ECLI:NL:TGZRSHE:2025:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5701

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:46
Datum uitspraak: 16-04-2025
Datum publicatie: 16-04-2025
Zaaknummer(s): H2023/5701
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Huisarts wordt verweten dat hij nalatig is geweest in het verlenen van medisch noodzakelijke zorg, dat hij klager niet serieus genomen heeft en geen afschrift van het medisch dossier heeft verstrekt. Klager formuleert 11 klachtonderdelen. Onvoldoende duidelijke onderbouwing van vijf klachtonderdelen. Geen sprake van nalatigheid. Het medisch dossier is verstrekt. Gedeeltelijk kennelijk niet ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 16 april 2025 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klager,

tegen:

[C],
arts,
destijds werkzaam in [B] , verweerder, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. R.J.H. van den Dungen, werkzaam in ‘s-Hertogenbosch.

1. De zaak in het kort
1.1   Klager verwijt de huisarts dat hij nalatig is geweest in het verlenen van medisch 
noodzakelijke zorg, dat hij klager niet serieus genomen heeft en geen afschrift van het medisch 
dossier aan klager heeft verstrekt.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat klager deels kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn 
klacht en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet 
nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond 
kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is
gekomen.


2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 12 juni 2023;
-  de brief van 18 juli 2023 van de secretaris aan klager;
-  het aanvullende klaagschrift;
-  het verweerschrift met de bijlagen;
-  de brief van 13 februari 2024 van de secretaris aan klager;
-  de brief van 22 maart 2024 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerder;
-  de brief van 10 mei 2024 ontvangen van de gemachtigde van verweerder;
-  de brief van 9 september 2024 met bijlagen, ontvangen van de gemachtigde van verweerder;

-  de brief van 25 november 2024 van de secretaris aan klager.


2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klager is patiënt in de huisartsenpraktijk van verweerder. Klager maakt de huisarts onder 
meer de verwijten dat hij nalatig is geweest in het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan 
klager, dat hij de klachten van klager niet serieus heeft genomen en dat klager, ondanks zijn 
verzoek daartoe, geen medisch dossier van de huisarts heeft ontvangen.

3.2   Op 29 juli 2022 kwam klager met erge buikpijn bij de huisarts. De huisarts liet toen 
onmiddellijk een echo maken waarop een galsteen was te zien. In verband met hevige pijnklachten 
werd klager op 10 augustus 2022 doorverwezen naar de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van een 
ziekenhuis. Vervolgens werd hij van 10 augustus 2022 tot en met
11 augustus 2022 opgenomen op de de afdeling chirurgie van dat ziekenhuis. Er werd onder meer een 
echo en een CT scan van de buik gemaakt. Klager werd met pijnstilling uit het ziekenhuis ontslagen. 
In de brief van de chirurg aan de huisarts van 8 september 2022 staat vermeld: “Uitleg gegeven dat 
gezien galsteen het mogelijk is de galblaas te verwijderen,
echter is het zeer onzeker of de pijnklachten door de galsteen worden veroorzaakt”. Ook staat in 
die brief vermeld dat, in verband met verbale maar ook fysieke agressie, een verbod voor klager 
werd ingesteld voor zorg in het betreffende ziekenhuis, en dat klager voor verdere zorg naar een 
ander ziekenhuis moest worden verwezen.

3.3   Op 2 september 2022 heeft de huisarts een verwijsbrief gemaakt voor de afdeling neurologie 
van een ziekenhuis. Omdat daarin privégegevens van de kinderen van klager in stonden, maakte klager 
bezwaar tegen deze verwijsbrief. Daarop heeft de huisarts de verwijzing direct geannuleerd met als 
reden van annulering: “schrappen privacy gegevens”.

3.4   Op 11 november 2022 is klager door de huisarts naar de afdeling urologie van een ziekenhuis 
is verwezen. Op 3 februari 2023 is hij door de huisarts verwezen naar de poli Maag-darm-lever (MDL) 
voor een intake voor een coloscopie, maar heeft klager in het ziekenhuis aan de endoscopie 
verpleegkundigen aangegeven geen coloscopie te willen.

