen mr. Fluitman en de notaris (over de verdeling van de inboedel en sieraden) waaronder de volgende e-mailberichten van de notaris:

Bericht van de notaris aan mr. Fluitman van 23 oktober 2023:

“Nogmaals deel ik u mede dat de inboedel en de sieraden verdeeld zijn. Uw cliënte heeft de mogelijkheid gekregen aan te geven wat zij wilde hebben. Nadien is gebleken dat zij uitgegaan is van een andere lijst blijkbaar. Namelijk een lijst die zij bij mevrouw [B] had ingediend. Ik heb duidelijk aangegeven dat die lijst niet meer van toepassing was en derhalve de wensen opnieuw kenbaar gemaakt moesten worden. Daarvan heb ik een lijst via uw collega ontvangen en daar ben ik van uitgegaan. Ik merk daarbij op dat uw cliënte (ook) al spullen had die anderen ook wilden hebben zoals bijvoorbeeld de slavenarmband. Daarvan meldde uw cliënte bij het ophalen dat die door haar moeder gegeven zou zijn aan haar. De andere erven hebben daar duidelijk een andere mening over. Nogmaals, uw cliënte heeft nagenoeg alle inboedel uit de woning meegenomen. Haar broer en zuster hebben, in vergelijking met uw cliënte, weinig inboedelstukken. De verdeling van de inboedel en sieraden is dan ook afgesloten.

Ik weet niet waarom uw cliënte denkt dat ik ga verdelen. Ik ben momenteel druk met het verkopen van de woning en de afhandeling van de aangiften inkomstenbelasting en erfbelasting. Er is momenteel geen sprake van verdeling van de nalatenschap.

(…)”

Bericht van de notaris aan mr. Fluitman van 8 december 2023:

“Ik heb in mijn eerdere mails aangegeven dat de inboedel en de sieraden inmiddels zijn verdeeld. Dat uw cliënte, net als de andere erfgenamen, de mogelijkheid heeft gehad om haar wensen kenbaar te maken. Dat uw cliënte een lijstje heeft aangeleverd waarvan zij alle spullen heeft gehad. Daarnaast heeft zij de rest, ofwel nagenoeg de gehele inboedel, meegenomen. (…)

De inboedel en sieraden zijn verdeeld. Uw cliënte heeft dezelfde mogelijkheden gehad als alle andere erfgenamen. Hetgeen zij had aangeleverd bij de vorige executeur heeft zij niet bij mij aangeleverd. Daar kan ik niets aan doen. Ik ben duidelijk geweest in het feit dat de afspraken die destijds zijn gemaakt door de executeur met slechts enkele erfgenamen, niet golden voor de verdeling nu. Het had op de weg van uw cliënte gelegen om de lijst die zij daar had aangeleverd, opnieuw aan te leveren. (…)

(…) Ik heb in mijn administratie een mail met de stukken die zij wilde hebben en die zijn naar haar gegaan, met zoals gezegd, de rest van de complete inboedel.

(…)”

2.16.     In januari 2024 heeft de notaris aan klaagster geschreven dat zij van de zus van klaagster dozen heeft ontvangen met de mededeling dat dit foto’s zijn die voor klaagster bestemd zijn. De notaris vraagt klaagster of zij deze dozen toegestuurd wil hebben of wil afhalen. Klaagster reageert hierop met vragen over de inhoud van de dozen, waarop de notaris aangeeft wat de zus over de dozen heeft gezegd en dat het niet haar taak is om de dozen te doorzoeken. Op 19 januari 2024 heeft klaagster aan de notaris gemaild dat zij de dozen zal komen bekijken en dan besluit of zij ze accepteert. Bij e-mailbericht van 19 januari 2024 heeft de notaris hierop gereageerd dat dit akkoord is en dat ze ‘voor de goede orde’ vermeldt dat de bestede tijd hiervoor bij klaagster in rekening gebracht zal worden. Klaagster heeft hier bij e-mailbericht van 19 januari 2024 bezwaar tegen gemaakt omdat alle communicatie met betrekking tot de dozen door haar zus is gestart en omdat aanwezigheid van een medewerker van de notaris niet nodig is voor het ophalen van de dozen.

