ECLI:NL:TGZRZWO:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7902

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2025:146
Datum uitspraak: 11-11-2025
Datum publicatie: 13-11-2025
Zaaknummer(s): Z2024/7902
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een huisarts. Klagers hebben als mentor en bewindvoerder van hun zoon, die verstandelijk beperkt en autistisch is, een klacht ingediend tegen de voormalig huisarts van hun zoon. Klagers verwijten de huisarts, samengevat, nalatigheid in het verlenen van zorg, onheuse bejegening en het ten onrechte opzeggen van de behandelingsovereenkomst. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorg heeft verleend en de behandelingsovereenkomst ten onrechte heeft beëindigd en legt de huisarts de maatregel op van een waarschuwing.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing van 11 november 2025 op de klacht van:

A en B,

wonende in C,

klagers,

gemachtigde: mr. T.M. Vollbehr,

tegen

D,

huisarts,

werkzaam in E,

verweerster, hierna ook: de huisarts,

gemachtigde: mr. R.J. Peet.

1. De zaak in het kort

1.1 Klagers hebben als mentor en bewindvoerder van hun zoon, die verstandelijk beperkt en autistisch is, een klacht ingediend tegen de voormalig huisarts van hun zoon. Klagers verwijten de huisarts, samengevat, nalatigheid in het verlenen van zorg, onheuse bejegening en het ten onrechte opzeggen van de behandelingsovereenkomst.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de maatregel van een waarschuwing op. Hierna licht het college dat toe.

2. De procedure

2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 29 november 2024;
  • het verweerschrift, ontvangen op 12 maart 2025;
  • de brief van de gemachtigde van verweerster van 17 september 2025, met bijlagen.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 3 oktober 2025. Klagers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Partijen en gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Namens klagers is een pleitnotitie voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.

3. De feiten

3.1 Klagers zijn de ouders van (hierna: patiënt), geboren op 18 mei 2000. Patiënt heeft een verstandelijke beperking en is gediagnostiseerd met autisme. Klagers zijn de mentor en bewindvoerder van patiënt en patiënt woont bij klagers in huis. Klagers en patiënt waren eerst patiënten bij een collega van verweerster. In 2015 ging deze huisarts werken bij de huisartsenpraktijk van verweerster. Klagers en patiënt stapten mee over naar deze huisartsenpraktijk, waar zij vanaf 2015 waren ingeschreven.

3.2 Op 20 november 2023 nam klaagster contact op met de praktijk. Patiënt was al een paar dagen van slag. Hij kon niet praten in verband met zijn beperkingen maar gedroeg zich anders, was huilerig en snel boos en sliep veel. De huisarts vertelde dat zij vond dat patiënt vanwege zijn beperkingen en autisme en vanwege de risperidon die hij gebruikte, door een arts verstandelijk gehandicapten (AVG) en een psychiater begeleid moest worden. Patiënt had, volgens de huisarts, vanwege zijn problematiek een andere benadering nodig dan algemene huisartsenzorg. De huisarts stelde voor contact op te nemen met G.[1] Tot er betere bij patiënt passende zorg mogelijk was, konden klagers met patiënt terecht op het spreekuur van de huisarts. Ook konden ouders zelf contact opnemen met G.

3.3 Klagers gingen vervolgens op 22 november 2023 met patiënt naar de huisartsenpost (HAP). Daar werd geoordeeld dat er geen symptomen waren die spoedbeoordeling vereisten. Bij progressie van de klachten konden klagers in de loop van de week weer telefonisch contact opnemen met de eigen huisarts.

3.4 Op 30 november 2023 had de huisarts telefonisch contact met de broer van patiënt. De huisarts stelde voor patiënt te verwijzen naar G en gaf aan hier niet zelf bekwaam in te zijn. Zij had geen ervaring met patiënten met een verstandelijke beperking, geen ervaring met autisme en ook had zij geen ervaring met de risperidon in combinatie met de problematiek van patiënt.

