ECLI:NL:TNORAMS:2025:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 766941 / NT 25-11 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2025:27
Datum uitspraak: 11-12-2025
Datum publicatie: 05-03-2026
Zaaknummer(s):
  • 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50
  • 766941 / NT 25-11
  • 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29
Onderwerp: Ondernemingsrecht, subonderwerp: BV/NV
Beslissingen:
  • Verzet gegrond
  • Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd. 

Klachtnummers    : 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29 (eerder: 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 en 766941 / NT 25-11)

Datum uitspraak : 11 december 2025

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 11 december 2025 in de klachten met nummers 774762 / NT 25-28 en 774764 / NT 25-29:
 

[naam] Corporate Services B.V. namens [G] B.V.,

gevestigd te [plaats],

gemachtigde: [naam],
 

tegen:
 

1. [notaris],

notaris te Amsterdam

en

2.  [kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te Amsterdam.
 

Partijen worden hierna klaagster, de notaris en de kandidaat-notaris genoemd. De notaris en de kandidaat-notaris worden hierna gezamenlijk de notarissen genoemd.
 

1.         Ontstaan en loop van de procedure

1.1.      Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft de kamer het verzet van klaagster in de klacht met nummer 766941 / NT 25-11 gedeeltelijk gegrond verklaard en bepaald dat de klacht zal worden behandeld op de zitting van 30 oktober 2025.

1.2.      Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 30 oktober 2025 zijn [Y] (hierna: [Y]) – de gemachtigde van klaagster – en de kandidaat-notaris verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, [Y] aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen. Uitspraak is bepaald op heden.
 

2.         De feiten

2.1.      De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden.

2.2.      Klaagster was huurder van een pand aan [adres] te [plaats], waar zij een Indiaas restaurant exploiteerde.

2.3.      Per 6 februari 2024 is [naam] Corporate Services B.V. als zelfstandig bevoegd bestuurder van klaagster ontslagen en per deze datum is [V] (hierna: [V]) tot zelfstandig bevoegd bestuurder van klaagster benoemd. Blijkens de notulen van de buitengewone algemene vergadering van klaagster , gehouden op 2 september 2024, is voorgesteld om bestuurder [V] per direct te ontslaan, welk voorstel blijkens die notulen is aangenomen. Met ‘datum uit functie’ 2 september 2024 is, blijkens een uitdraai van ‘KVK Handelsregister historie’, [V] als bestuurder uit functie.

2.4.      Op 4 september 2024 heeft de kandidaat-notaris een bespreking gehad met [V], haar echtgenoot en de aan hen verbonden accountant in het kader van de oprichting van een nieuwe besloten vennootschap: [S] B.V. (hierna: [S] B.V.). [V] heeft tijdens dit gesprek aangegeven wat de redenen zijn voor de oprichting en aangegeven [S] B.V. op [adres] te [plaats] (het vestigingsadres van klaagster) te willen inschrijven. Ook gaf zij aan dat zij het vestigingsadres van klaagster wilde wijzigen. Om dit te bewerkstelligen zou [V], als bestuurder van klaagster, een hiertoe bestemd wijzigingsformulier van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) indienen bij de KvK. Zij heeft dit formulier tijdens de bespreking aan de kandidaat-notaris laten zien. Met ‘datum einde’ 5 september 2024 is, blijkens een uitdraai van ‘KVK Handelsregister historie’, als het vestigingsadres van klaagster niet langer [adres] te [plaats].

2.5.      Op 5 september 2024 heeft de kandidaat-notaris een bespreking gehad met de zoon van [V] (hierna: de zoon). Vervolgens is de dag erna bij volmacht, door de zoon [S] B.V. opgericht. De akte van oprichting is verleden door de notaris, met als vestigingsadres van de bv [adres] te [plaats]. Bij oprichting zijn de zoon en [V] benoemd tot bestuurders van [S] B.V.

