ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7817

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269
Datum uitspraak: 18-11-2025
Datum publicatie: 18-11-2025
Zaaknummer(s): A2024/7817
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is langdurig in behandeling geweest bij (de praktijk van) de huisarts. Zij verwijt de huisarts haar geen bloeddrukverlagende medicijnen te hebben voorgeschreven. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat met het gebruik van bloeddrukverlagers wellicht had kunnen worden voorkomen. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij ondanks een steeds verder stijgende bloeddruk bij klaagster is blijven vasthouden aan haar oordeel dat er sprake was van een laag tot licht verhoogd risico op een CVA en aan leefstijladviezen c.q. verwijzing naar de POH-GGZ of de fysiotherapeut. De huisarts heeft een onbetrouwbare 24-uursmeting als geruststellend geïnterpreteerd en klaagster onterecht niet behandeld met bloeddrukverlagende medicatie. Waarschuwing.

A2024/7817

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing van 18 november 2025 op de klacht van:

A,
wonende in B, klaagster,
gemachtigde: mr. F.C. Schirmeister, werkzaam te Amsterdam,

tegen

C,
huisarts, werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam te Utrecht.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klaagster is langdurig in behandeling geweest bij (de praktijk van) de huisarts. Klaagster is 
ontevreden over de verleende zorg, omdat de huisarts haar geen bloeddrukverlagende medicijnen heeft 
voorgeschreven. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat met het gebruik van 
bloeddrukverlagers wellicht had kunnen worden voorkomen. In ieder geval zou bloeddrukverlagende 
medicatie de kans op een herseninfarct hebben verkleind.

1.2  De huisarts heeft verweer gevoerd.

1.3   Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de huisarts een 
waarschuwing op. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het 
college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 november 2024;
-  het verweerschrift met de bijlagen;
-  de e-mail van (de gemachtigde van) klaagster van 27 januari 2025 met als bijlage aanvullende 
journaalregels;
-  het proces-verbaal van het op 28 mei 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;

-  de e-mail van (de gemachtigde van) klaagster van 6 juli 2025 met de mededeling dat het niet 
gelukt is een verslag van de ambulancedienst te verkrijgen.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 7 oktober 2025. De partijen zijn verschenen. 
Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De gemachtigden hebben spreeknotities voorgelezen en 
aan het college en de andere partij overhandigd.

3. Wat is er gebeurd?
3.1  Klaagster, geboren in 1954, is lange tijd patiënt geweest van (de praktijk van) de huisarts.

3.2   In 2010 wordt bij klaagster eenmalig een licht verhoogd glucosegehalte van 6,8 vastgesteld. 
Mede in verband met haar overgewicht wordt daarop de episode diabetes mellitus aangemaakt. Dat 
betekent dat klaagster kan deelnemen aan controles via de ketenzorg en ondersteuning krijgt van een 
diëtist. De glucosecontroles worden daarna gedaan door de POH-somatiek (praktijkondersteuner 
huisarts voor lichamelijke klachten). De glucosewaarden van klaagster blijven steeds binnen de 
normen. In 2013 start klaagster op advies van de POH met een cholesterolverlager – simvastatine – 
vanwege een verhoogd LDL (low density lipoproteïne, het zogenaamde slechte cholesterol). In 2015 
wordt de diagnose ‘verhoogd glucose/gestoorde glucosetolerantie’ aangemaakt en worden de controles 
verminderd naar één keer per jaar.

3.3   Klaagster komt geregeld bij de praktijk van de huisarts met verschillende klachten. In mei 
2021 maakt zij bij een collega van de huisarts melding van een thuis gemeten bloeddruk van 190/96 
MmHg. Deze collega adviseert een week lang tweemaal per dag te meten. Dit doet klaagster en daarbij 
meet zij tussen de 120 en 165 bovendruk en tussen de 70 en 90 onderdruk. Bij een consult op 28 
december 2021 bij dezelfde collega wordt een bloeddruk gemeten van 158/86. Ook de glucose wordt 
gecontroleerd, die bedraagt
5,4 mmol/l. Bij E (evaluatie) staat vermeld (alle citaten voor zover van belang en letterlijk 
weergegeven): “Diabetes mellitus type 2”.