3.5  In het medisch dossier staan visites vermeld van de huisarts of van zijn collega aan klager op 10 augustus 2022, 8 november 2022, 17 januari 2023 en 28 februari 2023.

3.6   Bij brief van 10 februari 2023 schreef klager aan de huisarts dat hij ontevreden was over de 
wijze waarop de huisarts hem behandelde. Ook schreef hij: “Ik heb inmiddels al een aantal keren 
mijn medisch dossier opgevraagd en hier wordt geen gehoor aan gegeven. De laatste keer is ongeveer 
drie weken geleden geweest.” Klager verzocht de huisarts niet alleen om een kopie van het dossier, 
maar ook om schriftelijk en inhoudelijk te reageren op de klacht van klager. In zijn brief van 15 
maart 2023 schreef de huisarts aan klager dat het
dossier per aangetekende post aan klager was toegestuurd. Ook schreef hij: Ik weet dat u op zoek 
bent naar een andere huisarts. Als u er een gevonden heb zal ik hem/haar digitaal (…) het dossier 
toesturen.”

3.7   Klager is op 16 mei 2023 door de huisarts naar de neuroloog verwezen in verband met een scala 
aan neurologische klachten. Na onderzoek schreef de neuroloog in zijn brief van 31 mei 2023 aan de 
huisarts over klager: “(…) Hij is in 2021 reeds gediagnosticeerd met een functionele neurologische 
stoornis waarvoor hij terug verwezen is naar zijn psychiater. Dit zou goed in dat beeld kunnen 
passen. Overigens is hij in 2019 ook al door ons gezien op de TIA poli waar ook de diagnose FNS 
werd gesteld (geen TIA)”.

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts:
1) dat hij de klachten van klager met betrekking tot de TIA (Transient Ischaemic Attack) niet 
serieus heeft genomen;
2) dat hij niet op huisbezoek is geweest terwijl dat wel nodig was. Klager heeft in een plas met 
bloed gelegen en meerdere malen thuis knock-out gelegen. De huisarts heeft klager met deze klachten 
door laten lopen;
3) dat hij klager niet heeft verwezen naar een uroloog;
4) dat er geen afschrift van het medisch dossier naar klager is gestuurd terwijl klager meerdere 
malen om een afschrift heeft verzocht;
5) dat de klachten in zijn bekken, de knieproblemen en artroseklachten niet serieus zijn genomen;
6) een arrogante houding richting klager;
7) geen verstand van zaken;
8) dat er jarenlang te veel medicatie is voorgeschreven, wat niet mag;
9) dat hij klager niet heeft gesteund in het proces toen bekend was dat klager een galsteen had en 
het ziekenhuis hem naar huis had gestuurd. Klager liep toen al maanden met pijn rond;
10) dat hij geen reactie heeft gekregen op zijn klacht die hij in februari 2023 kenbaar heeft 
gemaakt aan de huisarts;
11) dat hij privégegevens van de kinderen van klager in een verwijsbrief heeft gezet.

4.2   De huisarts heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren en de klacht dus 
niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk gaat 
beoordelen, heeft de huisarts het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1   De huisarts heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard 
omdat de toelichting van klager op de klachtonderdelen veel te vaag is en klachtonderdelen vaak 
onvoldoende feitelijk omschreven zijn. Verweerder stelt dat om die reden geen adequaat concreet 
verweer mogelijk is. Het college komt tot het oordeel dat klager gedeeltelijk kennelijk 
niet-ontvankelijk is.

