ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8419

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287
Datum uitspraak: 02-12-2025
Datum publicatie: 02-12-2025
Zaaknummer(s): A2025/8419
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klager een feminiserende gelaatsoperatie uitgevoerd. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij de ingreep niet conform de medische professionele standaard heeft verricht, de ingreep niet conform de wensen van klager heeft uitgevoerd en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de uitvoering en de mogelijke risico’s en complicaties. De klachtonderdelen over de informatieplicht en het verkrijgen van toestemming voor de ingreep zijn deels gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

A2025/8419
Beslissing van 2 december 2025


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 2 december 2025 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klager,

tegen

C,
kaakchirurg,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de kaakchirurg,
gemachtigde: mr. E, werkzaam in D.

1. De zaak in het kort
1.1 De kaakchirurg heeft op 15 september 2020 bij klager een operatie uitgevoerd om zijn gezicht te vervrouwelijken (feminiserende gelaatsoperatie). Klager was op dat moment in transitie van man naar vrouw. Inmiddels is deze transitie weer ongedaan gemaakt. Klager verwijt de kaakchirurg in de kern dat zij de ingreep niet conform de medische professionele standaard heeft verricht, de ingreep niet conform zijn wensen heeft uitgevoerd en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de wijze waarop de ingreep zou worden uitgevoerd en de mogelijke risico’s en complicaties.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is daar waar het gaat om de op de kaakchirurg rustende (verzwaarde) informatieplicht en het verkrijgen van toestemming (‘informed consent’). Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 april 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 18 juli 2025;
- een digitaal bestand behorend bij het verweerschrift, ontvangen op 24 juli 2025.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 21 oktober 2025. De partijen zijn verschenen. De kaakchirurg werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

3. De feiten
3.1 Op 29 oktober 2019 bezocht klager de kaakchirurg op haar spreekuur in verband met zijn wens om een feminiserende gelaatsoperatie (facial feminization surgery, afgekort ‘FFS’) te ondergaan. Klager was destijds onder behandeling van het F van het G en de kaakchirurg is daar werkzaam.

3.2 Tijdens dit consult heeft klager aan de kaakchirurg toegelicht wat hij graag aan zijn gezicht veranderd zou willen zien. Hij wilde een adamsappelverkleining en een wenkbrauwbotverkleining (brow bow reduction). De kaakchirurg heeft klager lichamelijk onderzocht en (mede aan de hand van een PowerPointpresentatie) uitleg gegeven over de behandelmogelijkheden, de mogelijke risico’s en complicaties. Op basis van het gesprek met klager en het lichamelijk onderzoek heeft de kaakchirurg het volgende behandelplan voorgesteld: een voorhoofdscorrectie (cranioplastiek) met haarlijncorrectie en wenkbrauwlift, een neuscorrectie (rhinoplastiek) en een adamsappelreductie. Klager heeft tijdens dit consult met dit behandelplan ingestemd.

3.3 Over het consult heeft de kaakchirurg – voor zover relevant – het volgende in het dossier genoteerd:


A: patiente vindt en merkt door reacties van derden dat ze niet passabel genoeg is, heeft reeds een intake gehad voor ffs in H bij dokter I, wil toch graag hier een consult Meeste genderdysforie voor voorhoofd en diep liggende ogen, en neus wil graag een rechte neus geen wipneus , en adamsappel.
[…]
Plan:
1 cranioplastiek met haarlijn correctie en wenkbrauwlift
2 ffs rhinoplastiek
2 adamsappelreductie

3.4 Over de bespreking van de mogelijke risico’s en complicaties van de ingrepen heeft de kaakchirurg in het dossier genoteerd:


