ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8164

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107
Datum uitspraak: 24-09-2025
Datum publicatie: 24-09-2025
Zaaknummer(s): H2025/8164
Onderwerp: Onzorgvuldige dossiervorming
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De echtgenote van de overleden patiënt verwijt verweerster dat zij zonder adequaat overleg, zorgvuldig patiëntgericht handelen en respect voor de patiënt zijn reanimatiestatus heeft gewijzigd en ten onrechte heeft vermeld dat dit op verzoek van patiënt en familie was. Het college: verweerster kon besluiten dat reanimeren medisch zinloos zou zijn en de behandelbeperking “niet reanimeren” in het dossier vastleggen. Daarvoor is geen overleg met patiënt en/of familie vereist. Partijen verschillen van mening over de wijze van communicatie, zodat niet kan worden vastgesteld dat verweerster op dat punt klachtwaardig heeft gehandeld. Het aanvinken van het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt” is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat het technisch niet mogelijk was om het akkoord met het besluit op een andere manier tot uitdrukking te brengen.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 24 september 2025 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klaagster,

tegen

[C],
internist,
werkzaam in [D],
verweerster,
gemachtigde: mr. C.J. van den Ham, werkzaam in Utrecht.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klaagster is de echtgenote van de inmiddels overleden patiënt. Tijdens de opname van de 
patiënt in het ziekenhuis op de afdeling medische oncologie heeft verweerster als behandelbeperking 
“niet reanimeren” in zijn dossier opgenomen. Klaagster verwijt verweerster dat zij dit zonder 
adequaat overleg, zonder zorgvuldig patiëntgericht handelen en zonder het tonen van respect voor de 
patiënt heeft gedaan en dat zij ten onrechte in haar rapportage heeft vermeld dat dit op verzoek 
van de patiënt en zijn familie was. Verweerster is van mening dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar 
handelen geen sprake is.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is 
gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 14 februari 2025;
-  het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 28 maart 2025.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3   Het college heeft de zaak in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Op vrijdag 22 september 2023 heeft de patiënt de Spoedeisende Eerste Hulp (hierna: SEH) van 
het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is (hierna: het ziekenhuis) bezocht. In het dossier werd 
naar aanleiding daarvan genoteerd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“rvk koorts bij chemo

vg
PRPD 23.03.2023 ivm pT4N2M1 (lymfeklieren op afstand) duodenumcarcinoom, tonsillectomie, depressie, 
Diabetes Mellitus type 2
Maligne neoplasma van duodenum.
23.03.2023 PRPD + klierdissectie ivm duodenumcarcinoom.
25.07.2023 Recidief hepatogeen gemetastaseerd pMMR duodenumcarcinoom. Start (palliatief) CAPOX.
Al eerder cholangitis en malaise en koorts bij intra-abdominale restcollecties

med
metformine 1dd 500 mg creon 2-3-2
ppi

a
Sinds vandaag ziek met hoge koorts tot 39C en misselijk en braken. Heeft weinig/geen buikpijn. 
Heeft 5 dagen geleden infuus chemo gehad en nu tabletten bij capox kuren. Dyspnoe -, hoesten -, ap-
Def frequent def geen diarree, wel wat licht van kleur Mictie niet donkerder, geen dysurie.
Echtgenote vond hem wat icterisch

Io Ziek
wel wat icterisch
T 39, RR 116/70, pols 93, af 17, O2sat 94% niet nekstijf
cor s1s2$ pulmo VAG
abd soepel, geen evidente drukpijn of weerstanden extr gb
lab Hb 8.0, Thr 102, L 5.1, K 3.3, crp 13, af 250, GGT 789, asat 271, alat 190, bili 58.8 (was
11 op 18-9), lipase volgt, glu 11 covid negatief
ecg: SR 100, lage voltages, qs in II,
II,V1 , V2 , slechte r progressie
voorwand, Qtc 478 msec. conform eerder ecg urine
x-thorax: mogelijk verdichtinkje links boven, geen infiltraat