2.6.      Op 22 juli 2024 heeft de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB) op NotarisNet – een besloten extranet dat alleen toegankelijk is voor haar leden, die daar informatie kunnen vinden die belangrijk is voor hun dagelijkse praktijk – een informatiedocument geplaatst met de titel ‘Aandachtspunten vestigingsadres rechtspersonen’. In dit bericht staat onder meer het volgende:
“De KNB heeft samen met de Kamer van Koophandel (KVK) een aantal aandachtspunten op een rij gezet over het vestigingsadres van rechtspersonen. (…)
Het vestigingsadres – oftewel het bezoekadres en eventueel een afwijkend postadres – wordt vaak door notarissen opgegeven aan de KVK ter inschrijving in het Handelsregister. Met name na oprichting van een rechtspersoon, zoals een bv. Hierbij is van belang dat de notaris vóór de oprichting controleert of het vestigingsadres logisch is en gebruikt kan en mag worden. (…)
Als het vestigingsadres niet overeenkomt met het privéadres van een van de bestuurders, moet aan de hand van een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring worden gecontroleerd of het adres mag worden gebruikt.”

2.7.      Op 22 april 2025 heeft de KNB wederom een bericht op NotarisNet geplaatst, ditmaal met de titel ‘KVK scherpt regels vestigingsadres aan’. In dit bericht staat onder meer het volgende:
“De Kamer van Koophandel (KVK) heeft de criteria voor het accepteren van een toestemmingsverklaring voor gebruik van een vestigingsadres door een bedrijf of organisatie aangescherpt. Voor gebruik van bedrijfspanden accepteert KVK alleen nog huurovereenkomsten en eigendomsbewijzen. De KNB roept notarissen op dit ook toe te passen bij het vestigingsadres van rechtspersonen.
Een bedrijf of organisatie (rechtspersoon) wordt soms gevestigd op een ander adres dan het woonadres van de ondernemer of bestuurder in de BRP. Tot voor kort vroeg de KVK dan om een huurovereenkomst, eigendomsbewijs of toestemmingsverklaring waaruit blijkt dat het andere adres gebruikt mag worden als vestigingsadres. Sinds kort verlangt de KVK als het andere adres een bedrijfspand is een huurovereenkomst of eigendomsbewijs en accepteert de KVK in dat geval niet meer een toestemmingsverklaring. Dit om te voorkomen dat huurders van bedrijfspanden zonder medeweten van de eigenaar ervan toestemming verlenen om ook andere ondernemingen op het adres te laten vestigen.”
 

3.         De klacht

3.1.      Klaagster verwijt de notarissen – kort samengevat – dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] B.V. Hierdoor is [S] B.V. ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van klaagster, zonder haar toestemming, en als gevolg hiervan heeft klaagster (financiële) schade geleden.
 

4.         Het verweer

4.1.      De notarissen hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
 

5.         De beoordeling

5.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notarissen een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

klacht tegen de kandidaat-notaris
5.2.      Blijkens artikel 1 van de Wna verricht een kandidaat-notaris zijn/haar notariële werkzaamheden onder de verantwoordelijkheid van een notaris. Dit sluit echter niet uit dat een kandidaat-notaris een eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid heeft indien hij/zij zelfstandig een zaak in behandeling heeft.

5.3.      Zoals hiervoor genoemd onder 2.6 heeft de KNB op 22 juli 2024 op Notarisnet geplaatst dat aan de hand van een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring kan worden gecontroleerd of het vestigingsadres van een rechtspersoon mag worden gebruikt. De kamer concludeert dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK, zoals hiervoor genoemd onder 2.7) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende.
De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

klacht tegen de notaris
5.4.      De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling.
Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd. De kamer zal zowel de klacht tegen de kandidaat-notaris als de klacht tegen de notaris ongegrond verklaren.

