ECLI:NL:TGZRAMS:2025:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8204

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:190
Datum uitspraak: 01-08-2025
Datum publicatie: 01-08-2025
Zaaknummer(s): A2025/8204
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klager verwijt de internist dat hij ontkent dat klager een overdraagbare variant van HIV heeft en weigert advies te geven over veilige seks. De klacht is kennelijk ongegrond omdat de internist niet betrokken was bij dit deel van de behandeling.

A2025/8204

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 1 augustus 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B, klager,

tegen

C,
internist,
werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de internist, gemachtigde: D, werkzaam te B.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klager wordt door de internist behandeld voor zijn HIV-infectie. Hij wordt tweemaal per jaar, 
afwisselend door de internist en een verpleegkundige specialist gezien. De verpleegkundig 
specialist heeft klager geïnformeerd over de bloedtest die uitwijst dat het virus door medicatie is 
onderdrukt en niet kan worden overgedragen. Klager verwijt de internist dat hij ontkent dat klager 
een overdraagbare variant van HIV heeft en weigert advies te geven over veilige seks.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. 
Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 25 februari 2025;
-  een email van klager met een aanvulling van de klacht;
- het verweerschrift met de bijlagen.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klager is sinds 2010 onder behandeling voor een HIV-1 infectie. Het gaat bij hem om het 
‘reguliere’ type B HIV-1 virus. Sinds 2014 gebruikt klager medicijnen. Hij wordt tweemaal per jaar 
gezien, afwisselend door de internist en een verpleegkundig specialist. Voorafgaand aan de 
controles vindt bloedonderzoek plaats, waarbij onder meer wordt getest met de HIV-1-RNA PCR. In de, 
bij het verweerschrift gevoegde, uitslagen is te zien dat de viral load zo laag is dat het virus 
niet meer meetbaar is, wat betekent dat het virus adequaat is onderdrukt.

3.2   Een verpleegkundig specialist heeft klager na zijn controle per email hierover geïnformeerd 
en hem meegedeeld dat een niet-meetbaar virus ook niet-overdraagbaar is (n=n). De verpleegkundig 
specialist heeft geprobeerd klager te bellen maar kon hem niet bereiken. Deze verpleegkundig 
specialist is sinds 1994 vrijwel exclusief in de HIV-zorg werkzaam en is zelfstandig bevoegd.

4. De klacht en de reactie van de internist
4.1  Volgens klager heeft de internist onzorgvuldig/onjuist gehandeld, omdat hij:
a) ontkent dat klager een overdraagbare variant heeft van HIV, de zogenaamde dubbele string;
b) weigert advies te geven over veilige seks waardoor klager niet weet hoe te voorkomen dat hij 
anderen hiermee besmet.

4.2   De internist heeft het college verzocht de klacht niet inhoudelijk te behandelen, omdat hij 
niet betrokken is geweest bij het ter discussie staande deel van de behandeling. Voor het geval het 
college de klacht wel inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de internist het college verzocht de 
klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
5.1   Klager heeft in zijn aanvulling van de klacht aangegeven dat de klacht zich richt tegen de 
internist omdat hij ervan uitgaat dat de verpleegkundig specialist in opdracht van hem handelde.

5.2   De internist heeft - samengevat - naar voren gebracht dat de verpleegkundig specialist een 
zelfstandige bevoegdheid heeft en niet in opdracht van de internist handelde. De internist ziet er 
niet op toe of de verpleegkundig specialist klager juist informeert. Klager heeft zijn vragen ook 
gericht aan de verpleegkundig specialist en deze heeft de vragen beantwoord zonder de internist 
daarbij te betrekken.

5.3   Het college komt om die reden tot het oordeel dat de internist geen tuchtrechtelijk verwijt 
kan worden gemaakt. Het uitgangspunt is namelijk dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk 
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen. De internist is, zoals klager ook erkent, niet 
betrokken geweest bij dit deel van de behandeling. De verpleegkundig specialist heeft een 
zelfstandige bevoegdheid en handelde niet in opdracht van de internist. De klacht is dan ook 
kennelijk ongegrond.

5.4   Ten overvloede overweegt het college dat uit de medische stukken kan worden opgemaakt dat de 
verpleegkundig specialist klager correct heeft geïnformeerd over zijn medische situatie en de 
juiste adviezen heeft gegeven. De internist heeft, in reactie op de ingediende klacht, bevestigd 
dat het HIV-virus niet meetbaar en dus niet overdraagbaar is. Ook heeft hij uitgelegd hoe het 
HIV-virus zich in een menselijke cel vermeerdert en waar (waarschijnlijk) het misverstand bij 
klager over de ‘dubbele string’ vandaan komt. Voor alle duidelijkheid heeft de internist nog 
benadrukt dat de ‘dubbele streng’ niets zegt over overdraagbaarheid. Het college is dan ook van 
oordeel dat er geen aanknopingspunten te vinden zijn voor een onzorgvuldige behandeling of 
bejegening.

6. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 1 augustus 2025 door A. van Maanen, voorzitter,
J.W. de Fijter en W.J.W. Bos, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door S. Verdaasdonk,
secretaris.