ECLI:NL:TGZRAMS:2025:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7916

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:200
Datum uitspraak: 12-08-2025
Datum publicatie: 12-08-2025
Zaaknummer(s): A2024/7916
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde.Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte te kort is geschoten. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

A2024/7916

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing van 12 augustus 2025 op de klacht van:

A,
wonende in B, klager,

tegen

C,
huisarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniels, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis 
vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg 
als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en 
ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 
2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde.

1.2   Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, 
de sonde(voeding) en de klachten van patiënte te kort is geschoten.

1.3   Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft 
gehandeld. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college 
de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 december 2024;
-  het verweerschrift met de bijlagen;
-  een deel van het huisartsendossier, ontvangen van de gemachtigde van de huisarts op 12 februari 
2025;
-  een deel van het dossier van de thuiszorg en eigen aantekeningen, ontvangen van klager
op 17 februari 2025;

-  de e-mail met bijlagen, ontvangen van klager op 3 maart 2025;
-  het proces-verbaal van het op 19 maart 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
-  de e-mail van klager, ontvangen op 18 mei 2025, welke is aangehecht aan het proces- verbaal.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 1 juli 2025. De partijen zijn verschenen. De 
huisarts werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen en hun gemachtigden hebben hun 
standpunten mondeling toegelicht. Klager heeft pleitnotities voorgelezen en overhandigd.

3. De feiten
3.1   De vrouw van klager (geboren in 1939) was van 5 april 2022 tot 14 april 2022 opgenomen in het 
D. De opname vond plaats vanwege ondervoeding door slikproblemen ten gevolge van bestraling van de 
speekselklier in 1973.

3.2   Tijdens de opname was een NPO-beleid (niets per os; oftewel geen voeding via de mond) 
afgesproken en kreeg patiënte een neusmaagsonde voor de volledige sondevoeding. Op 14 april 2022 
werd patiënte uit het ziekenhuis ontslagen. Er vond in de ochtend een ontslaggesprek plaats, hier 
was klager niet bij aanwezig. In de ontslagbrief aan de huisarts staat het volgende genoteerd:
‘(…) Actuele medicatie: thuismedicatie
Macrogol/zouten pdr v drank (movic/molax/laxt/gen); oraal; zo nodig 2 x per dag 1 stuk (…)’

3.3   Op 21 april 2022, enkele dagen na het ontslag, heeft de huisarts, een visite afgelegd. 
Tijdens de visite werd de voorgeschreven macrogol niet besproken.

3.4   In de periode hierop volgend heeft patiënte verschillende problemen ondervonden, waaronder 
overgeven en het diverse malen uitspugen van de sonde waarna deze opnieuw moest worden geplaatst. 
Door de huisarts zijn, in overleg met specialisten, verschillende vormen van medicatie tegen de 
misselijkheid geprobeerd.

3.5   In december 2022 hebben klager en de huisarts gesproken over de mogelijkheid van een PEG-J 
sonde. Op 31 januari 2023 heeft de huisarts patiënte hiervoor doorverwezen naar de MDL-arts. Ook in 
deze periode bleef patiënte klachten houden van misselijkheid en het uitbraken van de sonde.

3.6   Op 19 mei 2023 heeft patiënte een PEG-J sonde gekregen in het E. Ook met deze sonde was 
patiënte misselijk en bleef zij af en toe overgeven.