3.4  Bij een consult bij de huisarts op 7 april 2022 vermeldt het dossier:
“S    bloeddruk thuis wat hoger, vaak hoofdpijn li. boven op hoofd, thuissituatie wel rustig nu, 
beweegt wel en loopt bij diëtist (…)
O    drukpijn en hypertonie trapezius li>re, RR 158/82 E    Spanningshoofdpijn
P    verw fysio”.

3.5  Verder vermeldt het dossier over de volgende consulten, die steeds bij de huisarts 
plaatsvinden, tenzij anders vermeld:
-  bij 3 mei 2022:
“S    heel moe, fysio helpt wel maar vandaag weer hoofdpijn, dochter gaat nog goed (…)

RR thuis vaker hoog 92 onderdruk, voelt soms een spinneweb in re gelaat (…)
E    Spanningshoofdpijn
P    uitleg, ws nu pas voelen hoe moe ze is na langer periode van zorg om dochter, juist nu het 
beter gaat tijd om accu op te laden”

-  bij 25 augustus 2022:
“S    voelt zich niet lekker in vel, ook soms benauwd, afgelopen dagen vaker hoge bloedddruk 
176/96, heeft ook hoofdpijn, ouders hebben beiden hypertensie, rookt niet, met dochter gaat het nu 
goed, geen stress (…)
E    Spanningshoofdpijn
P    uitleg met cvrm tabel , geen reden voor ongerustheid”

Elders in het dossier, bij de uitslagen van verschillende onderzoeken, waaronder bloedonderzoek, 
wordt op deze datum een bloeddruk van 140/82 genoemd.

-  bij 26 september 2022:
“S    aanval van hoofdpijn en druk op de borst gehad, ecg gemaakt, ambu gewest, tensie hoog, veel 
stress gehad om dochter (…) dus ook financiele zorgen
O   RR 170/90
E    Angstig/nerveus/gespannen gevoel P    verw poh ggz”

-  bij 28 september 2022 (telefonisch consult met de POH):
“S    (…) wil RR medicatie , heeft net gemeten 183/105 , sinds van morgen voelt zich niet lekker. 
duizelig . wil niet tot morgen wachten bij D
E    Angstig/nerveus/gespannen gevoel P    iom dr. E = op su voor 24uur RR”.

3.6   De 24-uursmeting vindt plaats van 29 tot 30 september 2022. Deze geeft vijf uitslagen tussen 
29 september 14:15 uur en 18:03 uur. Daarvan is de laatste 159/92. Verder geeft de meting 41 
foutieve meldingen. Er zijn geen nachtelijke metingen geregistreerd.

3.7  Op 30 september 2022 heeft klaagster een consult bij de huisarts. Het dossier vermeldt 
hierover:
“S  24 uurs afgekoppeld
O   rr 24 uur gemi= 129/86 pols 74 E   hypercholesterolemie
P   D:   keurige meting, geruststelling”

3.8  Op 19 oktober 2022 ziet klaagster de POH-GGZ. De POH noteert in het dossier:
“Afgelopen maanden veel meegemaakt in de thuissituatie (…). Lichamelijk ging het ook niet helemaal goed (schommelende bloeddruk). Op het moment is het stabiel en heeft clte het idee dat ze even op haar eigen energie kan focussen.”

3.9  Op 25 november 2022 heeft de huisarts een telefonisch consult met klaagster. Het dossier 
vermeldt hierover:
“S   thuis RR gemeten 210/102 gisteren avond. vraagt of het normaal is ? heeft wat hoofdpijn. denkt 
dat haar apparaat is ook stuk.
O   mw belde later = vandaag weer rr gemeten 196/97 E   Hypercholesterolemie
P    advies gegeven. recent 24 uur RR keurig,maakt zich zorgen over RR. su aangeboden . wil even 
aankijken. belt zelf voor su.”

