ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7759
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-10-2025 |
| Datum publicatie: | 27-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | Z2024/7759 |
| Onderwerp: | Grensoverschrijdend gedrag |
| Beslissingen: | Gegrond, berisping |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een BIG-geregistreerd verpleegkundige die als forensisch therapeutisch werker werkte op een groep met kwetsbare jongeren. Klacht is ontvankelijk en gegrond en het college legt een berisping op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat de werkzaamheden van verweerstermede tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige worden gerekend. Het verwijt aan verweerster heeft betrekking op grensoverschrijdend gedrag in haar relatie met een cliënt van de instelling. Het stellen van grenzen en het bewaken daarvan hoort zeker tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige. Het college is derhalve van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht.Het college is van oordeel dat door het uitwisselen van telefoonnummers en het schrijven van briefjes er meer dan professioneel contact geweest tussen verweerster en de jongere. Verweerster heeft hiermee de grenzen van professioneel handelen overschreden. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 24 oktober 2025 op de klacht van:
A, gevestigd te B,
vertegenwoordigd door C,
klager,
tegen
D,
destijds verpleegkundige,
destijds werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de verpleegkundige,
gemachtigde: mr. D.A. Witberg, werkzaam in Eindhoven.
1. De zaak in het kort
1.1 Verweerster werkte op een groep met kwetsbare jongeren. Zij heeft met een
van deze jongeren meer dan professioneel contact gehad door telefoonnummers uit te
wisselen en te bellen en brieven te schrijven.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht ontvankelijk en gegrond is. Het college legt een berisping op. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 24 oktober 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 januari 2025;
- de repliek, ontvangen op 24 februari 2025;
- de dupliek, ontvangen op 13 maart 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 12 september 2025. De partijen zijn verschenen. Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van verweerster heeft pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
3. De feiten
3.1 Verweerster was van oktober 2023 tot november 2024 in dienst bij klaagster
in de functie van forensisch therapeutisch werker. Zij stond destijds als verpleegkundige
geregistreerd in het BIG-register. Op 16 augustus 2024 heeft verweerster haar dienstverband
opgezegd, omdat zij een werkplek had gevonden dichter bij haar woonplaats. Klaagster
kreeg verschillende signalen over verweerster en op 5 september 2024heeft er een gesprek
plaatsgevonden tussen klaagster en verweerster. Tijdens dit gesprek werd verweerster
bevraagd over het feit dat zij persoonlijk contact onderhield met een van de jongeren
die in de inrichting verbleef. Verweerster heeft tijdens dit gesprek toegegeven dat
zij ongeveer 2 à 3 weken voordat zij haar arbeidsovereenkomst op had gezegd haar privételefoonnummer
heeft gewisseld met de betreffende jongere, die zij overigens niet zelf behandelde.
Er is vervolgens telefonisch en via brieven persoonlijk contact geweest. Verweerster
heeft in dit gesprek erkend dat ze niet goed heeft gehandeld door onvoldoende professionele
afstand te hebben gehouden.
3.2 Direct na het gesprek op 5 september 2024 is verweerster met bijzonder verlof
naar huis gestuurd. Op 23 september 2024 is er van uit klaagster een brief naar verweerster
gestuurd met de bevestiging van afspraken rond het einde van haar dienstverband.
3.3 Op 22 oktober 2024 heeft klaagster onderhavige klacht ingediend
4. De klacht en de reactie van de verpleegkundige
4.1 Volgens klaagster heeft de verpleegkundige onzorgvuldig/onjuist gehandeld, omdat zij persoonlijk contact heeft onderhouden met een jongere door middel van brieven en telefonisch contact. Daarmee heeft zij de grenzen van haar professionele handelen overschreden. Ook heeft zij dit persoonlijke contact niet uit zichzelf gemeld. Voor de functie van forensisch therapeutisch werker is een BIG-registratie geen vereiste. Bij de start van de arbeidsovereenkomst was bekend dat verweerster een registratie als verpleegkundige in het BIG-register had. Klaagster is van mening dat van verweerster op basis van haar BIG-registratie mag worden verwacht dat zij handelt volgens de voor haar geldende beroepscodes. Het aangaan van een relatie met een jongere en het vervolgens niet melden daarvan is een schending van deze codes.
4.2 Verweerster stelt dat zij bij klaagster is aangenomen op basis van haar diploma maatschappelijke zorg en niet op basis van haar verpleegkunde diploma. Zij heeft in haar werk voor klaagster ook geen professionele zorg vanuit haar BIG-registratie als verpleegkundige geboden. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de verpleegkundige het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Verweerster heeft geen relatie met een jongere onderhouden. Er was slechts sprake van een goede verstandhouding en wederzijds begrip. Zij erkent dat het onhandig is geweest om telefoonnummers uit te wisselen en dat zij onvoldoende professionele afstand heeft gehouden. Verweerster ervoer op de werkvloer een onveilige onderlinge sfeer wat maakte dat het lastig was om persoonlijke kwesties te delen. Het contact was maar van korte duur en verweerster heeft kort na het ontstaan ervan haar ontslag ingediend. Zij dacht destijds dat daarmee de situatie was opgelost.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 Het college heeft allereerst de vraag te beantwoorden of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen. Het college overweegt daartoe het volgende.
