ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-05-2025 |
| Datum publicatie: | 20-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | 747578 / NT 24-7 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing van 27 mei 2025 in de klacht met nummer 747578 / NT 24-7 van:
[klaagster],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr. M.G. Jansen, advocaat te Haarlem,
tegen:
[kandidaat-notaris],
kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],
gemachtigde: mr. O.B. Zwijnenberg, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna klaagster en de kandidaat-notaris genoemd.
1. Ontstaan en loop van de procedure
1.1. Bij e-mail van 6 maart 2024 heeft klaagster een klaagschrift met bijlagen ingediend.
1.2. Bij brief van 3 mei 2024 heeft de kandidaat-notaris een verweerschrift ingediend.
1.3. Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 15 april 2025 zijn klaagster en de kandidaat-notaris, beiden vergezeld van hun gemachtigden, verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, klaagster aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen. Uitspraak is bepaald op heden.
2. De feiten
2.1. De echtgenoot van klaagster, de heer [erflater] (hierna: erflater), is op 1 april 2023 overleden.
2.2. Bij testament van 21 maart 2023 heeft erflater, ten laste van de gezamenlijke erfgenamen, aan klaagster een vruchtgebruik van een bedrag in geld, groot € 275.000 (hierna: het legaat), gelegateerd. Over het vruchtgebruik is onder meer bepaald: “De vruchtgebruiker is niet vrij in de wijze van beleggen en herbeleggen van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen, zij is slechts vrij de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen te (her)beleggen in een registergoed bestemd voor eigen bewoning.”
2.3. De kinderen uit het eerste huwelijk van erflater, dochters [C] en [R] (hierna: de dochters van erflater), zijn de blooteigenaren van het legaat.
2.4. Klaagster heeft het legaat opgeëist en het geldbedrag geïnvesteerd in de aankoop van een woning aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). De akte van levering is op 2 oktober 2023 verleden voor mr. [de notaris], notaris te [vestigingsplaats] (hierna: de notaris).
2.5. Klaagster heeft vervolgens besloten tot de aankoop van een andere, kleinere, woning in [woonplaats] (hierna: woning II).
2.6. Op 25 november 2023 heeft klaagster voor de verkoop van de woning een koopovereenkomst gesloten. De overdracht van de woning zou op 7 december 2023 plaatsvinden ten overstaan van de kandidaat-notaris.
2.7. Op 1 december 2023 heeft klaagster de contactgegevens van de kandidaat-notaris aan de advocaat van de dochters van erflater, mr. [M] (hierna: de advocaat), doorgegeven.
2.8. Op 6 december 2023 heeft de advocaat aan de kandidaat-notaris bericht dat zij optrad voor de dochters van erflater en dat de dochters van erflater erfgenamen zijn in de nalatenschap van erflater. Daarbij heeft de advocaat het testament en een rekeningafschrift waaruit de opname van het legaat van € 275.000 bleek, aan de kandidaat-notaris toegestuurd. Vervolgens heeft de kandidaat-notaris op diezelfde dag telefonisch contact opgenomen met de notaris.
2.9. Op 6 december 2023 heeft klaagster voor de koop van woning II een koopovereenkomst gesloten.
2.10. Bij e-mail van 6 december 2023 heeft de kandidaat-notaris aan klaagster bericht: “Inmiddels heb ik kort telefonisch contact gehad met [de notaris]. Tijdens dit onderhoud heeft zij mij ter kennis gebracht dat de dochters van [erflater] (..), ook (al dan niet indirect) betrokken zijn bij de voor morgen geplande overdracht van [de woning].
Kort geschetst, zonder hun medewerking/toestemming kunt u niet tot vervreemding van
de woning overgaan (en ik aldus ook niet).
Aangezien u dit niet eerder hebt vermeld, waar dit volgens [de notaris] wel de bedoeling
was, is het voor mij niet meer te realiseren om deze toestemming vóór morgen te krijgen.