3.10  Op 28 november 2022 komt klaagster op consult. De huisarts schrijft hierover in het dossier:
“S   Vanmorgen 197/105 van het weekend 205/107 toen hoofdpijn en duizelig. O   eigen rr meter: 
165/78 pols 62 onze rr meter; 151/74 pols 61
E   Hypercholesterolemie
P   D: hoge tensies ws door stress, ontspanning zoeken, 2 keer per dag 30 minuten wandelen”.

3.11  Op 6 april 2023 komt klaagster naar de praktijk vanwegen steken in haar hoofd, waarvoor zij 
een afspraak gaat maken bij de huisarts. De POH noteert in het dossier: “O: ldl 2.62 gewicht 93,3 
bmi 32.7 rr 135/66”.

3.12  Op 12 mei 2023 belt klaagster met de praktijk. Het is niet duidelijk met wie zij heeft 
gesproken. Het dossier vermeldt:
“S   sinds 3 dagen hoofdpijn en duizelig , heeft haar RR gemeten gisteren 177/83 en vanochtend 
154/97 . maakt zich zorgen ivm met haar hoge bloeddruk .
E   verhoogde bloeddruk
P:  advies gegeven”.

3.13  Op 1 juni 2023 belt klaagster de praktijk, omdat haar mond scheef hangt. Haar wordt gevraagd 
naar de praktijk te komen, waar de huisarts haar ziet, direct een ambulance belt en klaagster 
instuurt naar het ziekenhuis. Klaagster blijkt te zijn getroffen door een herseninfarct (ook wel 
CVA, cerebrovasculair accident).

3.14  Enige tijd na het herseninfarct stapt klaagster over naar een andere huisarts.

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1   Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar klachten onzorgvuldig heeft beoordeeld. Zij heeft 
haar ten onrechte geen bloeddrukverlagende medicatie voorgeschreven, terwijl klaagster geregeld een 
(zeer) hoge bloeddruk had, de zorgen die zij daarover had tegenover de huisarts heeft uitgesproken 
en haar herhaaldelijk heeft gevraagd om medicatie. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat 
volgens haar met de juiste medicatie mogelijk zou zijn voorkomen. De kans op een herseninfarct zou 
met bloeddrukverlagers in ieder geval zijn verlaagd. De huisarts had bij de risico-inschatting 
onder andere in aanmerking moeten nemen dat klaagster diabetespatiënt is en lijdt aan 
hypercholesterolemie. Het niet tijdig starten met anti-hypertensiva (bloeddrukverlagers) kan het 
risico op een CVA aanzienlijk verhogen.

4.2   De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren, omdat zij binnen de 
grenzen van een bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Zij heeft de situatie van klaagster steeds 
beoordeeld aan de hand van de op dat moment geldende NHG-richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 
(hierna: de richtlijn) en de bijbehorende tabel en klaagster passende adviezen gegeven.

4.3  Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
5.1   Het valt zeer te betreuren dat klaagster is getroffen door een herseninfarct. Op de zitting 
heeft zij duidelijk gemaakt hoezeer de gevolgen daarvan haar dagelijkse bezigheden nog steeds 
negatief beïnvloeden. Zij heeft daar veel verdriet van, mede omdat naar haar overtuiging het 
herseninfarct met bloeddrukverlagers mogelijk zou zijn voorkomen.

Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.2   De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. Dat is 
een zakelijke beoordeling. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende 
huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen 
en andere professionele standaarden. Het is niet de taak van het college om vast te stellen of het 
herseninfarct is veroorzaakt door handelen of nalaten van de huisarts. Het college moet bij de 
beoordeling de wetenschap dat bij klaagster een herseninfarct is opgetreden buiten beschouwing 
laten, omdat de huisarts ten tijde van haar beslissingen ook niet wist dat klaagster getroffen zou 
worden door een herseninfarct.

