ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8203

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283
Datum uitspraak: 28-11-2025
Datum publicatie: 28-11-2025
Zaaknummer(s): A2025/8203
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater in de kern dat de behandeling kwalitatief onvoldoende was, dat hij haar aan haar lot heeft overgelaten en de ernst van haar klachten heeft onderschat. De psychiater stelt dat op sommige punten ruimte voor enige verbetering was, maar dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het college overweegt dat klaagster zowel arts als patiënt was en dat die dubbele rol ingewikkeld kan zijn. Ook bij gezamenlijke besluitvorming had de psychiater zich er bewust van moeten zijn dat de ziekte van klaagster haar beoordelingsvermogen kon beïnvloeden. Dat betekent dat de psychiater er niet zonder meer en niet gedurende een lange periode vanuit kon gaan dat het goed met klaagster ging, zonder haar te zien. Ook in verband met de voorgeschreven medicatie was het nodig om klaagster regelmatig te zien. Klachtonderdelen a en b zijn gegrond. Dat de psychiater vanwege ontstane klachten na het gebruik van medicatie aan een neurologische oorzaak voor de klachten had moeten denken en klaagster eerder dan eind 2020 had moeten verwijzen, kan het college niet vaststellen. Klachtonderdeel c is ongegrond. Klachtonderdeel d, gebrek aan professionaliteit, is deels gegrond voor zoverre het verwijt is dat er te weinig regie en sturing vanuit de psychiater was en dat de psychiater niets heeft gedaan met noodkreten van familie en vrienden van klaagster. Volgt een berisping.

A2025/8203
Beslissing van 28 november 2025


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 28 november 2025 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klaagster,
gemachtigde: dr. C,

tegen

D,
psychiater,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is een arts met een blanco psychiatrische voorgeschiedenis, die vanaf 2018 psychische en lichamelijke klachten ontwikkelde. Klaagster is vanaf 2020 in behandeling geweest bij de psychiater. Klaagster verwijt de psychiater in de kern dat de behandeling kwalitatief onvoldoende was, dat hij haar aan haar lot heeft overgelaten en de ernst van haar klachten heeft onderschat. De psychiater heeft de klacht betwist. Hij stelt dat op sommige punten ruimte voor enige verbetering was, maar dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt.

1.2 Het college is van oordeel dat de klacht deels gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 25 februari 2025;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het medisch dossier van klaagster, ontvangen op 2 oktober 2025.

2.2 Partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 17 oktober 2025. Partijen zijn verschenen. Klaagster werd bijgestaan door dr. C, haar behandelend psychiater. Verweerder werd bijgestaan door mr. De Jong, voornoemd. Partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

3. De feiten
3.1 Klaagster kreeg in augustus 2018 op 31-jarige leeftijd last van onder meer klachten als ernstige hoofdpijn en braken. Als mogelijke diagnose werd aan virale meningitis gedacht, waarvoor een afwachtend beleid werd gekozen.

3.2 Klaagster was sindsdien voor langere tijd (deels tot volledig) arbeidsongeschikt en kampte met diverse psychische en lichamelijke klachten. Voordien werkte zij als arts.

3.3 In 2019 is klaagster gedurende zeven weken klinisch behandeld. In de aan de huisarts gerichte brief van 6 juni 2019 van de kliniek waar zij is behandeld is onder meer vermeld (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):


Betreft: bericht na einde behandeling. (…)
Conclusie
In diagnostische zin kan gesteld worden dat de depressieve klachten in remissie zijn. De stemming van cliente is verbeterd. (…)
DSM-5 classificatie bij einde ambulante fase
(…) Somatisch-symptoomstoornis (primair)
(…) Uitval op werk
(…) Relatie moeder
(…) Depressieve stoornis: eenmalige episode – in remissie
(…) Andere gespecificeerde angststoornis Gemengd beeld: paniekklachten, piekeren, angst voor lichamelijke klachten, angst voor afkeuring
(…) Stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum: matig, ernstig Zolpidem. (…)

3.4 Begin 2020 is klaagster door haar huisarts voor behandeling verwezen naar verweerder, die als psychiater en coach/consulent werkzaam is in zijn eigen (vrijgevestigde) praktijk. Daarnaast was klaagster sinds begin 2020 in behandeling bij onder meer een psycholoog van een praktijk voor psychotherapie (hierna: de psycholoog).

