ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7903
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-12-2025 |
| Datum publicatie: | 11-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | Z2024/7903 |
| Onderwerp: | Onheuse bejegening |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster is tweemaal door verweerster (psychiater) gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 5 december 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
gemachtigde: mr. D. Abeln, werkzaam in Groningen,
tegen
C,
psychiater,
(destijds) werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in
het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over
de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag
van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat twee klachtonderdelen gegrond zijn en
de twee andere klachtonderdelen ongegrond en legt aan de psychiater de maatregel van
een waarschuwing op. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 2 december 2024;
- het verweerschrift, ontvangen op 6 februari 2025;
- de aanvullende stukken van klaagster, ontvangen op 24 maart 2025;
- het proces-verbaal van het op 3 april 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- het op 27 oktober 2025 ontvangen stuk met begeleidend schrijven van de zijde van klaagster.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 11 november 2025. De partijen
zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden
hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van klaagster heeft daarnaast
pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
3. De feiten
3.1 Ter beoordeling van een verzoek tot euthanasie van klaagster heeft de psychiater (in opdracht van het F) klaagster in het kader van een second opinion onderzocht op 4 april 2022. Hiervan heeft zij op 11 april 2022 een verslag gemaakt. Ten aanzien van de diagnose heeft de psychiater onder meer geconcludeerd:
“Naast de PTSS klachten is er dus tevens sprake van persoonlijkheidsproblematiek met narcistische, theatrale en borderline trekken. Vriendelijker is het om te zeggen dat er sprake is van complexe PTSS.”
Daarnaast heeft de psychiater geconcludeerd dat voor klaagster geen enkele behandeling meer acceptabel is, omdat klaagster zeer stellig is in haar besluit om geen psychiatrische behandeling te willen. De psychiater heeft klaagster verder wilsbekwaam geacht ten aanzien van haar euthanasieverzoek.
3.2 Op 19 september 2024 heeft de psychiater een herhaalde second opinion verricht. In het verslag hiervan (van 23 september 2024) komt de psychiater tot dezelfde conclusies ten aanzien van diagnose, acceptabele behandelopties en de wilsbekwaamheid van klaagster als in het verslag van 11 april 2022.
3.3 Bij het opsturen van het verslag van 23 september 2024 aan klaagster heeft
de psychiater aanvankelijk een verkeerd adres gebruikt. Nadat klaagster de psychiater
hierop attendeerde, heeft de psychiater het rapport vervolgens op klaagsters verzoek
per e-mail opgestuurd.
3.4 In verband met de declaratie van de werkzaamheden omtrent de tweede second opinion heeft de psychiater aan klaagster op 11 november 2024 de volgende e-mail gestuurd:
“Beste mevrouw A,
Hoe is het met u? Heeft u alweer contact gehad met [artsen F] en bent u tot een geschikte datum voor uw overlijden gekomen? Ik realiseer me dat u wellicht mogelijk al overleden bent op dit moment.
Ik benader u om een bijzonder triviale reden:
Bij het declareren van de second opinion heeft de zorgverzekeraar per abuis een bedrag aan u overgemaakt in plaats van aan mij. Het gaat om een bedrag van € 237,24. Ik kan me voorstellen dat u daar inmiddels een goede bestemming voor heeft gevonden, maar mocht dit niet het geval zijn, dan zou ik het op prijs stellen als u het bedrag naar mij zou willen overmaken, omdat het hier gaat om (een deel van) de declaratie bij uw verzekeraar voor de second opinion die ik heb gedaan.
U mag het bedrag overmaken naar
(…)
Ik hoor graag van u mocht deze mail u nog bij leven bereiken.”
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klaagster verwijt de psychiater dat:
- de inhoud van zowel het verslag van de second opinion van 11 april 2022 als van het verslag van de second opinion van 23 september 2024 niet zorgvuldig is;
- zij het verslag van de second opinion van 23 september 2024 naar een verkeerd huisnummer heeft gestuurd;
- zij bij de verzending van het second opinion verslag van 23 september 2024 per
e-mail geen beveiligde omgeving heeft gebruikt;
- zij klaagster op 11 november 2024 een e-mail heeft gestuurd, waarvan de inhoud zeer kwalijk is.
