ECLI:NL:TGZRAMS:2025:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7153
ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:71 |
---|---|
Datum uitspraak: | 01-04-2025 |
Datum publicatie: | 01-04-2025 |
Zaaknummer(s): | A2024/7153 |
Onderwerp: | Overige klachten |
Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. De moeder van klaagster (patiënte) is behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. De chirurg heeft met patiënte en klaagster gesproken, en uitgelegd dat er op dat moment geen voordeel te behalen was bij een leverresectie. Volgens klaagster heeft de chirurg tijdens dit consult gezegd dat hij, na het afronden van de chemotherapie, bereid was om nogmaals te kijken of een operatie mogelijk was. Klaagster verwijt de chirurg dat hij deze afspraak niet is nagekomen. Klaagster heeft van het gesprek met de chirurg heimelijk een geluidsopname gemaakt. Deze geluidsopname is met transcriptie aan het college overgelegd. Op grond van de geluidsopname is het college van oordeel dat de chirurg duidelijk en netjes heeft uitgelegd waarom een operatie op dat moment niet mogelijk was. Uit de geluidsopname blijkt niet dat er een vaststaande afspraak is gemaakt om na de chemotherapie opnieuw een afspraak met patiënte in te plannen. De chirurg heeft na het consult niet nogmaals een verzoek ontvangen om een operatie te heroverwegen. De klacht is kennelijk ongegrond. |
A2024/7153
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 1 april 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B, klaagster,
tegen
C,
chirurg, werkzaam in D,
verweerder, hierna ook: de chirurg,
gemachtigde: mr. O.L. Nunes en mr. M.F. Mooibroek, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (geboren
in 1959 en
overleden op 14 maart 2022), hierna: de patiënte. De patiënte werd in de periode
oktober 2014 tot
en met maart 2022 in het ziekenhuis waar de chirurg werkt behandeld voor borstkanker
met
uitzaaiingen. Patiënte was daarnaast onder meer bekend met diabetes mellitus en
obesitas.
1.2 Begin 2021 bleek dat er sprake was van een grote uitzaaiing naar de rechter
leverkwab. Op 29
juni 2021 heeft de chirurg met patiënte en klaagster gesproken over de mogelijkheid
van een
leverresectie (verwijderen van een deel van de lever). Patiënte kreeg op dat moment
chemotherapie.
De chirurg heeft tijdens het consult uitgelegd dat er op dat moment geen voordeel
te behalen was
bij een leverresectie.
1.3 Volgens klaagster heeft de chirurg tijdens het consult gezegd dat hij, na het
afronden van de
chemotherapie, bereid was om nogmaals te kijken of een operatie mogelijk was. Klaagster
verwijt de
chirurg dat hij deze afspraak niet is nagekomen.
1.4 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 18 april 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de brief van klaagster, ontvangen op 11 oktober 2024, met als bijlagen transcripties
van
geluidsopnamen;
- de brief met bijlagen van de gemachtigde van de chirurg, ontvangen op 30 oktober
2024, met de
reactie op de transcripties.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
3.1 De vraag is of de chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de chirurg geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
3.2 Klaagster heeft van het gesprek met de chirurg en van gesprekken met andere
artsen, heimelijk
geluidsopnames gemaakt. Deze geluidsopnames zijn met transcripties aan het college
overgelegd.
Geluidsopnames die zonder toestemming zijn gemaakt, worden in beginsel als bewijs
in tuchtzaken
toegelaten. Vanzelfsprekend is het wel fatsoenlijk om de betrokken gesprekspartners
vooraf te
informeren over het maken van opnames. Dit geldt ook als de geluidsopnames voor
eigen gebruik
worden gemaakt.
De beoordeling
3.3 Het college oordeelt dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. Uit de
geluidsopname van het consult blijkt dat de chirurg duidelijk en netjes heeft uitgelegd
waarom een
operatie op dat moment niet mogelijk was. Hij heeft toegelicht dat lokale behandeling
van
uitzaaiingen in de lever niet zinvol is als er elders ook nog uitzaaiingen zijn,
dat de uitzaaiing
niet de primaire bron vormt voor verdere verspreiding van de kanker en dat een operatie
grote
risico’s zou meebrengen, ook gezien de conditie van patiënte. Indien na het afronden
van de
chemotherapie zou blijken dat er zich alleen nog een uitzaaiing in de lever bevond,
zou een
operatie heroverwogen kunnen worden. Hieruit blijkt niet dat er een vaststaande
afspraak is gemaakt
om na de chemotherapie opnieuw een afspraak met patiënte in te plannen. De chirurg
heeft het
voorgaande ook zorgvuldig genoteerd in het dossier van patiënte. Voor de verdere
behandeling kwam
patiënte weer bij haar hoofdbehandelaar. De chirurg heeft na het consult niet nogmaals
een verzoek
ontvangen om een operatie te heroverwegen. De klacht is daarom kennelijk ongegrond.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 1 april 2025 door E.A. Messer, voorzitter, L.W.M. Creemers,
lid-jurist, C.M.F. Kruijtzer, H.R.H. de Geus en D. Boerma, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan
door L.B.M. van ‘t Nedereind, secretaris.