Conclusie (…) vg 23.03.2023 PRPD + klierdissectie ivm duodenumcarcinoom. 25.07.2023 Recidief 
hepatogeen gemetastaseerd pMMR duodenumcarcinoom. Start (palliatief) CAPOX.
NU niet neutropene koorts en opgelopen bilirubine, vermoedelijk cholangitis mogelijk bij stenose 
hepaticojejunostomie

Beleid iom [naam verweerster]
opname oncologie 4 dd pols/rr/temp
infuus 1 liter nacl 0.9% /24 uur met 60 mmol kcl per 24 uur
nadroparine profylaxe ceftriaxon 1dd 2 gram iv metronidazol 3 dd 500 mg iv metoclopramide zn iv
morgen lab leuko’s, crp, knuk, bili
4. GDC
PM evt morgen echo/ct abdomen tno stop capecitabine en metformine
PM pat heeft nog volledig beleid, evt opnieuw te bespreken’’.

3.2   De patiënt werd opgenomen op de afdeling medische oncologie van het ziekenhuis. Verweerster 
was op dat moment de dienstdoende internist-oncoloog van de afdeling. Zij was niet de behandelend 
oncoloog van de patiënt.

3.3   Op zaterdag 23 september 2023 bleek de koorts bij de patiënt gezakt en was de patiënt 
hemodynamisch stabiel (de patiënt had een normale pols en bloeddruk). Uit labonderzoek bleek dat de 
leverproefstoornissen waren opgelopen. Er werd gedacht aan een opstijgende infectie vanuit de galwegen. Bij de patiënt werd die dag daarom een echo gemaakt. De uitslag daarvan alsmede het verdere beleid heeft verweerster dezelfde dag met de patiënt en klaagster besproken. Ook het reanimatiebeleid is in dit gesprek ter sprake gekomen. Daarover heeft verweerster in het dossier genoteerd:
“NR beleid wel IC bij overbrugbare problemen besproken.”.

3.4   Eveneens op zaterdag 23 september 2023 heeft verweerster in het dossier de behandelbeperking 
“niet reanimeren” opgenomen. Daarbij heeft zij in het dossier “Medisch” en “verzoek patient” 
aangevinkt bij “Reden beleidsafspraken” en bij “Patient” en “Familie” onder “Beleid besproken met” 
geklikt op de optie “Ja’’.

3.5   Naar aanleiding van de visite die verweerster op zondag 24 september 2023 bij de patiënt 
heeft afgelegd, heeft zij in het dossier genoteerd:
“weekendvisite medische oncologie vpl: geen koorts!

C/
zie 23.9

B/
continueren ceftriaxon afwachten resistentie
zie hiervoor’’.

3.6   Na zondag 24 september 2023 is verweerster, anders dan in het kader van de overdracht op 
maandagochtend 25 september 2023, niet meer betrokken geweest bij de zorgverlening aan de patiënt.

3.7   Op dinsdag 26 september 2023 hebben de patiënt en klaagster ieder afzonderlijk met de 
behandelend oncoloog van de patiënt gesproken over het gesprek dat zij met verweerster hebben gehad 
over het reanimatiebeleid. Diezelfde dag is de patiënt ontslagen uit het ziekenhuis. In de 
ontslagbrief aan de huisarts onder “Behandelgrenzen” is opgenomen:
“Geen reanimatie, wel intubatie en beademing, wel opname intensive care. Alle transfusies. Dit werd 
besproken met patiënt, familie, en is geldig tot overlijden of eerdere wijziging.”

3.8  Ten tijde van het indienen van de klacht was de patiënt inmiddels overleden.

4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1  Klaagster verwijt verweerster dat zij:
a) de reanimatiestatus van de patiënt heeft gewijzigd zonder adequaat overleg, zonder zorgvuldig 
patiëntgericht handelen en zonder het tonen van respect voor de patiënt;

b) ten onrechte in haar rapportage heeft vermeld dat het besluit tot behandelbeperkingen op verzoek 
van de patiënt en zijn familie was genomen.