3.5 Omdat de psychiater niet direct plek had voor behandeling van
klaagster, is er tussen partijen eerst per e-mail contact geweest over medicatie. In een
e-mail van 25 januari 2020 van klaagster aan de psychiater is onder meer vermeld:


Hoi […], Ik reageer nog een keertje. Ik wil echt graag starten met iets en misschien kan dat pragmatisch in een lage dosering. Ik weet dat we elkaar nog niet gesproken hebben maar zal even mn klachten samenvatten en volgens mij kan t dan geen kwaad.. ik ben in nood.
Sinds 2013 roofbouw
Juni 2017 op uitputting gebaseerde depressie (geen hulp)
Aug 2018 uitval op werk acuut, toename klachten met name angst
Maart 2019 7 wk opname (…) met goed effect, helemaal geen klachten meer
Juli 2019 relatie uit
Sept 2019 weer start met werk met veel moeite
Sindsdien vicieuze cirkel die ik met psycholoog en psychotherapeut niet doorbroken krijg en nu zelfs erger worden. Ben soms bang dat m’n lichaam er helemaal mee ophoudt. Klachten: harde fluit oor links, harde piep in hele hoofd, slapeloosheid, hoge volgfrequentie hele dag door, voel mn lichaam niet, druk hoofd, vermoeidheid, emotioneel labiel, uitputting, om de dag de hele dag spanningsklachten (zweten diarree, tintelingen armen benen). Dit alles wordt door angst voor terugval (waar ik voortdurend inzit geloof ik) in stand gehouden. Ik blijf maar strijden en probeer positief te blijven, maar t lukt me niet meer. (…) Heb verder nog nooit medicijnen gehad hiervoor. Ik dacht zelf aan opstarten paroxetine of venlafaxine. Hoop dat je me kan helpen. (…)


3.6 Op 25 februari 2020 vond de eerste fysieke afspraak bij de psychiater plaats (intake). Het behandelcontact daarna vond tot 14 april 2021 uitsluitend telefonisch, per sms, whatsapp of e-mail plaats.

3.7 In het medisch dossier van klaagster is over de intake onder meer vermeld:


Verslag
Pte gezien, heeft zich heel erg lang overvraagt en performance gedaan en is uitgeput, nu iets aan beterende hand, verder anamnese af te maken en dan terug te geven, vraagstelling is medicatie of niet. is ook in behandleing bij psychologe,
beleid:
-zie haar volgende week
-anamnese afmaken, psychoed
-primaire diagnose van psycholoog
-mogelijk airdip op termijn.
-verwijsbrief binnen?
-gebruikt ook nog mirtazapine 3,75 mg

3.8 In een brief aan de huisarts van klaagster van 5 april 2020 schreef de psychiater onder meer het volgende:


Uw patiënte (…) is vanaf 25-02-2020 bij ondergetekende in behandeling voor diagnostiek en vervolgbehandeling. Beschrijvende diagnose na intake, 05-03-2020:Patiënte is verwezen voor diagnostiek en behandeling van ernstige somberheidsklachten, angstklachten en cognitieve problematiek. Patiënte heeft last van ernstige concentratieproblematiek, chaos in het hoofd, paniekgevoelens, vermoeidheid, een grote mate van somberheid, langere tijd en fluctueren in ernst. (…) Patiente zit al langere tijd in de ziektewet. Zij is momenteel zeer beperkt belastbaar. Diagnostisch is er een ernstige depressieve stoornis, zonder psychotische kenmerken en paniekstoornis. (…). Beleid: Er heeft uitgebreide psychoeducatie plaatsgevonden, betreffende de depressieve stoornis, angststoornis, symptomatologie, en haar huidige toestand. Gezonde copingsmechanismen zijn besproken en zullen verder worden geïmplementeerd. Tevens is medicamenteuze behandeling besproken met een antidepressivum, werking en bijwerkingen. Patiënte is per 12-03-2020 gestart met sertraline. Momenteel 50 mg, 1dd 1. De dosering zal worden geoptimaliseerd. Er zullen follow-up, inzichtgevende en structurerende gesprekken plaatsvinden. (…)