Cranioplastiek met haarlijncorrectie en wenkbrauwlift:
Risico’s van de behandeling werden besproken, zoals nabloeding, infectie, zwelling, hematoom, asymmetrie, (tijdelijke) sensibiliteitsstoornis van de n. supraorbitalis,
hypesthesie ter plaatse van het litteken, tijdelijke haaruitval, tijdelijk verminderd zicht door fotofobie en tijdelijke diplopie door zwelling. Patiënt(e) heeft informatie begrepen en gaat akkoord met het behandelplan en de risico’s zoals beschreven.
Rhinoplastiek:
Risico’s van de behandeling werden besproken, zoals nabloeding, infectie, zwelling, hematoom, asymmetrie, hypesthesie van de neuspunt en mogelijk revisie operatie. Tevens is besproken dat uit moet worden gegaan van verbetering en niet van perfectie. Patiënt(e) heeft informatie begrepen en gaat akkoord met het behandelplan en de risico’s zoals beschreven.
Adamsappelcorrectie:
Risico’s van de behandeling werden besproken, zoals nabloeding, infectie, zwelling, hematoom, asymmetrie litteken en (tijdelijke) sensibiliteitsstoornis tpv het litteken, en (tijdelijke) stemklachten. Patiënt(e) heeft informatie begrepen en gaat akkoord met het behandelplan en de risico’s zoals beschreven.

3.5 Klager is vervolgens op de wachtlijst komen te staan voor de ingreep. Op 10 juni 2020 hebben de kaakchirurg en klager telefonisch contact gehad over een vraag van klager over de bestaande wachtlijst. De kaakchirurg heeft klager toen laten weten dat hij mogelijk aan het eind van het jaar geopereerd zou kunnen worden.

3.6 Toen bleek dat al eerder een plek vrij kwam om klager te opereren, heeft de kaakchirurg op 8 september 2020 wederom telefonisch contact met klager opgenomen. In dit gesprek heeft zij klager laten weten dat hij mogelijk al enkele dagen later, op 15 september 2020 geopereerd kon worden. Over dit gesprek heeft de kaakchirurg in het dossier genoteerd:


tc ffs goed gekeurd mogelijk ok datum 15 sept
1 cranioplastiek met haarlijn correctie en wenkbrauwlift
2 ffs rhinoplastiek
2 adamsappelreductie
Patiente denkt na en komt hierop terug

3.7 Een dag later, op 9 september 2020, heeft klager telefonisch laten weten dat hij akkoord ging met het behandelplan en de operatiedatum van 15 september 2020.

3.8 Op 15 september 2020 vond de ingreep plaats. De ingreep verliep ongecompliceerd en klager kon een dag later met ontslag naar huis.

3.9 Op 25 september 2020, 20 november 2020 en 26 februari 2021 vonden postoperatieve controleafspraken plaats bij de kaakchirurg. Daarbij is klager na het melden van neuspassageklachten door de kaakchirurg gewezen op de mogelijkheid van een revisieoperatie indien deze klachten blijvend zouden zijn. Verder heeft de kaakchirurg klager verwezen naar de KNO-arts om zijn stembereik te beoordelen, aangezien klager merkte dat zijn stembereik minder is sinds de operatie.

3.10 Op 25 mei 2021 heeft klager hiervoor een consult gehad bij de KNO-arts. Deze constateerde dat de linkerstemband asymmetrisch was benadeeld ten opzichte van de rechterstemband, met ogenschijnlijk ook een verlittekening onder de vrije rand. De KNO-arts concludeerde dat de stemverandering een complicatie betrof van de adamsappelcorrectie en besloot om verder herstel af te wachten en na vier maanden opnieuw een stembeoordeling te verrichten.

3.11 Op 2 juli 2021 had klager een vierde controleafspraak bij de kaakchirurg. Tijdens deze afspraak vertelde klager dat hij zijn transitie terug wenste te draaien en was gestopt met het slikken van hormonen. De kaakchirurg heeft toen voorgesteld eerst af te wachten wat het effect was van het stoppen van de hormoonbehandeling en heeft voor enkele maanden later een vervolgconsult ingepland.

