ECLI:NL:TNORAMS:2025:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 762328 / NT 25-2

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2025:12
Datum uitspraak: 29-07-2025
Datum publicatie: 19-08-2025
Zaaknummer(s): 762328 / NT 25-2
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.   

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 29 juli 2025 in de klacht met nummer 762328 / NT 25-2 van:

[klaagster],

wonende te [woonplaats],

tegen:

[kandidaat-notaris],

gemachtigde: mr. L.H. Rammeloo, advocaat te Amsterdam,

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats].

Partijen worden hierna klaagster en de kandidaat-notaris genoemd.

1.          Ontstaan en loop van de procedure

1.1.      Bij e-mail van 3 januari 2025 heeft klaagster een klaagschrift met bijlagen ingediend.

1.2.      Bij brief van 11 maart 2025, ingekomen 12 maart 2025, heeft de kandidaat-notaris een verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.3.      Bij e-mails van 15 april en 2 juni 2025 heeft de griffier van de kamer klaagster verzocht een volmacht aan de kamer toe te zenden.

1.4.      Bij e-mail van 2 juni 2025 heeft klaagster een door haar moeder, mevrouw [moeder van klaagster] (hierna: moeder) ondertekende volmacht aan de kamer toegezonden.

1.5.      Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 10 juni 2025 zijn klaagster en de kandidaat-notaris, vergezeld van haar gemachtigde, verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, de kandidaat-notaris aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen. Uitspraak is bepaald op heden.

2.          De feiten

2.1.      Bij e-mail van 7 juni 2024 heeft de zuster van klaagster, mevrouw [zuster van klaagster] (hierna: [M]), het notariskantoor van de kandidaat-notaris verzocht om (op korte termijn) voor haar moeder, en in het verlengde daarvan de kinderen van moeder, een aantal zaken te regelen.

Het ging daarbij onder meer om de verkoop van de boerderij van haar ouders aan [M] en aan de broer van klaagster, de heer [broer van klaagster] (hierna: [E]), het aflossen van de hypotheken op de boerderij, het vastleggen van de schuldig te erkennen koopsom en het vastleggen van de erfdelen in de nalatenschap van haar in 2022 overleden vader, [vader van klaagster] (hierna: vader).

2.2.      Op grond van het testament van vader was moeder eigenaar van de boerderij.

2.3.      Op 2 augustus 2024 heeft de kandidaat-notaris een bespreking gevoerd met moeder, [M] en [E]. Moeder heeft daarbij de wens geuit om zoveel als mogelijk van haar vermogen aan de kinderen te schenken, waarbij zij nog wel een bedrag op haar rekening wilde houden voor zichzelf.  

2.4.      Op 23 augustus 2024 is de boerderij door moeder overgedragen aan [M] en [E] met bijstand van een collega van de kandidaat-notaris.

2.5.      Bij e-mail van 26 september 2024 heeft de kandidaat-notaris ter uitvoering van de onder 2.1 bedoelde opdracht aan klaagster, [M] en [E] een eerste voorstel met berekeningen gestuurd, om te komen tot onderlinge afspraken. Eén van de berekeningen bevatte een (kennelijke) fout.

2.6.      Bij e-mail van 30 september 2024 aan de kandidaat-notaris heeft klaagster gereageerd op het eerste voorstel: “De onderliggende afspraken die vorig jaar gemaakt zijn tussen mijn moeder, [E], [M] en mijzelf was dat de boerderij gekocht zou worden en er geen onderlinge leningen meer zouden zijn. Tevens is mijn moeder duidelijk geweest dat ze wilde dat we met zijn drieën er samen uit zouden komen. Zonder overleg is besloten tot deze constructie en zijn de afspraken dat ik bij de verkoop uitgekocht zou worden en dat de verkoopprijs de gemiddelde waarde van beide taxaties zou zijn niet nagekomen. Vanuit mij is duidelijk aangegeven dat schulderkenningen niet gewenst zijn in verband met buitenlandse verplichtingen. Vanuit je bericht begrijp ik dat de boerderij voor de laagste waarde is verkocht en dat er dus niet meer uitgegaan kan worden van de gemiddelde waarde. Tevens is de afspraak dat er op voorhand een financieel plaatje zou liggen zodat er bij verkoop de uitkoop plaats kon vinden geschonden. De gang van zaken heeft mijn uitgangspunten doen wijzigen. Na overleg met mijn moeder is overeengekomen om nu mijn deel volledig uit te laten betalen/schenken. (..)”