Om deze reden zal de overdracht (i.i.g. vooralsnog morgen) niet door kunnen gaan.
Van het niet doorgaan van de overdracht zal ik ook kopers op de hoogte brengen. Gezien
mijn geheimhoudingsplicht kan ik hen niet informeren over de reden waarom het niet
doorgaat, hiervoor kan ik niet anders dan hen doorverwijzen naar u.
Morgen zal ik verklaringen opstellen voor [de dochters van erflater] ter ondertekening.
Zij zullen hiermee (hopelijk) alsnog toestemming geven voor de overdracht.
Aangezien ik in de lastige situatie zit dat ik ook hen niet zelf mag informeren (ook
vanwege mijn geheimhoudingsplicht) zal ik deze door hen te ondertekenen verklaringen
aan U toezenden.
U, wellicht met behulp van [de notaris], dient er voor zorg te dragen dat deze verklaringen
z.s.m. door hen ondertekend worden bij een notaris (deze dienen gelegaliseerd te worden).”
2.11. Op 13 december 2023 heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden tussen klaagster en de kandidaat-notaris. Desgevraagd antwoordde klaagster de kandidaat-notaris dat de notaris bezig was met de handtekening van een van de dochters van erflater die in Spanje woont.
2.12. Bij e-mail van 14 december 2023 heeft de kandidaat-notaris geantwoord: “De door [de notaris] voorgestelde “eenvoudige en vooral snellere route” is simpelweg niet hoe dit soort zaken geregeld horen te worden conform mijn (overigens ook haar) ambtsregels. (…) Vergeet hierbij niet dat deze verklaringen nu, te elfder ure, nodig zijn omdat [de notaris] haar werk (zo het lijkt) niet goed heeft gedaan en U mij niet tijdig hebt geïnformeerd over deze situatie! Sterker, bij toeval is de voorgeschiedenis mij ter kennis gekomen. Ten laatste is opmerkenswaardig dat de snelheid waarin deze kwestie afgerond is voor mij van geen belang is. Daarentegen hebt U zeer zeker wel baat bij snelle afwikkeling. U bent een verplichting aangegaan jegens kopers welke u reeds al niet bent nagekomen. Immers, U behoorde op 7 december jl., conform het door U ondertekende koopcontract, de woning in eigendom over te dragen (artikel 4.1). Hoe langer deze kwestie duurt, hoe groter de kans dat kopers juridische stappen zullen ondernemen. Hiermee loopt u mogelijk risico op ontbinding van het koopcontract en tevens op betaling van een flinke boete (dit op basis van het door U ondertekende koopcontract, zie artikel 11). Kortom, het is niet mijn belang dat ik hier probeer te bewaken.”
2.13. Bij aangetekende e-mail van 19 december 2023 (met afschrift aan de kandidaat-notaris) hebben de kopers van de woning klaagster in gebreke gesteld en haar gesommeerd alsnog binnen acht dagen na dagtekening brief de woning te leveren: “(…) Als u binnen de gestelde termijn geen gehoor geeft aan het verzoek bent u vanaf 28 december 2023 voor iedere dag - tot aan de dag van nakoming – een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van 3 promille van de koopprijs, zijnde € 2.353,50.”
2.14. Bij e-mail van 28 december 2023 heeft de gemachtigde van klaagster de kandidaat-notaris
gesommeerd binnen vier werkdagen zijn ministerie te verlenen aan de overdracht van
de woning: “(..) Mijn cliënte is als vruchtgebruikster, maar ook als executeur en derhalve bij
testament aangewezen persoon om te kunnen beslissen over de legitieme en toegestane
besteding van het legaat, alleen en zelfstandig bevoegd om het registergoed dat deels in de plaats is gekomen van het legaat te vervreemden,
mits zij het door haar uit de verkoop te ontvangen bedrag gelijk aan het bedrag van
het legaat herinvesteert in de aankoop van een nieuwe woning voor eigen bewoning.