3.5 Op 7 december 2023 namen klagers telefonisch contact op met de huisarts vanwege de kokhalsbewegingen die patiënt maakte, hij was moe en sliep veel. De huisarts vertelde dat zij de kennis hier niet voor had en hier niet bekwaam in was. De huisarts stelde voor te verwijzen naar een AVG en dezelfde dag maakte zij een verwijzing naar de AVG. In de verwijsbrief schreef zij geen idee te hebben waar ze bij deze klachten aan moest denken, of welk onderzoek ze moest inzetten omdat er geen communicatie met patiënt mogelijk was. De huisarts verzocht om overname van de behandeling. Klagers schreven de huisarts op

7 december 2023 een brief en de huisarts reageerde hierop, voor zover van belang, als volgt (alle citaten letterlijk weergegeven): “Voor nu vind ik het heel belangrijk dat [RTG: naam patiënt] door VGA arts binnenkort gezien wordt, vanwege de klachten nu, maar ook vanwege de behandeling met risperidon, waar beide huisartsen hier niet bekwaam in zijn. Daarom is [RTG: naam patiënt] (…) verwezen naar H (…). We hopen dan ook dat jullie de zorg die geboden gaat worden vanuit H aannemen en dat [RTG: naam patiënt] snel gezien wordt door een AVG arts. (…) Tot een en ander beter geregeld, is, kan [RTG: naam patiënt] met ouders bij ons op het spreekuur een afspraak maken doch zoals gezegd denk ik dat hij veel meer heeft aan een AVG arts. De afspraak op mijn spreekuur aanstaande dinsdag laat ik eerst weer vervallen, gezien de verwachting dat hij gezien wordt op korte termijn door AVG arts.”

3.6 Klagers bezochten op 7 december 2023 de HAP. Uit het laboratoriumonderzoek bleek dat patiënt een ontsteking had. Ook werd een temperatuur gemeten van 39,6 graden. Patiënt kwam vervolgens op 8 december 2023 met klager en zijn broer op het spreekuur. In het medisch dossier werd, voor zover van belang, genoteerd:
“S Op spreekuur met vader en broer, huisarts [RTG: collega verweerster en verweerster]
hebben hem samen gezien. Nooit eerder sprake geweest van bloed in de urine. Plassen
gaat niet anders dan anders. Ontlasting gaat ook goed. Eten minder, maar eet wel.
Drinken gaat goed. Gisteren dus bij I, zie correspondentie en tijdelijk boven 39
graden koorts. CRP volgens I bbericht 45. Risperidon zit nu op 1 dd 4 druppels. Bij
overgang zomer winter is hij altijd extra geprikkeld en dan werkt de risperidon dat hij
rustiger is. Zijn nu weer aan het afbouwen.
O Temp 36.8. Urine eys 2 +, pro 1 +, hart en long gb, buik soepel, geeft geen pijn aan
lijkt het bij de buik. Oogt niet ziek, maakt inderdaad rare harde schrapende keelgeluiden
(fam noemt het kokhalzen) , keel en oren gb.
E Koorts
P Op verzoek van [RTG: naam verweerster], kweek gestuurd met Certe. Lab om te
proberen meer duidelijk te krijgen. Blind gestart met augmentin. Als vanaf zondag
temp boven 38 graden contact opnemen met I. Maandag ons bellen wat uitslg
urinekweek is en doorgeven wat temp dan is.”

Via Zorgdomein verwees de huisarts patiënt door naar de H. Bij brief van
19 juni 2024 liet H weten de medische zorg gerelateerd aan de verstandelijke beperking en autisme over te nemen, maar de huisartsenzorg niet. Wel kon de huisarts altijd bellen met de medische dienst van H voor advies bij het vastlopen in de huisartsgeneeskundige diagnostiek.

3.7 Bij brief van 24 juni 2024 schreef de huisarts aan klagers patiënt uit te schrijven ten laatste per 1 januari 2025. De huisarts schreef niet bekwaam te zijn de zorg aan patiënt te leveren en dat ook de organisatie van de prakijk hier niet op was ingericht. Dit was al meerdere keren bij klagers aangegeven en de huisarts was al meerdere keren over haar grenzen van bekwaamheid heen gegaan, schreef zij. Hierop volgde een briefwisseling tussen de gemachtigde van klagers en de huisarts. In de brief van 9 september 2024 schreef de huisarts dat zij geen huisartsen kent die de zorg voor patiënt verantwoord kunnen leveren.