3.9 Klaagster heeft op 6 april 2020 een WIA-uitkering (inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten) aangevraagd. In de informatie die de psychiater in verband daarmee (op 10 augustus 2020) aan het UWV heeft verstrekt is over klaagster onder meer vermeld: “momenteel ernstig geïnvalideerd”.

3.10 Klaagster heeft van 17 maart 2020 tot 6 juni 2020 sertraline gebruikt (tot 100 mg per dag). Daarnaast heeft zij tot 19 april 2020 gedurende enkele dagen oxazepam en temazepam gebruikt. Van eind april 2020 tot 20 juni 2020 is een antipsychoticum (quetiapine) gebruikt. De medicatie is telkens in overleg met de psychiater gestart en deels in overleg met de psychiater en deels zonder overleg beëindigd.

3.11 Op 19 april 2020 schreef klaagster per e-mail aan de psychiater onder meer:


[…], sorry. Nog 1 keer contact: gaat niet goed, gister 3dd10 oxa genomen, hele dag al flinke hoofdpijn. Dit na 3 uur slaap van do op vrij. Vrijdag erg overprikkeld. Die hoofdpijn heb ik sinds vorige week. Dacht gister al: krijg ik die hoofdpijn niet van de oxazepam? Laatste om 9 uur toch genomen, wist t niet zeker. Binnen 10 minuten had ik door dat dit de genadeslag was: barstende hoofdpijn, echt hele harde piep. Werd eerste 3 uur erger zwakte toen af. Aangehouden tot nu. Heb geen minuut geslapen. Nu vooral nog hele harde tinnitus, duizelig en beetje zwevend tintelend gevoel in armen en benen. Kan niet slapen. Alleen met ogen dicht liggen. Is dit nog overdosering?? Ben bang dat ik weer niet ga slapen met deze tinnitus. Het is echt te veel voor me even.”

3.12 Op 27 april 2020 schreef klaagster per e-mail aan de psychiater onder meer:


Combi is top voor mij idd. Prima gegaan, geen bijzonderheden gemerkt. (…) Van 50 mg (nu 5 wk) merk ik niks behalve rustig stresssysteem(wat heel fijn is natuurlijk). (…) Qua overprikkeling: kan eigenlijk niks behalve met m’n ogen dicht liggen.. m’n brein heeft t erg zwaar.”

3.13 Op 27 mei 2020 stuurden de ouders van klaagster zonder haar medeweten een
e-mail aan de psychiater waarin zij onder meer het volgende hebben gemeld:


(…) Graag vragen wij uw aandacht voor het volgende. Als ouders van […] maken wij ons grote zorgen om haar welzijn en gezondheid. Na 2 jaar ziet ze geen verbetering ondanks het grote vertrouwen dat ze in u heeft. (…) Elk verhaal heeft twee kanten, ook dat van […]. Zij heeft haar eigen ideeën over haar welzijn en hoe daarmee om te gaan (zelf de regie houden) en dat zal voor u ook niet altijd makkelijk zijn om daarmee om te gaan. We zouden graag uw kijk op […] en haar ziektebeeld vernemen en wat de prognoses zijn. We voelen ons enorm machteloos, zien […] afglijden (…). Als er toestemming van […] nodig is om het over haar te hebben kunt u of kunnen wij dat vanzelfsprekend vragen; zij weet nu nog niet dat wij contact met u zoeken. (…)

3.14 Nadat de medicatie was afgebouwd, werd klaagster bij wijze van “thuisopname” gedurende een periode van zeven dagen tweemaal daags gebeld door de psycholoog.

