ECLI:NL:TNORARL:2025:30 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/o5/445223 / KL RK 24-178

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2025:30
Datum uitspraak: 15-08-2025
Datum publicatie: 14-11-2025
Zaaknummer(s): C/o5/445223 / KL RK 24-178
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager is belanghebbende, omdat hij is onterfd. De notaris heeft het concept testament naar de bewindvoerder van erflaatster verzonden op haar verzoek. De geheimhoudingsplicht mag enkel in uitzonderlijke gevallen mogen doorbroken. Eén van deze gevallen is dat de geheimhoudersinformatie op verzoek van of met toestemming van een betrokken partij. De notaris heeft het concept testament op verzoek van erflaatster aan haar bewindvoerder verzonden.Klager stelt zich daarnaast op het standpunt dat erflaatster niet wilsbekwaam genoeg was om deze toestemming te verlenen. De notaris had geen aanleiding op grond waarvan hij gerede twijfel moest hebben aan de wilsbekwaamheid van erflaatster. Door klager is dit standpunt niet nader onderbouwd. De klacht is ongegrond.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk: C/05/445223 / KL RK 24-178

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[naam klager]

gevestigd te [plaats],

klager,

tegen,

[naam notaris]

notaris te [plaats],

gemachtigde: mr. F.B.A.M. van Oss.

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de klacht, met bijlagen, van 16 december 2024;

- het verweer van de notaris van 22 januari 2025;

- het aanvullend verweer van de notaris van 3 april 2025;

- aanvullende stukken van klager van 29 april 2025.

1.2. De klachtzaak is ter zitting van 23 mei 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de notaris en zijn gemachtigde anderzijds.

2. De feiten

2.1. Op 25 oktober 2024 is mevrouw [A] (hierna: erflaatster), moeder van klager, overleden.

2.2. Bij beschikking van 28 februari 2023 zijn de goederen van erflaatster onder bewind gesteld, met benoeming van [B] tot bewindvoerder.

2.3. Op 17 augustus 2023 heeft de advocaat van klager vragen over onder meer de verkoop van de woning van erflaatster aan de bewindvoerder gesteld. Als antwoord daarop ontving de advocaat van klager een door de notaris opgesteld concept testament van erflaatster gedateerd op16 augustus 2024. In dit concept testament benoemt erflaatster de broer van klager tot enig erfgenaam.

2.4. Klager heeft op 5 december 2024 het definitieve testament ontvangen van de notaris. De inhoud hiervan is gelijk aan die van het concept testament.

3. De klacht en het verweer

3.1. Klager verwijt de notaris dat hij niet heeft gehandeld zoals het een behoorlijk notaris betaamt, omdat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De notaris heeft het concept testament van erflaatster aan haar bewindvoerder verzonden en erflaatster was niet wilsbekwaam om haar toestemming te geven voor het delen van (de inhoud van) haar testament met derden.

3.2. Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. De beoordeling

Belanghebbende

4.1. De notaris heeft aangevoerd dat klager geen belang heeft bij het indienen van zijn klacht, omdat hij geen partij was bij de akte.

4.2. De kamer overweegt dat in artikel 99 lid 1 Wna staat dat klachten tegen notarissen door een ieder met enig redelijk belang kunnen worden ingediend. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een rechtstreeks belang niet zonder meer is vereist, ook een indirect of afgeleid belang van klagers kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure door de wetgever beoogd. De kamer is van oordeel dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Door het testament van 23 augustus 2023 is klager onterfd. Zonder testament zou hij op grond van de wet erfgenaam zijn geweest. Hiermee is zijn belang vast komen te staan.

Algemeen

4.3. Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

Geheimhoudingsplicht

4.4. Naar aanleiding van het beroep op de notariële geheimhoudingsplicht overweegt de kamer als volgt. Op grond van artikel 22 lid 1 Wna is een notaris in beginsel verplicht tot geheimhouding van alle informatie waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheden als zodanig kennisneemt. Deze plicht is door de Hoge Raad erkend als algemeen rechtsbeginsel. De geheimhoudingsplicht kan alleen in uitzonderlijke gevallen door de geheimhouder of door de rechter worden doorbroken. Eén van deze gevallen is als informatie op verzoek of met toestemming van een betrokken partij met derden wordt gedeeld.

4.5. Vast is komen te staan dat de notaris het concept testament van erflaatster heeft gedeeld met haar bewindvoerder. De notaris heeft hierover aangevoerd dat hij dit heeft gedaan op verzoek van erflaatster, omdat erflaatster het concept testament ook nog met haar bewindvoerder wilde doornemen. De bewindvoerder was volledig op de hoogte van de wensen van erflaatster. De notaris heeft in dit verband gewezen op de omstandigheid dat erflaatster op 11 oktober 2023 in een brief heeft bevestigd dat het concept testament op haar verzoek aan de bewindvoerder is toegezonden. Deze brief is overgelegd in een andere procedure.

4.6. Klager is bekend met de inhoud van deze brief en heeft op de mondelinge behandeling ook erkend dat erflaatster deze brief heeft ingebracht in een andere juridische procedure. De kamer overweegt dat klager hiermee ook heeft erkend dat erflaatster haar toestemming heeft verleend aan de notaris om haar concept testament met haar bewindvoerder te delen. Voor zover klager stelt te twijfelen aan de ondertekening van deze brief door erflaatster, geldt dat hij deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

Wilsbekwaamheid

4.7. De kamer stelt het volgende voorop. Als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken. Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie (-dienst) te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen. Dit kan ook inhouden het doorsturen van een (concept) testament op verzoek van de testateur. Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen. Volgens vaste jurisprudentie van de kamers voor het notariaat moet bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt. Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen.

4.8. De notaris heeft in dit verband aangevoerd dat hem geen stukken of gegevens bekend waren waaruit de wilsonbekwaamheid van erflaatster zou blijken. In de diverse gesprekken die hij met haar heeft gevoerd was zij telkens goed in staat duidelijk haar wensen ten aanzien van de inhoud van het testament te formuleren. De notaris heeft op geen enkel moment getwijfeld of hoeven twijfelen aan haar wilsbekwaamheid.

4.9. De kamer overweegt dat klager zijn stellingen ten aanzien van de wilsonbekwaamheid van klaagster niet nader heeft onderbouwd. Klager heeft dit in het licht van wat de notaris hierover heeft aangevoerd dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt. De kamer oordeelt dat niet gebleken is van omstandigheden waaruit volgt dat de notaris diende te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van klaagster ten aanzien van het geven van haar toestemming met betrekking tot het delen van haar concept testament.

Conclusie:

4.10. De kamer oordeelt op grond van het voorgaande dat de notaris het concept testament op verzoek van en met toestemming van erflaatster, aan haar bewindvoerder heeft verzonden. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag van de notaris. De kamer zal de klacht dan ook ongegrond verklaren.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. I.C.J.I.M. van Dorp, voorzitter, mr. L.T. de Jonge en mr. M.M.M. Oors, leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.

De secretaris

De voorzitter

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.