2.7.      Bij e-mail van 9 oktober 2024 heeft de kandidaat-notaris aan klaagster, [M] en [E] een tweede voorstel met aangepaste berekeningen gezonden. Zij deelde hen - naar aanleiding van een gesprek met moeder - ook mee dat moeder niet in de mailwisseling en de onderhandelingen betrokken wilde worden en dat moeders standpunt was dat de kinderen met elkaar overeenstemming moesten bereiken over een voorstel, en moeder dat voorstel dan zou uitvoeren.

2.8.      Klaagster was met dit tweede voorstel niet akkoord omdat het volgens haar geen recht deed aan afspraken die volgens haar binnen de familie in 2023 waren gemaakt.

2.9.      Bij e-mail van 19 oktober 2024 heeft klaagster de kandidaat-notaris een aantal vragen gesteld over de verstrekte opdracht, waarop de kandidaat-notaris op 24 oktober 2024 heeft geantwoord. Op de vraag van klaagster waarom de kandidaat-notaris geen rekening had gehouden met de eis dat moeder € 50.000,- op haar rekening wilde houden heeft de kandidaat-notaris geantwoord: “In eerste instantie is daar wel rekening mee gehouden. (..) Omdat jij hebt aangegeven dat niet te willen is vervolgens het voorstel gewijzigd (..) Je moeder heeft een flink pensioen en het geld is niet nodig.”

2.10.    Bij e-mail van 29 november 2024 heeft de kandidaat-notaris aan moeder het ontwerp van de akte van schenking gezonden en geschreven: “(..) In de akte schenkt u aan [M] en [E] een bedrag door kwijt te schelden op de schuld die zij aan u hebben en aan [klaagster][lees: klaagster, kvn] door in contanten te schenken. [M] heeft inmiddels leningovereenkomsten gemaakt met een rente van 3,6 % over de schulden die zij en [E] aan u hebben welke ze dit weekend door u wil laten ondertekenen. Bij akkoordbevinding kan de akte van schenking wat mij betreft komende week ergens worden ondertekend. Ik zal de ontwerp-akte ook naar uw kinderen sturen en [klaagster] vragen of zij naar [woonplaats]  wil komen of misschien bij volmacht de akte wil tekenen. Mocht [klaagster] onverhoopt niet willen meewerken aan ondertekening van de akte, dan kan de schenking aan haar ook plaatsvinden doordat u het bedrag van de schenking aan haar overboekt zonder dat zij een akte ondertekent. (..) Haar medewerking aan de schenking aan [M] en [E] is geen vereiste, maar gezien de situatie is het natuurlijk wel het beste als ze alle drie de akte willen ondertekenen. (..)”

2.11.    Bij e-mail van diezelfde dag heeft de kandidaat-notaris klaagster het ontwerp van de akte van schenking gezonden en klaagster gevraagd of zij voor ondertekening naar [woonplaats] wilde komen of dat zij bij volmacht de akte wilde tekenen.

2.12.    Op 2 december 2024 heeft de kandidaat-notaris een bespreking met moeder gehad, waarbij ook de broer van moeder heeft meegeluisterd. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kandidaat-notaris bij brief van 9 december 2024 op verzoek van  moeder aan moeder zelf een voorstel voorgelegd en geschreven: “(..) Eerder hebben we besproken dat ik in overleg met uw kinderen zou komen met een voorstel dat u zou accepteren als de kinderen het er mee eens zijn, maar nu we een aantal maanden verder zijn is mij (en u) duidelijk dat het mij niet gaat lukken de kinderen op één lijn te krijgen. (..) Als het voorstel is naar uw wensen zullen we dit aan de kinderen voorleggen als een ultiem voorstel dat alleen zij nog kunnen accepteren.”

2.13.    De kandidaat-notaris heeft overeenkomstig dit voorstel ontwerp-akten opgesteld en aan alle kinderen doen toekomen. Alle kinderen waren daarmee akkoord. Op 24 december 2024 zijn de akten getekend.

2.14.    Bij brief van 27 december 2024 heeft notaris [de notaris] (hierna: de notaris) aan klaagster bericht: “Naar aanleiding van ons gesprek van 23 december jl. heb ik nogmaals overleg gehad met [de kandidaat-notaris]. Naar aanleiding van deze gesprekken bericht ik u als volgt.

(..)