3.15 In een e-mail van een vriendin van klaagster van 12 oktober 2020 aan de psychiater is onder meer vermeld:


(…) Samen met 7 andere vrienden (inclusief haar broer en zus) proberen we […] zoveel mogelijk bij te staan en hebben we ook lange tijd eten gebracht etc. (…) We vinden het ontzettend moeilijk om te zien dat het zo’n lange lijdensweg is. Het gaat zeker vooruit, maar met mini-stapjes en het blijft zo zwaar voor […]. Hoe kunnen we haar het best als vrienden ondersteunen? (…)


3.16 Nadat klaagster medio november 2020 haar ontevredenheid over de behandeling tegen de psychiater uitte, is klaagster in overleg met de psychiater voor een second opinion verwezen naar een andere psychiater (tevens farmacoloog) en een neuroloog. Hun bevindingen leverden geen duidelijke verklaring op voor de aanhoudende klachten van klaagster.

3.17 Vanaf januari 2021 heeft klaagster gedurende vier maanden een revalidatiebehandeling gevolgd in een revalidatiecentrum.

3.18 In de brief van de onder 3.16 genoemde psychiater/farmacoloog van 3 maart 2021 is onder meer vermeld:


Psychiatrisch onderzoek
(…) Gedetailleerde en wanhopige klachtenpresentatie. Discrepantie tussen beschreven klachten en klinische presentatie. (…)
Overwegingen
Patiënte werd verwezen in verband met verschillende (centraal zenuwstelsel-gerelateerde) lichamelijke klachten, waarbij de vraagstelling is of het starten of staken van eerder gebruikte psychofarmaca gerelateerd zou kunnen zijn daaraan
Alles overziend kunnen de beschreven symptomen niet worden verklaard door een persisterend geneesmiddeleneffect dan wel onttrekking: (…) Desalniettemin kan een somatische oorzaak (neurologische restsymptomen na een mogelijk doorgemaakte virale encefalitis) in dit stadium niet overtuigend worden uitgesloten. (…) Daarnaast zijn de beschreven klachten voornamelijk neurologisch van aard en ligt het voor de hand om een neurologische oorzaak door een neuroloog met expertise te laten uitsluiten
.”

3.19 Vanaf 14 april 2021 vond om de twee à drie weken een fysieke afspraak plaats tussen klaagster en de psychiater.

3.20 In het verslag van een behandelcontact op 5 juli 2021 is in het medisch dossier vermeld: “pte gezien,gehadover wat er anders van mijn kant had moeten gaan, toch eerder andere specialismen in te schakelen, en de regie te nemen, ondanks dat zij collega is en eenhele sterke wilheeft. (…)

3.21 Per 22 juli 2021 heeft klaagster het werken weer opgebouwd (tot inmiddels 80%).

3.22 Eind 2021 werd duidelijk dat bij klaagster mogelijk sprake is geweest van een auto immuun encefalitis. Nadat nader onderzoek is verricht, is (in een brief van 6 juli 2023 van een neuroloog uit het E) geconcludeerd:


Reden van komst (…) Verwezen door (…) neuroloog F, wegens second opinion auto-immuun encefalitis. (…) Bespreking (…) Het aanvullend onderzoek dat jaren later werd verricht, met MRI hersenen en auto-immuun antistof diagnostiek, leverde geen bevestiging op de doorgemaakte auto-immuun encefalitis. Met name voldoet patiënte niet aan de strenge criteria voor een seronegatieve auto-immuun encefalitis vanwege het ontbreken van MRI-afwijkingen en het ontbreken van pleiocytose in de liquor. Ook voldoet zij niet aan de criteria voor een probable anti-NMDA-R encefalitis, vanwege het ontbreken van een LP met inflammatoire kenmerken of een EEG met diffuse of focale vertraging. Wat er precies heeft plaatsgevonden is na afloop niet goed meer te zeggen, het ontbreken van adequate diagnostiek in de acute fase verhindert dit. (…) Conclusie Verdenking op doorgemaakte auto-immuun encefalitis, zonder dat hiervoor nu nog bewijs kan worden gevonden.