3.7  In april 2024 heeft de huisarts vanwege verstopping bij patiënte macrogol voorgeschreven.

3.8  De situatie van patiënte verslechterde. Patiënte is na het staken van de sondevoeding op 19 
juli 2024 overleden.

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1  Klager verwijt de huisarts dat zij:
a) na het ontslag uit het ziekenhuis geen goede of onvoldoende navraag gedaan heeft bij de 
ziekenhuisarts over de noodzaak en het nut van de voorgeschreven medicatie (macrogol);
b) klager en patiënte er nooit op heeft gewezen dat patiënte minimaal twee liter vocht moest 
gebruiken om verstopping als gevolg van de sondevoeding te voorkomen;
c) nooit heeft besproken dat de misselijkheid, het overgeven en de obstipatie (mogelijk) het gevolg 
van de sondevoeding waren;
d) geen medicatie heeft geadviseerd/voorgeschreven waarmee de misselijkheidsproblemen opgelost 
konden worden;
e) een te lang gebruik van een neusmaagsonde heeft toegestaan;
f) nooit heeft gewezen op de mogelijkheid of de noodzaak om een PEG-J-sonde te plaatsen;
g) bij het raadplegen van specialisten geen volledige beschrijving van de voorgeschiedenis en 
klachten heeft gegeven en het advies van het ziekenhuis over macrogol niet heeft gedeeld;
h) een tunnelvisie had ten aanzien van het probleem misselijkheid en overgeven en uitspugen van de 
sonde;
i) niet heeft gevraagd om ontlasting bij de houden;
j) nooit heeft geadviseerd het medicatievoorschrift (macrogol) vanuit het ziekenhuis op te volgen;
k) geen indicatie heeft gegeven over de dosering van de macrogol;
l)  geen adviezen heeft gegeven of voorstellen heeft gedaan over het dagelijks gebruik en de 
dosering van de sondevoeding om het leven van patiënte dragelijker te maken;
m) geen contact met de dagelijkse thuiszorgmedewerkers heeft gehad over de situatie van patiënte.

4.2  De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1   De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

5.2   Het college heeft begrip voor de teleurstelling bij klager over het langdurige en moeilijke 
verloop van de ziekte van patiënte, zijn echtgenote, en het verdriet bij hem en de familie. Het is 
echter de taak van het college een zakelijke beoordeling te geven van het handelen van de huisarts, 
meer in het bijzonder in de periode waarover wordt geklaagd en dat is de periode na het ontslag uit 
het ziekenhuis. Mogelijk is een deel van de klachten ontstaan doordat er bij ontslag van de 
patiënte geen goed ontslaggesprek heeft plaatsgehad. Daarnaast stelt het college vast dat de 
patiënte verdrietig genoeg al langere tijd in een medisch kwetsbare positie verkeerde, waaronder 
ver gevorderde dementie en vermoedelijk ook onderliggende maligniteit die los stond van de 
problemen met de sondevoeding.

De voorgeschreven medicatie
5.3  De klachtonderdelen a en j en hebben betrekking op de voorgeschreven macrogol en zullen daarom 
gezamenlijk behandeld worden.

5.4   Klager vindt dat de huisarts de door de specialist uit het ziekenhuis voorgeschreven 
medicatie (macrogol) niet heeft opgevolgd. Ook heeft zij hier geen navraag naar gedaan. Volgens 
klager heeft de huisarts hem en patiënte hier onvoldoende over geïnformeerd.

5.5   De huisarts heeft verklaard dat zij inderdaad niet met klager en patiënte over de specifieke 
wijze van gebruik van de voorgeschreven macrogol heeft gesproken. Zij heeft uitgelegd dat dit een 
gangbaar medicijn is dat vaker wordt voorgeschreven. Klager had hier als hij hier vragen over had 
naar de verwijzer (de internist) of de verstrekker (de apotheker) kunnen teruggaan, hier heeft zij 
klager op gewezen. Volgens de huisarts hoort het niet bij haar taak om alle medicatie die door een 
medisch specialist voorgeschreven wordt, na te gaan. Dit zou wel het geval zijn als er opvolging 
door de huisarts vereist en gevraagd zou zijn, maar dit was niet het geval. Er werden volgens de 
huisarts geen vragen hierover gesteld.

5.6   Het college overweegt als volgt. Macrogol is een laxeermiddel dat kan worden voorgeschreven 
als er sprake is van verstopping of obstipatie. Het is een zeer gangbaar medicijn en wordt 
regelmatig voorgeschreven. In het medicatievoorschrift in de brief van de internist aan de huisarts 
staat dat het ‘zo nodig’ gebruikt kan worden. Het college interpreteert dat ‘zo nodig’ slaat op 
situaties waarin sprake is van verstopping. Dit is in april 2024 (toen sprake was van door de 
huisarts voorschrijven van macrogol bij verstopping) ook het geval geweest.

