ECLI:NL:TGZCTG:2025:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2910
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:227 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-12-2025 |
| Datum publicatie: | 08-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2910 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/Afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Niet-ontvankelijke klacht tegen een psychiater. Klager heeft kort na elkaar twee vrijwel gelijkluidende klachten tegen de psychiater ingediend. Hij heeft tegen de ongegrondverklaring van de eerste klacht beroep ingesteld en tegelijkertijd een tweede klacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2910 van:
A., wonende in B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., Psychiater, werkzaam in B., verweerster in beide instanties,
hierna: de psychiater, gemachtigde: mr. E.E. Rippen, werkzaam te Utrecht.
1. Kern van de zaak
1.1 Klager heeft op 1 mei 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam (hierna:
het Regionaal Tuchtcollege) een klacht ingediend tegen de psychiater. Klager verwijt
de psychiater – kort gezegd – dat zij valse informatie over het gewelddadig verleden
van klager in een medisch stuk heeft opgenomen.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klager in de klacht kennelijk
niet ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van dit college is de klacht een herhaling
van een eerdere, op 10 oktober 2024 tegen de psychiater ingediende klacht en maakt
klager misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing
en zal het beroep verwerpen.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
te Amsterdam van 11 juli 2025 met nummer A2025/8461 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:177).
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal
Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift en het verweerschrift.
2.3 De zaak is op de zitting van 8 december 2025 behandeld. De psychiater was
aanwezig en werd bijgestaan door haar gemachtigde mr. E.E. Rippen. De psychiater heeft
haar standpunt nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. Klager is zonder
voorafgaand bericht van verhindering niet verschenen.
2.4 Het Centraal Tuchtcollege heeft na afloop van de mondelinge behandeling de
zaak in raadkamer beoordeeld en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Wat hierna
volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.
3. Feiten
3.1 Klager is sinds 2010 met tussenpozen in zorg bij de GGZ-D.. Vanaf 2 maart
2022 is klager in het kader van een crisismaatregel en aansluitend in het kader van
een zorgmachtiging opgenomen geweest.
3.2 Klager heeft op 10 oktober 2024 bij het Regionaal Tuchtcollege tegen de psychiater
een tuchtklacht ingediend. Aan deze klacht is het zaaknummer A2024/7721 toegekend.
In deze eerdere tuchtklachtprocedure verweet klager de psychiater – onder meer – dat
zij in een schriftelijke overdracht van 17 september 2024 heeft verwezen naar gewelddadige
delicten die klager naar eigen zeggen niet heeft gepleegd.
3.3 Bij beslissing van 22 april 2025 heeft het Regionaal Tuchtcollege deze eerdere
klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft op 29 april
2025 tegen deze beslissing beroep ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege (hierna:
CTG), bekend onder zaaknummer C2025/2812. Diezelfde dag heeft hij de nieuwe, nu voorliggende
klacht opgesteld, welke klacht op 1 mei 2025 door het Regionaal Tuchtcollege is ontvangen.
Als gezegd, verwijt klager de psychiater met deze nieuwe klacht dat zij valse informatie
over het gewelddadig verleden van klager in een medisch stuk heeft opgenomen. Deze
informatie is vervolgens aan de officier van de justitie verstrekt en heeft volgens
klager geleid tot zijn gedwongen opname en behandeling.
4. Beoordeling van het beroep
Standpunten van partijen
4.1 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
van 11 juli 2025. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om deze beslissing te vernietigen
en de klacht alsnog gegrond te verklaren.
4.2 De psychiater heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij verzoekt het
Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen.
De ontvankelijkheid van de klacht.
4.3 De vraag die in beroep moet worden beantwoord is of het Regionaal Tuchtcollege
terecht heeft geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht, omdat hij misbruik
van recht maakt.
4.4 In het tuchtrecht bestaat niet een beginsel van concentratie van klachten.
Zoals het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft overwogen, betekent dat echter niet
dat er geen grens is aan het aantal in te dienen klachten tegen een zorgverlener.
Het klachtrecht op grond van de Wet BIG is een wettelijk recht, maar in uitzonderlijke
gevallen mag dit recht worden beperkt. Van een dergelijke uitzondering is (onder meer)
sprake als degene die zijn recht uitoefent, in redelijkheid niet tot die uitoefening
had kunnen komen, gezien de onevenredigheid tussen het belang bij die uitoefening
en het belang dat daardoor wordt geschaad. In dat geval is sprake van misbruik van
recht. Het recht, ook het tuchtrecht, behoort bescherming te bieden tegen misbruik
van recht (zie bijvoorbeeld artikel 3:13 jo. 3:15 van het Burgerlijk Wetboek en de
uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State van 19 november 2014,
ECLI:NL:RVS:2014:4129). De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen
van de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg en de bescherming van de patiënt
tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van zorgverleners. Het tuchtrecht is er
niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over een specifieke zorgverlener
telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde klachten, aan
de orde te stellen.
4.5 Het Centraal Tuchtcollege is het met het Regionaal Tuchtcollege eens dat
de klacht inhoudelijk precies gelijk is aan de klacht waarover het Regionaal Tuchtcollege
op 22 april 2025 in de zaak A2024/7721 heeft geoordeeld. Artikel 51 van de wet BIG
bepaalt dat tegen een zorgverlener niet opnieuw een klacht kan worden ingediend over
een bepaald handelen of nalaten wanneer daarover ten aanzien van deze zorgverlener
al een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Nu klager
beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in de zaak
A2024/7721, is van een onherroepelijke beslissing nog geen sprake. De vraag die het
Centraal Tuchtcollege moet beantwoorden, is of het indienen van een nieuwe tuchtklacht
terwijl de procedure over een eerdere, inhoudelijk gelijkluidende, klacht nog niet
is afgerond gezien dient te worden als misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege
beantwoordt deze vraag, net als het Regionaal Tuchtcollege bevestigend.
4.6 In beide klachten gaat het om de informatie die de psychiater in de overdracht
van 17 september 2024 heeft opgenomen over gewelddadigheden die klager zou hebben
gepleegd en over bedreigingen die hij zou hebben geuit. Klager stelt in beide procedures
dat sprake is van valse aantijgingen en dat hij deze delicten niet heeft gepleegd.
Hij is het klaarblijkelijk niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
van 22 april 2025 en wil kennelijk de beslissing van het Centraal Tuchtcollege over
het door hem daartegen ingestelde beroep niet afwachten.
4.7 Deze handelwijze is in strijd met een goede procesorde en zorgt ervoor dat
de belangen van de psychiater onevenredig worden geschaad. Klager had zich moeten
onthouden van het indienen van de onderhavige klacht en het oordeel van het Centraal
Tuchtcollege moeten afwachten. Door deze klacht toch in te dienen, maakt klager misbruik
van recht.
Conclusie
4.8 De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat
klager niet ontvankelijk is in de klacht, omdat hij misbruik maakt van recht. Het
beroep wordt verworpen.
5 Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter,
A.R.O. Mooy en H.K.N. Vos, leden juristen, en M.C. ten Doesschate en E.J. Stevelmans,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.