3.23 Vanaf 9 maart 2022 is klaagster onder behandeling bij haar huidige psychiater. Op 13 maart 2022 heeft klaagster de psychiater (verweerder) gevraagd de behandeling af te sluiten.

3.24 Klaagster heeft de psychiater aansprakelijk gesteld voor de door haar gestelde schade. Op 8 februari 2024 heeft de (aansprakelijkheidsverzekeraar van de) psychiater aansprakelijkheid afgewezen.

4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klaagster verwijt de psychiater, samengevat:
a) medisch nalatig handelen, met name door haar gedurende een lange periode niet fysiek te beoordelen;
b) het negeren van bijwerkingen van de door haar gebruikte medicatie;
c) het niet tijdig doorverwijzen;
d) een gebrek aan professionaliteit.

4.2 De psychiater heeft het college verzocht de klacht als ongegrond af te wijzen.


4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag die voorligt is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem mocht worden verwacht. De norm waaraan wordt getoetst is die van een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Daarbij wordt rekening gehouden met de beroepsnormen en andere professionele standaarden die golden op het moment van handelen of nalaten.

Klachtonderdeel a) medisch nalatig handelen
5.2 Klaagster verwijt de psychiater dat hij haar niet fysiek heeft beoordeeld tussen 25 februari 2020 en 14 maart 2021, terwijl zij vanaf 29 maart 2020 bedlegerig en ADL-afhankelijk was. De psychiater heeft volgens klaagster de ernst van haar klachten onderschat.

5.3 De psychiater heeft hiertegen aangevoerd dat hij regelmatig contact met klaagster
en haar psycholoog had. Er waren beperkingen van de coronacrisis maar bovendien zag de psychiater gelet op de (positieve) signalen die hij van klaagster kreeg, geen aanleiding om haar te bezoeken. De psychiater stelt dat hij achteraf gezien wat actiever had kunnen zijn door bijvoorbeeld overleg te voeren met de huisarts van klaagster. De grenzen van de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid zijn volgens hem echter niet overschreden.

5.4 Het college overweegt als volgt. Vooropgesteld wordt dat klaagster zowel arts als patiënt was en dat die dubbele rol ingewikkeld kan zijn en voor beide partijen uitdagingen met zich kan meebrengen. Klaagster heeft dit op een gegeven moment benoemd door de psychiater te vragen meer de regie te nemen. De psychiater heeft ter zitting desgevraagd over de sterke regiebehoefte van klaagster verklaard dat hij de regie vervolgens weer in handen nam en dat hij die regiebehoefte niet als een probleem heeft ervaren, omdat hij voorstander is van shared decision making. Het college overweegt dat ook bij gezamenlijke besluitvorming de psychiater zich er bewust van had moeten zijn dat de ziekte van klaagster, althans de klachten waarmee zij kampte, haar beoordelingsvermogen kon(den) beïnvloeden. Dat betekent dat de psychiater er – wanneer zoals hier sprake was van een overwegend positieve houding van klaagster – niet zonder meer en niet gedurende een lange periode (vanaf de intake op 25 februari 2020 tot 14 april 2021) vanuit kon gaan dat het goed met klaagster ging, zonder haar te zien. De psychiater heeft na de intake vastgesteld dat klaagster kampte met een ernstige depressie en angststoornis. Bij een dergelijke diagnose past dat de psychiater klaagster regelmatig ziet en beoordeelt. De beperkingen die golden als gevolg van de coronacrisis brachten niet met zich dat dit niet mogelijk was, in ieder geval niet gedurende ruim een jaar. Bovendien waren de signalen van klaagster niet uitsluitend positief. Zo meldde zij bijvoorbeeld aan de psychiater per e-mail van 19 april 2020 dat het niet goed ging en op 27 april 2020 dat zij eigenlijk niets kon, behalve met haar ogen dicht liggen. Op dergelijke signalen had de psychiater alert moeten zijn en ook dit had aanleiding moeten zijn om klaagster te zien en beoordelen.

