ECLI:NL:TGZRAMS:2025:311 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8330

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:311
Datum uitspraak: 30-12-2025
Datum publicatie: 30-12-2025
Zaaknummer(s): A2025/8330
Onderwerp: Onjuiste declaratie
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft naar het oordeel van het college excessief gedeclareerd (klachtonderdeel f) en daarnaast, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van klager om kostenbesparend te werk te gaan, gekozen voor een onnodig kostbare, uitgebreide beetregistratie door middel van een articulator (klachtonderdeel g). Met name klachtonderdeel f acht het college kwalijk, nu hij daarmee ook het vertrouwen in de beroepsgroep heeft geschaad. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat tandartsen op een eerlijke manier kosten in rekening brengen. Het college heeft daarnaast geconstateerd dat de tandarts geen inzicht heeft getoond in zijn handelen en nog steeds achter zijn keuzes lijkt te staan. Het college legt de maatregel op van berisping.

A2025/8330
Beslissing van 30 december 2025

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 30 december 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,

tegen

C,
tandarts,
werkzaam te D,
verweerder, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam te Utrecht.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De tandarts heeft bij klager een kies geëxtraheerd. Nadien treedt bij klager in de naastgelegen kies wortelresorptie op en verliest hij deze kies. Klager verwijt de tandarts dat hij de wortelresorptie te laat heeft ontdekt en bovendien foutief heeft gehandeld met verlies van zijn kies als gevolg. Daarnaast verwijt klager de tandarts dat de tandarts excessief heeft gedeclareerd door te veel codes op te voeren.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 25 maart 2025;
- de brief van klager van 2 april 2025, binnengekomen op 7 april 2025;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 15 juli 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de brief van klager van 15 juli 2025, binnengekomen op 17 juli 2025;
- de brief van de gemachtigde van de tandarts van 13 augustus 2025, binnengekomen op 14 augustus 2025;
- de e-mail met bijlagen van de gemachtigde van de tandarts van 19 oktober 2025, binnengekomen op 19 oktober 2025;
- de brief van klager van 23 oktober 2025, binnengekomen op 27 oktober 2025.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 18 november 2025. De partijen zijn verschenen. De tandarts werd bijgestaan door zijn gemachtigde. De partijen en de gemachtigde van de tandarts hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van de tandarts heeft pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.

3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager is sinds 2 november 2020 patiënt in de praktijk van de tandarts. De tandarts heeft klager op 5 november 2020 geadviseerd om element 45 te extraheren en een brug te maken op de elementen 44 en 46.

3.2 Op 25 januari 2021 heeft de tandarts bij klager element 45 geëxtraheerd. De definitieve brug werd op 31 mei 2021 geplaatst. Na de plaatsing van de brug werd door de tandarts een röntgenopname gemaakt ter controle. Daarop was te zien dat de
randaansluiting goed was.

3.3 Op 5 augustus 2021 had klager een spoedconsult omdat hij een bultje buccaal van element 46 had gevoeld. De tandarts maakte toen een röntgenopname en daarop waren geen bijzonderheden zichtbaar.

3.4 Op 1 november 2021, 19 september 2022 en 7 augustus 2023 kwam klager voor een periodieke controle. Tijdens deze laatste controle stelde de tandarts oppervlakkige externe cervicale resorptie vast bij de elementen 11, 33 en 43.

3.5 Op 4 januari 2024 constateerde de tandarts een diepe externe cervicale resorptie bij element 46. De prognose van element 46 was slecht. Element 46 werd in februari 2024 door een andere tandarts geëxtraheerd.

3.6 De tandarts heeft de bij klager verrichte behandelingen eerst begroot en vervolgens in rekening gebracht. Hierbij heeft de tandarts gebruik gemaakt van diverse prestatiecodes.