2.17.     Op 23 februari 2024 heeft advocaat mr. Rietveld de notaris gesommeerd te reageren op brieven van zijn kantoorgenoot mr. Fluitman. Hierop heeft de notaris bij e-mailbericht van 26 februari 2024 aangegeven dat zij reeds meerdere keren aan mr. Fluitman haar standpunt heeft kenbaar gemaakt en dat de inboedel is verdeeld. Verder schrijft de notaris, voor zover hier van belang, het volgende:

“U heeft het dossier overgenomen van de heer Fluitman? Alle communicatie voor mevrouw [naam klaagster] loopt nu via u? Dan zal ik dat opnemen in mijn dossier. Het is voor de communicatie met mevrouw [naam klaagster] een uitdaging aangezien zij nogal eens wisselt van advocaat.”

2.18.     Vervolgens heeft mr. Lievense zich bij brief van 22 maart 2024 gemeld bij de notaris.

2.19.     Op 10 juni 2024 heeft de notaris aan klaagster laten weten dat de nalatenschap nagenoeg is afgerond zij heeft verzocht de als bijlage toegevoegde rekening en verantwoording te ondertekenen.

2.20.     De notaris heeft de erfdelen uitgekeerd aan de erfgenamen zonder dat klaagster de rekening en verantwoording heeft goedgekeurd en zonder dat zij décharge heeft verleend aan de notaris. Op de uitgekeerde erfdelen heeft de notaris een bedrag ingehouden van in totaal € 25.000,00.

3.         De klacht en het verweer

3.1.      Klaagster verwijt de notaris dat zij een onprofessionele werkwijze hanteert en in strijd handelt met haar beroepsnormen. De notaris communiceert slecht of nauwelijks, laat vragen onbeantwoord, komt afspraken niet na en heeft klaagster onheus bejegend. Ook legt zij geen deugdelijke rekening en verantwoording af en heeft zij onvoldoende oog voor de belangen van klaagster als volmachtgever en erfgenaam.

3.2.      Op de stellingen van klaagster en het verweer van de notaris zal hieronder waar nodig nader worden ingegaan.

4.         De beoordeling

4.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2.      Vast staat dat klaagster de volledige en onherroepelijke boedelvolmacht heeft getekend. De notaris had daarom de bevoegdheid om alle daden van beheer en beschikking te verrichten in verband met de nalatenschap.

4.3.      Vooropgesteld wordt dat de notaris de nalatenschap naar eigen inzicht mocht afwikkelen. De kamer constateert dat de notaris hierbij niettemin, hoewel zij daartoe niet zonder meer was gehouden en anders dan klaagster meent, (de belangen van) klaagster (en de andere erfgenamen) heeft betrokken, gelet op het navolgende.

4.4.      De kamer heeft van partijen een aanzienlijke hoeveelheid correspondentie ontvangen waaruit blijkt dat de notaris meerdere keren alle erfgenamen (waaronder klaagster) aanschreef en van informatie voorzag. Uit de correspondentie komt het beeld naar voren dat klaagster aan de notaris vragen stelde en dat de notaris hierop binnen redelijke termijn reageerde, vaak door haar antwoorden direct achter de vragen in de e-mailberichten van klaagster te zetten. De klacht dat de notaris niet of summier communiceerde kan reeds daarom al niet slagen.

Uit de correspondentie blijkt dat klaagster zelf een visie had op de afwikkeling van de nalatenschap en dat de notaris niet (altijd) handelde in lijn met die visie. De advocaten van klaagster hebben meerdere keren vragen gesteld over de verdeling, waar de notaris ook op reageerde. Mogelijk gaf de notaris antwoorden en nam zij beslissingen die niet overeenkwamen met wat klaagster wilde, maar dat is wat anders dan dat de notaris niet of summier zou communiceren of op een manier zou communiceren die een notaris niet past. De notaris heeft verder aangeven dat zij uiteindelijk niet meer op herhaalde vragen vanuit klaagster inging omdat de tijd die zij hieraan moest besteden ten koste ging van de nalatenschap, terwijl haar standpunt niet veranderde. De kamer kan dit volgen en acht dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

