ECLI:NL:TGZRAMS:2025:277 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8065
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:277 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-11-2025 |
| Datum publicatie: | 25-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8065 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De 7-jarige dochter van klaagster kwam onder behandeling bij de orthopedagoog-generalist vanwege angstklachten. Tijdens het intakegesprek kwam verder naar voren dat er spanningen waren tussen klaagster en haar partner en dat zij gingen scheiden. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist met name dat zij zich niet neutraal heeft opgesteld ten opzichte van klaagster en haar partner en dat het dossier niet op orde is.Het college oordeelt als volgt. Uit het dossier wordt duidelijk dat er sprake was van een complexe scheidingssituatie waarbij de orthopedagoog-generalist in een ingewikkelde positie terecht is gekomen. Uit het dossier blijkt dat de beide moeders bij voortduring afzonderlijk van elkaar hun kant van het verhaal met (uitsluitend) de orthopedagoog-generalist deelden, terwijl de orthopedagoog-generalist hen uitdrukkelijk had gevraagd om informatie ook onderling met elkaar te delen. Naar het oordeel van het college kan niet worden vastgesteld dat de orthopedagoog-generalist zich ten opzichte van de moeders niet neutraal zou hebben opgesteld. |
A2025/8065
Beslissing van 25 november 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 25 november 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
C,
orthopedagoog-generalist,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de orthopedagoog-generalist, gemachtigde: mr. E.A. Kadijk,
werkzaam in
Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 De 7-jarige dochter van klaagster kwam onder behandeling bij de orthopedagoog-
generalist
vanwege angstklachten. Tijdens het intakegesprek kwam verder naar voren dat er spanningen
waren
tussen klaagster en haar partner en dat zij gingen scheiden. Klaagster verwijt de
orthopedagoog-generalist met name dat zij zich niet neutraal heeft opgesteld ten
opzichte van
klaagster en haar partner en dat het dossier niet op orde is.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 24 januari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de brief van de gemachtigde van verweerster van 21 mei 2025, binnengekomen op
22 mei 2025, met
een aanvullende bijlage;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 16 juni 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de
zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster is één van de twee gezaghebbende moeders van E. In augustus 2024
is E, destijds
zeven jaar oud, vanwege angst om over te geven aangemeld bij F, de organisatie waar
de
orthopedagoog-generalist werkzaam is.
3.2 Op 14 oktober 2024 heeft de orthopedagoog-generalist een intakegesprek gehad
met E en haar
moeders. Tijdens het intakegesprek kwam naar voren dat er spanningen waren tussen
de moeders en dat
zij hadden besloten om te scheiden. Er werd een behandeltraject afgesproken waarbij
de
orthopedagoog-generalist steeds vier individuele gesprekken met E zou voeren, gevolgd
door een
vijfde gesprek met de moeders waarin de behandeling zou worden geëvalueerd.
3.3 In de periode van 21 oktober tot en met 11 november 2024 heeft de orthopedagoog-
generalist
individuele gesprekken met E gevoerd. Op 18 november 2024 vond een evaluatiegesprek
plaats en werd
afgesproken om nogmaals vijf gesprekken te plannen.
3.4 Op 19 november 2024 mailde de orthopedagoog-generalist het concept-behandelplan
aan klaagster
en de andere moeder (hierna: de ex-partner). In haar e-mail verzocht zij hen om
opmerkingen op het
behandelplan met haar te delen en daarbij elkaar in cc mee te nemen.
3.5 Op 24 november 2024 mailde klaagster aan de orthopedagoog-generalist dat E een
suïcidegerelateerde uitspraak had gedaan en daarbij had gezegd dat ze niet meer
naar de ex-partner
en de orthopedagoog-generalist toe wilde. De orthopedagoog-generalist heeft naar
aanleiding van dit
bericht telefonisch contact gehad met klaagster. Er werd een extra afspraak met
E ingepland voor 27
november 2024.