5.5 De psychiater heeft aangevoerd dat hij klaagster graag wat vaker in zijn praktijk had willen zien, maar dat juist zij degene was die dit heeft afgehouden. Nu hiervan niets in het medisch dossier van klaagster is terug te vinden, gaat het college aan die opmerking voorbij en wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling van klaagster dat zij niet in staat was om de psychiater te bezoeken.

5.6 Het niet regelmatig zien van klaagster gedurende ruim een jaar is gezien het voorgaande onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond.

Klachtonderdeel b) negeren bijwerkingen medicatie
5.7 Klaagster verwijt de psychiater ook dat hij de aan haar voorgeschreven medicatie (eerder) had moeten stoppen, omdat zij daar erg slecht op reageerde en last had van ernstige bijwerkingen. Voorts verwijt zij de psychiater dat hij onvoldoende kennis had van de voorgeschreven medicatie, omdat hij de bijwerkingen niet herkende en haar heeft gevraagd ‘of zij niet gewoon een griepje had’. Tot slot verwijt klaagster de psychiater dat hij haar onvoldoende heeft begeleid bij het afbouwen van de medicatie.

5.8 De psychiater heeft daartegen aangevoerd dat hij in overleg met klaagster medicatie heeft voorgeschreven, waarbij hij klaagster heeft gewaarschuwd voor mogelijk ernstige bijwerkingen en heeft verteld dat het lastig kan zijn om de juiste dosering te vinden. Klaagster is begeleid bij het afbouwen van medicatie. Met een deel van de voorgeschreven medicatie is zij acuut zelf gestopt, wat niet wenselijk was.

5.9 Het college overweegt als volgt. Ook in verband met de voorgeschreven medicatie was het nodig om klaagster regelmatig te zien. De psychiater heeft klaagster, door haar in de periode waarin voorgeschreven medicatie is gebruikt niet te zien, onvoldoende begeleid, zodat dit klachtonderdeel reeds daarom gegrond is. En hoewel de klacht niet op dossiervorming ziet, hecht het college eraan nog het volgende op te merken. Het overgelegde medisch dossier bevat uiterst summiere aantekeningen van de contacten die er zijn geweest. Zo zijn de aantekeningen van de meeste behandelcontacten beperkt tot een enkele regel onder ‘verslag’ en enkele steekwoorden onder ‘beleid’. Een feitelijke beschrijving van consulten ontbreekt. Ter zitting heeft de psychiater hierover desgevraagd verklaard dat hij veel onthoudt en dat er naast het overgelegde digitale dossier nog handgeschreven aantekeningen zijn, die niet zijn overgelegd. Die werkwijze verdraagt zich niet met de in artikel 7:454 BW neergelegde plicht van de psychiater om een patiëntendossier bij te houden. Goede, toegankelijke en begrijpelijke verslaglegging in het dossier is van groot belang, niet alleen voor de kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening en begeleiding, maar ook vanwege de verantwoording en toetsbaarheid van het handelen van de desbetreffende zorgverlener.


Klachtonderdeel c) het niet tijdig doorverwijzen
5.10 Klaagster stelt dat zij ernstige neurologische en psychiatrische klachten kreeg na de
start van de medicatie en dat de psychiater haar eerder naar een neuroloog had moeten verwijzen. Als psychiater had hij kunnen zien dat er meer aan de hand zou kunnen zijn, aangezien zij voorheen op hoog niveau functioneerde en een blanco psychiatrische en medische voorgeschiedenis had. Klaagster wijst op een artikel in het tijdschrift voor psychiatrie (57(2015)6, 446-461) waarin is vermeld dat auto-immuun encefalitis regelmatig wordt gezien in de psychiatrie. Het is vaak goed te behandelen en de prognose is afhankelijk van de snelheid waarmee behandeling wordt gestart, zodat alertheid voor psychiaters is aangewezen.

