ECLI:NL:TGZRSHE:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8101
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:122 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 12-11-2025 |
| Datum publicatie: | 12-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8101 |
| Onderwerp: | Grensoverschrijdend gedrag |
| Beslissingen: | Gegrond, doorhaling inschrijving register |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen anesthesioloog gegrond. Doorhaling met verbod op wederinschrijving. De anesthesioloog mag geen werkzaamheden verrichten in de zorg die zien op de verzorging van patiënten. De inspectie verwijt hem handelen in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt door seksueel misbruik te maken van een minderjarige en kinderporno te vervaardigen. Het college: het handelen is niet verenigbaar met de zorgplicht die de anesthesioloog als zorgprofessional heeft. Het begaan van een zedenmisdrijf raakt het beroep van de anesthesioloog in de kern. Doorhaling, omdat sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag gedurende een langere periode en bij het college de overtuiging ontbreekt dat de anesthesioloog een zodanig inzicht heeft in zijn handelen dat hij tijdig kan (laten) ingrijpen wanneer zich problemen zouden kunnen voordoen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 12 november 2025 op de klacht van:
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, gevestigd in Utrecht,
klaagster, hierna: de inspectie,
in de persoon van S.G. Jägers, senior inspecteur,
bijgestaan door mr. I. de Groot en mr. A.W. de Haan, senior juridisch adviseurs,
tegen
[A],
anesthesioloog,
destijds werkzaam in [B],
verweerder, hierna: de anesthesioloog,
gemachtigde: mr. A.C. de Die, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 De anesthesioloog is op 10 januari 2023 bij de inspectie bekend geraakt na
een melding op
basis van eigen waarneming. Gebleken is dat de anesthesioloog strafrechtelijk is
veroordeeld voor
een zedendelict met een minderjarige. Daarvoor is hem een gevangenisstraf opgelegd.
Hoewel het
handelen heeft plaatsgevonden in de privésfeer is de inspectie van oordeel dat het
handelen ook
zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg, omdat sprake is van een schending
van het
vertrouwen dat patiënten moeten kunnen hebben in een arts. Het handelen is volgens
de inspectie
daarom een handelen in strijd met artikel 47, eerste lid onder b van de Wet BIG.
De inspectie heeft
het college gevraagd om de zwaarste maatregel op te leggen.
1.2 De anesthesioloog erkent zich te hebben schuldig gemaakt aan een zedenmisdrijf
in de
privésfeer waarvoor hij ook strafrechtelijk is veroordeeld. Partijen zijn het erover
eens dat de
klacht gegrond is. De anesthesioloog realiseert zich dat hervatting van de beroepsuitoefening
in
zijn situatie niet vanzelfsprekend is, maar vraagt het college om een passende maatregel
op te
leggen waarbij rekening wordt gehouden met de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden
en het
belang dat hij heeft bij het nog kunnen uitoefenen van zijn beroep.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en dat de maatregel
van doorhaling
met het verbod op wederinschrijving moet worden opgelegd. Ook bepaalt het college
dat de anesthesioloog geen werkzaamheden meer mag verrichten in de zorg die zienop
de verzorging van patiënten. Het college licht in het hiernavolgende toe hoe het tot
dit oordeel en deze maatregel is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 4 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlage, ontvangen op 24 maart 2025;
- het proces-verbaal van het op 17 juni 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de brief van 20 juni 2025 met het verzoek om de zaak met gesloten deuren te behandelen,
ontvangen van de gemachtigde van de anesthesioloog op 23 juni 2025;
- hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling en waarvan door de griffier
aantekeningen
zijn gemaakt.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 19 september 2025. De gemachtigde
van de
anesthesioloog had voorafgaand aan de zitting een verzoek om behandeling van de
zaak met gesloten
deuren ingediend. Dit verzoek is aan het begin van de zitting besproken. Het college
heeft, na een
korte schorsing, besloten dat in de door de gemachtigde van de anesthesioloog aangegeven
redenen
geen grond is gelegen die een zitting achter gesloten deuren kan rechtvaardigen.
2.3 De partijen zijn op zitting verschenen. De anesthesioloog werd bijgestaan door
zijn
gemachtigde. De inspectie en de anesthesioloog en zijn gemachtigde hebben hun standpunten
mondeling
toegelicht. De inspectie en de gemachtigde van de anesthesioloog hebben een pleitnotitie
voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
3. Wat er is gebeurd
3.1 De inspectie nam op 10 januari 2023 kennis van de veroordeling van de anesthesioloog.
De
inspectie heeft op basis van een eigen waarneming en op grond van verschillende
mediaberichten, een
melding gedaan ten behoeve van zichzelf. Uit de informatie bleek dat de anesthesioloog,
destijds
werkzaam in een ziekenhuis, bij vonnis van de rechtbank van 14 november 2022 strafrechtelijk
was
veroordeeld voor ontucht met een minderjarige meermalen gepleegd, waaronder het
seksueel
binnendringen van het lichaam, en het vervaardigen van kinderporno. Er was een gevangenisstraf
van
24 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest
en een proeftijd
van 2 jaar. De inspectie is daarop een onderzoek gestart.