5.5.      Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
 

6.         De beslissing

De kamer voor het notariaat:

- verklaart zowel de klacht tegen de kandidaat-notaris als de klacht tegen de notaris ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W.S.J. Thijs, voorzitter, E.W. Oosterbaan en O. Schlaman, leden en uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025 door mr. W.S.J. Thijs, voorzitter, in aanwezigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Klachtnummer    : 766941 / NT 25-11 (eerder: 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50)

Datum uitspraak : 28 augustus 2025

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 28 augustus 2025 in de zaak met nummer 766941 / NT 25-11 in het verzet van:
 

[naam] Corporate Services B.V. namens [G] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: [Y],
 

tegen de beslissing van de voorzitter van 11 maart 2025

in de klachten met nummers 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49 en 761055 / NT 24-50 tegen:


1. [notaris],

notaris te [vestigingsplaats]

en

2.  [kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats].
 

Partijen worden hierna klaagster en de (notaris en de kandidaat-notaris samen) notarissen genoemd.
 

1.         Ontstaan en loop van de procedure

1.1.      Bij de hiervoor genoemde beslissing van 11 maart 2025 heeft de voorzitter van de kamer voor het notariaat de klachten deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. Een afschrift van deze beslissing is aan de gemachtigde van klaagster bij aangetekende brief van 11 maart 2025 toegezonden.

1.2.      Bij brief van 24 maart 2025, door de kamer per e-mail op dezelfde dag ontvangen, heeft klaagster tegen de beslissing van de voorzitter verzet aangetekend en de kamer bericht dat zij in het verzet wenst te worden gehoord.

1.3.      Het verzet is mondeling behandeld op 26 juni 2025. Aanwezig was de heer [Y] (hierna: [Y]). Uitspraak is bepaald op vandaag.
 

2.         De ontvankelijkheid van het verzet

2.1.      In de beslissing van 11 maart 2025 is [Y] als klager aangemerkt. [Y] heeft de kamer desgevraagd bevestigd dat als klaagster heeft te gelden [G] B.V. Dit betekent dat de kamer het verzetschrift begrijpt als ingediend door [G] B.V. en niet (mede) namens [naam] Corporate Services B.V.

2.2.      Klaagster kan in haar verzet tegen de beslissing van de voorzitter worden ontvangen, nu zij het verzet heeft ingesteld binnen de bij de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) bepaalde termijn van 14 dagen na de datum waarop de kamer aan de gemachtigde van klaagster aangetekend een afschrift van de voorzittersbeslissing heeft verzonden.


3.         De beslissing van 11 maart 2025

3.1.      In de beslissing van 11 maart 2025 heeft de voorzitter geoordeeld dat de klacht met nummers 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38 (hierna: de eerste klacht) kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzitter is van oordeel dat klaagster niet als belanghebbende bij de eerste klacht kan worden aangemerkt. Klaagster verwijt de notarissen in die klacht - kort gezegd - dat de notarissen hun onderzoeksplicht niet zijn nagekomen bij het passeren van de akte van oprichting van [S] B.V.

3.2.      De klacht met nummers 761053 / NT 24-49 en 761055 / NT 24-50 (hierna: de tweede klacht) gaat over het verwijt dat de notarissen “zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen.”

Deze klacht heeft de voorzitter afgewezen omdat deze kennelijk ongegrond is bij gebrek aan feitelijke onderbouwing.


4.         Het verzet

4.1.      Klaagster is het niet eens met de beslissing van de voorzitter.
Allereerst voert klaagster in het verzetschrift aan dat er in de feiten een viertal onjuistheden staan. Een daarvan is dat [naam] Corporate Services B.V. geen aandeelhouder van [G] B.V. (meer) zou zijn, terwijl dat nog steeds wel het geval is.

4.2.      Klaagster was huurder van het pand aan de [adres], waar zij een Indiaas restaurant exploiteerde. Op 5 september 2024 is buiten medeweten van [naam] Corporate Services B.V. het vestigingsadres van klaagster bij de Kamer van Koophandel gewijzigd van [adres] in het privéadres van [Y] te Amsterdam.