Dit laatste heeft zij gedaan, of liever gezegd zal zij doen, maar dit wordt thans
gefrustreerd door de weigerachtige houding van u als notaris door uw medewerking te
onthouden aan het passeren van de transportakte.
Op geen enkele wijze hebt u evenwel duidelijk kunnen maken dat mijn cliënte in strijd
zou handelen met de bepalingen uit het testament of de wet, noch heeft u aannemelijk
kunnen maken dat zij de blooteigenaren moedwillig schade zou berokkenen of misbruik
zou maken van haar recht/bevoegdheid zou maken. Daarvan is hier in het geheel geen
sprake.”
2.15. Bij e-mail van 4 januari 2024 heeft de gemachtigde van klaagster de kandidaat-notaris bericht dat met de dochters van erflater overeenstemming was bereikt over de afgifte van hun toestemming: “(..) Ik heb de advocaat van [de dochters van erflater] verzocht om ervoor te zorgen dat haar cliënten de door hen getekende schriftelijke toestemmingsverklaringen uiterlijk morgenmiddag aan uw kantoor zullen toezenden, zodat u het transport van [de woning] kunt inplannen, bij voorkeur begin volgende week.”
2.16. Nog diezelfde dag heeft de kandidaat-notaris de gemachtigde van klaagster bericht dat hij in overleg met cliënten een datum voor aktepassering zou vastleggen: “(..) Echter, dit zal niet begin komend week zijn. Door het tijdsverloop zal een nieuwe aflosnota opgevraagd moeten worden, ik ben daarbij afhankelijk van de ING binnen welk tijdsbestek zij dit kunnen aanleveren (normaliter vrij vlot +- een week).”
2.17. Bij aangetekende e-mail van 5 januari 2024 hebben de kopers van de woning klaagster bericht dat zij sedert 29 december 2023 in verzuim is en dat zij daarom aanspraak maken op de boete.
2.18. Op 8 januari 2024 heeft de kandidaat-notaris de toestemmingsverklaringen van de dochters van erflater ontvangen.
2.19. Op 11 januari 2024 heeft het transport van de woning plaatsgevonden ten overstaan van de kandidaat-notaris.
2.20. De overdracht van woning II heeft op 31 januari 2024 plaatsgevonden, ten overstaan van de notaris.
3. De klacht
3.1. De kandidaat-notaris heeft in strijd met de op hem rustende zorgplicht van artikel 17 Wna en de ministerieplicht zoals bedoeld in artikel 21 lid 1 Wna gehandeld. De kandidaat-notaris heeft op 6 december 2023 ten onrechte de op 7 december 2023 geplande levering geannuleerd, omdat volgens hem vervreemding van de woning niet mogelijk was zonder medewerking van de dochters van erflater. Bij tijdige overdracht zou klaagster geen schade hebben geleden.
3.2. Volgens klaagster had de kandidaat-notaris geen gegronde reden voor zijn weigering. Er was geen sprake van strijd met het recht of de openbare orde, geen ongeoorloofd doel of een andere gegronde reden. Klaagster heeft als vruchtgebruikster de gelden volgens het testament aangewend om een registergoed aan te kopen, die uitsluitend op haar naam is gesteld. Er is in juridische zin geen sprake geweest van zaaksvervanging, zodat de toestemming van de dochters van erflater niet nodig was.
Wel hadden zij als blooteigenaren recht op een gedeelte van de waardevermeerdering ter zake de verkoop van de woning naar rato van hun breukdeel. Het bedrag onder het vruchtgebruik (legaat) dat terugkomt uit de verkoop van de woning, inclusief waardevermeerdering, een bedrag van € 278.370,97 zou door klaagster volledig worden geïnvesteerd in de aankoop van woning II. Tot de overdracht is dat bedrag in depot gehouden op de derdengeldenrekening van de notaris.