5.7   Het is vervelend voor klager en patiënte dat zij zich onvoldoende geïnformeerd hebben 
gevoeld. Klager kon echter bij onduidelijkheden zelf contact opnemen met de voorschrijvend 
internist. Voor de huisarts lag hier echter geen informatieplicht omdat de huisarts het middel ook 
niet had voorgeschreven. De huisarts heeft klager en patiënte de juiste richting gewezen door hen 
terug te verwijzen naar de behandelaar. Klachtonderdelen a en j zijn ongegrond.

De sonde en de sondevoeding
5.8   De klachtonderdelen b, e, f en l hebben betrekking op de sonde en de sondevoeding en zullen 
daarom gezamenlijk behandeld worden.

5.9   Klager verwijt de huisarts dat zij klager en patiënte er nooit op heeft gewezen dat zij 
minimaal twee liter vocht moest gebruiken om verstopping als gevolg van de sondevoeding te 
voorkomen. Daarnaast vindt klager dat de huisarts te lang het gebruik van de neusmaagsonde heeft 
toegestaan en dat zij nooit heeft gewezen op de mogelijkheid of de noodzaak om een PEG-J sonde te 
plaatsen. Ook heeft de huisarts geen adviezen gegeven of voorstellen gedaan over het dagelijks 
gebruik en de dosering van de sondevoeding om het leven van zijn vrouw dragelijker te maken.

5.10  De huisarts heeft toegelicht dat beslissingen rondom de sonde en de sondevoeding niet tot de 
taak van de huisarts behoren. Dit heeft zij naar eigen zeggen ook meerdere keren bij klager 
aangegeven. Dit betekent dat de huisarts geen beslissingen neemt over de duur of vervanging van een 
neusmaagsonde.

5.11  Het college overweegt hierover als volgt. Hoewel klager, zoals hij ter zitting naar voren 
bracht, dit onwaarschijnlijk en moeilijk te geloven vindt, behoren het inzetten van de sonde, de 
dosering van de sondevoeding, de duur van het gebruiken van de sonde alsook de keuze voor het soort 
sonde niet tot de taak van de huisarts. Die taken liggen bij de behandelaar (internist of MDL-arts) 
of diëtist. De huisarts stelt dan ook geen indicatie tot het plaatsen van een sonde, en neemt ook 
geen beslissingen over het soort sonde dat moet worden gebruikt. Het behoort dan evenmin tot de 
taak van de huisarts om patiënten hierover te informeren. Zoals ter zitting naar voren is gekomen, 
heeft de huisarts klager (en patiënte) dit meermalen voorgehouden. Het college is van oordeel dat 
de huisarts er voldoende aan heeft gedaan om klager dit duidelijk te maken. Het stond klager vrij 
zelf contact op te nemen met de specialist of de diëtist. De klachtonderdelen b, e, f, en l zijn 
ongegrond.

Klachten naar aanleiding van de sonde(voeding)
5.12  De klachtonderdelen c, d, g, h, i en k hebben betrekking op de klachten van misselijkheid, 
overgeven, uitspugen van de sonde en obstipatie naar aanleiding van de sonde(voeding) en zullen 
daarom gezamenlijk worden behandeld.

5.13  Volgens klager heeft de huisarts nooit besproken dat de misselijkheid, het overgeven en de 
obstipatie (mogelijk) het gevolg van de sondevoeding waren. Klager vindt dat de huisarts heeft 
geëxperimenteerd met steeds andere medicijnen en dat zij geen medicatie heeft 
geadviseerd/voorgeschreven waarmee de misselijkheidsproblemen opgelost konden worden. De huisarts 
had volgens klager een tunnelvisie ten aanzien van deze klachten en heeft bijvoorbeeld niet 
gevraagd om de ontlasting bij te houden. Zij heeft voorts de specialisten nooit geïnformeerd over de gehele voorgeschiedenis en het advies van het ziekenhuis over de macrogol niet gedeeld. Zij heeft ook geen indicatie gegeven over de dosering van de macrogol.