De zaak is bij ons binnengekomen als de verkoop van de boerderij van uw moeder aan uw broer en zus. Bijkomende opdracht was de afwikkeling cq vaststelling van de kindsdelen in de nalatenschap van uw vader. De verkoop is ter hand genomen door onze medewerker van het onroerend goed. De afwikkeling van de nalatenschap van uw vader is bij [de kandidaat-notaris] terechtgekomen. Zij heeft van meed af aan duidelijk gemaakt op dat moment geen tijd te hebben voor de afwikkeling. De opdracht werd door uw moeder toch verleend. Uw moeder was bevoegd tot verkoop; de koopsom is schuldig gebleven. Deze handelingen hebben ervoor gezorgd dat uw positie minder werd, althans uw erfdeel kon niet direct worden uitgekeerd.
Het vermogen van uw moeder veranderde van samenstelling maar werd niet minder. U heeft op 11 oktober 2024 [de kandidaat-notaris] de afspraken gemaild die volgens u in de familie zijn gemaakt. Volgens [de kandidaat-notaris] hebben uw broer en zus op onderdelen aangegeven dat er andere afspraken zijn gemaakt, dan wel later afwijkende afspraken zijn gemaakt. Immers door de verkoop van de boerderij terwijl de koopsom schuldig werd gebleven veranderde de situatie. Met deze tegenstrijdige berichten heeft [de kandidaat-notaris] een tweetal voorstellen gedaan om te afwikkeling van de nalatenschap te komen.
Beide voorstellen zijn door u niet akkoord bevonden.

Het eerste voorstel niet omdat volgens u geen recht aan de afspraken werd gedaan die gemaakt waren (dat was uw e-mail van 11 oktober).

Vooral het tweede voorstel met daarin een schenking waarbij het vermogen van uw moeder onder de door haar gewenste € 50.000 zou komen heeft u veel verdriet gedaan. [De kandidaat-notaris] heeft dit voorstel gedaan in de wetenschap dat uw broer € 25.000 zou aflossen op zijn lening en dat uw moeder nog zou ontvangen de rente die uw broer en zus nog moesten betalen over dit jaar ad € 13.000 en met in haar achterhoofd uw wens om uitbetaald te krijgen en geen schuldbekentenissen te ontvangen. Met het bedrag dat uw moeder nog op haar rekening had en haar maandelijkse inkomen, dacht [de kandidaat-notaris] redelijk in de buurt te komen van het gewenste bedrag. Toegegeven het was niet helemaal het vereiste bedrag, maar van de zijde van [de kandidaat-notaris] is het een voorstel gedaan, rekening houdend met alle (gewenst) omstandigheden. Haar achtergrond informatie is niet aan u gecommuniceerd. Dat heeft het voorstel in uw ogen slecht gemaakt.

De opdracht van uw moeder aan [de kandidaat-notaris] was duidelijk. Geen vermogen meer behalve een bedrag van € 50.000 op de spaarrekening en overeenstemming tussen de kinderen. De gedane voorstellen werden niet geaccepteerd, [de kandidaat-notaris] was door haar mogelijkheden heen.

Uiteindelijk is uw oom in beeld gekomen bij een gesprek met uw moeder en uw broer. Naar aanleiding van dit gesprek en met zijn tussenkomst is nog een laatste voorstel gedaan waarmee alle kinderen hebben ingestemd. De enige wijziging ten opzichte van het laatste voorstel van [de kandidaat-notaris] is dat nu de kindsdelen in de nalatenschap van vader (zoveel mogelijk) worden uitbetaald (terwijl eerder de wens was dit niet te doen vanwege de hoge rente die daarover verschuldigd is door uw moeder) en nog een extra schenking in 2025.

Achteraf gezien had een veel mooier geweest dat alle huidige afspraken voor de verkoop van de boerderij op papier hadden gestaan. Helaas lukte dat niet, gelukkig zijn er afgelopen dinsdag akten getekend waarin een ieder zich kon vinden.”

3.          Standpunt klaagster

3.1.      De kandidaat-notaris heeft (in de bewoordingen van klaagster):

1. Niet zorgvuldig haar berekeningen opgesteld, terwijl er beslissingen genomen dienden te worden met verstrekkende gevolgen aan de hand van de financiële cijfers.

2. Niet de belangen van moeder behartigd, te weten:

a. een voorstel waar alle drie de kinderen mee hebben ingestemd voorgelegd;

b. zorg te dragen dat er na schenkingen nog € 50.000,- op de bankrekening van de opdrachtgeefster staat.

3. Niet de belangen van klaagster behartigd, te weten:

a. een voorstel dat recht deed aan de gezamenlijke familie afspraken uit 2023;

b. zorg te dragen voor een hypothecaire zekerheid zodat het aandeel van klaagster gezekerd werd.

4. Geen recht gedaan aan de voorwaarden die aan een schenking worden gesteld door te stellen dat een schenking plaats kan vinden zonder dat de ontvanger deze aanvaardt.