3.12 Op 17 september 2021 vond het vervolgconsult plaats. In dit gesprek liet klager weten dat hij spijt had van zijn transitietraject en dat hij het vertrouwen in het G/J had verloren omdat men niet ontdekt had dat hij geen transgender is. Hij uitte verder zijn ontevredenheid over de grootte van zijn neus, het verwijderen van de ‘hump’ en de na de ingreep ontstane neuspassageklachten. Hij vond dat de kaakchirurg niet goed naar zijn wensen voor de neuscorrectie had geluisterd en dat de neuscorrectie niet goed was uitgevoerd. Klager wenste een revisieoperatie van zijn neus, maar wilde deze niet door de kaakchirurg of een andere arts van het G/J laten uitvoeren. Hij liet daarbij weten geen vertrouwen meer te hebben in de kaakchirurg en (het genderteam van) het G/J en wenste van het ziekentehuis een vergoeding te krijgen om de revisieoperatie uit te laten voeren.

3.13 Op 30 mei 2022 heeft klager het G aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van de feminiserende gelaatsoperatie. Het G heeft aansprakelijkheid afgewezen, waarna klager in een civiele procedure bij de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht heeft aangevraagd. De rechtbank heeft dit voorlopig deskundigenbericht bevolen en bij beschikking van 4 juli 2024 mond-, kaak-, en aangezichtschirurg dr. K tot deskundige benoemd.

3.14 Dr. K heeft op 15 februari 2025 een (definitieve) rapportage uitgebracht, waarin hij heeft geoordeeld dat de kaakchirurg heeft gehandeld volgens de op dat moment geldende medische professionele standaard.

3.15 Enkele maanden later heeft klager deze tuchtklacht tegen de kaakchirurg ingediend.

4. De klacht en de reactie van de kaakchirurg

4.1 Klager verwijt de kaakchirurg dat zij:
a) de wensen van klager heeft genegeerd dan wel onvoldoende met deze wensen rekening heeft gehouden;
b) de operatie op een andere wijze heeft uitgevoerd dan wat van tevoren met klager is besproken en waarvoor klager toestemming heeft gegeven;
c) onjuiste en/of onvoldoende informatie heeft verstrekt over de risico’s op complicaties;
d) de neus van klager overmatig heeft gereduceerd, waardoor ademhalingsproblemen zijn ontstaan, dan wel deze ingreep niet volgens de medisch professionele standaard heeft uitgevoerd; en
e) de mate van reductie/verandering en de mogelijkheden die hiervoor bestaan ten onrechte niet met klager heeft besproken.

4.2 De kaakchirurg heeft het college verzocht de klacht op alle onderdelen ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de kaakchirurg de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende kaakchirurg. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdelen a), b), c) en e) informed consent
5.2 Klachtonderdelen a, b, c en e worden gezamenlijk besproken, omdat zij allen zien op de informatieverstrekking over de ingreep en de hierop volgende door klager al of niet gegeven toestemming voor de ingreep. De klachtonderdelen komen samengenomen neer op de vraag in hoeverre de patiënt ‘informed consent’ heeft gegeven voor de behandeling en er sprake is geweest van ‘shared decision making’.

5.3 Het uitgangspunt is dat een patiënt toestemming geeft voor een (geneeskundige) behandeling (artikel 7:450 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Voordat een hulpverlener toestemming vraagt, moet hij de patiënt eerst informeren over een voorgestelde behandeling (artikel 7:448 leden 1 tot en met 3 BW). Duidelijk moet zijn wat de aard en het doel zijn van de behandeling, wat de diagnose en prognose zijn voor de patiënt, welke risico’s aan de behandeling verbonden zijn, welke complicaties er kunnen optreden en welke alternatieven er mogelijk zijn. Daarbij dient de hulpverlener zich tijdens het overleg op de hoogte te stellen van de situatie en behoeften van de patiënt en de patiënt uit te nodigen om vragen te stellen. Op basis van dit gezamenlijk overleg en de door de arts verstrekte informatie kan een patiënt een weloverwegen besluit nemen. Ten opzichte van deze informatieplicht geldt volgens vaste tuchtrechtspraak voor esthetische/cosmetische behandelingen bovendien een verzwaarde informatieplicht, omdat het hierbij gaat om een behandeling die niet medisch noodzakelijk is en het dus duidelijk moet zijn dat de patiënt de behandeling ook echt wil. Een feminiserende gelaatsoperatie, zoals in deze zaak aan de orde, kan hieraan gelijk worden gesteld. Welke extra eisen aan deze verzwaarde informatieplicht gesteld moeten worden hangt af van de omstandigheden van het geval.