4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat:
a) door een foute behandeling wortelresorptie aan element 46 is ontstaan;
b) hij het verzoek van klager om alle behandelopties en risico’s te bespreken met voeten heeft getreden;
c) hij de wortelresorptie te laat heeft ontdekt;
d) hij geen verantwoordelijkheid wilde nemen en ten onrechte heeft gezegd dat bij andere elementen ook sprake was van wortelresorptie;
e) het plaatsen van de brug op element 44 slecht werk was in plaats van wortelresorptie zoals de tandarts had gezegd;
f) hij te veel codes op de declaraties heeft opgevoerd;
g) hij het verzoek van klager om kosten te besparen met voeten heeft getreden;
h) hij een autoritaire houding had en heeft geweigerd werkelijk in te gaan op de klachten van klager;
i) hij heeft geweigerd de schade van klager te vergoeden of daarin tegemoet te komen.

4.2 De tandarts heeft het college verzocht om de klachtonderdelen als ongegrond af te wijzen.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdeel a) Door een foute behandeling wortelresorptie

5.2 Klager stelt dat de tandarts bij de extractie van element 45 door middel van hevelen zoveel kracht heeft moeten zetten dat de kronen op element 44 en 46 afbraken. Door het handelen van de tandarts werd volgens klager het wortelvlies beschadigd met wortelresorptie tot gevolg.

5.3 De tandarts heeft ter zitting toegelicht dat hij op een deugdelijke manier de elementen heeft geëxtraheerd. Bij de extractie heeft hij dunne hevels gebruikt en toegelicht dat de inzetrichting van de hevels verticaal is geweest en parallel aan de wortel, en dat er geen ‘afsteuning’ aan buurelementen heeft plaatsgevonden. Dat een van de kronen was losgekomen kwam volgens de tandarts door de bewegingen van de extractie.

5.4 Het college stelt voorop dat wortelresorptie een zeldzaam en multifactorieel proces is dat meerdere oorzaken kent. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de wortelresorptie aan element 46 het gevolg is geweest van een door de tandarts verkeerd uitgevoerde extractie van element 45. Dat de wortelresorptie is ontstaan door het hevelen tijdens de extractie van element 45 ongeveer drie jaar eerder is het college daarom niet gebleken. Dit maakt dat niet geconcludeerd kan worden dat de tandarts onjuist heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel is ongegrond.


Klachtonderdeel b) Niet vooraf alle behandelopties en risico’s besproken

5.5 Klager verwijt de tandarts in strijd met het beginsel van 'informed consent' te hebben gehandeld door hem niet vooraf te informeren over het risico van wortelresorptie.

5.6 De tandarts heeft aangevoerd dat hij patiënten niet inlicht over complicaties die zelden voorkomen en daarom niet vooraf over wortelresorptie heeft gesproken.

5.7 Het college overweegt dat het in beginsel van een tandarts wordt verwacht dat hij de patiënt inlicht over de mogelijke risico’s van een behandeling. In dit geval is het college met de tandarts van oordeel dat hij klager niet expliciet hoefde te infomeren over de kans op wortelresorptie na de extractie van het element. Wortelresorptie komt zelden voor en er was ook geen aanleiding om te verwachten dat dat in deze casus anders was, zodat er geen verplichting bestond om klager hierover te informeren. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel c) Wortelresorptie te laat ontdekt
5.8 Klager verwijt de tandarts dat de wortelresorptie tijdens eerdere controles niet is ontdekt. Volgens klager had de tandarts speciale aandacht voor wortelresorptie moeten hebben en had de wortelresorptie eerder door de tandarts ontdekt moeten worden.

5.9 De tandarts stelt dat er voor 4 januari 2024 geen signalen van wortelresorptie waren bij de elementen 44 en/of 46. Wel was er eerder sprake van oppervlakkige wortelresorptie bij de elementen 11, 33 en 43.

