ECLI:NL:TGZRZWO:2025:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8551

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2025:160
Datum uitspraak: 05-12-2025
Datum publicatie: 11-12-2025
Zaaknummer(s): Z2025/8551
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Op haar verzoek werd zij uitgeschreven uit deze praktijk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat verweerder heeft geweigerd haar medisch dossier te verstrekken en dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitschrijving uit de praktijk. Het college is van oordeel dat de huisarts geen persoonlijk, tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 5 december 2025 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klaagster,

tegen

E,

huisarts,

werkzaam in B,

verweerder, hierna ook: de huisarts,

gemachtigde: mr. H.B.M. Vrieling.

1. De zaak in het kort

1.1 Klaagster stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Op haar verzoek werd zij uitgeschreven uit deze praktijk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat verweerder heeft geweigerd haar medisch dossier te verstrekken en dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitschrijving uit de praktijk.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.

2. De procedure

2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 23 mei 2025;
  • het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 2 juli 2025;
  • de brief van de secretaris van 3 juli 2025, met het verzoek de klacht aan te vullen;
  • de aanvullende informatie van klaagster, ontvangen op 17 juli 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 5 september 2025.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten

3.1 Klaagster stond sinds 23 februari 2024 ingeschreven bij de praktijk van de huisarts. Daarvoor stond zij ingeschreven bij de F. Per e-mail van 20 september 2024 deelde klaagster mee dat zij per direct overstapte naar de F. Zij verzocht haar medisch dossier met ingangsdatum 20 september 2024 te versturen naar deze huisartsenpraktijk. De assistente van de huisarts stuurde dezelfde dag een reactie dat klaagster niet ingeschreven stond bij deze praktijk, zodat het dossier niet overgedragen kon worden.

3.2 Per e-mail van 25 september 2024 herhaalde klaagster haar verzoek tot uitschrijving per direct. Zij verzocht haar dossier in bewaring te stellen tot er een nieuwe huisarts beschikbaar was, en deelde mee tot die tijd gebruik te maken van huisartsenpraktijk G.

3.3 Op 9 oktober 2024 stuurde klaagster een e-mail waarin zij om bevestiging verzocht per wanneer zij is uitgeschreven. De assistente reageerde dezelfde dag en liet klaagster per
e-mail weten dat de uitschrijving zoals verzocht per 25 september 2024 had plaatsgevonden.

3.4 Vervolgens had klaagster een e-mailwisseling met de praktijkmanager van de huisartsenpraktijk over een klacht die ze had ingediend. De praktijkmanager liet weten bereid te zijn te bemiddelen bij het zoeken naar een nieuwe huisarts. Klaagster reageerde dat ze zich wilde oriënteren welke huisarts het beste bij haar paste. Per e-mail van
20 februari 2025 liet de praktijkmanager klaagster weten dat zij tot voor kort bij de praktijk van de huisarts ingeschreven stond, tot zij was uitgeschreven. De praktijk G was alleen voor patiënten die geen eigen huisarts hebben. Nu klaagster wel een huisarts had, stond zij bij de praktijk van verweerder ingeschreven tot zij zelf een andere huisartsenpraktijk had gevonden of er is bemiddeld om in een andere praktijk te kunnen worden ingeschreven, zo e-mailde de praktijkmanager.

3.5 Op 9 mei 2025 uitte klaagster per e-mail haar verbazing dat ze nog ingeschreven stond bij de praktijk, en verzocht om een afschrift van haar medisch dossier. Klaagster diende vervolgens de onderhavige tuchtklacht in. Op 28 mei 2025 verzocht klaagster per e-mail om een uitdraai van de uitschrijving, waarop de assistente van de praktijk op 2 juni 2025 reageerde per e-mail dat klaagster deze in haar eigen verzonden geschiedenis kon vinden.

4. De klacht en de reactie van de huisarts

4. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij:

  1. heeft geweigerd het medisch dossier te verstrekken;
  2. heeft nagelaten klaagster uit te schrijven, ondanks haar verzoek;
  3. de toegang tot klaagster haar medische gegevens heeft geblokkeerd;
  4. bewust incorrecte informatie aan klaagster heeft verstrekt;
  5. geen of onvoldoende medische gegevens heeft gestuurd naar de opvolgend huisarts.

