ECLI:NL:TNORARL:2025:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451325 / KL RK 25-72
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2025:38 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-11-2025 |
| Datum publicatie: | 15-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/05/451325 / KL RK 25-72 |
| Onderwerp: | Overig, subonderwerp: Algemeen/tuchtrechtelijk toezicht voorzitter Kamer van Toezicht |
| Beslissingen: | Verzet ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager stelt dat in de nalatenschap van zijn overleden moeder onjuiste berekeningen door de oud-notaris zijn gehanteerd, hetgeen heeft geleid tot een onjuiste fiscale aangifte. Klager verzoekt de kamer dat het blooteigendom door het notariskantoor opnieuw gewaardeerd zal worden. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat gedragingen van de oud-notaris niet de notaris persoonlijk toegerekend kunnen worden. De kamer verenigt zich met het oordeel van de voorzitter. In deze verzetprocedure zijn verder geen feiten of omstandigheden door klager naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/451325 / KL RK 25-72
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[naam klager],
wonende te [plaats],
tegen
[naam notaris],
notaris te [plaats].
Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Voor het verloop van de procedure tot de bestreden beslissing van de voorzitter van 25 april 2025 verwijst de kamer naar de omschrijving daarvan onder 1. van die beslissing. De voorzitter heeft klager bij die beslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
1.2. Klager heeft bij brief van 4 mei 2025 verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De kamer heeft deze brief op 7 mei 2025 ontvangen.
1.3. De klachtzaak is ter zitting van 23 juni 2025 behandeld, waarbij klager aanwezig was.
2. De feiten
Voor de feiten gaat de kamer uit van wat is overwogen in de beslissing van de voorzitter van 25 april 2025, aangezien daartegen door klager geen bezwaren zijn ingebracht.
3. De beoordeling van het verzet
Is het verzet ontvankelijk?
3.1. Als de voorzitter een klacht afwijst, kan een klager op grond van artikel 99 lid 15 Wet op het notarisambt (Wna) binnen veertien dagen na de dag van verzending van die beslissing daartegen schriftelijk verzet instellen bij de kamer. De kamer heeft het verzetschrift binnen die termijn ontvangen, zodat het verzet ontvankelijk is.
Is het verzet gegrond?
3.2. Vervolgens is de vraag aan de orde of het verzet gegrond of ongegrond is. Als de kamer van oordeel is dat de beslissing van de voorzitter op goede gronden is gegeven, wordt het verzet ongegrond verklaard. Krachtens artikel 99 lid 18 Wna kan de kamer een verzet zonder nader onderzoek ook ongegrond verklaren als zij van oordeel is dat de beslissing van de voorzitter niet op goede gronden is gegeven, maar dat de klacht of een onderdeel daarvan op een andere grond kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is. Als de kamer oordeelt dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter gegrond is, vervalt de beslissing van de voorzitter en neemt de kamer de klacht overeenkomstig artikel 99 lid 20 Wna in verdere behandeling.
3.3. De voorzitter is in haar beslissing niet aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht toegekomen, omdat zij van oordeel is dat de klacht is gericht tegen de notaris die geen betrokkenheid had bij de gedragingen waarover klager een klacht heeft ingediend.
3.4. Klager is het oneens met de voorzittersbeslissing en stelt dat het in de nalatenschap van zijn overleden moeder om veel geld gaat, dat daarbij onjuiste berekening zijn gehanteerd, hetgeen heeft geleid tot een onjuiste fiscale aangifte. Door of namens de vader van klager wordt nu veel geld uitgegeven. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat het bloot eigendom van zijn moeder niet gegarandeerd uitbetaald kan worden. Klager verzoekt de kamer dat het blooteigendom door het notariskantoor opnieuw gewaardeerd zal worden.
Toetsing
3.5. De kamer verenigt zich met het oordeel van de voorzitter in de uitspraak van 25 april 2025 en de gronden waarop dat oordeel berust (overwegingen 5.3. tot en met 5.5. van de voorzittersbeslissing). De gedragingen van de oud-notaris kunnen de notaris niet persoonlijk toegerekend worden, hetgeen wel is vereist in het tuchtrecht. De notaris draagt dan ook geen verantwoordelijkheid voor het handelen waarop de klacht ziet. In deze verzetprocedure zijn verder ook geen feiten of omstandigheden door klager naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.
Conclusie
3.6. Op grond van het voorgaande zal de kamer het verzet ongegrond verklaren en de klacht dus niet in verdere behandeling nemen.
Ten overvloede
3.7. Ten overvloede overweegt de kamer dat de klacht in de kern neerkomt op een verzoek tot herwaardering door een notaris van het bloot eigendom. Voor de beoordeling van een dergelijk verzoek (dan wel mogelijke vordering) is de kamer niet de aangewezen instantie. Klager dient zich daarvoor te wenden tot een notaris dan wel dient hij daartoe juridische bijstand in te schakelen.
4. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart het verzet ongegrond
|
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, voorzitter, mr. C.G. Zijerveld en mr J.P.W.H.T. Becks, leden, en in tegenwoordigheid van mr. L.E. Laddrak, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025 | ||
|
De secretaris |
De voorzitter | |
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||