5. Geen onpartijdigheid getoond door te proberen te achterhalen welke afspraken er in de familie gemaakt waren.

4.          Het verweer

4.1.      De kandidaat-notaris heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5.         De beoordeling

5.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

Ontvankelijkheid van de namens moeder ingediende klachtonderdelen

5.2.      Klaagster heeft desgevraagd op 2 juni 2025 een volmacht van moeder aan de kamer toegezonden, waaruit volgt dat moeder klaagster heeft gemachtigd deze klacht in te dienen. Ter zitting heeft klaagster verklaard dat inmiddels bij moeder de ziekte van Parkinson is geconstateerd. Klaagster heeft daarnaast desgevraagd verklaard dat zij (klaagster) de tekst van de volmacht heeft opgesteld en aan moeder heeft gevraagd bij het kruisje te tekenen. Volgens klaagster begreep moeder waarvoor zij tekende. Tegelijkertijd heeft klaagster evenwel verklaard dat zij niet weet in hoeverre moeder haar handelen nu daadwerkelijk overziet.

5.3.      Gelet op de toelichting van klaagster zelf kunnen vraagtekens bij de rechtsgeldigheid van de volmacht worden geplaatst. Of de klacht voor zover deze namens moeder is gedaan vanwege een gebrekkige volmacht niet-ontvankelijk is – zoals de kandidaat-notaris betoogt – kan echter in het midden blijven. Ook al zou de volmacht de wil van moeder juist verwoorden, dan nog geldt dat alle klachtonderdelen ongegrond worden bevonden. De kamer overweegt daartoe als volgt.

Klachtonderdeel 1

5.4.      Ter zitting heeft klaagster verklaard het eerste klachtonderdeel dat zag op de rekenfout van de kandidaat-notaris in het eerste voorstel, niet langer te handhaven, zodat dit onderdeel geen bespreking behoeft.

Klachtonderdelen 2 en 3  

5.5.      Dat de eerste voorstellen van de kandidaat-notaris niet voor alle kinderen aanvaardbaar waren kan niet aan de kandidaat-notaris worden verweten. Anders dan klaagster lijkt te veronderstellen waren de binnen de familie in 2023 gemaakte afspraken voor de kandidaat-notaris niet helder. Al snel werd de kandidaat-notaris duidelijk dat de kinderen verschillend over (de geldigheid van) de destijds gemaakte afspraken dachten. Dat de kandidaat-notaris, geconfronteerd met de tegenstrijdige belangen en opvattingen van de kinderen, niet meteen tot een voor hen allemaal aanvaardbaar voorstel heeft kunnen komen valt haar niet aan te rekenen. In tegendeel, zij heeft zoveel mogelijk getracht rekening te houden met ieders belang – waaronder dat van moeder – en daartoe voorstellen gedaan.

De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.

Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.   

Klachtonderdeel 4

5.6.      Dit klachtonderdeel ziet op de bewoordingen van de kandidaat-notaris in haar onder 2.10 aangehaalde e-mail. De kandidaat-notaris heeft verklaard dat zij daarmee bedoelde dat de medewerking van klaagster niet noodzakelijk was als partij aan de akte van schenking aan [M] en [E] door de kwijtschelding op de schuld die zij aan moeder hadden. Gezien de uitleg van de kandidaat-notaris is dit klachtonderdeel ongegrond.

Klachtonderdeel 5

5.7.      De kandidaat-notaris heeft verklaard dat het haar al snel duidelijk was dat de drie kinderen het niet met elkaar eens waren over welke afspraken er precies gemaakt waren, dan wel welke afspraken nog ongewijzigd uitgevoerd zouden moeten worden.

Niet valt in te zien wat de kandidaat-notaris meer of anders had moeten doen om dit twistpunt tussen de kinderen op te lossen. Van enige partijdigheid van de kandidaat-notaris is de kamer niet gebleken. Dit betekent dat dit onderdeel van de klacht eveneens ongegrond is.

Slotsom

5.8.      Op geen enkele wijze is gebleken dat de kandidaat-notaris klachtwaardig heeft gehandeld bij haar behandeling van dit dossier. Uiteindelijk is, met haar medewerking, in een dossier met tegenstrijdige belangen een voor iedereen aanvaardbaar resultaat bereikt.

5.9.      Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

  • verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.P. Pompe, voorzitter,  N.C.H. Blankevoort, W.A. Groen, E. van Bolhuis en A.J.H.M. Janssen, leden en uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2025 door mr. S.P. Pompe, voorzitter, in aanwezigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).