3.6 Op 26 november 2024 mailde klaagster naar de orthopedagoog-generalist over een
nieuwe
suïcidegerelateerde uitspraak van E. Klaagster zegde de afspraak van 27 november
2024 af en
verzocht om een afspraak met haar en de ex-partner in te plannen. Vanuit het secretariaat
van de
zorginstelling werd een aantal datumvoorstellen voor een afspraak verstuurd. Hierop
heeft klaagster
niet gereageerd.
3.7 Op 1 december 2024 stuurde klaagster een e-mail waarin zij meedeelde dat zij
de behandeling
van E per direct wilde beëindigen.
3.8 Op 2 december 2024 ontving de orthopedagoog-generalist een SISA-melding over
E. SISA is een
digitaal systeem waarmee professionals bij instellingen, organisaties en gemeentelijke
diensten die
een kind of jongere begeleiden, kunnen signaleren dat zij betrokken zijn bij dat
kind of die
jongere. Bij de SISA-melding wordt geen inhoudelijke informatie gedeeld. Uit de
SISA-melding die de
orthopedagoog-generalist ontving bleek enkel dat de SISA-melding afkomstig was van
de politie Z.
3.9 Op verzoek van de ex-partner plande de orthopedagoog-generalist een gesprek
in met de
ex-partner op 10 december 2024. De orthopedagoog-generalist had aan klaagster laten
weten dat zij
ook welkom was bij het gesprek. Op de afspraak verscheen alleen de ex- partner.
Tijdens dit gesprek
bracht de orthopedagoog-generalist de SISA-melding ter sprake. De ex-partner bleek
hier niets van
af te weten.
3.10 De orthopedagoog-generalist heeft ten slotte telefonisch contact gehad met de
ex- partner op
16 december 2024, en op 6 en 7 januari 2025.
4. De klacht en de reactie van de orthopedagoog-generalist
4.1 Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat:
a) klaagster geen vastgesteld behandelplan heeft ontvangen, ook niet na het staken
van de
behandeling;
b) het dossier onzorgvuldig, incompleet en rommelig is;
c) de orthopedagoog-generalist een partijdige houding heeft aangenomen. Het lijkt
erop dat de
orthopedagoog-generalist qua houding is gaan overhellen naar de ex-partner;
d) de advocaat van de ex-partner een foto uit het dossier van E heeft;
e) in het dossier een brief is opgenomen van de advocaat van klaagster aan de ex-partner;
f) de orthopedagoog-generalist de beweringen van de ex-partner niet heeft getoetst
of bevraagd op
juistheid;
g) uit het dossier de indruk is ontstaan dat ex-partner zou worden ondersteund door
de
orthopedagoog-generalist, terwijl de zorg voor E was bedoeld.
4.2 De orthopedagoog-generalist heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de orthopedagoog-generalist de zorg heeft verleend die van
haar verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende orthopedagoog-generalist.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de orthopedagoog-generalist
geldende
beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders
had kunnen
handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt
Klachtonderdeel a) geen vastgesteld behandelplan ontvangen
5.2 Het kan de orthopedagoog-generalist niet worden verweten dat klaagster geen
definitief
behandelplan heeft ontvangen. Uit de correspondentie blijkt dat de orthopedagoog-
generalist op 19
november 2024 het conceptbehandelplan heeft verstuurd en dat klaagster en de ex-partner
respectievelijk op 25 en 26 november 2024 hun opmerkingen op het concept behandelplan
aan de orthopedagoog-generalist hebben gemaild. Zij hebben hun opmerkingen niet aan
elkaar verstuurd, terwijl de orthopedagoog-generalist daar wel om had gevraagd. Kort
daarna, op 1 december 2024, mailde klaagster dat zij de behandeling wilde beëindigen.
Nu beide moeders geen akkoord hebben gegeven voor elkaars opmerkingen, was het voor
de orthopedagoog generalist niet mogelijk om een definitief behandelplan vast te stellen.