5.4 Het college is van oordeel dat de kaakchirurg in dit geval niet volledig aan deze verzwaarde informatieplicht heeft voldaan. Het college zal dit hierna toelichten, waarin alle klachtonderdelen besproken zullen worden.

5.5 Voorafgaand aan de ingreep van 15 september 2020 heeft er op 29 oktober 2019 één consult plaatsgevonden waarin de kaakchirurg met klager heeft gesproken over de door hem gewenste feminiserende gelaatsoperatie. Door de kaakchirurg wordt niet bestreden dat klager in eerste instantie alleen de wens had voor een adamsappelverkleining en een wenkbrauwbotverkleining. Tijdens het consult van 29 oktober 2019 heeft de kaakchirurg klager de mogelijkheid voorgehouden om ook tot een feminiserende neuscorrectie over te gaan. In welke bewoordingen de kaakchirurg deze mogelijkheid heeft toegelicht, is voor het college niet na te gaan, omdat dit niet in het dossier is beschreven. De kaakchirurg stelt dat zij klager louter heeft voorgelicht over de mogelijkheid van een neuscorrectie en dat klager een eigen keuze had om hier wel of niet voor te kiezen, terwijl klager stelt dat hij door de kaakchirurg is overgehaald tot de neuscorrectie omdat het ‘moest’ en ‘niet anders kon’. Klager en de kaakchirurg hebben hier dus ieder een andere lezing van de feiten, zodat het college de feitelijke gang van zaken niet kan vaststellen. Dit betekent ook dat niet kan worden vastgesteld dat de kaakchirurg op dit punt tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

5.6 Dat klager toestemming heeft gegeven voor de neuscorrectie, staat tussen partijen voorts niet ter discussie. De vraag is wel voor wat voor soort neuscorrectie toestemming is gegeven. Klager stelt dat hij zo min mogelijk aan zijn neus wilde laten doen en met name het liefst de kromming in zijn neusprofiel wilde behouden. De kaakchirurg stelt hiertegenover dat klager een rechte neus wilde en voor het overige geen wensen had geuit ten aanzien van de vorm van de neus. Zij stelt verder dat zij aan de hand van de PowerPointpresentatie heeft toegelicht op welke wijze een neuscorrectie stap voor stap wordt uitgevoerd en dat er ook fysieke folders met informatie hierover beschikbaar waren. Ter zitting heeft klager gezegd dat hij geen fysieke folder heeft gekregen en dat in het dossier niets is opgenomen over de foto’s die hij had laten zien van het door hem gewenste resultaat. Het college stelt vast dat in het dossier alleen opgenomen is dat klager een rechte neus wenste en er niets vermeld is over welke informatie de kaakchirurg heeft verstrekt over een eventuele neuscorrectie en de wijze waarop deze ingreep zou plaatsvinden. Ook hier hebben klager en de kaakchirurg ieder een andere lezing van de feiten en kan het college niet vaststellen wat er precies tussen klager en de kaakchirurg is besproken over de wijze waarop de ingreep zou worden uitgevoerd en in hoeverre daarbij rekening kon worden gehouden met de precieze wensen van klager ten aanzien van zijn neus. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de kaakchirurg op dit punt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre zijn klachtonderdelen a), b) en e) ongegrond.

