ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2025:25
Datum uitspraak: 23-12-2025
Datum publicatie: 27-02-2026
Zaaknummer(s): 772538 / NT 25-22
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
 

Beslissing van 23 december 2025 in de klacht met nummer 772538 / NT 25-22 van:
 

[klager],

wonende te [woonplaats],

tegen:
 

[notaris],

notaris te [vestigingsplaats].

Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd.
 

1.          Ontstaan en loop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen van 17 juli 2025;
- het verweerschrift bij brief ingekomen bij de kamer op 19 augustus 2025;
- de e-mail van klager van 7 oktober 2025;
- de e-mail van klager van 31 oktober 2025, met bijlage.

1.2.      Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 11 november 2025 zijn klager en de notaris verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen. Uitspraak is bepaald op heden.
 

2.          De feiten

2.1.      Op 17 februari 2023 heeft de moeder van klager, mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster), een testament opgemaakt bij de notaris. Uit dit testament volgt dat klager geen erfgenaam is. Er zijn twee andere erfgenamen, namelijk [J] (hierna: de zuster van erflaatster) en [T] (hierna: de nicht van erflaatster). Het testament bevat onder meer de volgende bepalingen:
(…)
LEGATEN/VERERVING
Ten derde
(…)
2.         Onder de verplichting tot afgifte van voormelde legaten benoem ik tot enige en algehele erfgenamen mijner nalatenschap, tezamen en voor gelijke delen:
            a.         mijn zus, [de zuster van erflaatster, kvhn], voornoemd;
            b.         mijn nicht (…), [de nicht van erflaatster], (…)

             Plaatsvervulling
            (…)
            Ik wil dus niet dat mijn echtgenoot, die dement is, of een van mijn afstammelingen, of een van mijn andere familieleden erven.

EXECUTELE
Ten vierde
Benoeming
Ik benoem tot executeur notaris [de notaris], gevestigd te [vestigingsplaats], danwel diens associé/opvolger, hierna te noemen: “executeur”, voor welke benoeming de volgende bepalingen gelden:
(…)

Uitvaart
Ik leg op de executeur de last mijn uitvaart te regelen. Ik wil dat dat op dezelfde wijze en naar dezelfde keuzes als bij de uitvaart van mijn broer [B] zal plaatsvinden, maar dan veel beperkter en slechts met dat deel van mijn familie welke ik een verkrijging uit mijn nalatenschap gun. Het is mijn uitdrukkelijke wens om begraven te worden op de Katholieke Begraafplaats te [woonplaats]. (…)
 

2.2.      Op [datum] 2023 is erflaatster overleden. Eerder dat jaar was de echtgenoot van erflaatster (hierna: de echtgenoot) overleden. De echtgenoot had een zoon uit een andere relatie (hierna: de zoon van de echtgenoot).

2.3.      Bij e-mail van 9 oktober 2023 heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) In vervolg op ons gesprek stuur ik u zoals afgesproken mijn contactgevens.
Graag zou ik, indien mogelijk, een afschrift ontvangen van de wensen van de overledene zoals door u vanmiddag toegelicht.

2.4.      Bij e-mail van 10 oktober 2023 (17:27u) heeft de notaris aan klager geschreven:
(…) Dank voor het verstrekken van uw contactgegevens. (…)
We lopen met uw verzoek gelijk tegen de beroepsregels aan: ik kan deze onderdelen van haar testament niet aan u beschikbaar maken met een afschrift. U zult het dus moeten doen met hetgeen ik daarover heb gezegd. Ik zal als executeur deze uiterste wilsbeschikking zodanig gaan uitvoeren. Hetgeen inhoudt dat ik mij deze week alleen zal richten naar de uitvoering van de begrafenis conform haar opgetekende wens(en).
Uw moeder ligt opgebaard in [verzorgingshuis], zodat ieder daar gepast (individueel) een afscheid kan nemen.

2.5.      Bij e-mail van 10 oktober 2023 (17:55u) heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Telefonisch heb ik ook verzocht om informatie omtrent de uitvaart, locatie en datum. Kan ik uit uw antwoord ook afleiden dat u gelet op de wilsbeschikking  van de overledene deze informatie niet met mij kunt delen?