3.2 De inspectie heeft haar klacht gebaseerd op hetgeen in het vonnis van de rechtbank
bewezen is
verklaard. De inspectie heeft geconcludeerd dat is gehandeld in strijd met artikel
47, eerste lid
onder b van de Wet BIG, op grond waarvan zij de onderhavige klacht op
4 februari 2025 heeft ingediend.
3.3 De inspectie heeft vastgesteld dat de anesthesioloog vanaf 1 april 2016 werkzaam
was in het
ziekenhuis. Daar werkte hij met alle doelgroepen, maar voornamelijk met volwassenen
en ouderen. In augustus 2021 is door het slachtoffer – de toenmalige stiefdochter
van de anesthesioloog – in het bijzijn van haar moeder aangifte tegen de anesthesioloog
gedaan. De anesthesioloog heeft tot 23 november 2022 doorgewerkt. De anesthesioloog
werkte op momenten ook samen met de vader van het slachtoffer.
3.4 De anesthesioloog heeft het ziekenhuis noch de vakgroep geïnformeerd over het
strafrechtelijk
onderzoek en het vonnis van de rechtbank. Wel heeft hij het ziekenhuis marginaal
geïnformeerd over
zijn privésituatie. In het ziekenhuis werd gedacht dat sprake was van een vechtscheiding.
3.5 De laatste werkdag van de anesthesioloog was 23 november 2022. De anesthesioloog
heeft zich
toen ziekgemeld.
3.6 De rechtbank heeft de anesthesioloog veroordeeld voor misbruik van een minderjarige
in de
periode 2015 tot en met 2018. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat hij met iemand
beneden de
twaalf jaren meermalen handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel
binnendringen
van het lichaam. Tevens is geoordeeld dat er sprake was van het vervaardigen van
kinderporno. Voor
deze feiten heeft de rechtbank aan de anesthesioloog een gevangenisstraf opgelegd
van 24 maanden,
waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar.
3.7 De anesthesioloog heeft aanvankelijk hoger beroep ingesteld tegen het vonnis
van de
rechtbank. Op 3 november 2023 heeft hij de inspectie bericht dat hij afzag van hoger
beroep in
verband met mentale problemen en zijn wens om zich te richten op herstel en behandeling.
De
anesthesioloog heeft het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf inmiddels
uitgezeten. In mei
2025 is hij uit detentie gekomen.
3.8 De anesthesioloog is vanaf oktober 2020 onder behandeling geweest van een psychiater.
Uit de
informatie van de psychiater ontvangen door de inspectie op 5 juli 2023 komt naar
voren dat bij de
anesthesioloog sprake was van een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) met herbelevingen
op
basis van mishandeling en seksueel misbruik in de jeugd. Er is volgens de psychiater
geen voorkeur
voor kinderen onder de 13 jaar. De psychiater heeft opgemerkt dat het Nederlands
Instituut voor
Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) onderschrijft dat er geen afwijkende
seksuele
voorkeur is. De psychiater onderschrijft de conclusie van het NIFP dat het recidiverisico
als laag
kan worden ingeschat, omdat er geen seksuele voorkeur voor kinderen is. Volgens
de psychiater is
herstel van de PTSS klachten de beste preventie om herhaling in de toekomst te voorkomen.
3.9 Het NIFP heeft het recidiverisico als laag ingeschat zeker in een andere setting
zoals op het
werk, omdat risicofactoren (negatieve emotie, afwijzing, eenzaamheid) zich daar
naar verwachting
niet voordoen.