5.7 Wat wel vaststaat is dat klager voorafgaand aan het consult van 29 oktober 2019 niet voornemens was om iets aan zijn neus te laten doen. Dit blijkt uit de door klager tijdens dit consult aan de kaakchirurg overgelegde (door hem zelf) bewerkte foto’s, waarop zijn wensen te zien waren. Op de bewerkte foto’s was geen neuscorrectie te zien. Wat ook vaststaat is dat klager tijdens dit consult van mening is veranderd en heeft ingestemd met een neuscorrectie als onderdeel van de feminiserende gelaatsoperatie. Over deze veranderde mening, en welke overwegingen hierbij een rol hebben gespeeld, is in het dossier niets terug te vinden. Vervolgens is klager op de wachtlijst geplaatst en is er – behoudens een kort telefoontje over de wachttijd – bijna een jaar geen contact meer geweest tussen klager en de kaakchirurg. Toen bleek dat er op 15 september 2020 een plek voor klager vrijkwam om geopereerd te worden, heeft de kaakchirurg klager op 8 september kort gebeld met de vraag of hij deze plek zou willen innemen. Dit zonder klager nogmaals te hebben gezien om met hem over de ingeplande ingreep en zijn wensen en verwachtingen in dit kader te hebben gesproken en zonder dat zij hem schriftelijke informatie had verstrekt over de geplande ingreep. Het college is van oordeel dat de hiervoor genoemde verzwaarde informatieplicht in dit geval meebracht dat de kaakchirurg een dergelijk gesprek wél met klager had moeten voeren, zeker nu er bijna een jaar was verstreken sinds het consult van 29 oktober 2019 en het een niet-medisch noodzakelijke, planbare ingreep betrof. De kaakchirurg had zich er bovendien bewust van moeten zijn dat klager gelet op zijn genderdysforie behoorde tot een kwetsbare patiëntendoelgroep, voor wie veranderingen in het gelaat een bijzonder emotionele en psychosociale betekenis kunnen hebben. Zeker in dat licht acht het college in deze zaak het voeren van slechts één gesprek over een feminiserende gelaatsoperatie zonder dat er schriftelijke informatie is verstrekt over de voorgenomen ingreep (bijv. in de vorm van een patiëntenfolder) onvoldoende. Hoewel het college er begrip voor heeft dat het fysiek zien van patiënten in de coronaperiode zoals destijds aan de orde zeer lastig of niet mogelijk was, bestonden er voor de kaakchirurg voldoende alternatieven om klager toch te spreken, zoals een videobelverbinding, waarvan ook destijds al regelmatig door ziekenhuizen gebruik werd gemaakt. Desondanks heeft er geen tweede inhoudelijk gesprek met klager plaatsgevonden, waardoor de kaakchirurg niet nogmaals met klager heeft gesproken over (de haalbaarheid van) klagers wensen en verwachtingen en niet heeft gecontroleerd of klager nog steeds instemde met de precieze ingreep zoals een jaar eerder was besproken. Dit valt de kaakchirurg tuchtrechtelijk aan te rekenen. Het college verklaart klachtonderdelen a, b en e in zoverre gegrond.

5.8 Voor specifiek de informatieverstrekking over de risico’s op complicaties bij de feminiserende gelaatsoperatie (klachtonderdeel c) geldt dat het college – anders dan klager – van oordeel is dat de kaakchirurg klager tijdens het eerste consult van 29 oktober 2019 voldoende heeft geïnformeerd over de mogelijke risico’s en complicaties van ieder afzonderlijk onderdeel van de ingreep. Blijkens het dossier heeft de kaakchirurg klager over de adamsappelcorrectie laten weten dat er stemklachten kunnen optreden. Dit is in het dossier vermeld als “(tijdelijke) stemklachten”. Ook heeft de kaakchirurg klager geïnformeerd dat er een verminderd gevoel in delen van het gezicht kan optreden als complicatie ten aanzien van de adamsappelcorrectie (“hypesthesie”). Tot slot heeft de kaakchirurg klager er ook op gewezen dat in het geval van een neuscorrectie mogelijk een revisieoperatie nodig was wanneer de ingreep zou leiden tot onvoldoende esthetisch resultaat of tot functionele klachten, zoals de passageklachten. In het dossier is dit genoteerd als “mogelijk revisie”. De kaakchirurg heeft hierin niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachtonderdeel c) is op dit punt ongegrond.