Klachtonderdeel a) is
daarom kennelijk ongegrond.
Klachtonderdelen b), e) en f) dossier is onzorgvuldig, incompleet en rommelig, brief
van de
advocaat opgenomen en uitspraken van de ex-partner zijn niet getoetst op waarheid
5.3 Het college beoordeelt deze klachtonderdelen gezamenlijk omdat deze allemaal
gaan over de
dossiervorming. Het dossier wordt opgesteld ten behoeve van de begeleiding en behandeling
van de
cliënt (het kind). De beroepscode vermeldt dat in het dossier alle gegevens moeten
worden
vastgelegd die noodzakelijk zijn voor de kwaliteit en de continuïteit van de professionele
relatie
en voor het afleggen van verantwoording van de relatie (artikel 31, Beroepscode
NVO 2021).
5.4 In de behandeling van een orthopedagoog-generalist is het aansluiten en afstemmen
op het
perspectief van de cliënt het uitgangspunt. De beschrijvingen in het dossier zijn
meestal dan ook
een weergave van de belevingen van die cliënt, in dit geval E en klaagster en de
ex-partner. Gelet
hierop is het voldoende duidelijk dat het bij de in het dossier opgenomen uitspraken
van de
ex-partner gaat om haar beleving. Het is niet aan de orthopedagoog-generalist om
die uitspraken te
toetsen op waarheid en dit is ook niet nodig voor de behandeling.
5.5 Het dossier van E bevat, naast de sessieverslagen en notities van een aantal
telefonische
contacten met de moeders, ook correspondentie. De orthopedagoog-generalist heeft
aan het dossier
onder meer een brief toegevoegd van klaagsters advocaat aan de ex- partner. Deze
brief was door
klaagster aan de orthopedagoog-generalist toegezonden. Het college kan volgen dat
de
orthopedagoog-generalist deze brief in het dossier van E heeft opgenomen, omdat
klaagster deze
brief zelf aan verweerder had toegestuurd en omdat de brief informatie bevatte over
het conflict
tussen de moeders en daarom relevant was voor de problematiek en behandeling van
E.
5.6 De orthopedagoog-generalist heeft erkend dat in het dossier sommige correspondentie
dubbel is
opgenomen en dat het dossier daardoor mogelijk wat rommelig oogt. Zij heeft toegelicht
dat dit is
ontstaan bij het maken van een afschrift van het dossier. Doordat informatie uit
het IT-systeem
moest worden geconverteerd naar een Word- bestand, is bepaalde correspondentie dubbel
in het
afschrift van het dossier terechtgekomen. Ook zijn sommige e-mails meerdere keren
afgedrukt,
doordat bij een reactie op een e-mailwisseling ook de voorgaande e-mails worden
opgenomen. Het
college onderschrijft de opmerkingen over de rommelige uiterlijke verschijningsvorm
van het
dossier, maar naar het oordeel van het college maakt dit niet dat het dossier onzorgvuldig
is. Met
name heeft het college niet kunnen vaststellen dat informatie in het dossier ontbreekt.
De klachtonderdelen b), e) en f) zijn daarom kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d) ex-partner heeft foto uit dossier
5.7 De orthopedagoog-generalist heeft aan klaagster en de ex-partner een kopie
van het dossier
verstrekt. Blijkbaar heeft de ex-partner vervolgens een foto van het dossier gemaakt
om te
gebruiken in de juridische procedure tussen haar en klaagster. Dat is echter een
zelfstandige actie
van de ex-partner en het kan de orthopedagoog-generalist niet worden verweten dat
zij de ex-partner
een exemplaar van het dossier heeft gestuurd. Zowel klaagster als de ex-partner
hadden als moeders
het gezag over E, en zij hadden dus beiden recht op een afschrift. Klachtonderdeel
d) is kennelijk
ongegrond.