Uitleg
5.2   Klager heeft in zijn klaagschrift aangegeven dat de huisarts nalatig is geweest in het 
verlenen van medisch noodzakelijke zorg en dat hij klager niet serieus heeft genomen. Naar 
aanleiding hiervan heeft de secretaris bij brief van 18 juli 2023 aan klager gevraagd de klacht te 
verduidelijken door een aantal vragen te beantwoorden. Klager heeft op deze vragen antwoord gegeven 
en daarbij de onder 4.1 genoemde klachtonderdelen geformuleerd. Naar het oordeel van het college 
ontbreekt bij de klachtonderdelen 2, 5, 6, 7 en 8 een voldoende duidelijke onderbouwing. Klager 
heeft daarnaast aangegeven dat zijn klacht ‘over de laatste 4 jaar’ gaat, zonder concreet te maken 
op welke periode de diverse verwijten betrekking hebben. Dat maakt dat in deze klachtonderdelen 
onvoldoende duidelijk is geworden wat klager de huisarts precies verwijt. Het college verklaart 
klager daarom niet- ontvankelijk in de klachtonderdelen 2, 5, 6, 7 en 8.

5.3  Het college zal de klachtonderdelen 1, 3, 4, 9, 10 en 11 inhoudelijk beoordelen.

De criteria voor de inhoudelijke beoordeling
5.4   De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

5.5  Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Uitleg
Klachtonderdeel 1) niet serieus nemen van klachten TIA
5.6   Klager stelt dat hij een TIA heeft gehad en dat de huisarts de klachten van klager daarover 
niet serieus genomen heeft. Verweerder heeft deze stelling gemotiveerd betwist en stelt dat er geen sprake is geweest van een TIA. Het college stelt vast dat de huisarts klager heeft doorverwezen naar aanleiding van de door klager benoemde klachten. Daarmee heeft de huisarts de klachten van klager naar het oordeel van het college meer dan voldoende serieus genomen. De neuroloog heeft in zijn brief van 31 mei 2023 aan de huisarts teruggekoppeld dat klager al in 2021 met een functionele neurologische stoornis (hierna: FNS) is gediagnosticeerd, waarvoor hij is 
doorverwezen naar een psychiater. Ook staat in die brief vermeld dat klager in 2019 op de TIA poli 
is gezien waar toen geen TIA, maar wel diezelfde diagnose (FNS) werd gesteld. De huisarts mocht op 
basis van deze informatie van de neuroloog verder beleid uitzetten. Omdat van een TIA niet was 
gebleken, hoefde de huisarts hierop dan ook geen beleid in te zetten. Dit klachtonderdeel is 
kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel 3) geen verwijzing naar uroloog
5.7   De stelling van klager dat hij niet naar een uroloog is verwezen, is door de huisarts 
gemotiveerd betwist. Het college oordeelt dat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is. In het 
medisch dossier staat immers vermeld dat klager op 11 november 2022 door de huisarts naar de 
afdeling urologie van een ziekenhuis is verwezen. Ook volgt uit het dossier dat de poli urologie 
daadwerkelijk een afspraak met klager heeft gemaakt.

