ECLI:NL:TGZRZWO:2025:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8107
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2025:148 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-11-2025 |
| Datum publicatie: | 13-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8107 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De huisarts schreef klaagster, die veel last had van hoofdpijn, tramadol voor. Een paar dagen later kwam klaagster in huis ten val. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij ten onrechte tramadol had voorgeschreven en dat zij onvoldoende was voorgelicht en gemonitord. Het college oordeelt dat de huisarts met inachtneming van de NHG-standaard Pijn tramadol heeft kunnen voorschrijven aan klaagster en voldoende uitleg heeft gegeven. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 11 november 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
gemachtigde:C,
tegen
D,
huisarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. V.R.J. van Luijk.
1. De zaak in het kort
1.1 De huisarts schreef klaagster, die veel last had van hoofdpijn, tramadol voor.
Een paar dagen later kwam klaagster in huis ten val. Klaagster verwijt de huisarts,
samengevat, dat zij ten onrechte tramadol heeft voorgeschreven en dat zij onvoldoende
is voorgelicht en gemonitord.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 4 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 25 april 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Het college gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.
3.2 Klaagster was patiënt bij de huisartsenpraktijk van verweerster. Zij meldde
zich op
17 juli 2023 bij de praktijk met aanhoudende hoofdpijnklachten na een val drie maanden
eerder. Na lichamelijk onderzoek en vanwege de wens van klaagster, werd zij verwezen
naar de neuroloog. Klaagster had vervolgens meerdere keren contact met de praktijk
om de geplande afspraak te vervroegen, maar omdat de neuroloog geen indicatie zag
om de afspraak te vervroegen, moest klaagster wachten.
3.3 Op 6 augustus 2023 nam klaagster contact op met de huisartsenpost (HAP) vanwege
de aanhoudende hoofdpijn en zorgen hierover. Bij het neurologisch onderzoek aldaar
werden geen afwijkingen gevonden, wel had klaagster een verhoogde bloeddruk waarvoor
de arts een extra tablet metoprolol adviseerde en voorstelde die week de bloeddruk
nog een keer te laten controleren door de eigen huisarts.
3.4 Op 9 augustus 2023 nam de huisarts contact op met klaagster naar aanleiding van het bericht van de HAP. De vaste huisarts van klaagster had op dat moment vakantie, en verweerster nam voor hem waar. Klaagster meldde dat haar zoon de afspraak bij de neuroloog had kunnen vervroegen, de hoofdpijn was ongewijzigd. Afgesproken werd dat zij twee dagen later weer telefonisch contact zouden opnemen naar aanleiding van de bloeddrukmetingen die klaagster zelf thuis zou uitvoeren.
3.5 Tijdens het telefonische contact op 11 augustus 2023 tussen klaagster en de huisarts, vertelde klaagster dat haar bloeddruk gedaald was. Verder had klaagster nog pijn op haar hoofd waar de wond had gezeten en zij gebruikte paracetamol zonder effect. Zij sliep er slecht van, maar had behalve de pijn geen andere klachten. Wel wenste klaagster de afspraak met de neuroloog verder te vervroegen. De huisarts legde uit dat haar collega een week eerder contact had gehad met de neuroloog, en toen was besloten niet te vervroegen. De huisarts stelde voor tramadol te proberen naast paracetamol. De huisarts gaf uitleg over de bijwerkingen en vertelde klaagster dat zij bij uitvalsverschijnselen of toename van de pijn contact moest opnemen. De huisarts schreef voor 14 dagen tramadol voor, 1 maal daags 50 miligram in de avond.
3.6 In de nacht van 14 op 15 augustus 2023 viel klaagster en kon zij volgens haar
zoon niet meer bewegen en opstaan. De zoon vroeg vervolgens om een consult voor zijn
moeder. Een waarnemend huisarts bezocht klaagster op 15 augustus 2023. Zij noteerde
in het medisch dossier (alle citaten letterlijk weergegeven):
“S Info:E: kwetsbare oudere LD patiente gaat steeds verder achteruit na val.
Mobiliteit wordt ook steeds slechter, soms al moeite om bij de WC te komen.
Eet ook
slecht, valt af en is somber en apathisch. Klachten dus sinds val/klap op
hoofd op
tweede paasdag (10 april). Patiente wil eigenlijk nu naar het ziekenhuis
en opgenomen
worden, dochter denkt hier hetzelfde over. Patiente neemt PCM, hekpt niet.
Tramadol
krijg ik niet helemaal helder, geeft wel bijwerkingen. Buurtzorg geregeld
voor 1dd ADL
zorg [RTG: mobiel nummer] Gaat contact opnemen met mw.