4.2   Verweerster verzoekt het college de klacht ongegrond te verklaren. Zij is van mening dat zij 
juist heeft gehandeld en bij haar handelen steeds het belang van de patiënt voorop heeft gesteld. 
Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is volgens haar dan ook geen sprake.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1   De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende oncoloog. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor verweerster geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdeel a) Het zonder adequaat overleg, zonder zorgvuldig patiëntgericht handelen en zonder 
tonen van respect voor de patiënt wijzigen van de reanimatiestatus van de patiënt
5.2   Klaagster voert aan dat verweerster zonder overleg met de patiënt, familie, regiebehandelaar 
of dienstdoende behandelend arts heeft besloten tot de behandelbeperking “niet reanimeren”. Zij 
stelt zich op het standpunt dat de gezondheidstoestand van de patiënt deze beslissing niet 
rechtvaardigde. Klaagster vindt dat verweerster vervolgens abrupt, zonder empathie en op een 
respectloze wijze heeft meegedeeld dat zij tot deze behandelbeperking heeft besloten. De mededeling 
kwam zelfs kwetsend en kleinerend op haar over. Volgens klaagster heeft de patiënt direct en 
expliciet tijdens het gesprek op 23 september 2023 aangegeven gereanimeerd te willen worden indien noodzakelijk, maar werd dit door verweerster genegeerd. Klaagster meent dat er geen ruimte was voor overleg. Niet alleen tijdens het gesprek hebben de patiënt en klaagster bezwaar gemaakt, maar ook de dag daarna via de poli Oncologie, aldus klaagster.

5.3   Verweerster is van mening dat zij heeft gehandeld in lijn met de afspraken binnen het team. 
Volgens haar was sprake van een acute situatie, waardoor een gesprek over behandelbeperkingen niet 
kon worden uitgesteld tot na het weekend wanneer de behandelend oncoloog weer werkzaam was. 
Verweerster herinnert zich niet meer hoe het gesprek met de patiënt en klaagster is gegaan. 
Gewoonlijk probeert zij bij gesprekken met de patiënt en familie over behandelbeperkingen haar 
communicatie op hen af te stemmen en gaat zij bij een dergelijk gesprek moeilijke boodschappen niet 
uit de weg. Zij is dan open en transparant en voert het gesprek met veel empathie. Volgens 
verweerster blijkt uit haar aantekeningen van het gesprek niet dat de patiënt en klaagster bezwaar 
hebben gemaakt tegen de behandelbeperking. Als zij bezwaren hadden geuit, dan zou zij dit hebben 
genoteerd en zich dit hebben herinnerd. Zij zou in dat geval in het dossier ook niet het hokje 
“Beleid besproken met … op verzoek van patiënt’’ hebben aangevinkt. Uit het dossier blijkt volgens verweerster ook niet dat de patiënt en klaagster na het gesprek bezwaar hebben gemaakt tegen de behandelbeperking.

5.4   Het college overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek (BW) 
is een arts gehouden te handelen als een goed zorgverlener. Dit houdt onder meer in dat een 
medische behandeling gerechtvaardigd moet kunnen worden. Die rechtvaardiging moet liggen in een 
bepaald belang voor de patiënt. Als een behandeling niet (meer) in het belang van de patiënt is, is 
sprake van medisch zinloos handelen. Het is een arts niet toegestaan om een medisch zinloze 
behandeling uit te voeren, ook niet wanneer het de uitdrukkelijke wens van de patiënt is dat een 
behandeling wordt uitgevoerd die als medisch zinloos moet worden beschouwd. Het besluit of een 
behandeling medisch zinloos is, ligt uitsluitend bij de arts. Dit betekent dat het besluit op 
medische gronden om over te gaan tot de behandelbeperking “niet reanimeren” een besluit is waarvoor 
de toestemming van de patiënt en/of familie niet is vereist. De arts dient de patiënt en/of familie 
wel te informeren over dit medische besluit, in die zin dat het besluit aan de patiënt en/of 
familie moet worden medegedeeld.

