ECLI:NL:TGZRAMS:2025:265 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8920

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:265
Datum uitspraak: 11-11-2025
Datum publicatie: 11-11-2025
Zaaknummer(s): A2025/8920
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. De zoon van klager heeft namens klager een klacht ingediend tegen een specialist ouderengeneeskunde. Er is geklaagd over de zorg aan klager en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. De mentor van klager heeft verklaard dat hij niet instemt met deze klacht en dat klager verder als wilsonbekwaam dient te worden beschouwd om de klacht in te dienen. De voorzitter is van oordeel dat klagers mentor aannemelijk heeft gemaakt dat klager terzake van het indienen van de klacht wilsonbekwaam is. De wilsonbekwaamheid van klager volgt ook uit de stukken. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

A2025/8920
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 6 november 2025 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,
gemachtigde: C, zoon van klager.

tegen

D,
specialist ouderengeneeskunde,
destijds werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de specialist ouderengeneeskunde.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 26 augustus 2025;
- de e-mail van E met bijlagen, ontvangen op 2 oktober 2025.

2. De overwegingen
2.1 De zoon van klager heeft namens klager een klacht ingediend tegen de specialist ouderengeneeskunde. Namens klager is aangevoerd dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd inzage te verlenen in het medisch dossier, dat hij heeft geweigerd om de klager en zijn zoon (zijn gemachtigde) te betrekken bij de besluitvorming omtrent zorg en vrijheidsbeperkende maatregelen, en dat hij heeft geweigerd om onjuiste en mogelijk vervalste informatie in het dossier te corrigeren, ongegronde diagnostiek en medicamenteuze maatregelen te stoppen (ondanks duidelijke bezwaren van een cliënt) en vrijheidsbeperkende maatregelen bij gebrek aan wettelijke grondslag te beëindigen. De klacht gaat dus over de zorg aan klager en een aantal zaken die daarop betrekking hebben.

2.2 De voorzitter is van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

2.3 In artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG is bepaald dat een tuchtklacht aanhangig kan worden gemaakt door een rechtstreeks belanghebbende. Een rechtstreeks belanghebbende is in de eerste plaats de patiënt(e) van een aan tuchtrechtspraak onderworpen beroepsbeoefenaar die een klacht heeft over zijn of haar behandeling. Uit het klaagschrift kan worden afgeleid dat klager een mentor/bewindvoerder (hierna: mentor) heeft. In geval van mentorschap kan ook de mentor een klacht indienen, maar daarbij geldt op grond van artikel 1:454 BW als uitgangspunt dat de mentor bevordert dat de betrokkene rechtshandelingen en andere handelingen zelf verricht, indien deze tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat kan worden geacht.

2.4 Gelet hierop, en het belang van het klachtrecht in ogenschouw genomen, is de voorzitter van oordeel dat een patiënt(e) die een mentor heeft zonder toestemming van die mentor een tuchtklacht kan indienen tenzij aannemelijk is dat de patiënt(e) ter zake van het al of niet indienen van die klacht wilsonbekwaam is (vgl. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 7 december 2017, ECLI:NL:TGZCTG:2017:328).

2.5 Door de vooronderzoeker is contact opgenomen met de mentor van klager. De mentor heeft de meest recente beschikkingen waaruit het mentor- en bewindvoerderschap blijkt overgelegd en in de begeleidende e-mail heeft de mentor verklaard dat hij niet instemt met een klacht tegen de specialist ouderengeneeskunde. De mentor vindt de zoon die als gemachtigde optreedt van klager geen partij bij deze klacht en hij heeft in de e-mail verder verklaard dat klager wilsonbekwaam dient te worden beschouwd om de klacht in te dienen.

2.6 De voorzitter is van oordeel dat klagers mentor aannemelijk heeft gemaakt dat klager terzake van het indienen van de klacht wilsonbekwaam is. Nu er reeds een verklaring van de mentor van klager ligt ten aanzien van de wilsonbekwaamheid van klager, is het standpunt van de aangeklaagde specialist ouderengeneeskunde niet meer vereist. De wilsonbekwaamheid van klager ten aanzien van het indienen van een klacht blijkt volgens de voorzitter overigens ook voldoende uit het ingediende klaagschrift en de bijbehorende stukken.

2.7 Gelet op het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.

3. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.


Deze beslissing is gegeven op 6 november 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.