4.2 De psychiater betreurt het dat zij klaagster heeft teleurgesteld. Zij rekent dit zichzelf aan en heeft hier lering uit getrokken. Het is nooit haar intentie geweest om klaagster te kwetsen en zij biedt nogmaals haar excuses aan klaagster aan. Volgens de psychiater heeft zij aantoonbaar maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Mocht het college overwegen om een maatregel op te leggen, verzoekt de psychiater het college hier rekening mee te houden. In haar carrière van 35 jaar is zij nooit in aanraking gekomen met het tuchtrecht. De psychiater refereert zich aan het oordeel van het college.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Klachtonderdeel a) de inhoud van de verslagen
5.2 Klaagster stelt dat in de verslagen onjuiste diagnoses worden gesteld en
dat haar woorden in de mond zijn gelegd die zij niet gebruikt heeft, niet kloppen
en zeer grievend zijn.
5.3 De psychiater heeft naar voren gebracht dat bij een second opinion in het kader van euthanasie een aantal zaken moeten worden beoordeeld, zoals de wilsbekwaamheid, het al dan niet bestaan van reële behandelmogelijkheden en dergelijke. Zij heeft haar bevindingen bij de second opinions vastgelegd in een verslag.
5.4 Het college overweegt dat bij het uitvoeren van een second opinion voor het F van een psychiater mag worden verwacht dat deze de bevindingen vastlegt in een verslag. Bij deze verslaglegging hoeft een psychiater alles wat door de betrokkene wordt verteld niet letterlijk weer te geven, maar kan de psychiater volstaan met het in eigen bewoordingen beschrijven van de relevante zaken die aan de orde zijn geweest. De omstandigheid dat de psychiater bij haar verslaglegging woorden heeft gebruikt die klaagster niet zelf heeft gebruikt, is dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet aannemelijk is geworden dat wat de psychiater van de gesprekken heeft genoteerd inhoudelijk niet overeenkomt met wat is besproken. Partijen verschillen hierover van mening en aangezien het college niet bij de gesprekken aanwezig is geweest kan niet worden vastgesteld wat er precies is besproken en hoe het gesprek is verlopen.
5.5 De verslaglegging voldoet ook verder aan de normen. Beide verslagen hebben een duidelijke structuur, waarin de verschillende onderdelen met tussenkopjes van elkaar zijn onderscheiden (onder meer: anamnese, psychiatrisch onderzoek, levensloop, somatiek en diagnose). Daarnaast is in het eerste verslag in de conclusie duidelijk aangegeven dat hierin antwoord wordt gegeven op de in de brief van de aanvrager van de second opinion gestelde vragen, waaronder de vraag of de diagnose klopt en of er nog acceptabele behandelmogelijkheden zijn. Van de psychiater mocht dan ook worden verwacht dat zij bij de beantwoording van de vraag of de diagnose klopte, haar bevindingen op dat punt zou geven. Dat de psychiater onder het kopje: “klopt de diagnose” na een korte beschouwing benoemt dat naast PTSS-klachten sprake is van persoonlijkheidsproblematiek met narcistische, theatrale en borderline trekken, is niet onzorgvuldig. Het gaat hier om een gebruikelijke beschrijving van de bevindingen die volgden uit haar beoordeling en deze bevindingen zijn op een zorgvuldige manier in het verslag genoteerd.