5.5   De patiënt werd via de SEH acuut in het ziekenhuis opgenomen. Bij hem was sprake van 
uitgezaaide kanker waarvoor hij palliatief werd behandeld, en een sepsis (een ernstig verlopend 
ziektebeeld door een infectie waarop het lichaam heel heftig reageert). Daardoor was sprake van een 
zeer kritische, levensbedreigende situatie bij een patiënt die al een slechte prognose had vanwege 
zijn onderliggende ziekte. De kans op een redelijk herstel na reanimatie en de daaropvolgende 
nabehandeling in deze fase, was nihil. Verweerster kon dan ook vanuit medisch oogpunt in 
redelijkheid tot het besluit komen dat reanimeren medisch zinloos zou zijn en de behandelbeperking 
“niet reanimeren” in het dossier vastleggen. Daarvoor hoefde zij, zoals eerder onder 5.4 is 
overwogen, geen toestemming van of overleg te voeren met de patiënt en/of familie. Zij hoefde de 
behandelbeperking ook niet te overleggen met de behandelend oncoloog van de patiënt. Voor 
verweerster waren er namelijk voldoende medische gronden aanwezig om op 23 september 2023 zelf te 
besluiten tot de behandelbeperking “niet reanimeren”. Bovendien maakte de medische situatie van de 
patiënt dat ook niet kon worden gewacht tot na het weekend wanneer de behandelend oncoloog weer 
werkzaam was. Er bestond, gezien de medische toestand van de patiënt, namelijk een reële kans dat 
in het weekend een reanimatiepoging moest worden gedaan. In dat geval dient voor de aanwezige 
zorgverleners duidelijk te zijn welk beleid daaromtrent is vastgesteld, zodat daar zonder enige 
vertraging naar gehandeld kan worden. Op het moment dat een reanimatie noodzakelijk is, is er geen 
ruimte/tijd meer voor een gesprek. Klaagster stelt weliswaar dat de patiënt al enkele malen eerder 
acuut was opgenomen en dat het “niet reanimeren”-beleid toen niet aan de orde is gekomen, maar dit 
kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit doet namelijk niets af aan zijn kritieke toestand ten 
tijde van zijn opname op 22 september 2023 en het op basis daarvan op 23 september 2023 genomen 
besluit om in geval van een hartstilstand niet te reanimeren. In zoverre is klachtonderdeel a) 
kennelijk ongegrond.

5.6   Wat betreft de wijze waarop het gesprek op 23 september 2023 heeft plaatsgevonden, overweegt 
het college het volgende. Verwijten omtrent de inhoud en wijze van communicatie laten zich moeilijk 
op hun juistheid beoordelen door derden – in dit geval het college – die van die communicatie geen 
getuige zijn geweest. Volgens klaagster heeft verweerster abrupt, zonder empathie en op een 
respectloze wijze meegedeeld dat zij tot de behandelbeperking “niet reanimeren” heeft besloten. 
Verweerster herkent zich hierin niet en betwist dan ook dat zij het gesprek met de patiënt en 
klaagster op een dergelijke wijze heeft gevoerd. In dit geval, waarin tussen de partijen verschil 
van mening bestaat over de wijze van communicatie, kan het college dus niet vaststellen dat 
verweerster abrupt, respectloos en zonder empathie heeft gecommuniceerd en dus in dat opzicht 
klachtwaardig heeft gehandeld. Aan het woord van de één kan immers niet meer waarde worden gehecht 
dan aan het woord van de ander. Ook in zoverre is klachtonderdeel a) dus kennelijk ongegrond. Het 
college kan zich overigens voorstellen dat hetgeen verweerster de patiënt en klaagster tijdens het 
gesprek op 23 september 2023 heeft medegedeeld, moeilijk om te horen moet zijn geweest. Verweerster 
diende echter wel openheid van zaken te geven over de slechte medische situatie van klager, 
aangezien het besluit om niet te reanimeren daarop was gebaseerd.