3.8 Klagers hebben per 1 oktober 2024 zelf een andere huisartsenpraktijk gevonden en patiënt is per die datum uitgeschreven bij de praktijk van verweerster.

4. De klacht en de reactie van de huisarts

4.1 Klagers verwijten de huisarts dat zij:

  1. patiënt zorg heeft onthouden;
  2. patiënt en klagers onheus heeft bejegend op 8 december 2023;
  3. ten onrechte de geneeskundige behandelingsovereenkomst (zonder dit te communiceren) heeft beëindigd en evenmin behulpzaam is geweest bij het zoeken naar een andere huisarts.

4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Zij was niet bekend met de problematiek van patiënt en achtte zich niet bekwaam om patiënt de zorg te kunnen bieden die hij nodig had. In dit verband verwijst de huisarts naar artikel 3.1 van de KNMG-richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ (verder: de KNMG-richtlijn). Dat patiënt zich alleen voor noodzakelijke zorg tot haar kon richten, is volgens de huisarts onjuist. Verder neemt de huisarts, afhankelijk van medicatie die zij zelf moet nemen, bij al haar patiënten waarbij verminderde weerstand optreedt, beschermende maatregelen. Zij herkent zich niet in de afstandelijke, angstige houding die klagers beschrijven. Tot slot heeft de huisarts zich voldoende ingespannen om te verwijzen naar een andere arts en heeft zij een ruime opzeggingstermijn in acht genomen.

4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college

De criteria voor de beoordeling

5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Klachtonderdeel a) onthouden van zorg
5.2 Het college stelt voorop dat de huisarts mensen met een verstandelijke beperking de gebruikelijke huisartsenzorg dient te geven en voor die zorg niet kan verwijzen naar een AVG. Dit volgt uit de Handreiking Samenwerking huisarts & AVG (verder: de Handreiking), waarin is uitgewerkt hoe de samenwerking en taakverdeling van de huisarts en de AVG eruit ziet. De AVG heeft alleen taken in aanvulling op de huisartsenzorg.

5.3 Uit het medisch dossier blijkt dat de moeder van patiënt op 20 november 2023 heeft gebeld met verweerster over de toestand van haar zoon. Verweerster heeft blijkens het medisch dossier aangegeven dat zij vindt dat patiënt door een AVG en een psyschiater moet worden begeleid. Gelet op de gepresenteerde klachten, die vallen onder de gebruikelijke huisartsenzorg, was het echter aan verweerster om zelf zorg te verlenen. Omdat niet duidelijk is of klaagster op dat moment om een afspraak heeft verzocht en omdat verweerster óók heeft gezegd dat klagers met patiënt eventueel op het spreekuur kunnen komen tot er beter passende zorg voor hem geregeld is, kan het college niet vaststellen dat verweerster op 20 november 2023 onvoldoende zorg heeft verleend.
Op 7 december 2023 hebben klagers opnieuw contact gehad met verweerster in verband met de toestand van patiënt. Op diezelfde dag schrijft klaagster een brief aan verweerster waarin zij aangeeft dat patiënt al twee weken niet door een huisarts is gezien, dat zij er niet gerust op zijn om de toestand van hun zoon te negeren, dat H geen alternatief is vanwege de lange wachttijd en dat de huisartsenpost heeft aangegeven dat de zorg niet onder hun verantwoordelijkheid valt. Klagers hebben verzocht om een consult op 12 december 2023, maar dat is door verweerster geannuleerd. In haar antwoord op de brief van klaagster schrijft verweerster opnieuw dat patiënt met zijn ouders op het spreekuur een afspraak kan maken, maar zij schrijft ook dat zij de afspraak op 12 december 2023 annuleert met als reden dat zij verwacht dat patiënt op korte termijn door een AVG wordt gezien.
Door te weigeren patiënt te zien ondanks de aanhoudende, onder de gebruikelijke huisartsenzorg vallende, klachten heeft verweerster onvoldoende zorg verleend. Dat haar verwachting was dat patiënt op korte termijn door een AVG zou worden gezien maakt dat niet anders. Niet duidelijk is waarop die verwachting was gebaseerd. In de brief van klaagster was juist aangegeven dat H geen alternatief was vanwege de lange wachttijd.
Dit klachtonderdeel is gegrond.