5.14  De huisarts heeft hierop gereageerd door uit te leggen dat zij heeft geprobeerd mee te denken 
in de klachten die patiënte op dat moment had. Zij heeft meerdere medicamenten voorgeschreven maar 
zij ontkent dat zij daarbij heeft geëxperimenteerd. Zij heeft in alle gevallen met specialisten 
overlegd en ook met klager en ze heeft regelmatig het effect geëvalueerd. Er was volgens de 
huisarts geen reden om de stoelgang bij te houden, omdat deze nooit moeizaam werd genoemd. Op het 
moment dat deze wel moeizaam begon te verlopen en er obstipatie optrad werd er macrogol 
voorgeschreven.

5.15  Het college kan het beleid van de huisarts volgen. De huisarts is binnen haar eigen expertise 
gebleven en heeft klager (en patiënte) waar nodig terugverwezen naar de behandelaar. Van 
experimenteren met medicatie is het college niet gebleken, de voorgeschreven medicatie tegen de 
misselijkheid gebeurde niet op eigen initiatief van de huisarts maar in overleg met de 
specialisten. De medicatie en de werking ervan werden door de huisarts voldoende gemonitord. De 
handelwijze getuigt van adequaat en zorgvuldig handelen.

5.16  Voor wat betreft de dosering van de macrogol (klachtonderdeel k) stelt het college vast dat 
in april 2024 door de huisarts voor de obstipatie bij patiënte het gebruik van macrogol is 
geadviseerd. In dit voorschrift (per e-consult) ontbrak een dosering. Hierover heeft de huisarts 
een gesprek gehad met klager waarin zij toe heeft gegeven dat zij er beter niet van uit had kunnen 
gaan dat klager wel zou weten hoeveel hij moest doseren en hoe hij dit moest toedienen. Het college 
onderschrijft dit maar vindt deze tekortkoming niet zodanig ernstig dat dit tuchtrechtelijk 
verwijtbaar handelen oplevert. De klachtonderdelen c, d, g, h i en k zijn ongegrond.

Contact met de thuiszorg
5.17  Klachtonderdeel m ziet op het contact met de thuiszorg. Volgens klager had de huisarts meer 
contact met de thuiszorg moeten hebben over de situatie en de toestand van zijn echtgenote. Volgens 
de huisarts was hier echter geen aanleiding voor. De situatie/toestand werd door de thuiszorg en 
door klager zelf goed bijgehouden en kwam via verschillende wegen ook bij de huisarts terecht. Door 
de thuiszorg werd een aantal keren contact opgenomen als er zorgen waren. Hierop werd dan actie 
ondernomen.

5.18  Het college kan dit standpunt van de huisarts volgen. Van een huisarts hoeft niet te worden 
verwacht dat er zonder specifieke aanleiding actief contact wordt gezocht met de thuiszorg. Dit kan 
van een huisarts niet worden gevraagd, gezien het aanzienlijke aantal patiënten in de praktijk in 
combinatie met de vele en drukke werkzaamheden van een huisarts. In de werkverhouding tussen 
huisarts en thuiszorg zijn de afspraken dan ook zodanig dat de huisarts ervan mag uitgaan dat de 
thuiszorg zelf actief contact opneemt als de situatie daar om vraagt. Dit is in het geval van patiënte ook een aantal keer gebeurd, waarop er door de huisarts actie is ondernomen. In het geval van patiënte waren er ook geen bijzondere 
omstandigheden aan de orde waardoor van de huisarts gevraagd had moeten worden dat zij actief/frequent contact met de thuiszorg zou opnemen. Dit maakt dat dit klachtonderdeel ook ongegrond is.

Slotsom
5.19  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht ongegrond zijn.

6. De beslissing

Het college:
-  verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door G.F.H. Lycklama à Nijenholt, voorzitter, J.C.J. Dute, lid- jurist, 
G.J. Dogterom, A. Medema en A. Wewerinke, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
T.C. Brand, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2025.