2.6.      Bij e-mail van 11 oktober 2023 (12:19u) heeft de notaris aan klager geschreven:
(…) Nog geen half uur geleden spraken wij elkaar aan de telefoon: nogmaals bericht ik u dat het testament instructie geeft wie ik mag uitnodigen voor de begrafenis.
Ik zal u dus niet uitnodigen. Dat u dan niet weet wanneer en waar de begrafenis is, is niet het gevolg; immers weet ik allang al dat u het weet maar daarin niet eerlijk bent in een gesprek met mij over juist dit onderwerp. Ik zal daarom ons recente gesprek als laatste gesprek vaststellen.
Als u (met uw advocaat) de rechtsgeldigheid van de uiterste wilsbeschikking(en) wilt gaan aanvechten dan heb ik u nu reeds meegedeeld dat:
-           De geheimhouding geen ruimte biedt om hetgeen uw moeder met mij heeft gedeeld of hetgeen daaromtrent door mij werd opgetekend met u te gaan delen; u zult een uittreksel van het testament verkrijgen voor zover dat benodigd is ter bepaling van uw (legitieme) rechten
-           Dat dit niet zover strekt dat ik ook niets mag delen over de wijze waarop het testament feitelijk tot stand is gekomen
-           Dat alle zorgvuldigheid en voorgeschreven protocollen (ook naar de stand van de rechtspraak) in acht werden genomen en uitgebreid aantekening daarvan werd gemaakt én ik zodanig niet benieuwd zal zijn naar een rechtelijk oordeel (indien u dat gaat verzoeken). Neemt niet weg dat ik mij als notaris laat toetsen door een rechter en niet door u.

U zult begrijpen dat ik met de benodigde voorkennis mij zorgvuldig hierop tevoren heb voorbereid.

2.7.      Bij e-mail van 11 oktober 2023 (13:07u) heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Ik wil u echter wel wijzen op een feitelijke onjuistheid. Ik heb u gevraagd of u de details van de uitvaart mocht delen, daarbij in het midden gelaten of ik deze informatie al dan niet heb. De oneerlijkheid waarvan u mij beticht laat ik dan ook geheel bij u, en voel mij geenszins aangesproken.
De door u veelvuldig gebezigde term ruimhartig betekent volgens het woordenboek onder meer: “meelevend, meevoelend”. Ik heb dit duidelijk anders ervaren.

2.8.      Bij e-mail van 11 oktober 2023 (14:27u) heeft de notaris aan klager geschreven:
(…) Ik heb u de afgelopen 3 dagen steeds en ruimhartig te woord gestaan/ met u gecorrespondeerd. Indachtig de gevoelens bij het overlijden van uw moeder en het einde van een mogelijkheid om ooit te verzoenen met het verleden. (Verlies en rouw heeft meerdere verschijningsvormen.)
U heeft daaruit kennelijk niet verkregen wat u wenst. Daar laat ik het nu bij. Ik voer de laatste wil van uw moeder uit.
NB: u bent wederom selectief als u mij op een woord wilt gaan vangen
Bijvoeglijk naamwoord. ruimhartig. geneigd tot geven, royaal.

2.9.      Op 11 en 12 oktober 2023 heeft de begrafenisondernemer die betrokken was bij de uitvaart van erflaatster, [P] (hierna: de begrafenisondernemer), twee e-mails gestuurd aan de notaris en aan de zuster van erflaatster met de details van de uitvaart van erflaatster. De notaris heeft hierop gereageerd. Bij e-mail van 12 oktober 2023 (13:18u) heeft de zuster van erflaatster vervolgens aan de notaris geschreven:
(…) Enige empathie had ik toch van u verwacht. Het zal u maar overkomen dat u geweigerd wordt om afscheid te nemen van uw ouders.
Ik heb de opdracht teruggegeven, omdat ik er niet achter sta, ik hoop dat u dat begrijpt. Maar toch probeert u te handelen, alsof ik het wel samen met u oplos. Dat is uw fout! Daardoor gaan mensen op eieren lopen!
Nee, ik zal wel regelen, maar buiten de opdracht! Begrijp dat goed!
Die empathie vond ik wel bij [P]. En het valt mij van u tegen, dat u zich zo verdedigt door hem aan te vallen. Helemaal niet nodig!

