ECLI:NL:TGZRSHE:2025:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7669
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:134 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-11-2025 |
| Datum publicatie: | 26-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7669 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Ongegronde klacht. Verweerder, bedrijfsarts, wordt verweten zonder basisovereenkomst tussen de arbodienst en de werkgever van klager een verzuimconsult te hebben gehouden. Er heeft geen verzuimconsult en geen vrijwillig consult in het kader van arbeidsomstandigheden plaatsgevonden. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 26 november 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
gemachtigde mr. S. Buzhu, werkzaam in Utrecht,
tegen:
[C],
arts arbeid en gezondheid - bedrijfsgeneeskunde,
destijds werkzaam in [D],
verweerder, hierna ook: bedrijfsarts;
gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager verwijt verweerder dat hij zonder basisovereenkomst tussen de arbodienst
waarvoor
verweerder werkzaam was (hierna: Arbodienst A) en de werkgever van klager (hierna:
de werkgever)
een (verzuim)consult heeft gehouden.
1.2 Verweerder heeft het college verzocht de klacht als (kennelijk) ongegrond af te wijzen.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 Het dossier bevat de volgende stukken:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 27 september 2024;
- het verweerschrift, ontvangen op 22 november 2024;
- de brief van 5 december 2024 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerder;
- de e-mail van 31 december 2024, ontvangen van de gemachtigde van verweerder;
- de brief van 15 september 2025 met bijlagen ontvangen van de gemachtigde van
klager op 19
september 2025;
- de geluidsopname in vijf delen, ontvangen van de gemachtigde van klager op
22 september 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 3 oktober 2025. De partijen
zijn verschenen
en werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben
hun standpunten
mondeling toegelicht.
3. De feiten
3.1 Op 12 juni 2024 heeft klager zich ziek gemeld bij de werkgever. Op 24 juli
2024 heeft de
werkgever aan klager gemaild (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“(…) Op 9 augustus 2024 heb jij een afspraak bij de bedrijfsarts (…). Dit zal bij
de
bedrijfsarts zelf (…) plaatsvinden (…)”
3.2 Op 22 juli 2024 heeft Arbodienst A bij de werkgever van klager een offerte ingediend
die door
beide partijen op 22 en 23 juli 2024 voor akkoord is getekend en waarin de volgende
tekst is
opgenomen:
“(…) Graag bieden wij u hierbij de offerte aan voor het uitvoeren van specialistische
bedrijfsgeneeskundige consulten door ervaren bedrijfsartsen van (…) [Arbodienst
A] voor medewerkers
(…) van (…) [de werkgever]. (…)
- De consulten worden uitgevoerd door ervaren bedrijfsartsen van (…) [Arbodienst
A] (…)
- Consulten bij (…) [Arbodienst A] zijn geen reguliere arbozorg, maar specialistische
arbozorg en
vinden daarom plaats op basis van vrijwilligheid (instemming) van de werknemer.
(…)”
3.3 Op 27 juli 2024 heeft klager aan de werkgever gemaild:
“(…) Er werken zo veel Arbo artsen op dit adres ! Welke is die van mij ? (…)”
Op 29 juli 2024 heeft klager de naam van verweerder ontvangen.
3.4 Van het consult van 9 augustus 2024 heeft klager een geluidsopname gemaakt.
Klager en
verweerder hebben volgens een transcriptie van deze opname het volgende besproken:
“(…) Verweerder: (…) Ik ben normaal bedrijfsarts en ik doe af en toe wat voor [naam
Arbodienst A].
(…). En [werkgever] heeft het nog niet helemaal … geregeld met de zieke mensen (…)
dat moet
geregeld worden, dus ze gaan een bedrijfsarts regelen, maar dat is nu nog niet klaar.
Klager: Oké, dus wie bent u eigenlijk?
Verweerder: (…) [naam verweerder] normaal bedrijfsarts (…)
Klager: O, u heeft direct opdracht gekregen van (…) [werkgever]?