5.9 Het valt de kaakchirurg echter – om de in overweging 5.7 genoemde redenen – wel aan te rekenen dat zij na het eerste consult van 29 oktober 2019 niet nogmaals met klager heeft gesproken over de mogelijke risico’s en complicaties van de verschillende onderdelen van de ingreep en hier ook geen schriftelijke informatie aan klager over heeft verstrekt. Het had op de weg van de kaakchirurg gelegen om hier voorafgaand aan de geplande ingreep van 15 september 2020 nogmaals het gesprek met klager over aan te gaan om te checken of klager nog steeds op de hoogte was van de risico’s en complicaties en hier nog altijd mee instemde. Door dit na te laten is zij haar (verzwaarde) informatieplicht niet nagekomen en dit acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Om die reden is ook klachtonderdeel c) op dat specifieke punt gegrond.

Klachtonderdeel d) uitvoering van de ingreep
5.10 Klachtonderdeel d) ziet op de vraag of de kaakchirurg de uitgevoerde neuscorrectie als onderdeel van de feminiserende gelaatsoperatie conform de geldende medisch professionele standaard heeft verricht. Klager stelt dat dit niet het geval is en beroept zich hierbij op een second opinion van dr. L van het M in N. Dr. L stelt hierin kort gezegd dat klagers neuspassageklachten zijn veroorzaakt door een overmatige reductie van het kraakbeen en de neusvleugels. De kaakchirurg stelt daarentegen dat zij de ingreep wel op de juiste wijze heeft uitgevoerd. Zij beroept zich hierbij op de rapportage van dr. K, de deskundige die door de Rechtbank D in het voorlopig deskundigenbericht in de civiele procedure is aangewezen. In deze rapportage oordeelt dr. K onder meer dat de ingrepen zijn uitgevoerd volgens de op dat moment geldende professionele standaard en het operatieverslag hiervan duidelijk en compleet is. Meer specifiek blijkt uit zijn rapport dat hij de toegepaste techniek de juiste vindt voor het doel van de neuscorrectie, te weten een feminiserende gelaatsoperatie, en dat er op dit punt ook geen verschillen in opvattingen zijn tussen specialisten op dit gebied. Verder schrijft hij dat hij in het operatieverslag geen aanwijzingen heeft gevonden voor het onjuist uitvoeren van deze techniek.