5.11 De psychiater voert daartegen aan dat klaagster al vanaf 2018 psychiatrische
klachten had en dat niet is gebleken van neurologische verschijnselen, ook niet met de kennis achteraf. Dat klaagster last had van bijwerkingen van de medicatie was met haar besproken en als zodanig niet zorgwekkend. Niet is komen vast te staan (ook niet na nader onderzoek) wat de oorzaak van de klachten is geweest.

5.12 Het college overweegt als volgt. De psychiater heeft terecht aangevoerd dat klaagster, toen zij in 2020 bij hem in behandeling kwam, al diverse klachten had. In het onder 3.5 vermelde bericht schreef klaagster aan de psychiater begin 2020 klachten te hebben als een harde fluit in het oor links, een harde piep in het hele hoofd, slapeloosheid, hoge volgfrequentie hele dag door, het niet voelen van haar lichaam, een druk hoofd, vermoeidheid, emotionele labiliteit, uitputting en spanningsklachten. Ook schreef zij in 2017 een (niet behandelde) depressie te hebben gehad en in 2019 klinisch te zijn behandeld. Dat laatste was onder meer vanwege een depressie en angststoornis. De psychiater heeft vervolgens in 2020 de diagnose ernstige depressie en angststoornis gesteld. Dat die diagnose niet juist was en dat er een andere oorzaak voor die klachten moet hebben bestaan, is niet komen vast te staan, ook niet na nadere onderzoeken die zijn verricht tussen 2021 en 2024. Dat de psychiater vanwege ontstane klachten na het (relatief kortdurende) gebruik van medicatie aan een neurologische oorzaak voor de klachten had moeten denken en klaagster eerder dan eind 2020 had moeten verwijzen, kan het college dan ook niet vaststellen. Dat betekent dat dit klachtonderdeel ongegrond is.

Klachtonderdeel d) gebrek aan professionaliteit
5.13 Klaagster verwijt de psychiater een gebrek aan professionaliteit met name door
haar teveel als collega te behandelen en te weinig te sturen en regie te nemen (1), haar haar eigen verwijsbrieven te laten schrijven (2), zich devaluerend over andere zorgverleners uit te laten (3), niets te doen met noodkreten van familie en vrienden van klaagster (4), vanaf eind 2021 niet meer te reageren op e-mails (5) en te weinig te reflecteren (6).

5.14 De psychiater heeft daartegen aangevoerd dat hij meer professionele distantie had moeten tonen en klaagster alleen als een patiënt en niet ook als een (assertieve) collega had moeten zien, maar bestrijdt dat de zorg dientengevolge onvoldoende was (1).
Verder is het voorgekomen dat klaagster haar eigen verwijsbrieven schreef omdat de psychiater daar nog niet aan was toegekomen, maar het was de psychiater die de brieven heeft verstuurd (2). Dat de psychiater zich devaluerend over andere zorgverleners heeft uitgelaten is pertinent onjuist en wordt betwist (3). Dat niets zou zijn gedaan met noodkreten van familie is ook onjuist. Vanwege zijn beroepsgeheim stond het de psychiater niet vrij zelf contact met de familie te leggen. Hij heeft aangeboden samen met klaagster en haar ouders gezamenlijk een afspraak te maken om het beleid en behandelplan te bespreken. Daar is het nooit van gekomen (4). Een e-mail van 20 december 2021 heeft de psychiater nooit bereikt. Verder is telkens op berichten van klaagster gereageerd (5). De psychiater heeft weldegelijk veelvuldig gereflecteerd. Klaagster is niet ingegaan op zijn voorstel om het dossier door te nemen. Zij wenst schadevergoeding en heeft de tuchtklacht ingediend nadat de aansprakelijkstelling is afgewezen (6).