Beoordeling
5.3   De huisarts heeft tot verweer aangevoerd dat zij zich bij de risico-inschatting op 
cardiovasculaire incidenten heeft gehouden aan de betreffende richtlijn. Aan de hand van de bij die 
richtlijn behorende tabel heeft zij klaagster ook uitleg gegeven en haar gerustgesteld, omdat er 
volgens die tabel bij klaagster – niet-rokend en geen diabetespartiënt – sprake was van een laag 
tot matig verhoogd risico. Zij heeft dit ook met klaagster gesproken, die aangaf dit te begrijpen. De risicotabellen zijn er ook voor gemaakt om niet onnodig veel patiënten te behandelen terwijl daar weinig gezondheidswinst mee wordt behaald. Hoewel het dossier dit wel vermeldt, is klaagster geen diabetespatiënt. Door een omissie is die diagnose en episode niet uit het dossier verwijderd toen in 2015 de diagnose ‘verhoogd glucose/gestoorde glucosetolerantie’ is 
gesteld, aldus de huisarts. Verder was er sprake van een sterk wisselende bloeddruk bij klaagster 
en had zij veel stress in haar thuissituatie, zo heeft de huisarts aangevoerd.

5.4   Het college onderschrijft dat er geen aanwijzingen zijn dat klaagster diabetes heeft. Het is 
begrijpelijk dat daarover bij klaagster verwarring is ontstaan, omdat die diagnose in 2010 – ten 
onrechte – wel is gesteld en klaagster toen ook werd toegelaten tot het ketenzorgprogramma Diabetes 
Mellitus Type 2.

5.5   Ook zonder dat klaagster lijdt aan diabetes is het college echter van oordeel dat de huisarts 
onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij ondanks een steeds verder stijgende bloeddruk bij 
klaagster is blijven vasthouden aan haar oordeel dat er sprake was van een laag tot licht verhoogd 
risico op een CVA en aan leefstijladviezen c.q. verwijzing naar de POH-GGZ of de fysiotherapeut. 
Bij dat oordeel neemt het college als medisch algemeen aanvaard uitgangspunt dat een bloeddruk 
boven de 140 bovendruk en boven de 90 onderdruk te hoog is. Uit de feiten blijkt dat klaagster in 
mei 2021 thuis een bloeddruk van 190/96 had gemeten. Het gemiddelde van de daarop door klaagster 
gedurende een week uitgevoerde twee metingen per dag bedroeg 120 tot 165 bovendruk en 70 tot 90 
onderdruk. Het dossier vermeldt dat dit keurig is en dat het om volstrekt normale bloeddrukken 
gaat. Uitgaande van de gewenste maxima van 140/90 zijn de uitslagen van klaagster dan echter al aan 
de hoge kant. Op 7 april 2022 maakt zij melding van hoofdpijn en hogere bloeddrukken thuis en wordt 
op de praktijk een bloeddruk van 158/82 gemeten. Met die uitslag zit klaagster in de door de 
huisarts gehanteerde tabel bij de richtlijn al niet meer in het groen, maar tenminste in het 
oranje, terwijl zij bovendien thuis steeds hogere bloeddrukken meet dan op de praktijk. Dat is 
ongebruikelijk; meestal is de op de praktijk gemeten bloeddruk hoger dan die bij de patiënt thuis. 
Dit was des te meer reden om de hoge thuisuitslagen serieus te nemen. Op 3 mei 2022 vertelt 
klaagster ook dat zij hoofdpijn heeft en een onderdruk thuis van 92. Op 19 augustus 2022 is de 
bloeddruk van klaagster op de praktijk 173/92. Weliswaar blijkt de bloeddruk op 25 augustus 2022 
140/82 en dus normaal, maar klaagster spreekt wel over hoofdpijn en vaker hoge bloeddruk thuis 
(176/96). Daarnaast deelt zij mee dat haar ouders beiden hypertensie hebben. Op 26 september 2022 
bedraagt haar bloeddruk weer 170/90. Mede gelet op het ernstige overgewicht van klaagster (BMI 
boven de 30) en haar hypercholesterolemie zou het voorschrijven van bloeddrukverlagers op dat 
moment al goed verdedigbaar zijn geweest, mede in aanmerking genomen dat klaagster telkens haar 
zorgen uitspreekt over haar bloeddruk. Dat de hoge bloeddruk van klaagster mogelijk (mede) door 
stress werd veroorzaakt, zoals de huisarts heeft aangevoerd, doet naar het oordeel van het college 
niet ter zake. Een te hoge bloeddruk, wat daarvan ook de oorzaak is, brengt risico’s mee voor de 
gezondheid en verhoogt het risico op een CVA.