5.11 Het college is met de deskundige dr. K van oordeel dat de kaakchirurg tijdens de ingreep heeft gehandeld conform de voor haar geldende medisch professionele standaard. De afwijkende visie van klager en van dr. L verhoudt zich met name niet met K onbetwist gebleven verwijzing naar de internationaal gedeelde opvattingen op dit gebied. Kijkend naar
het operatieverslag, de CT-beelden van de neus na correctie en de postoperatieve foto’s, is het college - net als dr. K - van oordeel dat de kaakchirurg de ingreep technisch gezien correct heeft uitgevoerd. Dat het resultaat van de ingreep esthetisch gezien niet conform de wens was van klager is spijtig, maar dit doet niets af aan het feit dat de ingreep op zichzelf technisch juist is uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de bij klager bestaande neuspassageklachten. Om een kleinere neus te realiseren is enige mate van reductie van de neusrug inclusief de zijwanden van het neusskelet (neusvleugels) (bot en/of kraakbeen) nodig. Hoeveel er precies moet worden verwijderd om zowel esthetisch als functioneel het optimale resultaat te bereiken is tijdens operatie (peroperatief) slechts in beperkte mate in te schatten. Om die reden komt het in de praktijk (ook bij zeer ervaren chirurgen) regelmatig voor dat een eerste ingreep niet onmiddellijk leidt tot het esthetische en/of functioneel gewenste resultaat waardoor er een revisieoperatie moet plaatsvinden. Het college is van oordeel dat dit ook in het geval van klager aan de orde is geweest. Hoewel achteraf bezien er bij klager te veel reductie heeft plaatsgevonden aangezien klager na de ingreep neuspassageklachten ervaarde, was dit voor de kaakchirurg peroperatief niet goed in te schatten. Het ontstaan van de neuspassageklachten moet aldus als een complicatie worden gezien van een ingreep die de kaakchirurg conform de geldende medische professionele standaard heeft uitgevoerd. De kaakchirurg heeft hierin volgens het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachtonderdeel d) is daarom ongegrond.

Slotsom
5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdelen a, b, c en e deels gegrond zijn – namelijk voor zover deze zien op ‘shared decision making’ en het verkrijgen van ‘informed consent’ – en dat klachtonderdeel d ongegrond is.

Maatregel
5.13 Nu de klacht deels gegrond is verklaard, staat het college voor de vraag welke maatregel passend is. Het valt de kaakchirurg te verwijten dat zij onvoldoende de tijd en gelegenheid heeft genomen om klager voorafgaand aan de ingreep nogmaals te informeren over de feminiserende gelaatsoperatie en de daarmee gepaard gaande risico’s en complicaties. Ook heeft zij nagelaten om voorafgaand aan de ingreep nogmaals met klager het gesprek aan te gaan over zijn eigen wensen en verwachtingen en zijn toestemming voor de verschillende onderdelen van de ingreep te verifiëren. Dit terwijl klager – gezien zijn genderdysforie – behoort tot een zeer kwetsbare patiëntendoelgroep en er ook bijna een jaar was verstreken sinds het eerste consult waarin de kaakchirurg met klager over de ingreep heeft gesproken. Daarmee is de kaakchirurg haar verplichtingen op het gebied van ‘informed consent’ en ‘shared decision making’ onvoldoende nagekomen. Het gaat hierbij om belangrijke patiëntenrechten. Om die reden acht het college het opleggen van een waarschuwing passend en geboden.

5.14 De kaakchirurg heeft tijdens de zitting laten zien dat zij inmiddels patiënten met genderdysforie (nog) uitgebreider informeert over de verschillende onderdelen van een mogelijke ingreep en daarbij ook schriftelijke informatie verstrekt. Ook heeft zij tijdens de zitting erkend dat het beter zou zijn geweest als zij klager voorafgaand van de ingreep nogmaals zou hebben gezien en/of inhoudelijk zou hebben gesproken. Daarmee heeft de kaakchirurg tijdens de zitting de nodige zelfreflectie laten zien. Het college ziet daarom geen aanleiding voor of meerwaarde in het opleggen van een zwaardere maatregel.

Publicatie
5.15 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets kunnen leren van wat hiervoor is overwogen. Het gaat dan in het bijzonder over de verzwaarde informatieplicht die geldt voor medisch niet-noodzakelijke behandelingen, waaraan een feminiserende gelaatsoperatie zoals in deze zaak aan de orde gelijk kan worden gesteld. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdelen a, b, c en e deels gegrond;
- legt de kaakchirurg de maatregel op van waarschuwing;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact en NT/Dentz (van de KNMT).


Deze beslissing is gegeven door G.F.H. Lycklama à Nijenholt, voorzitter, M.J. Roetert Steenbruggen-Hulshof, lid-jurist, F.S. Kroon, E.M. Baas en R.J. Overmars, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.