4. Het verweer
De kandidaat-notaris heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling
5.1. Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat hij zijn ministerieplicht heeft geschonden door het passeren van de leveringsakte op 7 december 2023 uit te stellen. Volgens klaagster was zij als vruchtgebruikster (en executeur) uit hoofde van het testament van erflater alleen en zelfstandig bevoegd om de woning te vervreemden, mits zij het door haar uit de verkoop te ontvangen bedrag gelijk aan het bedrag van het legaat zou herinvesteren in de aankoop van een nieuwe woning voor eigen bewoning. Toestemming van de blooteigenaren, de dochters van erflater, was daarom niet vereist, aldus klaagster.
5.3. De notaris heeft een bijzondere positie in de Nederlandse rechtsorde. Hij is met uitsluiting van anderen bevoegd authentieke akten te verlijden in de gevallen waarin de wet dit aan hem opdraagt of een partij zulks van hem verlangt. Artikel 21 lid 1 Wna verplicht de notaris de werkzaamheden te verrichten die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen of die door een partij worden verlangd, behoudens het bepaalde in het tweede, derde, en vierde lid. De ratio van deze verplichting, die in de praktijk wel wordt aangeduid als ministerieplicht, is dat de dienstverlening door de notaris altijd voor iedereen toegankelijk is. De ministerieplicht is niet absoluut. Lid 2 van artikel 21 Wna bepaalt dat de notaris verplicht is zijn dienst te weigeren wanneer ‘naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt, leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft’.
5.4. De kandidaat-notaris heeft aangevoerd dat klaagster hem niet op de hoogte
heeft gesteld van het vruchtgebruik. Pas één dag voor de overdracht, op 6 december
2023, heeft de advocaat van de dochters van erflater de kandidaat-notaris daarvan
in kennis gesteld. De kandidaat-notaris begreep van de advocaat dat de notaris de
akte vaststelling vruchtgebruik nog niet had ingeschreven en dat klaagster zichzelf
een bedrag van
€ 275.000 had uitbetaald uit de nalatenschap. De advocaat meende dat sprake was
van zaaksvervanging (artikel 3:212 lid 3 BW), op grond waarvan voor de overdracht
toestemming van de dochters van erflater vereist was. Indien de overdracht zonder
die toestemming zou plaatsvinden, zou het notariskantoor aansprakelijk worden gehouden
voor de daaruit voor de dochters van erflater voortvloeiende schade, aldus de kandidaat-notaris.
5.5. Voor het antwoord op de vraag of in onderhavig geval klaagster op grond van de bepalingen van het testament alleen en zelfstandig bevoegd was om de woning te vervreemden, dan wel of klaagster de woning slechts mocht vervreemden met toestemming van de dochters van erflater omdat voldaan was aan de voorwaarden van artikel 3:212 lid 3 BW, is de kamer niet de daarvoor geëigende instantie maar dienen partijen zich tot de civiele rechter te wenden. De kamer dient in onderhavig geval uitsluitend te beoordelen of de kandidaat-notaris in de gegeven omstandigheden zijn ministerie mocht weigeren op grond van (een van) de in artikel 21 lid 2 Wna vermelde gronden.
5.6. Naar het oordeel van de kamer is dat hier het geval.
Desgevraagd heeft de kandidaat-notaris ter zitting verklaard dat hij, na het bericht van de advocaat over het vruchtgebruik van klaagster, direct in het kadaster onderzocht heeft of de akte vaststelling vruchtgebruik van 6 oktober 2023 was ingeschreven, hetgeen niet het geval was. Vervolgens heeft de kandidaat-notaris telefonisch contact met klaagster en (daarna) met de notaris opgenomen waarna hij de akte vaststelling vruchtgebruik van de notaris op 6 december 2023 heeft ontvangen. Die notaris gaf aan (ook) van mening te zijn dat de toestemming van de dochters van erflater nodig was. Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.
Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.
5.7. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
6. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. T.H. van Voorst Vader, voorzitter, S.P. Pompe, E.F. van Bolhuis, A.C. Stroeve, en O. Schlaman, leden, uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025 door mr. Van Voorst Vader, voorzitter, in aanwezigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).