5.6   In ieder geval wordt binnen de praktijk op 28 september 2022, als klaagster een thuismeting 
van 183/105 doorgeeft en vraagt om medicatie, op goede gronden besloten een 24-uursmeting te 
adviseren, die de dag daarna wordt aangekoppeld. Deze 24-uursmeting geeft een duidelijk onvoldoende 
resultaat, omdat er slechts vijf metingen zijn verricht in een tijdsbestek van vier uur en er 41 
foutieve registraties zijn. De huisarts had daaraan dan ook geen conclusies mogen verbinden en in 
ieder geval de (gemiddelde) uitslag van die vijf metingen niet als geruststellend mogen opvatten. 
Onder huisartsen mag bekend worden verondersteld dat een zorgvuldige bloeddrukmeting van groot 
belang is voor een weloverwogen behandeladvies en dat de interpretatie van een 24-uursmeting begint 
met een kritische beschouwing en beoordeling van de kwaliteit daarvan. Dit wordt ook met zoveel 
woorden vermeld in de SAN Praktijkrichtlijn 24-uurs bloeddrukmeting en in het stuk getiteld 
‘Ambulante 24-uurs bloeddrukmeting’, dat wordt gebruikt in de huidige huisartsenopleiding1.

5.7   Er is sprake van een kwalitatief goede 24-uursbloeddrukmeting als meer dan 70% van de 
geregistreerde metingen succesvol zijn geregistreerd gedurende een periode van 24 uur en wel 
overdag meer dan 14 metingen en ’s nachts meer dan 7. Wanneer minder dan 70% van de geregistreerde 
metingen is gelukt, is het onderzoek onbetrouwbaar en wordt geadviseerd dit niet te beoordelen. Dat 
betekent in dit geval dat de huisarts de uitslag van de meting als niet betrouwbaar buiten 
beschouwing had moeten laten. Het is op zichzelf juist dat een 24-uursmeting belastend kan zijn 
voor een patiënt, zoals de huisarts heeft aangevoerd, maar gezien de frequent gemeten hoge 
bloeddrukken van klaagster in de voorafgaande periode en haar zorgen daarover, had de huisarts niet 
zonder meer van een nieuwe meting mogen afzien en de uitslag van de uitgevoerde meting mogen 
gebruiken voor geruststelling van klaagster. Zij had klaagster moeten vertellen dat de meting niet 
gelukt was en met haar moeten overleggen over een nieuwe meting.

5.8   Ook in de periode na de 24-uursmeting bleef sprake van (veel) te hoge bloeddrukken bij 
klaagster. Eind november 2022 rapporteert zij bij thuismeting 210/102 en 196/97. De huisarts stelt 
haar opnieuw gerust met het resultaat van de 24-uursmeting, dit ten onrechte zoals hiervoor is 
overwogen. Als klaagster een paar dagen later op het spreekuur komt, heeft zij bij thuismetingen 
205/107 en 197/105 gemeten. Op de praktijk meet haar eigen bloeddrukmeter 165/78 en die van de 
praktijk 151/74. Daaruit kan worden afgeleid dat de bloeddrukmeter van klaagster wellicht iets te 
hoge uitslagen gaf, maar ook met enige correctie waren die thuismetingen alarmerend hoog. Er was 
daarom (ook) op dat moment
– mede gezien de hypercholeresterolemie, het overgewicht en de zorgen van klaagster – alle 
aanleiding om een behandeling met bloeddrukverlagende medicatie in te zetten. Dat er af en toe ook 
een normale bloeddruk werd gemeten, zoals op 6 april 2023, kan daaraan niet voldoende afdoen, nu 
klaagster op 12 mei 2023 weer bloeddrukken doorgaf van 177/83 en 154/97. Ook toen lag het voor de hand haar medicijnen voor te schrijven om het risico op onder andere een CVA te verlagen.