Verweerder: (…) [naam Arbodienst A] dat is een bedrijf. Die hebben de opdracht gekregen
om iemand
te zien van (…) [werkgever]. Of ik dat wil doen, heb ik gezegd: ja.
Klager: (….) heeft (…) [werkgever] u direct…
Verweerder: Niet direct.. (…)
Klager: Oké nu snap ik het. Maar dan bent u niet mijn arbodienst of Arboarts?
Verweerder: Nee, dat moet nog komen. Klager: Dus ik heb nog geen Arboarts? Verweerder:
Nee.
Klager: Maar welke opdracht heeft u gekregen?
Verweerder: Nou, om vast te kijken of ik een advies kan geven aan jou in deze situatie,
Hangende…
Klager: In welke situatie?
Verweerder: Dat je ziek bent. Voor …
Klager: Wat voor gegevens hebben ze doorgestuurd?
Verweerder: Nou, nog niet veel.
Klager: Ze hebben wel wat gestuurd. Verweerder: Ja, dat je in juni ziek ben geworden.
Klager: Dat
ik in juni ziek ben geworden?
Verweerder: Ja.
Klager: Wat nog meer?
Verweerder: Verder niks. (…) kan ik wat voor je doen? Kan ik je een advies geven?
Of …
Klager: Ja, ik wil weten wat, wat is de opdracht wat u hebt gekregen. Maar Ik ga
niet zomaar praten
zonder dat ik weet wat…
Verweerder: Nee, het is ook aan jou (…). Er is niks verplicht aan (…). Ze willen
je in ieder geval
wel de kans geven om een advies te krijgen omdat ze het nog niet goed geregeld hebben.
(…)
Klager: Maar hoe kunt u mij een advies geven, als u mijn bedrijfsarts niet bent
(…)? (…) dus een
Arboarts, die een opdracht krijgt, met betrekking tot mijn ziekteverzuim, in de
zin van
wetverbetering poortwachter. (…) maar heb ik die bij u?
Verweerder: Nee, omdat dat contracten nog niet rond zijn, kan ik dat nog niet verzorgen.
Klager: Maar hoe gaat u met mij in gesprek als u niet eens weet wat voor opdracht
u heeft?
Verweerder: Nou, de opdracht is globaal, je bent [met] verzuim, kunnen we al iets
doen, een advies
geven aan jou, om of te re-integreren, of hulp aan te bieden, of wat dan ook, omdat
er nu niets is.
(…) we mogen altijd een consult doen. Jij bent vrij (…) om te komen en je bent vrij
om te gaan en
vrij om te willen of niet. Ik bied je aan (…) om een gesprek te hebben en als je
zegt nou ik heb
het liever niet dan is dat ook goed. (…) Misschien moet je het zien als je hebt
nog geen huisarts,
maar je komt even bij een andere huisarts omdat er iets is en je wilt een eerste
advies hebben.
(…)”
3.5 Op 9 augustus 2024 heeft klager aan het secretariaat van Arbodienst B, een onderdeel
van
Arbodienst A, gemaild:
“(…) Hierbij dien ik een klacht in over de gang van zaken rondom mijn recente oproep
om gezien te
worden door een bedrijfsarts. Voorafgaand aan het consult heb ik telefonisch te
horen gekregen dat
(…) [Arbodienst B] de arbodienst is van (…) [de werkgever]. Later blijkt dit echter
niet het geval
te zijn; (…) [Arbodienst B] heeft geen contract met (…) [de werkgever]. (…) Dit
roept bij mij de
vraag op waarom (…) [Arbodiensten A en B], die zelf bedrijfsartsen in vast dienstverband
hebben,
hiervoor een externe arts inzetten. (…) Door mijn eigen vragen kwam ik erachter
dat dit
consult op vrijwillige basis was (…). Ik heb recht op een arbodienstverlening vanuit
de Wet verbetering poortwachter, en die heb ik niet gekregen. (…)”
3.6 Op 23 augustus 2024 heeft klager gemaild aan het secretariaat van Arbodienst
B: “(…) De
laatste keer dat ik u sprak was op 9 Augustus. Uit dat gesprek bleek dat (…) [Arbodienst
B] NIET de
arbodienst is van mijn werkgever. (…) Van mijn werkgever verneem ik echter dat (…)
[Arbodienst B]
wel de arbodienst is van (…) [de werkgever] en ik word opnieuw opgeroepen om te
verschijnen bij de
heer (…) [collega van verweerder], degene die (…) [verweerder] de opdracht heeft
gegeven om mij te
zien. Ik heb recht op duidelijkheid en ontvang daarom graag een bevestiging over
dat (…)
[Arbodienst B] de arbodienst is van (…) [de werkgever] (…)”
3.7 Op 26 augustus 2024 heeft het secretariaat van Arbodienst B aan klager gemaild:
“(…) Ik kan
bevestigen dat (…) [Arbodienst B] de arbodienst is van (…) [de werkgever]. (…)”
4. De klacht en de reactie van de bedrijfsarts
4.1 Klager verwijt verweerder:
a) onvoldoende zorg;
b) grensoverschrijdend gedrag;
c) onheuse bejegening;
d) onjuiste behandeling;
e) geen onafhankelijkheid en belangenverstrengeling;
f) onvoldoende informatie;
g) inbreuk op privacy;
h) niet op juiste wijze en onbetamelijk handelen.
4.2 De verweerder heeft het college verzocht de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder, voor zover nodig, verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden met de
kennis en de wetenschap die hij op dat moment had of kon hebben. De norm daarvoor
is een redelijk
bekwame en redelijk handelende bedrijfsarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden
met de voor
de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat
een zorgverlener
beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk
verwijt. Verder
geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun
eigen handelen.
Bevoegd en bekwaam
5.2 Klager verwijt verweerder dat hij onbevoegd handelde omdat verweerder onbevoegd
was om
verzuimbegeleiding te geven aan klager vanwege het ontbreken van een overeenkomst
(hierna:
basisovereenkomst) tussen werkgever en Arbodienst A.
Basisovereenkomst
5.3 Het college stelt vast dat de offerte door beide partijen, werkgever en Arbodienst
A, voor
akkoord is getekend op 22 en 23 juli 2024. Door ondertekening van deze offerte is
een overeenkomst
tussen deze partijen tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst was verweerder
niet bevoegd
een verzuimconsult uit te voeren zoals bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet in
artikel 14 lid 1
sub b in verbinding met artikel 14 lid 4. Verweerder was zich hiervan bewust.
Klachtonderdelen a) onvoldoende zorg, b) grensoverschrijdend gedrag, c) onheuse bejegening,
d)
onjuiste behandeling, e) partijdig en belangenverstrengeling en h) niet op juiste
wijze en
onbetamelijk handelen
5.4 De klachtonderdelen a) tot en met e) en h) lenen zich vanwege de samenhang
voor een
gezamenlijke bespreking. Allereerst beoordeelt het college het type consult van
9 augustus 2024.
5.5 Een consult in het kader van arbeidsomstandigheden is een vrijwillig contact
op initiatief
van de werknemer. Een consult in het kader van verzuim daarentegen is een voor de
werknemer
verplicht contact in opdracht van de werkgever. Dit onderscheid is onder meer van
belang voor de
aard van een (aan werknemer en/of aan werkgever gegeven) advies van de bedrijfsarts
en voor de
vraag welke gegevens de bedrijfsarts aan de werkgever mag terugkoppelen. Bij een
consult in het
kader van arbeidsomstandigheden geldt de geheimhoudingsverplichting van de bedrijfsarts
onverkort.
Bij een verzuimconsult beoordeelt de bedrijfsarts of er sprake is van medische beperkingen
voor de
bedongen arbeid en mag de bedrijfsarts daarbij noodzakelijke gegevens voor de verzuimbegeleiding
aan de werkgever doorgeven. Deze gegevens moeten met de werknemer zijn besproken,
die het er
overigens niet mee eens hoeft te zijn. Gezien de grote verschillen tussen beide
consulten is het
één van de kerntaken van de bedrijfsarts om bij een consult goed voor ogen te hebben
om welk type
consult het gaat.
5.6 Uit de transcriptie blijkt dat verweerder zich tijdens het consult bewust is
geweest van de
hiervoor beschreven verschillende type consulten. Verweerder en klager lijken tijdens
dit consult
aan te nemen dat de offerte (nog) niet kan worden aangemerkt als een schriftelijke
basisovereenkomst. Verweerder licht klager toe dat hij alleen een voor klager vrijwillig
arbeidsomstandighedenconsult kan houden. Verweerder voert daarmee geen verzuimconsult.
Omdat klager
aangeeft geen behoefte te hebben aan een vrijwillig consult, heeft verweerder geen
vrijwillig
medisch consult gehouden. Verweerder heeft immers geen medisch technische vragen
aan klager gesteld
en heeft klager geen (medisch) adviezen gegeven. Verweerder heeft met klager alleen
het type
consult en het al dan niet bestaan van een basisovereenkomst tussen de werkgever
en de Arbodienst A
besproken.
5.7 Klager heeft weliswaar gesteld maar niet concreet gemaakt en niet onderbouwd
in welke zin er
sprake zou zijn van onvoldoende zorg, grensoverschrijdend gedrag, onheuse bejegening,
onjuiste
behandeling, partijdigheid en belangenverstrengeling. Ook is het college niet helder
geworden wat
verweerder volgens klager onjuist zou hebben gedaan en waaruit het onbetamelijk
handelen van
verweerder volgens klager heeft bestaan. Dit had wel op de weg van klager gelegen.
Het is het
college niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
De
klachtonderdelen a) tot en met e) en h) zijn ongegrond.
Klachtonderdeel f) onvoldoende informatie
5.8 Het college stelt op basis van de stukken, waaronder de transcriptie, vast
dat verweerder de
door klager gestelde vragen tijdens het consult heeft beantwoord. De communicatie
tussen klager en
verweerder tijdens dit consult verloopt weliswaar stroef, maar dat maakt niet dat
er sprake is van
een klachtwaardige wijze van communiceren door verweerder. Klager heeft aangevoerd
dat hij pas ten
tijde van het consult de door hem verlangde informatie heeft gekregen en enkel vanwege
de door
klager gestelde vragen aan verweerder. Omdat 9 augustus 2024 het eerste moment is
dat klager en
verweerder elkaar spraken, kan verweerder niet worden verweten dat klager niet eerder
is
geïnformeerd. Klachtonderdeel f) is ongegrond.
Klachtonderdeel g) inbreuk op privacy
5.9 Klager heeft ook ten aanzien van dit klachtonderdeel niet concreet gemaakt
in welke zin
verweerder de privacy van klager zou hebben geschonden. Klager heeft ook geen onderbouwing
of
concrete voorbeelden aangedragen ter onderbouwing van zijn klacht. Het college is
niet gebleken dat
verweerder op enige wijze inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klager. Op basis
van het
voorgaande is klachtonderdeel h) ongegrond.
Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht ongegrond is.
Publicatie
5.11 In het algemeen belang zal deze beslissing ter publicatie worden aangeboden
aan Medisch
Contact en het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere bedrijfsartsen mogelijk iets van deze zaak kunnen
leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen
of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact en het
Tijdschrift voor
Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde.
Deze beslissing is gegeven door A.H.M.J.F. Piëtte, voorzitter, R.T. Hermans, lid-jurist,
E. Gorissen, P.E. Rodenburg en R.P.J. Ansem, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
F.A.C. Bergervoet, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door de vaste voorzitter
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 26 november 2025.