5.6 Klachtonderdeel a) is ongegrond.
Klachtonderdeel b) versturen verslag naar onjuist adres
5.7 De psychiater heeft het verslag van de tweede second opinion zelf verstuurd
aan klaagster, maar daarbij een verkeerd huisnummer gebruikt. In het verslag van de
eerste second opinion
heeft de psychiater het juiste adres van klaagster opgenomen, zodat moet worden
geconcludeerd dat zij wel op de hoogte was van het juiste huisnummer. In het verslag
van de tweede second opinion staat echter een verkeerd
5.8 Het college is van oordeel dat het versturen van een verslag met medische gegevens naar een onjuist adres niet zorgvuldig is. De psychiater heeft zelf aangegeven ook niet te kunnen verklaren hoe deze onjuiste adressering heeft kunnen gebeuren. Er is dan ook geen grond om aan te nemen dat de psychiater van deze onjuiste adressering geen verwijt kan worden gemaakt.
5.9 Klachtonderdeel b) is gegrond.
Klachtonderdeel c) per onbeveiligde e-mail versturen van het verslag
5.10 Toen bleek dat klaagster het verslag niet had ontvangen heeft de psychiater toegezegd dit verslag alsnog per e-mail te sturen. Zij heeft dit vervolgens gedaan vanaf haar e-mailadres van de organisatie E. Zij heeft geen versleuteling of andere beveiliging gebruikt bij de verzending, omdat zij daar wisselende ervaringen mee had en zij geen risico wilde lopen op verdere vertraging.
5.11 Klaagster vindt deze wijze van versturen niet zorgvuldig en wijst op de website van E waarin wordt aangegeven dat privacygevoelige informatie via Zivver met E kan worden gedeeld.
5.12 Het college overweegt dat het de verantwoordelijkheid van de psychiater was de zeer gevoelige medische informatie over klaagster veilig te versturen. In de KNMG-richtlijn “omgaan met medische informatie” staat over e-mailverkeer tussen artsen en patiënten het volgende:
“Alledaagse e-mailsystemen zijn in het algemeen niet voldoende in staat om de vertrouwelijkheid van medische gegevens te borgen. Daarom is tegemoetgekomen aan de behoefte aan een handreiking voor veilig mailen in de zorg. De NEN norm NTA 7516 is in het voorjaar van 2019 gepubliceerd en biedt helderheid over de voorwaarden waaronder e-mail wél veilig gebruikt kan worden. Het bevat een compleet overzicht van de organisatorische en technische maatregelen die genomen moeten worden als een zorgaanbieder via e-mail medische gegevens wil uitwisselen en zich wil houden aan de geldende wetgeving en richtlijnen van de AP.”
5.13 De psychiater heeft bij het versturen van het verslag per e-mail geen gebruik gemaakt van enige vorm van beveiliging, zoals het kennelijk bij E gebruikelijke Zivver. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat de e-mail met het daarbij gevoegde verslag niet voldoende veilig is verzonden. Dit is niet zorgvuldig. De omstandigheid dat klaagster al langer wachtte op het verslag en de psychiater het verslag zo snel mogelijk bij haar wilde hebben, neemt deze onzorgvuldigheid niet weg. Als de psychiater onzeker was of een beveiligd verzonden bestand bij klaagster zou aankomen, had zij er ook voor kunnen kiezen het verslag beveiligd te versturen en klaagster te verzoeken de ontvangst daarvan te bevestigen. Bij uitblijven van een reactie had zij opnieuw contact kunnen zoeken met klaagster.
5.14 Klachtonderdeel c) is dan ook gegrond.
Klachtonderdeel d) inhoud van de e-mail van 11 november 2024
5.15 De psychiater heeft naar voren gebracht dat zij de e-mail van 11 november 2024 heeft verstuurd omdat de zorgverzekeraar de vergoeding voor de second opinion had uitgekeerd aan klaagster. De zorgverzekeraar van klaagster verwees de psychiater voor de vergoeding naar klaagster. De psychiater benadrukt dat zij heeft geprobeerd dit op een respectvolle en vriendelijke manier te doen en dat het nooit haar bedoeling is geweest om klaagster te kwetsen.
5.16 Klaagster voert aan dat de inhoud van de e-mail van 11 november 2024 ongepast, respectloos, kwetsend en zonder enig begrip voor klaagster is geweest. Klaagster meent dat er andere manieren waren om de declaratie alsnog betaald te krijgen.
