ECLI:NL:TNORARL:2025:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443717 / KL RK 24-164 C/05/443718 / KL RK 24-165
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2025:31 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-08-2025 |
| Datum publicatie: | 14-11-2025 |
| Zaaknummer(s): |
|
| Onderwerp: | Registergoed, subonderwerp: Overig |
| Beslissingen: | Klacht niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de notaris en kandidaat-notaris dat zij ten onrechte hebben meegewerkt aan een executie veiling. De kamer oordeelt dat de klacht buiten de klachttermijn is ingediend en dus te laat is. Klacht is niet-ontvankelijk. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/443717 / KL RK 24-164
C/05/443718 / KL RK 24-165
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[naam klager]
wonende te [plaats],
klager,
gemachtigde: mr. A.E. Noordhuis te Hornhuizen,
tegen
[naam notaris],
notaris te [plaats],
verweerder ,
gemachtigde: mr. M. Boender-Lamers,
en tegen
[naam kandidaat-notaris],
kandidaat-notaris te [plaats],
verweerder,
gemachtigde: mr. M. Boender-Lamers,
Partijen worden hierna klager, de notaris en de kandidaat-notaris genoemd. De notaris en kandidaat-notaris worden hierna samen verweerders genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klacht van 7 november 2024, met bijlagen,
- het verweerschrift met bijlagen van de kandidaat-notaris, ingekomen op 30 januari 2025,
- het verweerschrift met bijlagen van de notaris, ingekomen op 30 januari 2025,
- de aanvullende producties 21 tot en met 25 van klager, ingekomen op 30 april 2025,
- de spreekaantekeningen van mr. Noordhuis,
- de spreekaantekeningen van mr. Boender-Lamers.
1.2. Op 12 mei 2025 is de klachtzaak ter zitting behandeld. Daarbij zijn verschenen enerzijds klager en mr. Noordhuis voornoemd, en anderzijds de notaris, de kandidaat-notaris en mr. Boender-Lamers voornoemd.
2. De feiten
2.1. Klager exploiteerde in een maatschap een landbouwbedrijf samen met zijn moeder en broer. Op enig moment werd besloten om de maatschap te ontbinden, waarna klager alleen de exploitatie van het landbouwbedrijf zou voortzetten. Hiertoe diende klager zijn moeder en broer uit te kopen. De financiering hiervoor regelde klager door twee leningen af te sluiten bij zijn grootmoeder en zijn moeder. Voor deze leningen werd één gemeenschappelijke hypotheek afgesloten, onder meer op het woonhuis van klager.
2.2. Na de overname van het landbouwbedrijf voldeed klager enkele betalingstermijnen op de leningen niet tijdig. Daarop hebben de broer, de moeder en grootmoeder van klager een advocaat ingeschakeld, mr. Koelemaij. De vorderingen van de moeder en grootmoeder bestonden uit contractuele boetes en te laat betaalde rentetermijnen op de leningen.
2.3. Op 24 maart 2020 overleed de grootmoeder van klager. Zij had tot haar enig erfgenaam benoemd de tante van klager. Tevens had de grootmoeder in haar testament notaris mr. [A] aangesteld als executeur testamentair en afwikkelingsbewindvoerder met privatieve bevoegdheid (hierna: de executeur).
2.4. De tante van klager heeft vervolgens ook de advocaat (mr. Koelemaij) ingeschakeld. De advocaat heeft op 16 december 2020 de notaris en de kandidaat-notaris opdracht gegeven om het onderpand uit het hypotheekrecht te executeren door middel van een executieveiling.
2.5. De advocaat heeft bij brief van 11 januari 2021 aan klager geschreven dat klager de openstaande rente op de lening van (wijlen) zijn grootmoeder niet tijdig had voldaan, zodat de gehele resterende geldlening, plus rente en kosten en opeisbare boetes (een totaalbedrag van € 241.696,08) werd gevorderd van klager. In de brief werd aangekondigd dat indien betaling zou uitblijven in opdracht van de tante en de executeur het onderpand zou worden geëxecuteerd, zodat daaruit de vordering van de tante en van de moeder van klager zou kunnen worden voldaan.
2.6. De juridisch adviseur van klager heeft bij brief van 25 januari 2021 aan de advocaat mr. Koelemaij geschreven dat op grond van het testament van grootmoeder de executeur uitsluitend de bevoegdheid had gekregen voor de afwikkeling van de nalatenschap. De tante was daarom niet bevoegd om klager te sommeren en te dreigen met executie van het onderpand. Verder betwistte klager in verzuim te zijn.