2.10.    Bij e-mail van 12 oktober 2023 (13:51u) heeft de notaris aan de zuster van erflaatster geschreven:
(…) Ik heb kennis genomen van uw verwijten. Als [P] anders zegt dan ik, als executeur van het testament, dan laat ik dat inderdaad geheel voor zijn rekening en spreek hem daarop aan.
U heeft niets samen met mij geregeld. Ik heb gisteren slechts muzieksuggesties bij u verkregen en contactgegevens bij u opgehaald van de mensen die ik diende uit te nodigen.
Inmiddels bericht ik u dat de zoon (die ik niet mocht uitnodigen), de zoon van wijlen [de echtgenoot] zodanig heeft bejegend dat de urn niet langer in de kist zal meekunnen. De insteek bij het uitvoeren van mijn opdracht dat het echtpaar in de dood weer samen zou komen, na de afgelopen jaren niet meer samen te hebben kunnen zijn, is daarmee (ook) teniet gedaan.
Dit betekent niet dat er nu geen apart graf zal komen; dat zal ik nu niet meer wijzigen (gezien uw eerdere instructies dat als de urn zou worden bijgeplaatst in de kist een bijplaatsing in het graf ‘[achternaam]’ niet mocht).
Ik voer het testament en dus de laatste wilsbeschikking van de overledene uit.
Ik hoop en verwacht dat na de begrafenis u en ik een goed gesprek kunnen gaan voeren opdat verhoudingen zullen normaliseren. Ik stop nu geheel met corresponderen of u te woord staan tot na de begrafenis. Dat acht ik wijs.

2.11.    Bij e-mail van 13 oktober 2023 heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Voor de goede orde. Er is mij het volgende ter ore gekomen.
U legt, in uw rol als executeur van de nalatenschap van mijn moeder, een causaal verband tussen de keuze die [de zoon van de echtgenoot] heeft gemaakt over enerzijds de finale bestemming van de urn van zijn vader [de echtgenoot], en anderzijds de wijze waarop ik [de zoon van de echtgenoot] zou hebben bejegend.
De hieruit volgende suggestie werp ik, na ruggespraak met [de zoon van de echtgenoot], verre van mij. (…)”

2.12.    Bij e-mail van 22 oktober 2023 heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Ik heb u dit bericht [de onder 2.11 genoemde e-mail van 13 oktober 2023, kvhn] vorige week verzonden, en tot op heden niets mogen vernemen.
Ik stel echter wel prijs op een reactie uwerzijds, dit om een beeld te vormen hoe de in uw mail gestelde aantijging tot stand is gekomen.

2.13.    Bij e-mail van 8 juli 2025 heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Mijn eerdere berichten van 13 en 22 oktober 2023 zijn tot op heden onbeantwoord gebleven.
Ik verzoek u hierbij alsnog om een schriftelijke reactie op de door u geuite suggestie met betrekking tot mijn omgang met [de zoon van de echtgenoot] en diens beslissing inzake de bestemming van de urn van zijn vader. Uw toelichting is van belang voor een juiste duiding van uw uitlating en de context waarin deze tot stand is gekomen.
Ik vertrouw erop dat u binnen vijf werkdagen inhoudelijk zult reageren.

2.14.    Bij e-mail van 15 juli 2025 (09:57u) heeft de notaris aan klager geschreven:
(…) Werkelijk geen flauw idee waar u het over heeft of suggereert. Dit zal daarom mijn enige reactie zijn na (bijna) 2 jaar.
Ik hoop verder dat alles goed gaat met u.