¹ https://www.huisartsopleiding.nl/wp-content/uploads/Ambulante-24-uurs-bloeddrukmeting- 
vaardigheden.pdf

5.9  Uit het voorgaande volgt dat de klacht gegrond is.

Maatregel?
5.10  Het college moet beslissen of een maatregel op zijn plaats is en zo ja, welke maatregel.

5.11  De huisarts heeft klaagster onvoldoende zorg verleend door de onbetrouwbare 24-uursmeting als 
geruststellend te interpreteren en klaagster niet te behandelen met
bloeddrukverlagende medicatie. Goed cardiovasculair management is erop gericht het risico op onder 
andere een CVA te verlagen. Niet uitgesloten kan worden dat klaagster ook met bloeddrukverlagers 
een CVA zou hebben gekregen. Het handelen van de huisarts heeft het risico daarop echter zeker niet 
verminderd, terwijl dit wel op haar weg lag. Daarom zal het college haar een waarschuwing opleggen.

Publicatie
5.12  In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin 
gelegen dat andere zorgverleners (huisartsen, POH’s) mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De 
publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties 
herleidbare gegevens.

Kostenveroordeling
5.13  Klaagster heeft verzocht de huisarts te veroordelen in de kosten die zij heeft gemaakt in 
deze procedure. Een kostenveroordeling is mogelijk als het college de klacht (gedeeltelijk) gegrond 
verklaart en aan de zorgverlener een maatregel oplegt. Nu dit in deze zaak aan de orde is, zal het 
college het verzoek van klaagster inwilligen. De kosten worden berekend aan de hand van de 
Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg. Dat betekent dat:
-  de reiskosten van klaagster op € 50,-- worden vastgesteld (afstand woonplaats tot de rechtbank 
tussen de 10 en 50 km, tweemaal € 25,-- berekend voor mondeling vooronderzoek en zitting);
-  de kosten voor rechtsbijstand worden begroot op drie punten à € 647,-- per punt, in totaal € 
1.941,--, waarbij de wegingsfactor in verband met de ernst van het tuchtrechtelijk verwijt op 1 
wordt gesteld.
De huisarts hoeft klaagster niet het griffiegeld van € 50,-- te vergoeden. Klaagster krijgt dit 
terug van het tuchtcollege, omdat haar klacht gegrond wordt verklaard (artikel 56a, vijfde lid, van 
de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg).

6. De beslissing

Het college:
-  verklaart de klacht gegrond;
-  legt de huisarts een waarschuwing op;
-  bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen 
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter 
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact;
-  veroordeelt de huisarts in de hierboven vastgestelde kosten van klaagster van
€ 1.991,--;
-  veroordeelt de huisarts dit bedrag – nadat deze uitspraak onherroepelijk is geworden – te 
voldoen binnen vier weken nadat de gemachtigde van klaagster schriftelijk het bankrekeningnummer en 
de tenaamstelling van de bankrekening waarop het bedrag kan worden gestort aan de huisarts of haar 
gemachtigde heeft laten weten.

Deze beslissing is gegeven door N.B. Verkleij, voorzitter, C.H. van Dijk, lid-jurist,
V.M. Schijf, J.C. van der Molen en I. Weenink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door V.K.M. 
Hanssen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op
18 november 2025.