4.3.      Bij akte van oprichting van 6 september 2024, verleden door de kandidaat-notaris, is [S] B.V. opgericht, met als vestigingsadres [adres]. De huur werd door [S] B.V. bewust niet betaald. Klaagster is voor de huurbetalingen aangesproken, evenals voor de btw, loonheffingen en pensioenpremies van het Indiase restaurant. Klaagster heeft daarvoor civiele procedures moeten aanspannen. De schade voor klaagster loopt in de tienduizenden euro’s, aldus klaagster. Klaagster stelt dat als de notarissen hun onderzoeksplicht waren nagekomen klaagster geen financiële schade zou hebben geleden.
 

5.         De beoordeling

5.1.      Op grond van artikel 99 lid 18 van de Wet op het notarisambt kan de kamer voor het notariaat zonder nader onderzoek het verzet ongegrond verklaren indien zij van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, echter niet dan na de klager die daarom vroeg, in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.

5.2.      Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld.

5.3.      De kamer zal dan ook het verzet tegen de beslissing van de voorzitter gegrond verklaren ten aanzien van de eerste klacht.

5.4.      De kamer sluit zich aan bij het oordeel van de voorzitter dat de tweede klacht bij gebreke van feitelijke onderbouwing kennelijk ongegrond is. De kamer zal het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ten aanzien van die klacht daarom ongegrond verklaren.
 

6.         BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

- verklaart het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ten aanzien van de eerste klacht gegrond;
- verklaart het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ten aanzien van de tweede klacht ongegrond;
- bepaalt dat de eerste klacht tegen de notarissen zal worden behandeld op de openbare zitting van de kamer van 30 oktober 2025 om 09:30 uur, waartoe partijen zullen worden opgeroepen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W.S.J. Thijs, voorzitter, W.A. Groen en A.J.H.M. Janssen, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2025.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Klachtnummers    : 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50

Datum uitspraak : 11 maart 2025
 

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van de voorzitter van 11 maart 2025 als bedoeld in artikel 99 lid 11 van de Wet op het notarisambt (Wna) in de klachten met nummers 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 van:
 

[klager],

wonende te [woonplaats],

hierna: klager,


tegen:


1. [notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna: de notaris,

en

2. [kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],

hierna: de kandidaat-notaris.


De notaris en de kandidaat-notaris worden hierna tezamen de notarissen genoemd.


1.          Ontstaan en loop van de procedure

De voorzitter gaat uit van de volgende stukken:

- klaagschrift met bijlagen per e-mail van 23 september 2024;

- verweerschrift met bijlagen van 23 november 2024, ingekomen op 5 december 2024;

- tweede klaagschrift met bijlagen per e-mail van 11 december 2024;

- verweerschrift van 25 januari 2025, ingekomen op 6 februari 2025.


2.          De feiten

De voorzitter gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden.

2.1.      Klager is enig aandeelhouder van [naam] Corporate Services BV te Amsterdam (hierna: [naam] BV). [naam] BV was (tot 6 februari 2024) aandeelhouder van [G] BV te Amsterdam (hierna: [G] BV). [G] BV exploiteert een restaurant te [plaats].

2.2.      Per 6 februari 2024 is [naam] BV als zelfstandig bevoegd bestuurder van [G] BV ontslagen en per deze datum is [V] tot statutair directeur (hierna: de bestuurder) van deze onderneming benoemd. De feitelijke leiding van [G] BV berust bij de echtgenoot van de bestuurder.

2.3.      Tussen eind juli 2024 en 5 september 2024 heeft klager meerdere e-mails/brieven aan de bestuurder gestuurd, waarin hij de bestuurder heeft gevraagd om de financiële administratie en boekhouding van [G] BV aan te leveren en openstaande (belasting-)schulden te betalen.

2.4.      De bestuurder is op 2 september 2024 uit haar functie van statutair directeur van [G] BV ontslagen.

2.5.      Op 5 september 2024 heeft de bestuurder zonder toestemming van klager, het vestigingsadres van [G] BV bij de Kamer van Koophandel gewijzigd in het privé-adres van klager. [G] BV was tot en met 5 september 2024 ingeschreven in de Kamer van Koophandel met als vestigingsadres [adres] te [plaats].