O Niet zieke dame, volledig helder en redelijk adequaat ONO pupillen PEARL,
normale
oogvolgbewegingen Barre en FART ongestuurd Syst. RR:130 Diast RR: 80
P Er lijken twee problemen: - klachten post-commotioneel waarbij een subduraal
hematoom niet volledig uitgesloten maar ook niet heel waarschijnlijk is.
Er speelt wel
deconditionering en mogelijk stemminsproblematiek, wellicht wordt de laatste
knik door
tramadol veroorzaakt – Zorg/ADL probleem, hier kan een specialist ook weinig
aan
doen Ik heb met neuroloog overlegd-> ziet geen indicatuie voor eerdere poliafspraak
of SEH bezoek, acht subduraal hematoom ook onwaarschijnlijk. Wel thuiszorg
geregeld
voor ADL Poli afspraak dus op 28-8. Teruggekoppeld aan pte, vraagt of fysio
nog wat
kan doen, lijkt me een goed plan.”
3.7 In de weken die daarop volgden nam de zoon regelmatig contact op met de praktijk van de huisarts. Hij vertelde niet achter het voorschrijven van de tramadol te staan, en hier ook niet van op de hoogte te zijn, in tegenstelling tot zijn broer en zus. De huisarts nam contact op met klaagster en sprak haar op 4 september 2023, waarbij klaagster vertelde veel last van bijwerkingen te hebben bij gebruik van tramadol. Op 6 september 2023 ontving de huisartsenpraktijk van verweerster een brief van de neuroloog naar aanleiding van de geplande afspraak. In deze brief stond onder meer dat er geen neurologische pathologie was gevonden.
3.8 De zoon van klaagster diende op 9 oktober 2023 een klacht in bij de klachtenfunctionaris. Uiteindelijk diende hij als gemachtigde van klaagster de onderhavige tuchtklacht in.
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klaagster verwijt de huisarts dat zij:
- ten onrechte tramadol heeft voorgeschreven, zonder haar te zien;
- de familie niet op de hoogte heeft gebracht van het voorschrijven;
- ten onrechte heeft nagelaten het effect en de veiligheid van de tramadol te monitoren;
- onvoldoende voorlichting heeft gegeven over de mogelijke bijwerkingen.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen. Had de huisarts tramadol aan klaagster mogen voorschrijven op deze manier?
5.3 Vanwege de samenhang zal het college de klachtonderdelen gezamenlijk bespreken. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat de wijze waarop de huisarts tramadol heeft voorgeschreven en gemonitord, niet voldoet aan de professionele standaard. De huisarts heeft dit verwijt gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt als volgt. Op 11 augustus 2023 nam klaagster telefonisch contact op met de huisarts. Voorafgaand aan dit telefonische consult had klaagster meerdere keren contact gezocht (ook met de HAP) om de afspraak met de neuroloog, die 2,5 week later gepland stond, te vervroegen. Klaagster had hevige hoofdpijn na een val in april dat jaar en sliep slecht. De huisarts heeft op dat moment vanwege de verwachte gebruiksduur (namelijk tot de afspraak met de neuroloog) in redelijkheid kunnen besluiten dat een NSAID niet geschikt was vanwege mogelijke bijwerkingen. Met inachtneming van de NHG-Standaard Pijn heeft de huisarts vervolgens tramadol kunnen voorschrijven aan klaagster. Zij hield hiermee rekening met de specifieke gezondheidsstituatie van klaagster door de tramadol in een relatief lage dosering voor te schrijven, eenmaal daags. Verder blijkt uit het medisch dossier dat de huisarts uitleg heeft gegeven over de mogelijke bijwerkingen en een vangnet advies heeft gegeven, namelijk contact opnemen bij uitval of toename van de pijn. Het college ziet hierin geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klaagster was wilsbekwaam, en in het dossier bevinden zich geen aanknopingspunten dat ook familieleden zouden moeten worden ingelicht. Verder kon klaagster zelf contact opnemen met de huisarts in het geval van klachten of bijwerkingen. Uit het dossier blijkt dat zij dat in het verleden ook dikwijls heeft gedaan, zodat de huisarts geen aanleiding heeft hoeven zien daaraan te twijfelen. Er bestond geen aanleiding klaagster extra te monitoren. De klachtonderdelen zijn, gelet op het voorgaande, kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.4 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 11 november 2025 door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter,
A.H.M. van den Nieuwenhof en N.M. Dreteler-Rademaker, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.