2.15.    Bij e-mail van 15 juli 2025 (10:22u) heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Uw reactie van heden laat mij verbaasd en verontrust achter. Niet alleen miskent u daarmee volledig de inhoud en ernst van mijn herhaalde verzoeken, u toont zich bovendien in uw bewoordingen onprofessioneel en ontwijkend.
Het is tekenend dat u – na maandenlange radiostilte en zonder inhoudelijke beantwoording – nu volstaat met een afwijzing en de mededeling dat dit uw “enige reactie” zal zijn. Uw houding acht ik volstrekt in strijd met de zorgvuldigheid en verantwoordelijkheidszin die van een notaris mag worden verwacht, zeker jegens direct betrokkenen in een erfrechtelijke kwestie.
Ik zal deze gang van zaken dan ook niet onbeantwoord laten.

2.16.    Bij e-mail van 15 juli 2025 (12:12u) heeft de notaris aan klager geschreven:
(…) Nog steeds ben ik onbekend met wat u suggereert, waar u op doelt en uw motief. Met het definitief regelen, verzorgen en uitkeren van uw legitieme portie per oktober-december 2024 zijn mijn werkzaamheden betreffende de onterfde kinderen afgerond. U bent destijds bijgestaan door uw advocaat. Ik laat mij niet in door u opgeworpen discussies meevoeren.
Ik wens u een fijne dag, en verzoek u deze wijze van communicatie en het zoeken naar ‘kwade praktijken van de notaris’ bijna 2 jaar na het overlijden van uw stiefvader en uw moeder te staken.

2.17.    Bij e-mail van 15 juli 2025 (12:28u) heeft klager aan de notaris geschreven:
(…) Uw recente bericht geeft mij aanleiding te constateren dat verdere uitwisseling van correspondentie geen toegevoegde waarde meer heeft. Uw reactie van heden, evenals de voorafgaande communicatie, zal worden opgenomen in het dossier.

2.18.    Op 30 oktober 2025 heeft de zoon van de echtgenoot een verklaring ondertekend, die als volgt luidt:
(…) Ondergetekende verklaart naar waarheid en geweten, voor zover gebaseerd op eigen wetenschap en ervaring, als volgt:
(…)
3.         De suggestie dat [klager] (de zoon van de overledene) mij onheus of “zodanig” zou hebben bejegend en dat die bejegening de reden zou zijn voor mijn beslissing over de urn, is onjuist en ontbeert feitelijke grond.
4.         Er bestaat geen causaal verband tussen enige communicatie of gedraging van [klager] en mijn besluit over de urn; mijn besluitvorming daaromtrent stond daar los van.
5.         Opmerkelijk en voor de context relevant acht ik dat wij als nabestaanden van wijlen de heer [echtgenoot] niet mochten worden uitgenodigd voor de uitvaart, terwijl voorzien was dat de urn van onze vader in de kist van de overledene zou worden geplaatst. (…)

 

3.          De klacht

De klacht bestaat uit drie onderdelen:

3.1.      Structurele schending van hoor en wederhoor
De notaris heeft zich in zijn e-mail van 12 oktober 2023 (hiervoor aangehaald onder 2.10) tegenover de zus van erflaatster uitgelaten over de bejegening van de zoon van de echtgenoot door klager zonder klager daarin te kennen en zonder gelegenheid tot wederhoor te bieden. De uitlating is feitelijk onjuist en heeft directe gevolgen gehad voor de uitvaart en het rouwproces van klager. Zijn herhaalde verzoeken om toelichting en rectificatie op 13 oktober 2023, 22 oktober 2023, 8 juli 2025 en 15 juli 2025 bleven onbeantwoord. Dit levert een duidelijke schending op van het beginsel van hoor en wederhoor en van artikel 2 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels 2011.

3.2.      Ongepaste (onprofessionele en partijdige) communicatie
De toonzetting en inhoud van de e-mails van de notaris van 15 juli 2025 (hiervoor aangehaald onder 2.14 en 2.16) zijn onprofessioneel en miskennen de positie van klager als legitimaris. Zij zijn niet in overeenstemming met de zorgvuldigheidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 17 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna).

3.3.      Gebrek aan empathie en zorgvuldigheid
In de periode direct na het overlijden van erflaatster heeft de notaris zich jegens klager als volgt opgesteld:

  • informatie over de uitvaart en nalatenschap werd klager – als zoon van de overledene – onthouden;
  • er werd klager zonder onderbouwing verweten “niet eerlijk” te zijn;
  • communicatie werd eenzijdig en zonder toelichting beëindigd;
  • andere familieleden werden zonder motivering uitgesloten van overleg.