4.5.      Klaagster heeft ter zitting aangegeven dat de kern van haar klacht is dat de notaris ten opzichte van haar eerste bericht van 1 juni 2023 een koerswijziging heeft ingezet en hierover niet heeft gecommuniceerd met klaagster. Klaagster heeft hierdoor niet alle sieraden en andere zaken gekregen zoals deze waren vermeld op de door haar bij de notaris op 12 juli 2023 ingeleverde lijst. 

4.6.      De kamer overweegt dat de door klaagster genoemde lijst niet is overgelegd in deze procedure, zodat voor de kamer niet inzichtelijk is wat hierop stond en welke spullen klaagster niet heeft gekregen die wel op de lijst stonden. De kamer constateert op basis van de overgelegde stukken, aangevuld met wat ter zitting naar voren is gebracht door beide partijen, dat er wel enige miscommunicatie over die lijst is ontstaan tussen partijen. De door klaagster gestelde koerswijziging is echter door haar onvoldoende onderbouwd. Daarnaast wordt overwogen dat de notaris ter zitting onweersproken heeft aangevoerd dat klaagster vrijwel alles heeft gekregen wat zij wilde ontvangen plus de inboedel die niemand wilde hebben, maar dat het redelijk was dat ook de overige erfgenamen goederen ontvingen die zij graag wilden hebben. Het handelen van de notaris is op dit punt dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

4.7.      Klaagster heeft ook geklaagd dat de notaris zich negatief heeft uitgelaten door te schrijven op 26 februari 2024: ‘Het is voor de communicatie met mevrouw [naam klaagster] een uitdaging aangezien zij nogal eens wisselt van advocaat.’

4.8.      De kamer overweegt dat de uitlating van de notaris moet worden gezien in de context van de omstandigheid dat gedurende de afwikkeling drie verschillende advocaten uit naam van klaagster contact zochten met de notaris - soms ook gelijktijdig - en dat de advocaten niet altijd duidelijk aangaven op welke wijze zij betrokken waren bij het dossier. De kamer leest hierin geen negatieve uitlating door de notaris en acht de uitlating dus ook niet klachtwaardig.

4.9.      Klaagster stelt dat zij aanzienlijke advocaatkosten heeft moeten maken om met de notaris te communiceren, waardoor de verdere afwikkeling is vertraagd en de verhoudingen tussen de erfgenamen onderling verder op scherp zijn gezet. De kamer overweegt dat klaagster zich vanaf de eerste brief van de notaris van 1 juni 2023 al liet bijstaan door een advocaat terwijl die brief (die informatie en vragen bevatte) hiertoe geen aanleiding gaf. De kamer is daarom van oordeel dat het klaagsters eigen keuze was om meteen een advocaat in te schakelen. Klaagster heeft ter zitting toegelicht dat het handelen van de notaris aanleiding gaf tot een dreigende procedure met haar broer. Voor de kamer is op basis van de overgelegde informatie niet inzichtelijk waarover dit (gestelde) geschil ging en op welke handelingen van de notaris klaagster doelt. Niet in geschil is echter dat al voordat de notaris de opdracht aannam, de verhoudingen tussen de erfgenamen slecht waren. De kamer gaat hier dan ook verder aan voorbij.

4.10.     De kamer gaat ook voorbij aan het klachtonderdeel dat de notaris klaagster nooit heeft gevraagd om op gesprek te komen ‘om de lucht te klaren’. Nergens blijkt uit dat klaagster de notaris heeft laten weten dat zij dergelijk gesprek wilde en de notaris betwist dat dit het geval is.

