ECLI:NL:TGZRAMS:2025:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7152
ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:70 |
---|---|
Datum uitspraak: | 01-04-2025 |
Datum publicatie: | 01-04-2025 |
Zaaknummer(s): | A2024/7152 |
Onderwerp: | Onheuse bejegening |
Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. De moeder van klaagster (patiënte) is behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. De internist heeft enkele keren gesproken met patiënte en klaagster, als vervanger van de hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster verwijt de internist dat zij patiënte en klaagster heeft afgesnauwd. Klaagster heeft van de gesprekken met de internist heimelijk geluidsopnames gemaakt. Deze geluidsopnames zijn met transcripties aan het college overgelegd. Op grond van de geluidsopnames is het college van oordeel dat er geen sprake is geweest van een ongepaste bejegening, laat staan afsnauwen. De klacht is kennelijk ongegrond. |
A2024/7152
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 1 april 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B, klaagster,
tegen
C,
internist, werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de internist,
gemachtigde: mr. O.L. Nunes, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (geboren
in 1959 en
overleden op 14 maart 2022), hierna: de patiënte. De patiënte werd in de periode
oktober 2014 tot
en met maart 2022 behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Verweerster, werkzaam
als
internist-oncoloog, heeft in de periode februari tot en met juli 2021 enkele keren
gesproken met
patiënte en klaagster, als vervanger van de hoofdbehandelaar van patiënte (verweerster
in de zaak
A2024/7155).
1.2 Klaagster verwijt de internist dat zij patiënte en klaagster heeft afgesnauwd.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 18 april 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de brief van klaagster, ontvangen op 11 oktober 2024, met als bijlagen transcripties
van
geluidsopnamen;
- de brief met bijlagen van de gemachtigde van de internist, ontvangen op 30 oktober
2024, met de
reactie op de transcripties.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
3.1 De vraag is of de internist de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De
norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende internist. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor de internist geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
3.2 Klaagster heeft van de gesprekken met de internist en andere artsen heimelijk
geluidsopnames
gemaakt. Deze geluidsopnames zijn met transcripties aan het college overgelegd.
Geluidsopnames die
zonder toestemming zijn gemaakt, worden in beginsel als bewijs in tuchtzaken toegelaten.
Vanzelfsprekend is het wel fatsoenlijk om de betrokken gesprekspartners vooraf te
informeren over
het maken van opnames. Dit geldt ook als de geluidsopnames voor eigen gebruik worden
gemaakt.
De beoordeling
3.3 Volgens klaagster heeft de internist op neerbuigende toon gezegd dat klaagster
en patiënte
niet met andere dokters zouden moeten bellen of praten. De internist heeft toegelicht
dat zij heeft
geadviseerd om alleen met de hoofdbehandelaar te communiceren, omdat de mededelingen
van andere
zorgverleners leidden tot nodeloze zorgen bij patiënte. Volgens de internist verliepen
de contacten
steeds in goede harmonie en heeft zij patiënte en klaagster steeds op correcte wijze
te woord
gestaan.
3.4 Het college oordeelt als volgt. Het is begrijpelijk dat klaagster en patiënte
veel vragen en
zorgen hadden over het ziekteproces en de behandelingen. Uit de geluidsopnames blijkt
dat de
internist meerdere keren de tijd heeft genomen om hierover uitleg te geven. Het
is valide dat
klaagster en patiënte erop werden gewezen dat zij zich voor vragen verder het beste
tot de
hoofdbehandelaar konden wenden, omdat zij hen het beste kon informeren. Op een van
de
geluidsopnames is te horen dat de internist dit op een duidelijke toon zegt. Voor
het college is de
manier van communiceren verder lastig te beoordelen, omdat de opnames geen volledig
beeld geven van
het gesprek. Zo heeft het college niet kunnen zien wat de gezichtsuitdrukking of
lichaamstaal van
de internist hierbij is geweest. Op grond van de geluidsopnames is het college van
oordeel dat er
geen sprake is geweest van een ongepaste bejegening, laat staan afsnauwen. De klacht
is daarom kennelijk ongegrond.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 1 april 2025 door E.A. Messer, voorzitter, L.W.M. Creemers,
lid-jurist, C.M.F. Kruijtzer, H.R.H. de Geus en D. Boerma, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan
door L.B.M. van ‘t Nedereind, secretaris.