ECLI:NL:TGZRAMS:2025:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7738
ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:78 |
---|---|
Datum uitspraak: | 31-03-2025 |
Datum publicatie: | 02-04-2025 |
Zaaknummer(s): | A2024/7738 |
Onderwerp: | Overige klachten |
Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klaagster dient een klacht in over een cardioloog-intensivist die in een videoboodschap op een website een uitspraak over orgaandonatie heeft gedaan. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht omdat het handelen niet valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 31 maart 2025 naar aanleiding van de klacht van
A,
tezamen met anderen handelend onder de naam “B”,
wonende in C,
klaagster,
tegen
D,
cardioloog,
werkzaam in E,
gemachtigde: mr. F, werkzaam in E.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 17 oktober 2024;
- de brief van klaagster van 23 november 2024, binnengekomen op 28 november 2024, met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de brief van klaagster van 13 februari 2025, binnengekomen op 14 februari 2025, met de bijlage
2. De feiten
2.1 Klaagster vertegenwoordigt het B. Het B heeft zich tot doel gesteld te komen tot een volledige informatievoorziening met betrekking tot de keuze van de burger om wel of niet te kiezen voor orgaandonatie. Het B heeft hiertoe een website en brochure beschikbaar gesteld. Verder wijst het B op tekortkomingen in de informatievoorziening van anderen middels brieven en publicaties.
2.2 Verweerder is werkzaam als cardioloog-intensivist op de intensive care en heeft als aandachtsgebied orgaan- en weefseldonatie. In het kader ‘De Week van het Donorgesprek’, een initiatief van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS), heeft verweerder een videoboodschap over orgaandonatie opgenomen, die vervolgens op de website van de NTS gepubliceerd is. In deze video beantwoordt verweerder vier veelgestelde vragen. Een van die vragen was: “Als ik donor ben, ben ik dan wel echt dood als mijn organen worden uitgenomen?”. Het antwoord was als volgt: “Ja, 100%: eerst moet de dood onomstotelijk worden vastgesteld en dan pas vindt orgaandonatie plaats. Dat is voor ons als artsen logisch. We hebben de eed afgelegd, maar het staat ook zo in de Nederlandse wet en er is een uitvoerig document van de Gezondheidsraad die precies de details hiervan uitleggen. Ik hoop dat ik hiermee al jullie vragen heb beantwoord. Mochten er toch nog vragen zijn of je wilt meer weten over donatie, ga dan naar www.donorgesprek.nl.”
3. De klacht
3.1 Klaagster verwijt verweerder dat zijn uitlating in de betreffende videoboodschap onjuist en misleidend is omdat de dood die nodig is voor orgaandonatie niet onomstotelijk kan worden vastgesteld. Hiermee zet verweerder burgers op het verkeerde been en ondermijnt hij het vertrouwen van burgers in geneeskundigen. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht omdat verweerder het werk van het B met zijn uitlating schaadt, aldus klaagster.
3.2 Verweerder verzoekt ten eerste om klaagster niet-ontvankelijk te verklaren en ten tweede om de klacht ongegrond te verklaren.
4. De overwegingen
4.1 De voorzitter moet beoordelen of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen. De voorzitter is van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.
Eerste tuchtnorm
4.2 Ten eerste moet worden beoordeeld of er sprake is van een behandelrelatie en daarmee van toepasselijkheid van de zogenoemde eerste tuchtnorm. De eerste tuchtnorm staat omschreven in artikel 47 lid 1 sub a van de Wet op de beroepen van de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De klacht gaat niet over een behandelrelatie tussen klaagster en verweerder.
Tweede tuchtnorm
4.3 De zogenoemde tweede tuchtnorm, neergelegd in artikel 47 lid 1, aanhef en onder b, van de Wet BIG, houdt in dat een BIG-geregistreerde zorgverlener ook aan tuchtrecht is onderworpen ter zake van ander handelen of nalaten in strijd met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Een klacht daarover kan – volgens artikel 65 lid 1 aanhef en onder a van de Wet BIG – worden ingediend door een rechtstreeks belanghebbende.
4.4 De tweede tuchtnorm heeft betrekking op het handelen of nalaten van de zorgprofessional dat buiten een behandelrelatie plaatsvindt en een negatieve impact heeft op het vertrouwen in de zorgprofessional of de beroepsgroep. Het doen van onvoldoende onderbouwde medische
uitspraken in de media in de rol van zorgprofessional kan daaronder vallen. De voorzitter is van oordeel dat de uitlating van verweerder in de videoboodschap geen ongefundeerde uitspraak is. Verweerder licht toe wat in Nederland de regel is op basis van de heersende wet- en regelgeving. Er is niet gebleken van misleiding of onjuiste voorlichting. De gedraging valt dus evenmin onder de tweede tuchtnorm.
4.5 Dit betekent dat het handelen waarover wordt geklaagd niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht en dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. De voorzitter komt daarmee niet toe aan de vraag of klaagster als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt.
5. De beslissing
Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 31 maart 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, bijgestaan door E.A. Weiland, secretaris.