2.7. Vervolgens is klager door de notaris en kandidaat-notaris bij brief van 1 maart 2021 aangezegd dat het onderpand geëxecuteerd zou gaan worden. In de brief staat dat de opdracht tot de executieveiling was gegeven door de moeder, de tante en de executeur.
2.8. Bij de overgelegde stukken zit een deurwaardersexploot gedateerd 11 juni 2021. Daarin staat dat op verzoek van de tante en de moeder de executie werd aangezegd en dat de vordering waarvoor het hypotheekrecht wordt geëxecuteerd per 11 januari 2021 een bedrag van € 241.696,08 inclusief renten en kosten bedroeg. De executie is vervolgens opgeschort omdat partijen met elkaar in overleg traden.
2.9. Bij brief van 11 mei 2021 heeft de juridisch adviseur van klager aan de kandidaat-notaris geschreven dat de tante geen vordering op klager had aangezien alleen de executeur bevoegd was tot executie van de door de tante gestelde vorderingen uit de nalatenschap van de grootmoeder. Verder staat in de brief dat klager zijn legitieme portie uit de nalatenschap nog niet had ontvangen en dat die legitieme portie de openstaande vordering op klager ruimschoots dekte. De executeur had volgens klager geen recht om de legitieme portie te verrekenen met de hoofdsom van de lening, zodat ook de executeur geen titel voor executie toekwam. De kandidaat-notaris werd daarom verzocht de voorgenomen executie te staken en dit aan klager te bevestigen. Tot slot stelde klager in de brief het kantoor van de notaris en de behandelend notaris op voorhand hoofdelijk aansprakelijk als de executieveiling zou doorgaan.
2.10. Bij brief van 11 mei 2021 heeft de juridisch adviseur van klager de executeur gesommeerd de voorgenomen executie van de hypotheek te staken omdat – samengevat – klager niet in verzuim was en hij een beroep deed op verrekening (van onder meer zijn legitieme portie).
2.11. Vervolgens hebben (de advocaat van) klager en de advocaat (mr. Koelemaij) met elkaar overlegd. Namens klager is bij brief van 29 september 2021 aan de advocaat aangekondigd dat als de executie zou worden doorgezet, een kort geding zou worden gestart en dat klager erop vertrouwde dat met de executie zou worden gewacht tot de uitspraak van de voorzieningenrechter. Bij e-mailbericht van 29 september 2021 heeft de advocaat van klager dat bericht ter kennisneming aan de kandidaat-notaris toegestuurd.
2.12. De kandidaat-notaris heeft bij brief van 9 november 2021 aan klager wederom aangezegd dat het onderpand geëxecuteerd zou gaan worden. Deze brief en het deurwaardersexploot van 26 november 2021 zijn (vrijwel) gelijkluidend aan de eerdere aanzegging van 1 maart 2021 en het deurwaarderexploot van 11 juni 2021.
2.13. Bij brief van 23 november 2021 heeft de advocaat van klager aan de kandidaat-notaris ter kennisneming correspondentie gestuurd van klager met de advocaat (mr. Koelemaij). In de brief werd de kandidaat-notaris verzocht de executie niet eerder te plannen dan 1 februari 2022, zodat partijen de tussenliggende tijd kunnen benutten voor overleg of – indien dat niet zou slagen – een kort geding.
2.14. Klager is op 15 december 2021 bij de rechtbank Noord-Nederland een kort geding procedure gestart tegen zijn moeder en tante om de executie te voorkomen. Tijdens deze procedure is door partijen een schikking getroffen die is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting in het kort geding van 23 december 2021. Onderdeel van die schikking is dat de aangekondigde veiling werd gestaakt.
2.15. De notaris en kandidaat-notaris hebben vervolgens de executie stopgezet.
3. De klacht en het verweer
3.1. Klager verwijt de notaris en kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig en in strijd met de op hen rustende zorgplicht jegens klager hebben gehandeld door mee te werken aan de executie van het hypotheekrecht.
3.2. Klager voert hiertoe aan dat de notaris en de kandidaat-notaris onvoldoende kritisch zijn geweest op de aan hen verstrekte opdracht en hun ministerie hadden moeten weigeren. Verweerders hebben niet proportioneel gehandeld omdat i) het te executeren onderpand een veel hogere geldwaarde had dan de geldvordering, en ii) klager door de executie zijn huis en bedrijf zou kwijtraken. Verweerders hebben zich niet (voldoende) correct geïnformeerd over de actuele schuld waarvoor de executie plaatsvond, zodat in het exploot van 26 november 2021 niet de actuele schuld stond vermeld. Zij hebben aan klager niet de veilingvoorwaarden toegezonden en niet gereageerd op waarschuwende berichten van klager. Ook hadden zij moeten inzien dat de tante van klager onbevoegd handelde.