Klachtonderdeel c) en g) partijdige houding
5.8 Het college behandelt deze klachtonderdelen gezamenlijk. Klaagster heeft verschillende
punten
naar voren gebracht, waaruit zou blijken dat de orthopedagoog- generalist zich in
het conflict
tussen de moeders niet neutraal heeft opgesteld en de kant heeft gekozen van de
ex-partner. De
orthopedagoog-generalist heeft de SISA-melding aan de ex-partner laten lezen zonder
klaagster
hierover te informeren en heeft een aantal keer alleen met de ex-partner gesproken.
Ook uit het
dossier zou blijken dat de orthopedagoog- generalist steeds meer de kant heeft gekozen
van de
ex-partner. Volgens klaagster lijkt het erop dat de orthopedagoog-generalist eenzijdig
medewerking
heeft geleverd aan de ex- partner ter voorbereiding van een ondertoezichtstelling
en het maken van
een melding bij Veilig Thuis.
5.9 De orthopedagoog-generalist heeft toegelicht dat zij zich naar aanleiding van
de SISA-melding
ernstig zorgen maakte over E. In het gesprek van 10 december 2024, waar klaagster
ook voor was
uitgenodigd maar waar zij niet verscheen, heeft zij daarom aan de ex-partner gevraagd
of zij wist
waar de melding vandaan kwam. De orthopedagoog-
generalist heeft verklaard dat zij naar aanleiding van het gesprek van 10 december
2024 een mail
heeft opgesteld aan klaagster en dat zij in de veronderstelling was dat deze mail
ook aan klaagster
was verstuurd. Pas later ontdekte zij dat deze mail niet was verzonden, waarschijnlijk
als gevolg
van een storing in het IT-systeem. De orthopedagoog-generalist heeft naar voren
gebracht dat zij
vanuit haar zorgen over E hierna nogmaals met de ex- partner heeft gesproken. De
orthopedagoog-generalist ontkent dat zij de kant heeft gekozen van de ex-partner
en stelt dat zij
steeds het belang van E voorop heeft gesteld.
5.10 Uit het dossier wordt duidelijk dat er sprake was van een complexe scheidingssituatie
waarbij
de orthopedagoog-generalist in een ingewikkelde positie terecht is gekomen. Uit
het dossier blijkt
dat de beide moeders bij voortduring afzonderlijk van elkaar hun kant van het verhaal
met
(uitsluitend) de orthopedagoog-generalist deelden, terwijl de orthopedagoog- generalist
hen
uitdrukkelijk had gevraagd om informatie ook onderling met elkaar te delen. Naar
het oordeel van
het college kan niet worden vastgesteld dat de orthopedagoog- generalist zich ten
opzichte van de
moeders niet neutraal zou hebben opgesteld. Wel lijkt er
sprake van onhandigheid, door met een van de moeders gesprekken te blijven voeren.
Hoewel het
college kan volgen dat de orthopedagoog-generalist is ingegaan op de gesprekken
met de andere
moeder, kan hieruit het gevoel van partijdigheid ontstaan. De orthopedagoog-generalist
had er beter
aan gedaan als zij haar zorgen ook met klaagster had gedeeld. In dit verband is
het ongemakkelijk
dat de mail naar aanleiding van het gesprek van 10 december 2024 niet aan klaagster
is verstuurd,
ook al is dat per abuis gebeurd. Daar staat tegenover dat klaagster eenzijdig de
medewerking aan
het traject heeft beëindigd en niet meer op afspraken verscheen. Het college kan
niet vaststellen
dat de orthopedagoog- generalist een partijdige houding heeft aangenomen en de andere
moeder heeft
bevoordeeld. Uit het dossier komt juist naar voren dat de orthopedagoog-generalist
steeds heeft
geprobeerd te handelen vanuit het belang van E en niet vanuit het belang van klaagster
en de
ex-partner. De klachtonderdelen c) en g) zijn daarom ook kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.11 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond
zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 25 november 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt,
voorzitter, N.J.
Kroon en S. Snikkers-Mommer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
L.B.M. van ‘t Nedereind, secretaris.