Klachtonderdeel b) onheuse bejegening

5.4 Klagers verwijten verweerster dat zij hen en patiënt onheus heeft bejegend tijdens het bezoek aan de huisartsenpraktijk op 8 december 2023. Verweerster droeg beschermende kleding, inclusief mondkapje en handschoenen en maakte volgens klagers verschillende ongepaste opmerkingen. Over het dragen van beschermende kleding heeft verweerster ter zitting gesteld dat zij zich in geval van patiënten met koorts altijd beschermt vanwege haar eigen kwetsbare gezondheid. Naar het oordeel van het college kan het dragen van beschermende kleding dan ook niet als een onheuse bejegening worden aangemerkt. Dat verweerster verschillende ongepaste opmerkingen zou hebben gemaakt wordt door haar ontkend. Omdat de lezing van beide partijen uiteenloopt kan niet worden vastgesteld wat er precies is gezegd tijdens het bezoek op 8 december 2023, zodat het college niet kan vaststellen dat sprake is geweest van een onheuse bejegening. Hoewel het college zich, mede gelet op de toon van de door verweerster geschreven brieven en haar wijze van communiceren op zitting, kan voorstellen dat dit weerstand bij klagers heeft opgeroepen, kan hij niet vaststellen dat verweerster tijdens het consult op 8 december 2023 de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel c) beëindiging behandelingsovereenkomst

5.5 In de KNMG-richtlijn is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“Een behandelingsovereenkomst eenzijdig beëindigen kan niet zomaar. De wet schrijft voor dat dit alleen mogeljk is als daar gewichtige redenen voor zijn. De arts dient hier terughoudend mee om te gaan en rekening te houden met de gezondheidstoestand en de afhankelijkheid van de patiënt.

3.1 Als een behandelingsovereenkomst met een patiënt tot stand is gekomen, kan de arts die slechts onder bepaalde omstandigheden opzeggen. De vijf meest voorkomende gewichtige redenen zijn:

    1. De aard en/of omvang van de hulpvraag wijzigt wezenlijk en gaat de expertise of de mogelijkheden van de arts te buiten.

b.- e. (…).”

5.6 Verweerster stelt dat zij en de medewerkers in de praktijk niet bekwaam zijn om de juiste zorg aan patiënt te kunnen leveren, omdat de hulpvraag de expertise van haar en haar medewerkers te buiten gaat. In dat verband heeft zij aangevoerd dat zij niet met patiënt kan communiceren, waardoor zij geen anamnese kan afnemen, en dat het moeilijk is lichamelijk onderzoek bij hem te verrichten nu hij een grote, sterke man is geworden. Zo kan zij hem niet forceren om zijn mond open te doen en kan hij door zijn handicap onverwachte bewegingen maken. Ook heeft zij aangevoerd dat patiënt gedurende de openingstijden van de huisartsenpraktijk in een instelling verblijft. Omdat patiënt inmiddels een grote en sterke man is geworden is, aldus verweerster, ook sprake van een wijziging in de hulpvraag.

5.7 Het college is van oordeel dat verweerster onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een situatie waarin de aard en/of omvang van de hulpvraag wezenlijk gewijzigd is en de expertise of de mogelijkheden van de arts te buiten gaat. Voor het afnemen van de anamnese kon verweerster een beroep doen op klagers, die ook overigens een belangrijke rol in de communicatie tussen verweerster en patiënt konden spelen. Dat het moeilijk was lichamelijk onderzoek te verrichten bij patiënt is weersproken door klagers. Volgens hen gaat patiënt ook naar de kapper, naar de pedicure en naar de tandarts, waar hij als hem dat wordt gevraagd zijn mond open doet. Ook heeft de patiënt zonder problemen Corona-vaccinaties gekregen. Verder hebben klagers aangegeven dat patiënt op weekdagen van10 tot 15 uur bij de dagopvang is en niet, zoals verweerster stelt, gedurende de openingstijden van de praktijk.