3.3. Op de toelichting op de klacht door klagers en op het (gelijkluidende) verweer daartegen van de notaris en kandidaat-notaris zal de kamer hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
Reikwijdte van het tuchtrecht
4.1. Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
Ontvankelijkheid
4.2. De notaris en kandidaat-notaris hebben als primair verweer aangevoerd dat de klacht niet-ontvankelijk is. In dit verband overweegt de kamer als volgt.
4.3. Op grond van artikel 99 lid 21 Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde (hierna: de klager) kennis heeft genomen van het handelen of nalaten van de notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven. Als de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennis genomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de notaris waarop de klacht betrekking heeft, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
4.4. Klager heeft zich voor het eerst bij brief van 7 november 2024 bij de kamer gemeld met een klacht over de notaris en de kandidaat-notaris, zodat voor het bepalen van de klachttermijn van die datum wordt uitgegaan. Dit betekent dat de klacht alleen ontvankelijk is voor zover deze betrekking heeft op handelen of nalaten van de notaris en de kandidaat-notaris dat dateert van 6 november 2021 of later, de periode van drie jaar als genoemd in artikel 99 lid 21 Wna.
4.5. De notaris en de kandidaat-notaris werkten samen, althans zij hebben niet aangevoerd dat er een bepaalde taakverdeling was tussen hen en zij hebben een gelijkluidend verweerschrift ingediend. De kamer gaat er daarom van uit dat zij allebei in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor de handelingen die zijn verricht ter uitvoering van de opdracht tot executie van het onderpand. Het hiernavolgende geldt dan ook voor zowel de notaris als de kandidaat-notaris.
4.6. In de kern verwijt klager verweerders dat zij ten onrechte hebben meegewerkt aan de executie van het onderpand. Klager is op twee momenten door verweerders aangezegd dat het onderpand geëxecuteerd zou gaan worden: bij brief van 1 maart 2021 en bij brief van 9 november 2021. Die tweede aanzegging valt in beginsel binnen de hiervoor genoemde termijn, maar de eerste aanzegging niet zodat daarover niet meer kan worden geklaagd. Het gaat echter beide keren om dezelfde (doorlopende) opdracht tot executie van hetzelfde onderpand voor dezelfde hypotheekschuld, zodat naar het oordeel van de kamer deze twee aankondigingen niet los van elkaar kunnen worden gezien. Bij dit oordeel acht de kamer ook van belang dat de gedragingen die klager verweerders verwijt (zie rov. 3.2) al speelden vanaf het begin van de opdracht aan verweerders. Op dat moment hebben verweerders (zoals zij zelf ook aangeven) immers al – en naar het oordeel van de kamer: ten onrechte – geen onderzoek verricht naar de proportionaliteit, de openstaande schuld en de (bevoegdheid van de) schuldeisers. Ook zijn bij de eerste aanzegging de veilingvoorwaarden niet toegezonden (wat verweerders ook erkennen). Na de eerste brief van 1 maart 2021 is de proportionaliteit in de tijd weliswaar meer uiteen gaan lopen doordat de schuld verminderde terwijl de waarde van de veilingobjecten niet verminderde, maar dit is geen nieuwe gebeurtenis die pas aan het licht kwam op of na 6 november 2021.
4.7. De kamer acht verder van belang dat klager zich eerder dan (op of na) 6 november 2021 al bewust was van het de handelingen van verweerders waarover hij klaagt. In de brief van 11 mei 2021 van de advocaat van klager wordt de kandidaat-notaris immers dezelfde verwijten gemaakt waarover klager zich in deze procedure beklaagt (zie rov. 2.9). Ook stelt klager in die brief het kantoor van de notaris en de behandelend notaris bij voorbaat aansprakelijk voor het geval de executieveiling doorgaat. Gelet op het voorgaande had van klager verwacht mogen worden dat hij zijn klacht tijdig zou indienen.
4.8. De kamer stelt daarom vast dat het de klacht in al zijn onderdelen betrekking heeft op handelen of nalaten van verweerders in de periode voorafgaand aan 6 november 2021. Dat betekent dat klager zijn klacht te laat heeft ingediend. De kamer zal de klacht dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
4.9. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:
- verklaart de klacht niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter, mrs. A.E. Zweers, M.R.H. Goossens, H.R. Grievink, A.J.H.M. Janssen, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.C.R. van Lent (secretaris), door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2025.
De secretaris De voorzitter
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||