5.10 Zoals hierboven is overwogen komt wortelresorptie zelden voor en was er aanvankelijk geen aanleiding bij klager om daar extra aandacht voor te hebben. Een belangrijk onderdeel van de tandheelkunde is het maken van foto’s die de gezondheid van het gebit kunnen aantonen die niet zijn waar te nemen met het blote oog. Het college stelt vast dat de tandarts in 2021 na het plaatsen van de brug (elementen 44 en 46) een röntgenopname heeft gemaakt. Tijdens het spoedconsult op 5 augustus 2021 heeft de tandarts weer een röntgenopname gemaakt. Op 7 augustus 2023 kwam klager weer bij de tandarts en stelde de tandarts vast dat er sprake was van oppervlakkige externe cervicale resorptie bij de elementen 11, 33 en 43. Het college overweegt dat het op de weg van de tandarts had gelegen om bij een dergelijke vaststelling verder onderzoek te doen naar wortelresorptie (dan wel andere problemen) op andere plaatsen. Immers, op het moment dat er op drie elementen wortelresorptie wordt vastgesteld, is het belangrijk om te onderzoeken hoe de conditie van de wortels van de andere elementen op dat moment zijn. Echter, niet staat vast dat indien op dat moment sprake was van wortelresorptie aan de elementen 44 en/of 46, deze dan ook daadwerkelijk zou zijn ontdekt. Evenmin staat vast dat, indien de resorptie eerder was ontdekt, element 46 behouden had kunnen blijven. Dit onderdeel is ongegrond.


Klachtonderdeel d) Ten onrechte bij andere elementen ook wortelresorptie vastgesteld
5.11 Volgens klager heeft de tandarts ook wortelresorptie op andere plaatsen vastgesteld, waar naar het oordeel van klager niet sprake was van resorptie.

5.12 De tandarts heeft aangevoerd dat hij wel degelijk ook (oppervlakkige) wortelresorptie heeft vastgesteld bij de elementen 11, 33 en 43.

5.13 Volgens het college is uit de door klager ingebrachte stukken niet gebleken dat er geen sprake is geweest van oppervlakkige wortelresorptie aan de elementen 11, 31 en 43. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel e) brug op element 44 slecht werk
5.14 Klager meent dat de tandarts slecht werk heeft geleverd bij het plaatsen van de brug. Volgens klager werd in januari 2024 geconstateerd dat de buitenste rand niet aansloot op de stomp.

5.15 De tandarts wijst op de röntgenfoto die op 5 augustus 2021 is gemaakt en waarop zichtbaar is dat de randafsluiting van de brug goed was.

5.16 Volgens het college is op de röntgenfoto d.d. 5 augustus 2021 te zien dat de brug destijds voldoende leek aan te sluiten. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van slecht werk. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel f) te veel codes op declaraties opgevoerd en klachtonderdeel g) verzoek kosten te besparen bij ‘beetsimulator’ met voeten getreden
5.17 De klachtonderdelen f en g worden gezamenlijk behandeld.

5.18 Klager verdenkt de tandarts van het pervers opvoeren van te veel codes voor een behandeling (klachtonderdeel f). Voorts meent klager dat de tandarts te veel in rekening heeft gebracht (een bedrag van € 897,-) voor een beetregistratie door middel van een articulator (klachtonderdeel g).

5.19 De tandarts heeft aangegeven dat hij (steeds) tevoren een behandelplan met kostenraming aan klager heeft voorgehouden en dat klager hiermee heeft ingestemd. Alle behandelingen en aanvullende verrichtingen die bij klager in rekening zijn gebracht, zijn volgens de tandarts ook daadwerkelijk verricht. De beetregistratie door middel van een articulator was volgens de tandarts noodzakelijk.

5.20 De prestatiecodes zijn gestandaardiseerde codes op tandartsrekeningen die elke tandheelkundige verrichting (zoals een vulling, extractie of consult) identificeren en zijn gekoppeld aan een door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgesteld, wettelijk tarief, zodat patiënten en verzekeraars de kosten en de uitgevoerde behandelingen kunnen controleren en begrijpen. Het doel is transparantie in de kosten van mondzorg.