2.6.      Bij akte van oprichting d.d. 6 september 2024, verleden voor de kandidaat-notaris, is [S] BV te [plaats] (hierna: [S] BV) opgericht door de zoon van de bestuurder (hierna: de zoon). De bestuurder is vervolgens tot statutair directeur van [S] BV benoemd. [S] BV heeft als vestigingsadres het adres [adres] (het voormalige vestigingsadres van [G] BV).

2.7.      Op 16 september 2024 heeft klager een dwangbevel van de Belastingdienst op naam van [G] BV tot betaling van € 6.588,- ontvangen.

2.8.      Bij brief van 22 september 2024 heeft klager de notarissen aansprakelijk gesteld.  

2.9.      Klager heeft op 10 december 2024 aangifte van verduistering tegen de bestuurder en haar echtgenoot gedaan.


3.          De klacht

3.1.      Klager verwijt de notarissen ten eerste (eerste klaagschrift) - kort samengevat – dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager.

3.2.      Ten tweede (tweede klaagschrift) verwijt klager de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU).
 

4.          Het verweer

4.1.      De notarissen hebben zich primair op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht omdat hij geen belang heeft. Klager was tot 6 februari 2024 indirect aandeelhouder van [G] BV. Klager was geen partij bij de akte van oprichting van [S] BV en heeft ook geen belang bij deze akte.

4.2.      Subsidiair hebben de notarissen aangevoerd dat de klacht kennelijk ongegrond is omdat de onderneming [G] BV op 6 september 2024 niet was ingeschreven op het adres [adres] te [plaats]. De kandidaat-notaris heeft een bespreking gevoerd met de oprichter van [S] BV en zich ervan vergewist om welke reden de onderneming werd opgericht. Over de inhoud van de bespreking kunnen de notarissen verder, gelet op hun geheimhoudingsplicht, niets mededelen. Voor zover de klacht aldus moet worden gelezen dat de akte van oprichting ten onrechte bij volmacht is getekend, is deze kennelijk ongegrond omdat het normale praktijk is dat een zodanige akte ook bij volmacht kan worden getekend.

4.3.      In het verweer op het tweede klaagschrift hebben de notarissen aangevoerd dat zij daarin geen nieuwe argumenten hebben gelezen zodat zij voor hun verweer kortheidshalve verwijzen naar hun eerdere verweerschrift d.d. 23 november 2024.
 

5.          De beoordeling

5.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat- notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

5.2.      Op grond van artikel 99 lid 11 Wna kan de voorzitter een klacht over hiervoor bedoeld handelen of nalaten terstond bij met redenen omklede beslissing afwijzen indien hij van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is.

5.3.      Voordat de voorzitter aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, moet eerst (ambtshalve) worden beoordeeld of klager als belanghebbende  kan worden aangemerkt. Ingevolge artikel 99 lid 1 Wna kunnen klachten tegen notarissen door een ieder met enig redelijk belang worden ingediend. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een rechtstreeks belang bij de klacht niet zonder meer is vereist, ook een indirect of afgeleid belang van klagers kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure door de wetgever beoogd. Vast staat dat klager geen partij was bij de akte van oprichting van 6 september 2024. Evenmin kan klager als indirect belanghebbende worden aangemerkt omdat klager ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter zal daarom het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afwijzen.

5.4.      Voor zover de tweede klacht van klager ziet op de notariële akte van 6 september 2024, is hiervoor al overwogen dat klager geen belang heeft. Voor het overige is het verwijt dat de notarissen ‘zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen’, niet geconcretiseerd. De voorzitter acht dit klachtonderdeel bij gebreke van een feitelijk substraat kennelijk ongegrond.

5.5.      Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De voorzitter:

- wijst de klacht in beide klachtonderdelen af.

Deze beslissing is op 11 maart 2025 gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Land-Smorenburg, secretaris.

Tegen deze beslissing kan klager binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk in verzet gaan bij de kamer voor het notariaat. Klager dient gemotiveerd aan te geven met welke overweging(en) van de voorzitter hij/zij zich niet kan verenigen. Hij/zij kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord.