ECLI:NL:TGZRAMS:2025:245 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8135
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:245 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-10-2025 |
| Datum publicatie: | 14-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8135 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts. Klager heeft een verzuimgesprek gehad met de arts in opleiding tot bedrijfsarts. Klager was het niet eens met het advies en de probleemanalyse. De arts heeft na afloop van het consult, na overleg met haar supervisor, het advies aangepast. Klager verwijt de arts dat zij niet tijdens het consult overleg heeft gevoerd met haar supervisor en hij verwijt de arts dat ze heeft geconcludeerd dat klager wel benutbare mogelijkheden heeft. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. |
A2025/8135
Beslissing van 14 oktober 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 14 oktober 2025 op de klacht van:
A
wonende in B,
klager,
tegen
C
arts,
destijds werkzaam in D, verweerster, hierna ook: de arts,
gemachtigde: mr. M.F. van der Mersch, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager heeft een verzuimgesprek gehad met een arts in opleiding tot bedrijfsarts.
Klager was
het niet eens met het advies en de probleemanalyse. De arts heeft na afloop van
het consult, na
overleg met haar supervisor, het advies aangepast. Klager verwijt de arts dat zij
niet tijdens het
consult overleg heeft gevoerd met haar supervisor en hij verwijt de arts dat ze
heeft geconcludeerd
dat klager wel benutbare mogelijkheden heeft.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 3 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 11 juni 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager heeft zich op 14 december 2024 ziekgemeld bij zijn werkgever. Klager
en verweerster,
werkzaam als arts in opleiding tot bedrijfsarts bij E, hebben op 9 januari 2025
een gesprek gehad.
Tijdens dit gesprek kwam de arts tot de conclusie dat klager weer belastbaar is
voor enkele uren
per week voor het doen van aangepaste werkzaamheden. Ze adviseerde daarnaast
bedrijfsmaatschappelijk werk in te schakelen en in gesprek te gaan met de werkgever
over de
problemen op het werk. Klager gaf aan dat hij zich niet kon vinden in haar conclusie
en verzocht om
een second opinion.
3.2 Naar aanleiding van het verloop van het gesprek heeft de arts, na het spreekuur,
contact
gezocht met haar oude en nieuwe supervisor en heeft uiteindelijk gesproken met haar
oude
supervisor. In dit gesprek concludeerden de arts en haar supervisor dat klager nog
niet belastbaar
is voor werk en zij kwamen tot het advies om sociaal contact met klager te onderhouden.
De andere
adviezen over het maatschappelijk werk en het gesprek met de werkgever bleven staan.
De arts heeft
klager diezelfde dag telefonisch op de hoogte gesteld van het aangepaste advies.
3.3 Diezelfde dag heeft zij een terugkoppeling van het gesprek aan de werkgever
gestuurd met
daarin het aangepaste advies en een probleemanalyse. In de probleemanalyse heeft
zij aangekruist
dat klager ‘wel benutbare mogelijkheden’ heeft. Deze heeft zij ook aan klager verstuurd.
3.4 Op 13 januari 2025 heeft klager de arts een e-mail gestuurd met een reactie
op de mail en de
probleemanalyse, waarin hij aangeeft het niet eens te zijn met de probleemanalyse
en de conclusie
over de arbeidsmogelijkheden (de benutbare mogelijkheden).
3.5 Na overleg met haar nieuwe supervisor heeft de arts op 15 januari 2025 contact
opgenomen met
klager om hem de probleemanalyse uit te leggen. Zij kon hem telefonisch niet bereiken
waarna zij
hem een e-mail heeft gestuurd. Klager heeft vervolgens per e-mail aangegeven niet
meer te willen
bellen en alleen schriftelijk te willen corresponderen.
3.6 Op 20 januari 2025 heeft de arts per e-mail gereageerd op de e-mail van klager
van 13 januari
2025. Hierin heeft zij de criteria voor het begrip ‘geen benutbare mogelijkheden’
opgesomd, en
vermeld dat klager volgens haar niet voldoet aan één van deze criteria.
3.7 Op 22 januari 2025 heeft klager per e-mail bij de oude supervisor van de arts
verzocht om een
aanpassing van de probleemanalyse. Daarnaast verzocht hij om een andere arts voor
zijn
verzuimbegeleiding, bij voorkeur een bedrijfsarts en geen arts in opleiding of onder
supervisie.
3.8 Per e-mail van 23 januari 2025 heeft de oude supervisor van de arts hierop gereageerd
dat zij
een en ander met de arts zal bespreken. Op 29 januari 2025 heeft zij hem uitgenodigd
op haar
spreekuur.
3.9 Bij e-mail van 30 januari 2025 heeft klager een klacht ingediend bij het tuchtcollege
en bij
de oude supervisor van de arts aangegeven geen gesprekken meer te willen via E.
4. De klacht en de reactie van de arts
4.1 Klager verwijt de arts dat:
a) zij zonder overleg met haar supervisor tijdens het gesprek een oordeel heeft
gegeven over de
mogelijkheden van klager om zijn werk te hervatten;
b) de bespreking plaatsvond op het terrein van zijn werkgever;
c) zij een verkeerde conclusie heeft getrokken over de benutbare mogelijkheden om
arbeid te
verrichten in de probleemanalyse.
4.2 De arts heeft het college de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de arts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende arts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdeel a) de conclusie van het consult
5.3 Klager verwijt de arts dat zij tijdens het consult een conclusie heeft getrokken
zonder daar
eerst haar supervisor over te raadplegen of met haar supervisor te overleggen. Klager
gaf tijdens
het consult al aan het niet eens te zijn met haar advies.
5.4 De arts heeft uitgelegd dat zij voldoende bekwaam en bevoegd is een oordeel
te geven naar
aanleiding van haar bevindingen. Het was niet nodig om tijdens het consult overleg
te voeren met
haar supervisor; de conclusie kan achteraf met de supervisor worden besproken. Omdat
klager het
echter oneens was met het advies, besloot de arts na het consult met haar supervisor
te overleggen.
Na dit overleg heeft zij besloten het advies deels aan te passen. Het aangepaste
advies is in de
probleemanalyse geplaatst en klager heeft er geen nadeel van ondervonden dat de
arts eerst anders
wilde adviseren. Alleen het aangepaste advies is bij de werkgever terecht gekomen.
5.5 Het college komt tot het oordeel dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld. De
arts is bevoegd
en bekwaam om zelf het consult af te nemen en een advies te geven/conclusie te trekken,
en zij
hoefde niet tussentijds met haar supervisor te overleggen om het advies af te stemmen.
Deze
competenties van de arts blijken ook uit de door de arts overgelegde
supervisieovereenkomst. Dat de arts naar aanleiding van het consult heeft besloten
om alsnog met
haar supervisor te overleggen, geeft blijk van zorgvuldigheid en het vermogen tot
reflectie. Dit
maakt niet dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel
is ongegrond.
Klachtonderdeel b) de locatie van het verzuimspreekuur
5.6 Klager meent dat de locatie van het gesprek met de arts op neutraal gebied
plaats moet
vinden, en dus niet op het terrein van de werkgever. De arts heeft uitgelegd dat
volgens afspraak
met de werkgever de spreekuren van E plaatsvinden op het terrein van de werkgever.
Het college is
van oordeel dat de arts niet verwijtbaar heeft gehandeld door het gesprek te houden
op de
werklocatie van klager omdat er geen regels of richtlijnen gelden voor de locatie
van dergelijke
gesprekken. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel c) de conclusie in arbeidsmogelijkheden
5.7 Klager verwijt de arts dat zij in de probleemanalyse bij de conclusie over
de
arbeidsmogelijkheden heeft aangekruist dat klager ‘wel benutbare mogelijkheden’
heeft, in plaats
van ‘geen benutbare mogelijkheden’. Klager is van mening dat hij aan de criteria
voor geen
benutbare mogelijkheden voldoet. De arts heeft geprobeerd klager telefonisch uitleg
te geven over
de criteria van deze mogelijkheden, maar dit is niet gelukt. Uiteindelijk heeft
de arts klager in
een e-mailbericht uitgelegd waarom klager volgens haar niet aan de criteria voor
‘geen benutbare
mogelijkheden’ voldoet.
5.8 Het college oordeelt dat de arts hier niet verwijtbaar heeft gehandeld. Zij
heeft de juiste
criteria gevolgd. Van ‘geen benutbare mogelijkheden’ is sprake wanneer een werknemer
is opgenomen
in het ziekenhuis, bedlegerig is of lichamelijk of psychisch niet zelfredzaam is.
Deze
(limitatieve) lijst is opgesomd in artikel 2 lid 5 van het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten. Klager valt niet onder één van de criteria van ‘geen
benutbare
mogelijkheden’. De arts heeft op dit punt van de probleemanalyse een juist oordeel
afgegeven en
zorgvuldig gehandeld door klager hier uitleg over te (willen) geven. Dit klachtonderdeel
is
ongegrond.
Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 14 oktober 2025 door J.J. Dijk, voorzitter, W.M. Creemers,
lid-
jurist, J. Dogger, R.P. van Straaten en F.M. Brouwer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
T.C. Brand, secretaris.