5.21 De tandarts heeft op 9 december 2020 de brugpijler element 46 voorbehandeld en met composiet opgebouwd. Daarvoor werd tweemaal code V93 drievlaksvulling composiet, opgevoerd. De tandarts heeft ter zitting verklaard dit bewust te hebben gedaan. In de kaart staat als materiaal “Core” vermeld, wat verwijst naar een specifiek stompopbouw composietmateriaal. In geval een kroon of brugpijler wordt opgebouwd, zou de code R31, plastische opbouw voor deze verrichting moeten worden gebruikt. In de toelichting bij de prestatiecodes wordt de code R31 als volgt omschreven: ‘Het aanbrengen en laten hechten (etsen en bonden) van vulmateriaal in of op een tand en kies bij het maken van kroon- en brugwerk.’ Het declareren van tweemaal de code V93 als stompopbouw in plaats van R31 is onjuist en werkt kostenverhogend. Ook elders in het dossier wordt deze code meerdere malen op dezelfde foutieve wijze gebruikt.

5.22 De tandarts gebruikt t.b.v. element 46 op 9 december 2020 de code T57, toepassing lokaal medicament. Op 31 mei 2021 voert de tandarts opnieuw t.b.v. element 46 tweemaal dezelfde code, in 2021 T163 genoemd, op. Ter zitting heeft de tandarts verklaard deze code steeds te berekenen bij het aanbrengen van een druppel “Gluma” op de stomp ter voorkomen van gevoeligheid. Tevens verklaarde de tandarts dat de tweemaal T163 op 31 mei 2021 een vergissing is geweest. Dat had eenmaal moeten zijn. In de toelichting bij de prestatiecodes wordt T163 als volgt omschreven: ‘Het aanbrengen van een geneesmiddel (medicament) in of rond een ontstoken tandvleespocket.’ Daar lijkt hier geen sprake van, er waren geen tandvleesproblemen rond dit element. Het gebruik van de code T57/T163 in dit verband is dan ook onjuist. Opnieuw wordt vastgesteld dat ook deze code verder in het dossier meerdere malen op dezelfde foutieve wijze werd gebruikt.

5.23 Op 25 januari 2021 declareert de tandarts bij het verwijderen van de wortel van element 45 de code H90 (klaar maken praktijkruimte t.b.v. chirurgische verrichtingen) en de code H35 (moeizaam trekken tand of kies met mucoperiostale opklap). In de toelichting bij de prestatiecodes wordt bij H35 vermeld dat tenminste twee van de drie volgende behandelingen moeten zijn uitgevoerd: opklappen van het tandvlees, wegboren van kaakbot of splitsen van de tand of kies. Ter zitting heeft de tandarts verklaard juist zeer voorzichtig de wortel te hebben verwijderd met een hevel, zonder kaakbot onnodig weg te nemen of de wortel te splitsen. Wel is bij het gebruik van de hevel het tandvlees gering ingescheurd. Vastgesteld kan worden dat aan geen van de drie criteria werd voldaan en het verwijderen van de wortel geen chirurgische verwijdering betrof. Daarmee werd zowel de code H90 als H35 onjuist gebruikt. Op 3 februari 2021 wordt bovendien nog de code T151 ingevoerd. Dit betreft een nazorgcode na het uitvoeren van parodontale chirurgie terwijl de eerdere behandeling het niet chirurgisch verwijderen van een wortel betrof. Ook hier kan worden vastgesteld dat deze code onjuist werd gebruikt.


5.24 Tijdens de behandelingen van 15 november 2022 en 16 januari 2023 worden diverse codes ten behoeve van beetregistratie opgevoerd. De code G12 op 15 november 2022 en de codes G10, G13, G14, G20 en G15 op 16 januari 2023. De code G10 (niet standaard beetregistratie) kan in rekening worden gebracht bij het vervaardigen van een werkstuk dat twee of meer pijlerelementen omvat. Dat is hier inderdaad het geval. De overige codes hebben betrekking op andere behandelingen en het is bovendien niet gebruikelijk deze alle gelijktijdig te gebruiken. Zo heeft het gebruik van de code G14 betrekking op het exact individueel instellen van een articulator bij uitgebreid kroon- en brugwerk. Dit bijvoorbeeld in het geval van een uitgebreide rehabilitatie noodzakelijk als gevolg van sterke gebitsslijtage waarbij de beet verloren is gegaan. De tandarts heeft ter zitting een articulator getoond, maar naar mening van het college niet overtuigend kunnen verklaren waarom een dergelijke, kostbare, uitgebreide registratie in het geval van het vervaardigen van een relatief eenvoudige driedelige brugconstructie noodzakelijk is geweest. Ook het gebruik van alle codes tegelijk werd niet verklaard.