5.15 Het college overweegt als volgt. Zoals onder 5.4 is vermeld, kan de dubbele rol van een zieke arts als patiënt voor zowel de behandelend arts als de zieke arts die patiënt is, dilemma’s met zich brengen. Behandelt een arts een zieke arts net als iedere andere patiënt? In dit geval had, zoals is overwogen, de psychiater zich er in ieder geval bewust van moeten zijn dat het beoordelingsvermogen van klaagster beïnvloed kon worden door haar klachten, zodat hij niet uitsluitend kon afgaan op wat zij telefonisch vertelde en mailde, zonder haar te zien en zelf te beoordelen. Het verwijt dat er te weinig regie en sturing vanuit de psychiater was, treft dan ook doel (1). Van het feit dat klaagster in voorkomend geval de tekst voor verwijsbrieven aanleverde, kan de psychiater geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Indien klaagster meende dat dit de taak van de psychiater was en dat hij dat op korte termijn had moeten doen, had zij daarop bij hem kunnen aandringen. Gesteld noch gebleken is dat zij dit heeft gedaan. Dit verwijt treft geen doel (2). Dat de psychiater zich devaluerend over andere zorgverleners heeft uitgelaten, is betwist en kan het college niet vaststellen, zodat de psychiater ook terzake daarvan geen verwijt treft (3). De psychiater heeft niet kunnen uitleggen waarom – ondanks berichten met zorgen van ouders en vrienden van klaagster – niet is gekozen voor het afnemen van een heteroanamnese, als onderdeel van de psychiatrische diagnostiek. Een heteroanamnese is – indien beschikbaar – een belangrijke bron van (extra) informatie. Betrokken derden uit de omgeving van de patiënt kunnen vanuit hun positie aanvullende informatie verschaffen (over symptomen, klachten, disfunctioneren, ziekte-inzicht etc.) die door de patiënt niet wordt gegeven, bijvoorbeeld omdat de patiënt zich de relevantie niet bewust is dan wel die anders taxeert (zoals eerder vermeld kan in geval van een psychiatrische aandoening de oordeels- en kritiekfunctie van de patiënt anders of verminderd functioneren). Ook indien klaagster daarvoor niet direct open zou staan, is het aan de psychiater om aan klaagster uit te leggen wat het nut van een dergelijk gesprek is. Niet gebleken is dat dit is gebeurd. Dit verwijt treft doel (4). Het uitblijven van een reactie op een e-mailbericht waarvan de psychiater onweersproken stelt dat niet te hebben ontvangen, kan niet tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden. Dat andere berichten onbeantwoord zijn gebleven, kan niet worden vastgesteld (5). Het college merkt tot slot op dat in het verweer en ter zitting sprake was van (enige) reflectie bij de psychiater, zodat het verwijt dat reflectie ontbreekt geen doel treft (6).

Slotsom
5.16 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht deels gegrond is.

Maatregel
5.17 De psychiater heeft klaagster na de intake gedurende ruim een jaar niet fysiek beoordeeld, zonder daarvoor een goede verklaring te hebben gegeven. De psychiater had klaagster regelmatig moeten zien gelet op de (ernst van de) gestelde diagnose en de klachten en voorts om de (bij)werking(en) van de voorgeschreven medicatie te kunnen beoordelen. Daarnaast heeft de psychiater op meerdere (onder 5.15 beschreven) punten niet professioneel gehandeld. Het college is van oordeel dat gelet daarop sprake is van verwijtbaar handelen en acht de maatregel van berisping passend en geboden.

Publicatie
5.18 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgerleners mogelijk van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdelen a, b en een deel van d gegrond;
- legt de psychiater de maatregel op van berisping;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.


Deze beslissing is gegeven door P.M. de Keuning, voorzitter, L.J. Knap, lid-jurist, C.M. Sonnenberg, P.D. Meesters en A.C.M. Kleinsman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door J. Wackers, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.