3.10 De anesthesioloog heeft van 5 april 2024 tot 12 juli 2024 EMDR-therapie gevolgd.
Deze
behandeling was gericht op de verwerking van traumaklachten en psycho-educatie over
trauma. Er is gedeeltelijk gebruikgemaakt van het schematherapeutisch gericht werken
op het gebied van het interpersoonlijk functioneren. Als conclusie is in de rapportage
opgenomen dat het behandeldoel (verwerken van trauma’s en verminderen van traumagerelateerde
klachten) is behaald. Er is sprake van meer inzicht in het eigen functioneren in relatie
tot zijn omgeving en hoe dit in lijn is met ervaringen uit het verleden. De anesthesioloog
is zich bewust geworden van zijn eigen valkuilen in het verleden: problemen in de
relationele sfeer vermijden vanuit verlatingsangst en
overcompenseren door meer en harder te gaan werken. De anesthesioloog wil leren
om goede balans in
de relatie te houden en zich gelijkwaardig met zijn partner te voelen. Als aanbeveling
ten behoeve
van een eventuele vervolgbehandeling blijft schematherapie geïndiceerd om disfunctionele
schema’s vanuit zijn kindertijd/jeugd te doorbreken.
3.11 Begin 2025 is de anesthesioloog begonnen met het volgen van schematherapie.
Zowel de
behandeling door de psychiater als de schematherapie zijn na de detentie voortgezet
en duren tot op
het moment van de mondelinge behandeling van de klacht nog voort.
4. De klacht en de reactie van de anesthesioloog
4.1 De inspectie verwijt de anesthesioloog - kort gezegd – dat hij in strijd heeft
gehandeld met
hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt door seksueel misbruik te maken
van een
minderjarige en door het vervaardigen van kinderporno. Hoewel het handelen heeft
plaatsgevonden in
de privésfeer is er volgens de inspectie sprake van zodanig ernstig handelen en
nalaten dat dit
zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Het vertrouwen dat de samenleving
in een
arts/anesthesioloog mag stellen, wordt door dit handelen ernstig aangetast. De inspectie
heeft
verzocht om de anesthesioloog de maatregel van doorhaling op te leggen alsmede het
verbod voor het
beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg ten aanzien
van
minderjarigen als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wet BIG, dan wel aan
de anesthesioloog
een andere passende maatregel op te leggen zodat hij geen handelingen op het gebied
van de
individuele gezondheidszorg kan verrichten ten aanzien van minderjarigen.
4.2 De anesthesioloog heeft erkend dat de in het klaagschrift genoemde klacht gegrond
is. Hij
heeft het college verzocht om, bij gegrondverklaring van de klacht, rekening te
houden met zijn
persoonlijke omstandigheden. Voor zijn handelen is hij strafrechtelijk veroordeeld.
Zijn straf
heeft hij inmiddels ook uitgezeten. Daarbij is sprake van een lopende proeftijd
en het
recidiverisico wordt laag ingeschat. Beroepsmatig heeft de anesthesioloog altijd
goed
gefunctioneerd en er is er op het werk geen sprake van een trigger. Volgens de anesthesioloog
is
hetgeen is voorgevallen een geïsoleerde gebeurtenis. Hij heeft therapie gevolgd
en is vanaf 5 april
2024 tot 12 juli 2024 onder behandeling geweest bij een
gz-psycholoog. De aanbeveling om schematherapie te volgen heeft de anesthesioloog
opgevolgd. Deze
vorm van therapie wordt vanaf begin 2025 gevolgd. Daarnaast is er wekelijks contact
met de
regiebehandelaar. De therapie wordt ook na detentie vervolgd. De anesthesioloog
heeft een beroep
gedaan op het beginsel van proportionaliteit en subsidiariteit. Volgens de anesthesioloog
is het opleggen van de zwaarste maatregel disproportioneel onder de gegeven omstandigheden.
Hij verwijst naar enkele uitspraken in het
tuchtrecht (TGZRSGR:2022:4 en TGZRSGR:2022:5, TGZCTG:2017:326 en TGZRSHE:2023:26).
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 In deze zaak gaat het niet om het tekortschieten van de anesthesioloog in
zijn beroepsmatig
handelen ten opzichte van een patiënt maar om gedragingen die in de privésfeer hebben
plaatsgevonden. Ook deze gedragingen kunnen door het college tuchtrechtelijk worden
getoetst als
deze een gevaar voor patiënten kunnen opleveren of het vertrouwen in de beroepsuitoefening
ernstig
kunnen schaden. De vraag die het college moet beantwoorden, is of de gedragingen
van de
anesthesioloog in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt.