Klachtonderdeel 4) geen afschrift medisch dossier
5.8   Klager verwijt de huisarts dat hij ondanks herhaald verzoek het medisch dossier niet heeft 
verstrekt. De huisarts betwist dit en stelt dat het dossier per aangetekende post naar klager is 
gestuurd. Het college oordeelt als volgt. Een patiënt heeft recht op inzage en afschrift van zijn 
medisch dossier. Als een patiënt om een afschrift van zijn dossier vraagt, moet dit op grond van 
artikel 7:456 Burgerlijk Wetboek (BW) zo spoedig mogelijk worden verstrekt. Vaststaat dat klager - 
in elk geval- bij brief van 10 februari 2023 om een afschrift van het dossier heeft gevraagd. In 
zijn brief van 15 maart 2023 schreef de huisarts dat het dossier per aangetekende post naar klager 
was verstuurd. Door klager is niet weersproken dat hij het dossier heeft ontvangen. Het medisch 
dossier is dus, weliswaar mogelijk met enige vertraging, wel degelijk verstrekt. Dit 
klachtonderdeel is dan ook kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel 9) geen steun in verband met galsteen
5.9   Klager stelt dat hij geen steun van de huisarts heeft ontvangen, toen bekend was dat klager 
een galsteen had en het ziekenhuis hem naar huis had gestuurd. De huisarts stelt zich op het 
standpunt dat klager adequate zorg heeft gehad, onder meer door hem door te verwijzen naar 
verschillende specialisten. Nadat klager een toegangsverbod voor het ziekenhuis kreeg waar de 
galsteen werd vastgesteld, is klager op 3 oktober 2022 in een ander ziekenhuis geopereerd. Het kan 
de huisarts niet worden verweten dat klager een toegangsverbod heeft gekregen en hij daardoor in 
het betreffende ziekenhuis niet meer geholpen kon worden. Dat hij in een ander ziekenhuis kon 
worden geopereerd, kan enkel door bemiddeling van de huisarts hebben plaatsgevonden. Daarmee heeft 
de huisarts laten zien wel degelijk steun te hebben verleend aan klager. Deze klacht is daarom 
kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel 10) geen reactie op klacht
5.10  Anders dan klager stelt, geeft de huisarts aan dat hij in de periode direct na ontvangst van 
de brief van klager van 10 februari 2023, mondeling op de klacht van klager heeft gereageerd. 
Klager is er toen op gewezen dat hij wel degelijk serieus wordt genomen, maar dat zijn gedrag aan 
hem te verlenen zorg bemoeilijkt. De huisarts is daarnaast ook in zijn brief van 15 maart 2023 
ingegaan op de klacht van klager. Vast staat ook dat de huisarts, dan wel zijn collegae, diverse 
malen bij klager op huisbezoek zijn geweest. Hoewel het college niet kan vast stellen dat de 
huisarts eerder dan op 15 maart 2023 op de onvrede van klager heeft geantwoord, heeft het college 
ook geen redenen om te twijfelen aan hetgeen door de huisarts is opgemerkt. Uit het medisch dossier 
blijkt dat het verlenen van zorg aan klager op momenten lastig is. Dat de huisarts geen moeite 
heeft om klager daarop aan te spreken blijkt uit de brief van 15 maart 2023. Nu de huisarts op de 
klacht van klager heeft gereageerd, is ook dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel 11) privé gegevens in verwijsbrief
5.11  De huisarts heeft erkend dat in de bijlage bij de verwijsbrief, een passage was opgenomen 
waarin mededelingen van klager over zijn kinderen stonden vermeld. Door klager is niet weersproken 
dat de huisarts direct gevolg heeft gegeven aan het verzoek van klager deze passage te verwijderen. 
Voor het college staat vast dat de huisarts de eerste verwijsbrief direct geannuleerd heeft onder 
vermelding van de reden: “schrappen privacy gegevens”. De huisarts heeft vervolgens een nieuwe 
verwijsbrief verstuurd.

5.12  Het feit dat er privégegevens van anderen in de eerste verwijsbrief stonden, is naar het 
oordeel van het college onvoldoende voor een aan de huisarts te maken tuchtrechtelijk verwijt. Niet 
alleen betrof het gegevens die door klager aan de huisarts waren meegedeeld, maar voldoende 
aannemelijk is ook dat de verwijdering van de gegevens al plaatsvond, voordat de eerste 
verwijsbrief door het ziekenhuis was beoordeeld. Daarmee is ook dit klachtonderdeel kennelijk 
ongegrond.

Slotsom
5.13  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager in de klachtonderdelen 2, 5, 6, 7 en 8
niet-ontvankelijk is en dat de klachtonderdelen 1, 3, 4, 9, 10 en 11 kennelijk ongegrond zijn.


6. De beslissing
Het college:
-  verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 2, 5, 6, 7 en 8;
-  verklaart de klachtonderdelen 1, 3, 4, 9, 10 en 11 kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 16 april 2025 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk, voorzitter, J.G.E. Smeets en N.B. van der Maas, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door C.W.M. Hillenaar, secretaris.