ECLI:NL:TGZRAMS:2025:309 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8536
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:309 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-12-2025 |
| Datum publicatie: | 30-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8536 |
| Onderwerp: | Onjuiste declaratie |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is bij de tandarts onder behandeling geweest en zij stelt dat de tandarts te veel heeft gedeclareerd bij de verzekering. De tandarts heeft dit niet betwist, maar heeft toegelicht dat er sprake is van een vergissing en dat hij hiervoor verantwoordelijkheid neemt. Het college is van oordeel dat het gaat om een vergissing van de tandarts die hij heeft willen goedmaken. Dat de tandarts het door hem te veel gedeclareerde heeft teruggestort aan de verzekeraar, is daarvan de bevestiging. Kennelijk ongegrond. |
A2025/8536
Beslissing van 30 december 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 18 november 2025 op de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
tegen
C,
tandarts,
werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. W. de Vries, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1. Klaagster is op 14 oktober 2024 bij de tandarts onder behandeling geweest.
De tandarts heeft voor deze behandeling een declaratie ingediend bij de verzekeraar
waar klaagster verzekeringstegoed heeft voor tandheelkundige zorg. Klaagster heeft
in januari 2025 contact opgenomen met de tandarts omdat zij geen verzekeringstegoed
meer had.
Op 4 februari 2025 is tijdens een ontmoeting tussen klaagster en de tandarts naar
voren gekomen dat over de door de tandarts uitgevoerde behandeling geen overeenstemming
bestaat; zo stelt klaagster dat er geen vullingen zijn geplaatst door de tandarts
terwijl de kosten daarvan wel door de tandarts zijn gedeclareerd. Klaagster stelt
dat de tandarts ten onrechte te veel heeft gedeclareerd bij de verzekering. Ook is
zij van mening dat de tandarts niet die zorg heeft verleend die van een zorgvuldig
handelende tandarts mag worden verwacht. De tandarts heeft niet betwist dat hij te
veel heeft gedeclareerd, maar heeft toegelicht dat er sprake is van een vergissing
en dat hij hiervoor verantwoordelijkheid neemt.
1.2. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst
hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 22 mei 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de e-mail van klaagster van 29 juli 2025 met bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 9 september 2025;
- de brief van klaagster met reactie op het proces-verbaal, ontvangen op 14 oktober
2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij gebruik willen maken. Bij het mondeling vooronderzoek waren klaagster en haar partner alsook de tandarts en zijn gemachtigde aanwezig. Bij aanvang van het mondeling vooronderzoek is gebleken dat klaagster, ondanks mededelingen vooraf vanuit het secretariaat van het tuchtcollege, geen tolk had meegenomen. Aangezien klaagster de Nederlandse taal niet machtig is, en geen tolk meer kon worden geregeld door haar, is het mondeling vooronderzoek buiten aanwezigheid van klaagster en haar meegekomen partner voortgezet.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
3.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
3.2 Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit de klacht alsook uit het verweerschrift en de daarna aan het college gestuurde correspondentie door klaagster volgt het volgende. De tandarts heeft, na confrontatie door klaagster met de stelling dat er geen vullingen door hem waren geplaatst tijdens de behandeling van 14 oktober 2024, geprobeerd helderheid te krijgen over de door hem verrichtte werkzaamheden. Ook is in februari 2025 terugbetaling van mogelijk ten onrechte gedeclareerde kosten voor de vullingen aan de orde geweest. Dat de tandarts op de patiëntenkaart het plaatsen van vullingen heeft aangekruist, maar niet zeker weet of hij op 14 oktober 2024 daadwerkelijk vullingen heeft geplaatst bij klaagster, is een omissie die de tandarts wordt aangerekend. Van de tandarts mag verwacht worden dat hij zijn administratie op orde heeft. Het gevolg van de ondeugdelijke administratie in deze heeft zich verwezenlijkt, immers de tandarts heeft een declaratie ingediend óók voor het plaatsen van twee vullingen, terwijl hij niet met zekerheid weet of die vullingen zijn geplaatst. Nu de tandarts geen zekerheid kan geven of die vullingen door hem zijn geplaatst, had hij de declaratie niet mogen indienen voor het plaatsen van de vullingen. Het gevolg van de onterechte declaratie waren voor klaagster vervelend: haar verzekeringstegoed bevatte geen ruimte meer waardoor zij genoodzaakt werd de rekening van een andere tandarts zelf te betalen.
3.3 Het college ziet echter dat de tandarts van meet af aan heeft aangeboden het ten onrechte gedeclareerde bedrag terug te willen storten naar de verzekeraar van klaagster, alsook over te willen gaan tot het vergoeden van de door haar gemaakte kosten omdat zij geen verzekeringstegoed meer had door zijn onterechte declaratie. Het college is gelet op het dossier van oordeel dat het hier gaat om een vergissing van de tandarts die hij heeft willen goedmaken. Dat de tandarts op 5 augustus 2025 het door hem te veel gedeclareerde heeft teruggestort aan de verzekeraar, is daarvan de bevestiging. Dat dit bedrag eerder niet aan een andere praktijk is overgemaakt of aan klaagster zelf, zoals klaagster de tandarts verzocht, is goed te volgen nu dit geld dient te worden te worden overgemaakt aan de verzekeraar.
3.4 Er is gelet op het voorgaande naar het oordeel van het college dan ook geen sprake dat de tandarts in dit geval een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van de onterechte declaratie. Dat de tandarts anderszins niet de zorg aan klaagster heeft verleend die van hem verwacht had mogen worden, zoals door klaagster aan het einde van haar klacht is gesteld, is door klaagster niet nader onderbouwd en behoeft geen verdere bespreking.
Slotsom
3.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 30 december 2025 door I.K. Spros, voorzitter, W.S.
van Oostveen-Kouwenhoven, lid-jurist, B.D. Stibbe, R. Müller en H.W. Luk, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris.