ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127
Datum uitspraak: 17-10-2025
Datum publicatie: 20-10-2025
Zaaknummer(s): Z2024/7940
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 17 oktober 2025 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klaagster,

tegen

C,

radioloog,

werkzaam in D,

verweerder, hierna ook: de radioloog,

gemachtigde: mr. L.F.W. van Zuijlen, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort

1.1 Klaagster had haar enkel verstuikt. Zij werd door de huisarts doorgestuurd naar het ziekenhuis voor het maken van röntgenfoto’s. De röntgenfoto’s van de voet en enkel rechts werden door de radioloog beoordeeld. De radioloog zag geen overtuigende breuk, dan wel afwijkingen. Klaagster kwam daarna onder behandeling van een fysiotherapeut, maar de pijn werd steeds erger. Vervolgens ging klaagster naar een ander ziekenhuis, waar opnieuw röntgenfoto’s zijn gemaakt. Daaruit bleek dat er sprake was van een hoge enkelbreuk en een breuk in het scheenbeen (fractuur van de distale fibula). Klaagster moest worden geopereerd. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de fractuur van de enkel heeft gemist en de röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.

2. De procedure

2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift van 12 december 2024, ontvangen op 17 december 2024;
  • de brief van de secretaris van 19 december 2024;
  • de aanvulling op de klacht van 26 december 2024, ontvangen op 30 december 2024;
  • het verweerschrift, ontvangen op 5 maart 2025;
  • de e-mail van 13 maart 2025 van de gemachtigde van verweerder met bijlagen (bestanden digitale röntgenfoto’s), die eveneens per brief met USB-stick zijn ontvangen op 20 maart 2025;
  • het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 9 juli 2025;
  • de e-mail van 19 augustus 2025 van de gemachtigde van verweerder met de reactie op het proces-verbaal.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De klacht en de reactie van de radioloog

3.1 Klaagster verwijt de radioloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, omdat hij een fractuur van de enkel heeft gemist en de röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld.

3.2 De radioloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Hij vindt dat hij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, omdat de breuk op de foto’s niet zichtbaar was.

3.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

4. De overwegingen van het college

De criteria voor de beoordeling

4.1 De vraag is of de radioloog de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende radioloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de radioloog geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

4.2 Het college oordeelt dat de radioloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

De beoordeling
4.3 De kern van de klacht is dat de diagnose van de radioloog onjuist is geweest, omdat hij de enkelfractuur heeft gemist. Het missen van afwijkingen op röntgenfoto’s is echter niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Een klacht daarover is alleen gegrond als komt vast te staan dat de wijze waarop de radioloog de beschikbare beelden heeft beoordeeld in strijd is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende radioloog mag worden verwacht. Daarbij is bepalend of de interpretatie van de beelden en de
verslaglegging daarvan op dat moment verdedigbaar was. Het is niet van belang of het met de wetenschap van achteraf wellicht beter of anders had gekund. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

4.4 Bij het eerste röntgenonderzoek, van 10 juni 2024, zijn er opnamen gemaakt van de rechtervoet en -enkel in twee richtingen. Dit is adequaat en overeenkomstig de staande praktijk. De radioloog was alleen betrokken bij het beoordelen van de röntgenfoto’s op
10 juni 2024. Het college constateert geen (technische) gebreken in de wijze van totstandkoming of de kwaliteit van de betreffende beelden.

4.5 De vraag is of de radioloog op de röntgenbeelden van 10 juni 2024 in redelijkheid een fractuur van de distale fibula had moeten zien. Het college oordeelt van niet. Van een gegronde tuchtklacht zou sprake zijn wanneer op de röntgenfoto’s de fractuur van de rechtervoet en -enkel van klaagster op een zodanige onmiskenbare, in het oog springende, manier te zien was, dat de fractuur door de radioloog (en door elk van zijn collega-radiologen in gelijke omstandigheden) niet had mogen worden gemist. Alleen dan zou dat missen een schending van de onder 4.1 genoemde norm betekenen en zou het passend zijn dat de radioloog daarvoor tuchtrechtelijk ter verantwoording wordt geroepen. Daarvan is naar het oordeel van het college geen sprake. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming van 10 juni 2024 geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

4.6 Het college heeft begrip voor de pijn en het verdriet van klaagster, gelet op de gevolgen die het letsel aan haar enkel voor haar heeft gehad en nog steeds heeft. Het is duidelijk dat zij zeer beperkt wordt in haar dagelijkse bezigheden. Dat haar enkel niet eerder is behandeld/geopereerd valt de radioloog echter niet te verwijten.

Slotsom
4.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

5. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 17 oktober 2025 door M.J.C. Dijkstra, voorzitter, M. Kraai en B.A.A.M. van Hasselt, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.C. Sijtsema, secretaris.

secretaris voorzitter



Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.