Klachtonderdeel b) Het ten onrechte in de rapportage vermelden dat het besluit tot 
behandelbeperkingen op verzoek van de patiënt en familie was genomen
5.7   Volgens klaagster heeft verweerster ten onrechte in het dossier genoteerd dat de 
behandelbeperking “niet reanimeren” op verzoek van de patiënt en zijn familie is ingesteld. Zij is 
van mening dat dit een ernstige onjuiste weergave van de feiten is en een schending van de 
zorgvuldige dossiervoering die van een medisch specialist mag worden verwacht.

5.8   Verweerster betwist dat. Zij erkent dat zij met betrekking tot de behandelbeperking in het 
dossier het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt’’ heeft aangevinkt. Volgens haar 
was het ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen binnen het ziekenhuis de afspraak om dit 
hokje aan te vinken als er een akkoord was op het reanimatiebeleid. Er waren volgens haar in het 
voor het opnemen van behandelbeperkingen bestemde formulier namelijk geen andere mogelijkheden om 
dit te noteren. Verweerster voert aan dat binnen het ziekenhuis duidelijk was wat de betekenis van 
het aanvinken van het betreffende hokje was. Bovendien volgt volgens verweerster ook uit het 
medisch dossier dat de medische status en voorgeschiedenis van de patiënt aanleiding zijn geweest 
om het reanimatiebeleid met hem te bespreken en dat het initiatief hiervoor dus bij verweerster 
lag.

5.9   Op basis van de aantekeningen en het aanvinken van “Medisch” bij “Reden beleidsafspraken” in 
het dossier, staat voor het college vast dat het besluit om over te gaan tot de behandelbeperking 
“niet reanimeren” een door verweerster genomen medisch besluit was en niet een besluit dat door de 
patiënt en klaagster gezamenlijk is genomen. Zoals hiervoor al is overwogen, is daarvoor dus geen 
akkoord van de patiënt nodig. Uit het feit dat onder “Medisch” “Ja” achter “Patient” en achter 
“Familie” is aangeklikt, volgt dat het besluit is medegedeeld aan de patiënt en diens familie. Daarover bestaat ook geen discussie. Het college begrijpt het betoog van verweerster zo dat zij met het aanvinken van het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt’’ ook nog tot uitdrukking heeft willen brengen dat de patiënt akkoord 
was met het genomen besluit, aangezien het destijds technisch niet mogelijk was om dat op een 
andere manier te doen.

5.10  Het college kan niet vaststellen dat verweerster dit ten onrechte heeft gedaan, zoals 
klaagster stelt. Het college gaat in beginsel uit van de juistheid van de inhoud van het medisch 
dossier, tenzij het tegendeel blijkt of aannemelijk wordt gemaakt. Uit het medisch dossier blijkt 
niet dat de patiënt niet akkoord was met het “niet reanimeren”-beleid. Dit blijkt niet uit de 
verslaglegging door verweerster van het gesprek op 23 september 2023. Ook blijkt dit niet uit de 
verslaglegging die nadien op dit punt heeft plaatsgevonden. Integendeel, in het medisch dossier 
heeft de behandelend oncoloog naar aanleiding van een gesprek met de patiënt hierover op 26 
september 2023 genoteerd dat de patiënt de gemaakte afweging begrijpt, maar dat dit volgens hem op 
een te directe manier was besproken. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden naar voren 
gebracht op basis waarvan aannemelijk kan worden geacht dat de inhoud van het medisch dossier op 
dit punt niet juist is. Het college kan daarom niet vaststellen dat verweerster ten onrechte het 
hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt” heeft aangevinkt om diens akkoord met het 
genomen besluit tot uitdrukking te brengen. Daarom is het aanvinken van dit hokje niet 
tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster heeft immers toegelicht dat het op dat moment technisch 
niet mogelijk was om dit akkoord op een andere manier in het formulier tot uitdrukking te brengen. 
Van deze onmogelijkheid kan verweerster overigens ook geen verwijt worden gemaakt. Ook 
klachtonderdeel b) is kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.11  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond 
zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 24 september 2025 door N.H.J. Lafghani, voorzitter,
G.A. Velders en P.M. Netten, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door D. van Grootveld, secretaris.