4.11.     Volgens klaagster dreigde de notaris haar uurtarief in rekening te brengen toen klaagster om opheldering vroeg over dozen die de zus van klaagster bij de notaris had achtergelaten. De kamer oordeelt hierover als volgt. De vraag van de notaris of klaagster de dozen die haar zus voor klaagster had achtergelaten wilde ophalen of wilde laten opsturen, werd gevolgd door meerdere e-mailberichten met vragen van klaagster over de inhoud van de dozen en de mededeling dat ze eerst de inhoud wilde komen bekijken voordat ze besloot of ze de dozen meenam. Het is logisch dat de notaris tijd kwijt was aan de beantwoording en ook tijd kwijt zou zijn aan het laten bekijken van de dozen op haar kantoor. Aangezien dit vragen waren vanuit klaagster (en niet vanuit haar zus), die bovendien niet (althans, dit is niet aangevoerd) over de verdeling van de nalatenschap gingen, kan de kamer volgen dat de notaris meende dat deze tijd niet aan de nalatenschap kon worden gedeclareerd maar wel aan klaagster. De bewoording waarin dit werd gecommuniceerd aan klaagster acht de kamer niet dreigend. Verder is van belang dat de notaris (onweersproken) heeft toegelicht dat zij niet daadwerkelijk uren hiervoor in rekening heeft gebracht bij klaagster. Al met al acht de Kamer het handelen van de notaris op dit punt niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

4.12.     Klaagster heeft in haar klaagschrift diverse bezwaren gemaakt tegen de brief van 10 juni 2024 van de notaris en de rekening en verantwoording. De notaris heeft hierop als verweer gevoerd dat zij op juiste wijze rekening en verantwoording heeft afgelegd en dat in de brief niet de indruk wordt gewerkt dat uitbetalen van het erfdeel is gekoppeld aan décharge. De notaris betwist dat zij druk heeft uitgeoefend op klaagster en wijst erop dat zij, op € 25.000,00 na, het erfdeel heeft betaald zonder de goedkeuring op de rekening en verantwoording van klaagster te hebben ontvangen. Verder geeft klaagster volgens de notaris, ondanks haar aankondiging dat dit nader zal worden toegelicht, niet aan wat ondeugdelijk is en welke vragen ze nog heeft.

4.13.     De kamer constateert dat bij de rekening en verantwoording facturen en specificaties van de bestede uren zijn bijgevoegd. Na ontvangst hiervan heeft (de advocaat van) klaagster aangekondigd dat ze haar bezwaren tegen de rekening en verantwoording nog nader zal uiteenzetten. Ter zitting is gebleken dat vervolgens echter geen vragen vanuit klaagster aan de notaris zijn gesteld. Verder lag het op de weg van klaagster om specifieke vragen over de rekening en verantwoording aan de notaris te stellen. De kamer is het daarom niet met klaagster eens dat de notaris uit zichzelf nog meer toelichting moest geven.

4.14.     De kamer leest, anders dan klaagster, in de brief van 10 juni 2024 niet dat uitbetaling van het erfdeel afhankelijk werd gesteld van de goedkeuring van klaagster. Niet ter discussie staat bovendien dat de notaris vervolgens wel is overgegaan tot uitbetaling van de erfdelen, onder inhouding van € 25.000,00. Voor wat betreft deze ingehouden som overweegt de kamer als volgt. De onherroepelijke volmacht gaf de notaris de vrijheid om te verdelen naar eigen inzicht, waarmee ook partieel verdelen (door een bedrag achter te houden voor toekomstige voorzienbare kosten) tot de mogelijkheden behoorde. Het achterhouden van een dergelijk bedrag komt vaker voor wanneer voorzienbaar is dat de afwikkeling van de nalatenschap nog kosten met zich brengt. Overigens begrijpt de kamer dat de notaris inmiddels ook de in depot gehouden € 25.000,00 (minus aftrek van enkele kosten) heeft verdeeld over de erfgenamen.

4.15.     De slotsom is dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en dat de klacht ongegrond zal worden verklaard.

5.         De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

  • verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. I.C.J.I.M. van Dorp, voorzitter, mrs. M.J.C. van Leeuwen, M.M.M. Oors, C.G. Zijerveld en V. Oostra, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.C.R. van Lent, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

De secretaris

 

De voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.