ECLI:NL:TGZRZWO:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8239
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2025:91 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-07-2025 |
| Datum publicatie: | 30-07-2025 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8239 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Volgens klager heeft de psychiater, tegen de afspraak in, gegevens van klager naar het CBR gestuurd. Ook voelt hij zich raciaal behandeld door de psychiater. De verwijten missen feitelijke grondslag. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG ZWOLLE
Voorzittersbeslissing van 29 juli 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
gemachtigde: C
tegen
D,
psychiater,
werkzaam in E,
verweerder, hierna ook: de psychiater.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is door de psychiater onderzocht ter beoordeling van zijn rijgeschiktheid.
Klager verwijt de psychiater dat hij, tegen de afspraak in, klagers gegevens naar
het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft gestuurd.
1.2 De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht de voorzitter toe
hoe tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De voorzitter heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 7 maart 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 29 april 2025;
- de brief van klager, ontvangen op 14 mei 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
3. De feiten
3.1 In het kader van een beoordeling van klagers rijgeschiktheid heeft de psychiater
klager op 11 september 2024 onderzocht. Zijn bevindingen heeft hij neergelegd in een
rapport. Onder meer is hierin door de psychiater overwogen dat klager weigerde mee
te werken aan een in verband met alcoholgebruik gewenst bloedonderzoek. Om die reden
heeft de psychiater klager ongeschikt geacht. Op verzoek van klager is het rapport
geblokkeerd en niet naar het CBR gestuurd.
3.2 Vanwege het toegepaste blokkeringsrecht heeft het CBR vervolgens aan klager meegedeeld dat bij het toepassen van het blokkeringsrecht een nieuwe keuring bij een (andere) specialist geen zin heeft, ondat gedurende een jaar na de datum van de keuring geen Verklaring van Geschiktheid afgegeven mag worden op grond van artikel 97 Reglement rijbewijzen. Dit is door het CBR aan de psychiater teruggekoppeld bij brief van 17 april 2025.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klager verwijt de psychiater dat hij, tegen de afspraak in, klagers gegevens
naar het CBR heeft gezonden, waardoor klager nu een jaar moet wachten. Klager voelt
zich raciaal behandeld.
4.2 Volgens de psychiater heeft hij conform klagers wens de verzending van de onderzoeksgegevens naar het CBR geblokkeerd. De consequenties hiervan waren klager bekend en hij heeft bij herhaling gelegenheid gehad om dit desgewenst weer op te heffen. De psychiater meent dan ook dat sprake is van een zorgvuldige procedure. Van raciale behandeling/discriminatie is volgens de psychiater geen sprake.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen
Beoordeling
5.1 Op basis van de beschikbare stukken staat vast dat de psychiater op verzoek van klager het keuringsrapport niet naar het CBR heeft gezonden. Het verwijt dat de psychiater de gegevens van het gesprek toch naar het CBR heeft gestuurd en zich dus niet aan de afspraak heeft gehouden, is dan ook onjuist. Anders dan klager lijkt aan te nemen is niet het toesturen van het rapport maar de blokkering van het rapport de reden dat hij pas weer na een jaar gekeurd mag worden.
5.2 Voor zover klager de psychiater daarnaast het verwijt maakt dat hij hem raciaal heeft behandeld, heeft klager dat verwijt niet nader toegelicht of onderbouwd. De verwijten missen daarmee feitelijke grondslag.
Slotsom
5.3 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 29 juli 2025 door M.J.C. Dijkstra, voorzitter, bijgestaan door M.D. Moeke, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.