Gezien de emotionele context en de bijzondere rol van de notaris en executeur testamentair had een zorgvuldige, neutrale en empathische benadering op zijn plaats geweest. Zijn nalaten daarvan schaadt zowel de belangen van klager als het aanzien van het ambt. De klacht ziet niet op op zichzelf staande incidenten, maar op een structureel patroon van onzorgvuldigheid, partijdigheid en gebrek aan respect binnen een juridisch en menselijk gevoelige context.
 

4.          Het verweer

4.1.      De notaris heeft de klacht weersproken. De notaris heeft zijn reactie bewust kort gehouden: hij staat achter zijn geschreven en ongeschreven communicatie ten tijde van het verzorgen van de uitvaart van erflaatster en verwijst naar zijn e-mail van 15 juli 2025 (12.12u).
 

5.          De beoordeling


5.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2.      De kamer ziet aanleiding de drie klachtonderdelen gezamenlijk te behandelen. In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.

5.3.      De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager van 13 oktober 2023 en 22 oktober 2023 (hiervoor genoemd onder 2.11 respectievelijk 2.12) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van 8 juli 2025 en 15 juli 2025 (hiervoor genoemd onder 2.13 respectievelijk 2.15) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager. Op zichzelf beschouwd is dit gebrek aan communicatie nog niet klachtwaardig, maar dit is het wel in combinatie met de toonzetting van de e-mails van de notaris jegens klager, die onnodig kwetsend en kleinerend is geweest. Zo was het verwijt aan het adres van klager dat hij niet ‘eerlijk’ is geweest (zie onder 2.6) niet nodig, nog daargelaten of dit feitelijk juist was. Een ander voorbeeld is de onder 2.14 aangehaalde e-mail waarin klager in scherpe bewoordingen meteen op afstand wordt gehouden. Dat klager de communicatie met de notaris als geheel als kleinerend heeft ervaren is begrijpelijk. Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond.

maatregel
5.4.      Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

griffierecht
5.5.      Omdat de kamer de klacht tegen de notaris gegrond verklaart, dient de notaris het door klager betaalde griffierecht van € 50 op grond van artikel 99 lid 5 Wna aan klager te vergoeden, binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing. Klager dient daarvoor tijdig schriftelijk zijn rekeningnummer aan de notaris door te geven.

kostenveroordeling    
5.6.      Nu de kamer de klacht gegrond verklaart en de notaris een maatregel oplegt, zal de kamer de notaris, gelet op artikel 103b lid 1 Wna jo. de richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat (Staatscourant 2020, nr. 67893), veroordelen in de kosten die klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, vastgesteld op een (forfaitair) bedrag van € 50. De kamer bepaalt dat dit bedrag binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager moet worden betaald. Klager dient daarvoor tijdig schriftelijk zijn rekeningnummer aan de notaris door te geven.

5.7.      Verder ziet de kamer aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b lid 1 Wna jo. de richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 (Staatscourant 2020, nr. 67893), te veroordelen in de kosten die voor de behandeling van de zaak door de kamer zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 2.000 (wegingsfactor 1). De kamer ziet geen aanleiding voor het opleggen van een lagere kostenveroordeling. De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de kamer moeten worden betaald. De notaris ontvangt hiervoor een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) te Utrecht.

5.8.      Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
 

6.         De beslissing

De kamer voor het notariaat:

- verklaart de klacht gegrond;
- legt de notaris de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de notaris tot betaling aan klager van € 50 aan griffierecht en € 50 in de kosten in verband met de behandeling van de klacht, op de wijze en binnen de termijn als hiervóór bepaald;
- veroordeelt de notaris tot betaling van € 2.000 in de kosten voor de behandeling van de zaak door de kamer, op de wijze en binnen de termijn als hiervóór bepaald.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.P. Pompe, voorzitter, J.J. Dijk, C. Holdinga, E.F. van Bolhuis en A.J.H.M. Janssen, leden en uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025 door mr. S.P. Pompe, voorzitter, in aanwezigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).