De beoordeling
5.2 Vaststaat dat de anesthesioloog is veroordeeld voor het plegen van seksuele
handelingen met
zijn minderjarige stiefdochter en het maken van kinderpornografische afbeeldingen
van haar. Het
college is van oordeel dat, hoewel het handelen in de privésfeer heeft plaatsgevonden,
de
anesthesioloog daarmee ook in strijd heeft gehandeld met hetgeen een behoorlijk
beroepsbeoefenaar
betaamt. Het handelen is op geen enkele manier verenigbaar met de zorgplicht die
hij als
zorgprofessional heeft. Door niet als een goed hulpverlener te handelen, heeft hij
het vertrouwen
van de samenleving in de beroepsgroep in het algemeen geschaad. De samenleving en
patiënten moeten
erop kunnen vertrouwen dat anesthesiologen geen zedendelicten plegen. Het begaan
van een
zedenmisdrijf, in het bijzonder (of: zeker) met een minderjarige, raakt het beroep
van de
anesthesioloog immers in de kern. Aan de anesthesioloog is in zijn huidige baan
naast anderen, ook
de zorg voor minderjarigen toevertrouwd en hij heeft daarmee de gezondheid en het
welzijn van
minderjarige patiënten voor ogen te houden. Dat de anesthesioloog feitelijk nauwelijks
tot geen
minderjarige patiënten had, doet niet af aan het feit dat rekening moet worden gehouden
met de
mogelijkheid dat hij wel met een minderjarige patiënt te maken krijgt.
5.3 Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht gegrond is en dat aan de anesthesioloog
een maatregel
zal worden opgelegd.
Maatregel
5.4 Volgens vaste jurisprudentie van de tuchtcolleges is in zaken waarin seksueel
grensoverschrijdend gedrag vaststaat, de maatregel van een (on)voorwaardelijke schorsing
het
uitgangspunt. Voor het antwoord op de vraag welke maatregel in dit geval als passend
moet worden
beschouwd, weegt het college de volgende omstandigheden mee.
5.5 In het onderhavige geval betreft het ernstig grensoverschrijdend gedrag in de
privésfeer dat
zich over een langere periode heeft voorgedaan. Het ging daarbij ook om het binnendringen
van het lichaam. Het handelen van de anesthesioloog is een ernstige inbreuk op de
lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Hij heeft ook het vertrouwen dat een
minderjarige in hem als stiefouder maar ook als arts mag stellen zeer ernstig beschaamd.
Daar komt bij dat de anesthesioloog het binnendringen van het lichaam tijdens de zitting
bij de strafrechter heeft
ontkend en geen (volledige) openheid van zaken heeft gegeven. Hij had op het moment
van de
behandeling van de strafzaak nog steeds geen verklaring voor wat er is gebeurd.
Het college stelt
vast dat de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden gedurende een langere periode van
drie jaar. De
anesthesioloog heeft zich pas enige tijd nadat de gedragingen hebben plaatsgevonden
tot een
professional gewend. Eerst nadat sprake was van automutilatie van de stiefdochter
heeft de
anesthesioloog het misbruik besproken met de moeder van de stiefdochter. Hij is
daarna door de
huisarts verwezen naar een psychiater, waarbij als omschrijving algemeen werd verwezen
naar
relatieproblemen. Uiteindelijk heeft de EMDR-therapie hem tot het inzicht gebracht
dat sprake is
van een PTSS met eigen seksueel misbruik in het verleden.
5.6 Het college overweegt bij het vaststellen van de maatregel dat het ernstige
twijfels heeft of
de anesthesioloog op dit moment een zodanig inzicht heeft in zijn handelen dat hij
tijdig kan
(laten) ingrijpen op het moment dat zich problemen zouden kunnen voordoen. De gebeurtenissen
hebben
zich niet alleen over een langere periode uitgestrekt, maar de anesthesioloog heeft
daarop
aanvankelijk ook geen reden gezien voor zichzelf naar ondersteuning te zoeken teneinde
zijn
handelen te kunnen verklaren. Het college stelt vast dat de anesthesioloog in 2020
wel een
verwijzing heeft gekregen van de huisarts. De verwijzing door de huisarts was evenwel
niet gelegen
in hetgeen de anesthesioloog met zijn minderjarige stiefdochter had gedaan, maar
zag op hulp bij
een – zogenoemde – vechtscheiding. Hoewel de anesthesioloog ook in 2017 onder behandeling
is
geweest vanwege een escalerende thuissituatie, ging het daarbij ook om herbelevingen
in zijn jeugd
en niet het misbruik met de minderjarige stiefdochter. De anesthesioloog heeft tot
het moment van
de uitspraak van de strafrechter niet – althans daarvan is het college niet gebleken
– een zekere
mate van zelfreflectie getoond. Ook tijdens de zitting bij het college kan het college
zich niet
aan de indruk onttrekken dat de anesthesioloog nog een lange weg van behandeling
heeft te gaan
voordat een zekere mate van inzicht aanwezig is waarbij de anesthesioloog ook daadwerkelijk
over
handvatten beschikt om dit destructieve gedrag te voorkomen. Hoewel het college
geen reden heeft om
te twijfelen aan de inzet van de anesthesioloog om te komen tot duidelijkheid over
waarom hij heeft
gehandeld als hij heeft gedaan, ontbreekt op dit moment een duidelijk inzicht. De
anesthesioloog
oogt kwetsbaar en geeft de indruk ook zelf nog altijd op zoek te zijn naar de handvatten
die kunnen
voorkomen dat het vertrouwen in de beroepsuitoefening opnieuw ernstig wordt geschaad.