4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college

De criteria voor de beoordeling

5.1 De vraag is of de de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen.

Klachtonderdeel a) weigering verstrekken medisch dossier
5.3 Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar medisch dossier ten onrechte niet aan haar heeft verstrekt bij uitschrijving uit de praktijk. Het college is met de huisarts van oordeel dat er geen verplichting bestaat om het originele medisch dossier of een kopie daarvan te verstrekken als een patiënt zich uitschrijft bij de praktijk. De huisarts bewaart, zoals door klaagster is verzocht, het medisch dossier totdat klaagster aangeeft aan welke huisarts haar dossier kan worden overgedragen. Als echter, zoals klaagster heeft gedaan, expliciet wordt verzocht om een kopie van dit dossier, is de huisarts wel verplicht een kopie van het dossier te verstrekken. In dit geval heeft de huisarts in zijn verweerschrift gesteld dat hij het verzoek van klaagster niet eerder dan tijdens deze tuchtprocedure heeft gezien, en dat klaagster desgewenst alsnog een kopie van haar dossier kan ontvangen. Het college is van oordeel dat de huisarts van deze gang van zaken geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klaagster heeft, zoals blijkt uit het feitenverloop, diverse e
-mails naar de praktijk van de huisarts gestuurd. Op deze e-mails werd elke keer gereageerd door de assistente of de praktijkmanager. Het college kan zich voorstellen, zoals de huisarts aanvoert, dat deze e-mail aan de aandacht van de praktijkmanager of assistente is ontsnapt. Nu gesteld noch gebleken is dat de huisarts van dit verzoek op de hoogte was, kan hem hiervan geen verwijt worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdelen b) tot en met e) nalaten uitschrijving, blokkering toegang medische gegevens, verstrekken incorrecte informatie en niet sturen van medische gegevens naar opvolgend huisarts
5.4 Vanwege de samenhang zal het college deze klachtonderdelen gezamenlijk behandelen. Deze klachten komen er, samengevat, op neer dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitschrijving van klaagster uit de praktijk. Het college kan zich allereerst voorstellen dat er onduidelijkheid bestond bij klaagster over de vraag of zij al dan niet was uitgeschreven uit de huisartsenpraktijk van verweerder. Dit kan de huisarts echter niet persoonlijk tuchtrechtelijk worden verweten. Klaagster koos er zelf voor zich uit te laten schrijven bij de praktijk zonder in te gaan op het aanbod te bemiddelen naar een andere praktijk, maar wendde zich tot de huisartsenpraktijk G. Uit algemene informatie blijkt echter dat deze praktijk alleen voor mensen is die geen eigen huisarts hebben. G is een passantenpraktijk waar patiënten terecht kunnen voor medisch spoedeisende problemen en patiënten kunnen er niet worden ingeschreven. De huisarts heeft gelet op deze omstandigheid zorgvuldig gehandeld door klaagster in zijn eigen systeem als passant te registreren zodat zij nog wel voor spoedeisende zorg bij zijn praktijk terecht kon, maar geen inschrijftarief geïnd zou worden. Vanwege deze formele uitschrijving, kon klaagster niet in het digitale systeem van haar online patiëntomgeving. Verder blijkt niet dat de huisarts persoonlijk foutieve informatie aan klaagster heeft verstrekt, dan wel dat dit hem verweten kan worden. Tot slot kon de huisarts het medisch dossier van klaagster gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden niet overdragen aan huisartsenpraktijk G, zodat de huisarts hiervan geen verwijt kan worden gemaakt. Deze klachtonderdelen zijn, gelet op het voorgaande, kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing

De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 5 december 2025 door J. Sap, voorzitter, R.J. Wolters en

J. Gietema, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.

secretaris voorzitter



Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.

[1] Een praktijk voor huisartsenzorg voor mensen uit B en H die geen eigen huisarts hebben.