5.2 Bij de beantwoording van voornoemde vraag stelt het college voorop dat het feit dat een BIG-geregistreerd verpleegkundige in een andere hoedanigheid, zoals in dit geval als forensisch therapeutisch werker optreedt, in beginsel niet uitsluit dat zij daarbij mede in haar hoedanigheid van verpleegkundige handelt en daarop tuchtrechtelijk kan worden aangesproken. Of dit zo is moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke werkzaamheden van verweerster en de omstandigheden van het geval. Vast staat dat verweerster destijds een registratie had als verpleegkundige. Toen verweerster aangenomen werd als forensisch therapeutisch werker was bij klaagster bekend dat zij ook in het bezit was van een diploma mbo-verpleegkundige en dat zij als zodanig in het BIG-register was geregistreerd. Ter zitting is door klaagster toegelicht dat voor de functie van forensisch therapeut deze registratie niet noodzakelijk is maar dat deze functie wordt uitgevoerd door werknemers met verschillende vooropleidingen waaronder die van verpleegkundige. Verder is ter zitting toegelicht dat er binnen de organisatie van klaagster ook BIG-registreerde verpleegkundigen werkzaam zijn die naast hun werkzaamheden als forensisch therapeutisch werker soms werkzaamheden verrichten voor de medische dienst. Het zwaartepunt van hun functie ligt echter bij de begeleiding op de groep. De werkzaamheden van verweerster kunnen dus mede tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige worden gerekend. Het verwijt aan verweerster heeft betrekking op grensoverschrijdend gedrag in haar relatie met een cliënt van de instelling. Het stellen van grenzen en het bewaken daarvan hoort zeker tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige. Het college is daarom van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht.
5.3 Het college zal de klacht daarom verder inhoudelijk bespreken. De criteria voor de beoordeling
5.4 De vraag is of de verpleegkundige heeft gehandeld in strijd met hetgeen een
behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Het feit dat verweerster nu niet staat ingeschreven
in het BIG-register, betekent niet dat zij niet langer onderworpen is aan het tuchtrecht
(art. 47 lid 4 Wet BIG).
Klacht
Klacht
5.5 Klaagster verwijt verweerster dat zij een relatie met een jongere is aangegaan en hiervan uit zichzelf geen melding heeft gedaan. Zij heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragscode van klaagster en in strijd met de beroepscode van verpleegkundigen. Deze schrijft in artikel 2.4 voor dat een verpleegkundige in de relatie met de zorgvrager professionele grenzen in acht dient te nemen.
5.6 Het college is van oordeel dat verweerster te weinig professionele afstand heeft gehouden. Hierbij is van belang dat verweerster werkzaam was in een setting waarin zij werkte met kwetsbare jongeren. Het bewaken van de afstand-nabijheid is in een dergelijke setting van het grootste belang, zowel voor de veiligheid van de jongere als voor de werknemer. Door het uitwisselen van telefoonnummers en het schrijven van briefjes is er meer dan professioneel contact geweest tussen verweerster en de jongere en heeft verweerster de grenzen van professioneel handelen overschreden. Hoewel zij wist dat haar handelen niet juist was, heeft zij dit niet gemeld.
5.7 Verweerster heeft verklaard dat zij zich niet veilig voelde om dit te bespreken met collega’s of anderen binnen de organisatie en dat zij dit daarom heeft nagelaten. Zij ging ervan uit dat haar ontslag het probleem zou oplossen. Het college is van oordeel dat verweerster hiermee de ernst van haar handelen heeft onderschat en onvoldoende oog heeft gehad voor de eventuele consequenties van haar handelen voor de jongere. Onweersproken is gebleven dat klaagster beschikt over meerdere vertrouwenspersonen en verweerster heeft niet toegelicht dat zij daar ook niet haar melding had kunnen doen.
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond.
Maatregel
5.9 Het college is van oordeel dat gezien de ernst van het verwijtbare gedrag
niet volstaan kan worden met een zakelijke terechtwijzing. Hoewel enerzijds de jeugdige
leeftijd van verweerster een rol kan hebben gespeeld, had zij ervan doordrongen moeten
zijn dat in een instelling als waar zij werkte sprake is van jongeren met een bijzondere
problematiek. Het dan niet bewaken van professioneel optreden is zeer risicovol, niet
in de laatste plaats voor verweerster zelf, omdat zij én de relatie niet mocht aangaan
én zij door die te verzwijgen zichzelf en de jongere in een kwetsbare positie bracht.
Gezien de ernst van het verwijt zal het college daarom een berisping opleggen.
Publicatie
5.10 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere verpleegkundigen mogelijk van deze zaak kunnen leren.
De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen
of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de maatregel van berisping op;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriftV&VN Magazine.
Deze beslissing is gegeven door J. Sap, voorzitter, Th.A. Wiersma, lid-jurist,
R. Broeren-Woudstra en S. Geul en G.C. van der Weerd, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door K.M. Dijkman, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 24
oktober 2025.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.