ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8226

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284
Datum uitspraak: 28-11-2025
Datum publicatie: 28-11-2025
Zaaknummer(s): A2025/8226
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij een rol heeft gespeeld in het faciliteren van labonderzoeken voor zijn broer tevens ex-echtgenoot, die de testresultaten vervolgens gebruikte in een familierechtelijke procedure. Omdat de resultaten onbruikbaar bleken, liep de procedure vertraging op. Dat zorgde voor stress bij klaagster en haar kinderen. Het college oordeelt dat klaagster niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG kan worden aangemerkt.

A2025/8226
Beslissing van 28 november 2025

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 28 november 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klaagster,

tegen

C,
psychiater,
werkzaam te D,
verweerder, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. H.M. van de Kerke, werkzaam te Amsterdam.

1. De zaak in het kort
1.1 De psychiater bood in 2024 onderdak aan zijn broer, tevens de ex-echtgenoot van klaagster (hierna: de broer van de psychiater) en heeft bloed- en urineonderzoek voor hem aangevraagd vanwege alcohol- en drugsgebruik. Klaagster verwijt de psychiater in de kern dat hij een rol heeft gespeeld in het faciliteren van labonderzoeken voor zijn broer, die de testresultaten vervolgens gebruikte in een familierechtelijke procedure. Omdat de resultaten onbruikbaar bleken, liep de procedure vertraging op. Dat zorgde voor stress bij klaagster en haar kinderen. De psychiater heeft het college verzocht klaagster niet-ontvankelijk te verklaren.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in haar klacht. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 28 februari 2025;
- de e-mail van 9 april 2025 van klaagster met bijlagen;
- de e-mail van 15 april 2025 van klaagster met bijlage;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de repliek;
- de dupliek met bijlagen.


2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak heeft beoordeeld op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1 De broer van de psychiater is gehuwd geweest met klaagster. Zij woonden
in E. Vanaf januari 2024 heeft de psychiater zijn broer, die met drugs- en alcoholproblematiek kampte, onderdak geboden.

3.2 De psychiater heeft bloed- en urineonderzoek voor zijn broer aangevraagd en daarbij zijn eigen woonadres opgegeven als woonadres van zijn broer. De testresultaten werden vervolgens door de broer van de psychiater gebruikt in de echtscheidingsprocedure met klaagster. Meermaals bleek sprake van onbruikbare testresultaten, wat de procedure vertraagde.

4. De klacht en het standpunt van de klaagster
4.1 Klaagster verwijt de psychiater kort gezegd dat hij:
a) bij het aanvragen van drugs- en alcoholtesten voor zijn broer zijn eigen woonadres heeft opgegeven in plaats van het wettelijke adres van zijn broer en als praktijkadres het adres van zijn praktijk terwijl deze op dat moment permanent gesloten zou zijn;
b) zich niet aan KNMG-gedragscode regel 4 (over professionele grenzen) heeft gehouden, waarbij in de uitleg wordt vermeld dat je in principe niet jezelf of vrienden en familieleden behandelt;
c) de vraag van de F rechtbank om de alcohol- en drugstest door een onafhankelijk persoon te laten aanvragen/uitvoeren heeft genegeerd;
d) niet de gevraagde testresultaten (haar- en/of bloedanalyses) aan de F rechtbank heeft geleverd;
e) onvoldoende frequent en geen relevante testresultaten heeft geleverd;
f) met het voorgaande klaagster en haar kinderen onnodige stress heeft gegeven.

5. Het standpunt van de verweerder
5.1 De psychiater heeft het college verzocht klaagster niet-ontvankelijk te verklaren en de klacht dus niet inhoudelijk te behandelen, onder meer omdat zij niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk zal beoordelen, heeft de psychiater het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.


6. De overwegingen van het college
6.1 Het college stelt voorop dat het zich realiseert dat klaagster en haar kinderen de afgelopen jaren veel stress hebben ervaren door de situatie met de broer van de psychiater. Het college heeft daar oog voor, maar in de onderhavige zaak dient het college desalniettemin primair te beoordelen of klaagster ontvankelijk is in haar klacht.

Eerste tuchtnorm

6.2 Ten eerste moet worden beoordeeld of er sprake is van een behandelrelatie en daarmee van toepasselijkheid van de zogenoemde eerste tuchtnorm. De eerste tuchtnorm staat omschreven in artikel 47 lid 1 onder a van de Wet op de beroepen van de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Het is duidelijk dat klaagster geen behandelrelatie heeft met de psychiater, zodat deze norm niet van toepassing is.

Tweede tuchtnorm

6.3 De zogenoemde tweede tuchtnorm, neergelegd in artikel 47 lid 1, aanhef en onder b, van de Wet BIG, houdt in dat een BIG-geregistreerde zorgverlener ook aan tuchtrecht is onderworpen ter zake van ander handelen of nalaten in strijd met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Een klacht daarover kan – volgens artikel 65 lid 1 aanhef en onder a van de Wet BIG – worden ingediend door een rechtstreeks belanghebbende.

6.4 In dat kader moet beoordeeld worden of er aan de zijde van klaagster sprake is van een rechtstreeks belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Deze eis vloeit voort uit de aard en strekking van de Wet BIG die beoogt de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg te bewaken. In dit geval is niet gebleken dat sprake is van een belang dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg. Dat, zoals klaagster stelt, de familierechtelijke procedure vanwege onbruikbare testuitslagen van het door de psychiater (voor zijn broer) aangevraagde bloed- en urineonderzoek vertraging heeft opgelopen en dat zij en haar kinderen daarvan stress hebben ondervonden, vormt niet een dergelijk belang. Ook anderszins is niet van een dergelijk belang gebleken. Het feit dat klaagster ten tijde van de eerste testen nog gehuwd was met de broer van de psychiater maakt het voorgaande niet anders.

6.5 Dat betekent dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht dus niet inhoudelijk kan worden behandeld.

6.6 Klaagster kan niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG worden aangemerkt en zij is daarom niet-ontvankelijk in haar klacht. Het college zal de klacht daarom niet verder inhoudelijk bespreken.

7. De beslissing
Het college verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht.


Deze beslissing is gegeven op 28 november 2025 door P.M. de Keuning, voorzitter, L.J. Knap, lid-jurist, C.M. Sonnenberg, P.D. Meesters en A.C.M. Kleinsman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door J. Wackers, secretaris.