5.7 Het vorenstaande neemt niet weg dat de psycholoog van het NIFP heeft geconcludeerd
dat sprake
is van een laag recidiverisico. Niettemin geldt voor dit onderzoek door de psycholoog
van het NIFP
wel dat het heeft plaatsgevonden in de strafrechtelijke sfeer, waarbij onder meer
de vraag moest
worden beantwoord of sprake is van een pedofiele stoornis. Dat heeft de psycholoog
niet kunnen
vaststellen zodat in die zin het recidiverisico als laag werd ingeschat. Dat geen
sprake is van een pedofiele stoornis laat onverlet dat de anesthesioloog op dit moment
ook niet goed kan benoemen wat hij kan doen om herhaling te voorkomen. Dat betekent
naar het oordeel van het college dat, hoewel strafrechtelijk gezien het recidiverisico
laag is, de kans niettemin aanwezig is dat de anesthesioloog zich weer zal gedragen
in strijd met
hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt.
5.8 De anesthesioloog heeft gevraagd om hem zijn beroep te laten hervatten. Door
de inspectie is
de vraag opgeworpen of er op deze arts vertrouwd mag worden. Het college oordeelt
als volgt. De
aard en de omvang van de gedragingen en het op dit moment ontbreken van de overtuiging
dat sprake
is van een voldoende inzicht in het handelen waardoor ook het vertrouwen ontbreekt
dat de
anesthesioloog tijdig zal kunnen ingrijpen, leidt ertoe dat het college van oordeel
is dat de
inschrijving van de anesthesioloog in het BIG-register moet worden doorgehaald.
Een anesthesioloog
dient anesthesie toe aan patiënten die een operatie of een pijnlijk en belastend
onderzoek of
behandeling moeten ondergaan. Deze patiënten zijn op een operatiekamer vlak voor
en tijdens de
anesthesie volledig afhankelijk van een anesthesioloog. Anesthesie maakt de patiënt
kwetsbaar,
weerloos en afhankelijk van de zorg van de anesthesioloog. Het uitoefenen van een
dergelijk medisch
specialisme is naar haar aard onverenigbaar met voornoemde strafbare feiten.
5.9 De inspectie heeft voorts verzocht om de anesthesioloog verdergaande beperkingen
op te leggen
met betrekking tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg.
Het
college acht een dergelijke maatregel eveneens noodzakelijk.
5.10 Ingevolge artikel 48 eerste lid, onder f, in samenhang met artikel 48, tweede
lid van de Wet
BIG kan het college bij het opleggen van de maatregel van doorhaling van de inschrijving
in het
register aan de beroepsbeoefenaar beperkingen opleggen met betrekking tot het beroepsmatig
handelen
op het gebied van de individuele gezondheidszorg, indien gedragingen van de beroepsbeoefenaar
een
gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van personen. Het college stelt vast
dat sprake is
geweest van ernstig (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Daarbij eveneens in aanmerking
genomen
dat er vooralsnog sprake is van een gebrekkige zelfreflectie. Dit levert naar het
oordeel van het
college een gerechtvaardigd risico op voor de veiligheid van personen anders dan
in het kader van
de functie waarvan de inschrijving doorgehaald wordt. Het college denkt daarbij
aan de mogelijkheid
dat de anesthesioloog nog als verzorgende in een instelling zou kunnen gaan werken.
Het college zal
daarom een verdergaande maatregel opleggen, zoals hierna vermeld.
Publicatie
5.11 In het algemeen belang zal deze beslissing zonder vermelding van namen of
andere herleidbare
gegevens worden gepubliceerd.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- bepaalt dat de inschrijving van de anesthesioloog in het BIG-register wordt doorgehaald
dan wel
ontzegt de anesthesioloog, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden
van deze
beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht om weer in dit register
te worden
ingeschreven;
- bepaalt dat de anesthesioloog geen werkzaamheden mag verrichten in de zorg die
zien op de
verzorging van patiënten. Zorgverlening betreft zorg in de ruimste zin van het
woord;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
J. Iding, lid-jurist, G.J. Scheffer, P.E. Lee Kong en L.M. Blok, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan
door D. van Grootveld, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 12 november
2025.