5.17 Het college overweegt dat vaststaat dat een voor de psychiater bestemd bedrag door de zorgverzekering aan klaagster was uitbetaald. Uit het klaagschrift blijkt dat de klantenservice van de zorgverzekeraar klaagster heeft uitgelegd dat dit bedrag een vergoeding voor de psychiater was (naast een restant van € 433,20, dat niet werd vergoed). Klaagster koos er vervolgens voor niets te doen en af te wachten.
5.18 Vooropgesteld moet worden dat – ook in gevoelige situaties – een zorgverlener aanspraak kan maken op vergoeding van de door haar verrichte werkzaamheden. De e-mail van de psychiater is verstuurd met het doel betaling te krijgen van de vergoeding die door de verzekeraar aan klaagster was uitbetaald. Aangezien deze vergoeding toekwam aan de psychiater, is dit niet onzorgvuldig. Klaagster kon er ook op bedacht zijn dat zij nog een verzoek zou krijgen om betaling van dit bedrag aan de psychiater. Dat de psychiater in haar e-mail een aantal keren heeft gerefereerd aan het overlijden of mogelijk overleden zijn van klaagster was ongelukkig. De psychiater had beter eerst contact op kunnen nemen met het F om na te gaan of klaagster mogelijk inmiddels overleden was. Zij had de inhoud van haar e-mail daar vervolgens op aan kunnen passen of in overleg met het F een andere manier van benaderen kunnen kiezen. Dit is echter onvoldoende voor een geslaagd tuchtrechtelijk verwijt. De intentie van de psychiater met het versturen van de e-mail was betaling te krijgen van (een deel van) de haar toekomende vergoeding en zij heeft dit zo voorzichtig mogelijk geprobeerd te doen. De toonzetting is vriendelijk en de psychiater geeft zelfs ruimte het bedrag niet te voldoen, als klaagster daar inmiddels een andere bestemming voor heeft gevonden. Dat de psychiater in haar e-mail niet de voor klaagster juiste toon heeft getroffen door meermaals te refereren aan het overlijden van klaagster en beter vooraf navraag had kunnen doen naar de situatie van klaagster is te betreuren, maar leidt niet tot het oordeel dat de psychiater niet heeft gehandeld als een redelijk handelend psychiater.
5.19 Klachtonderdeel d) is ongegrond.
Slotsom
5.20 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klachtonderdelen b) en c) gegrond zijn en de andere klachtonderdelen ongegrond.
Maatregel
5.21 Het college constateert dat sprake is geweest van een opeenvolging van onzorgvuldigheden bij het versturen van een privacygevoelig document. Zeker na de eerdere onjuiste adressering mocht van de psychiater worden verwacht dat zij zorgvuldig met de privacygevoelige informatie over klaagster om zou gaan. Zij had zich juist daarom moeten realiseren dat zij niet omwille van de snelheid genoegen mocht nemen met een verzending van het verslag per onbeveiligde e-mail. Het college is er wel van overtuigd geraakt dat verweerster lering heeft getrokken uit de gebeurtenissen. Zij heeft erkend dat haar handelen op de hiervoor genoemde punten beter had gekund en gemoeten. Verder heeft de psychiater uitgelegd dat haar ICT-systeem nu goed functioneert en dat zij gevoelige documenten nu altijd veilig kan en zal verzenden. Het college is van oordeel dat een waarschuwing onder de hiervoor beschreven omstandigheden passend is. Dit is de lichtste maatregel die het tuchtrecht kent, kort samengevat als zakelijke feedback dat in de toekomst anders gehandeld moet worden.
Publicatie
5.22 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdelen b) en c) gegrond;
- legt de psychiater de maatregel op van een waarschuwing;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, S. Boersma, lid-jurist, H.J. de Boer, T. Waning en F. Harmanny, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
M. Keukenmeester, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.