Kennelijk heeft verweerster zelf allerlei aannames gedaan over de problemen die zich zouden kunnen voordoen, zonder de juistheid daarvan te toetsen bij klagers. Nu die aannames (grotendeels) niet juist blijken te zijn is het college van oordeel dat verweerster de behandelingsovereenkomst niet op de door haar aangevoerde gronden mocht beëindigen.

5.8 Verweerster heeft ter onderbouwing van haar beslissing om de behandelovereenkomst te beëindigen een beroep gedaan op het Convenant Randvoorwaarden en facilitering medisch generalistische zorg voor mensen met een beperking. Daarin staat dat LHV en Ineen erop inzetten dat hun achterban bijdraagt aan een regionale oplossing voor knelpunten in de medisch generalistische zorg, waarbij wordt besproken wat nodig en haalbaar is en waarbij een individuele huisarts uiteindelijk zelf de afweging maakt om zorg te verlenen aan deze doelgroep, uitgaande van de eigen bekwaamheid en ruimte in de praktijk voor nieuwe patiënten. Deze passage ziet op de situatie waarin een huisarts nog geen zorg verleent aan patiënten uit de doelgroep. In deze zaak is die situatie niet aan de orde; patiënt was al (gedurende vele jaren) ingeschreven in de huisartsenpraktijk. In die situatie geldt de hiervoor onder 5.5 genoemde bepaling uit de KNMG-richtlijn.

5.9 Ook de Leidraad Algemeen medische zorg voor verstandelijk gehandicapten in VG-zorginstellingen (verder: de Leidraad), waarop verweerster zich beroept, is niet van toepassing. De Leidraad gaat over huisartsen die medische zorg willen leveren aan verstandelijk gehandicapten in een zorginstelling. Anders dan verweerster lijkt te denken, verblijft de patiënt niet in een VG-zorginstelling. Hij woont thuis bij zijn ouders en gaat op doordeweekse dagen van 10 tot 15 uur naar de dagbesteding. In die situatie geldt de Handreiking waarin staat dat de huisartsenzorg wordt geleverd door de huisarts.

5.10 Tot slot is ook de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege waarnaar verweerster heeft verwezen (ECLI:NL:TGZCTG:2024:49) niet van toepassing. In die zaak was, anders dan in de onderhavige zaak, geen sprake van een individuele behandelingsovereenkomst.

5.11 De conclusie is dat verweerster op grond van de door haar naar voren gebrachte argumenten niet tot beëindiging van de behandelingsoverkomst heeft kunnen komen. Het klachtonderdeel is gegrond. Het college komt daarom niet meer toe aan de vraag of verweerster meer inspanningen had moeten ondernemen om patiënt onder te brengen bij een andere huisarts en evenmin aan de vraag of de timing van en de communicatie over de beëindiging de toets der kritiek kunnen doorstaan.


Slotsom

5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de onderdelen a en c van de klacht gegrond zijn en dat klachtonderdeel b ongegrond is.

Maatregel

5.13 Het college dient vervolgens de vraag te beantwoorden of en welke maatregel in dit geval moet worden opgelegd. Het college houdt hierbij rekening met alle omstandigheden. Het college heeft gezien dat verweerster de overtuiging had dat zij in overeenstemming met geldende regels handelde. Gedurende de procedure en ook ter zitting bleef zij daarbij en heeft zij niet laten zien dat zij inzicht heeft gekregen in de onjuistheid van haar handelen. Het college vindt het daarom passend haar een maatregel op te leggen. Daarbij heeft het college rekening gehouden met het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Het college acht daarom de oplegging van een waarschuwing passend en toereikend.

Publicatie

5.14 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing

Het college:

  • verklaartklachtonderdelen a en c gegrond;
  • legt verweerster de maatregel op van een waarschuwing;
  • verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
  • bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.

Deze beslissing is gegeven door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter, S. Boersma, lid-jurist,
G.S.H. Vegt, A.H.M. van den Nieuwenhof en N.M. Dreteler-Rademaker, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.

secretaris voorzitter



Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.

[1] Een stichting die mensen met een verstandelijke of psychische beperking ondersteunt.