5.25 Gezien het voorgaande heeft het college vastgesteld dat de tandarts meerdere malen te veel prestatiecodes heeft opgevoerd waarmee de declaraties hoger werden dan wanneer uitsluitend de correcte codes zouden zijn gebruikt. Het college is van oordeel dat de tandarts meerdere malen excessief heeft gedeclareerd. Klachtonderdeel f is gegrond.

5.26 Het college is voorts van oordeel dat de keuze van de tandarts voor de kostbare, uitgebreide beetregistratie door middel van een articulator niet redelijk was. Gelet op de relatief eenvoudige driedelige brugconstructie en het uitdrukkelijk verzoek van klager om op kosten te besparen had de tandarts voor een goedkoper alternatief moeten kiezen. Klachtonderdeel g is ook gegrond.

Klachtonderdeel h) autoritaire houding en weigering werkelijk in te gaan op klachten
5.27 Klager verwijt de tandarts een autoritaire houding en het niet werkelijk reageren op zijn klachten.

5.28 De tandarts geeft aan wel op de klachten van klager te zijn ingegaan en zich daarbij niet autoritair te hebben opgesteld.

5.29 Nu beide partijen een verschillende lezing geven over hetgeen met elkaar is besproken, kan het college niet als feit vaststellen dat de tandarts heeft geweigerd om werkelijk op de klachten in te gaan. De door klager aan de tandarts verweten autoritaire houding heeft het college evenmin kunnen vaststellen. Uit het gedrag van de tandarts zoals dat uit de schriftelijke stukken blijkt, kan de tandarts niet enig tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel i) weigering schade te vergoeden of daarin tegemoet te komen

5.30 Klager wil financiële genoegdoening en hij klaagt dat de tandarts hem geen schadevergoeding betaalt of hem daarin tegemoetkomt.

5.31 De tandarts meent geen fouten te hebben gemaakt en dus niet gehouden te zijn tot betaling van schadevergoeding.

5.32 Naar het oordeel van het college staat het een tandarts vrij om naar eigen inzicht te communiceren met patiënten en om te gaan met dergelijke verzoeken. Dit zou immers impliceren dat een arts geen ander standpunt mag hebben over de aansprakelijkheid van ontstane schade. De weigering om schadevergoeding te betalen of klager daarin tegemoet te komen is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Slotsom
5.33 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdelen f) en g) gegrond zijn. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

Maatregel
5.34 De tandarts heeft naar het oordeel van het college excessief gedeclareerd (klachtonderdeel f) en daarnaast, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van klager om kostenbesparend te werk te gaan, gekozen voor een onnodig kostbare, uitgebreide beetregistratie door middel van een articulator (klachtonderdeel g).

5.35 Met name klachtonderdeel f (excessief declareren) acht het college kwalijk, nu hij daarmee ook het vertrouwen in de beroepsgroep heeft geschaad. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat tandartsen op een eerlijke manier kosten in rekening brengen. Het college heeft daarnaast geconstateerd dat de tandarts geen inzicht heeft getoond in zijn handelen en nog steeds achter zijn keuzes lijkt te staan. Voorgaande brengt het college tot de beslissing om aan de tandarts de maatregel van een berisping op te leggen.

Publicatie

5.36 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere tandartsen mogelijk iets kunnen leren van wat hiervoor ten aanzien van de gegrond verklaarde klachtonderdelen is overwogen. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdelen f) en g) gegrond;
- legt de tandarts de maatregel op van berisping;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschrift NT/Dentz.

Deze beslissing is gegeven door I.K. Spros, voorzitter, W.S. Oostveen-Kouwenhoven, lid-jurist, B.D. Stibbe, R. Müller en H.W. Luk, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025.