ECLI:NL:TGZCTG:2025:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2731

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2025:168
Datum uitspraak: 22-10-2025
Datum publicatie: 23-10-2025
Zaaknummer(s): C2025/2731
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een chirurg. Klagers zijn broer en zus. De moeder van klagers, hierna: de patiënte, is thuis ten val gekomen waardoor haar rechterheup is gebroken. De patiënte is opgenomen in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam was. Klagers verwijten de chirurg dat zij, ondanks hun duidelijke en herhaaldelijk uitgesproken wens, heeft afgezien van een operatie bij de patiënte na haar opname in het ziekenhuis en zich heeft beperkt tot pijnbestrijding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2731 van:


A. en B., beiden wonende te C.,
appellanten, klagers in eerste aanleg,
hierna: klagers,

tegen


D., destijds werkzaam te C.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de chirurg,
gemachtigden: C.J. van der Ham en R.J. Peet, werkzaam te Utrecht.


1. Kern van de zaak

1.1 Klagers zijn broer en zus. De moeder van klagers (hierna: patiënte) is thuis ten val gekomen waardoor haar rechterheup is gebroken. In het ziekenhuis wilden klagers dat patiënte zou worden geopereerd aan deze heupfractuur. De betrokken artsen hebben (van aanvang af, en ook na herbeoordeling) besloten geen operatie uit te voeren en zich toe te leggen op pijnbestrijding.

1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

2. Verloop van de procedure

2.1 Klagers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam met nummer A2023/6722 (ECLI:NL:TGZRAMS:2024:273). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het beroepschrift, het verweerschrift en de nagekomen stukken van klagers en van de chirurg.

2.3 De zaak is op de zitting van 25 augustus 2025 behandeld. Aanwezig waren klagers en de chirurg, bijgestaan door zijn gemachtigden. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van klagers zijn aan het dossier toegevoegd.

3. Feiten

Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de feiten zoals weergegeven in overweging ‘3. De feiten’ van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Deze weergave is in beroep niet of in elk geval onvoldoende, bestreden.

4. Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over

4.1 Klagers zijn het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep heeft tot doel dat de klacht in volle omvang wordt beoordeeld en alsnog gegrond wordt verklaard.

4.2 De chirurg heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep te verwerpen

Inhoudelijke beoordeling

4.3 Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Daarmee sluit het Centraal Tuchtcollege aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
De behandeling van de zaak in beroep geeft het Centraal Tuchtcollege wel aanleiding tot een aanvullende opmerking.

4.4 Klagers hebben in beroep herhaald en benadrukt dat zij niet zijn betrokken in het besluitvormingsproces van de behandeling van patiënte. Er is volgens klagers geen sprake geweest van in de richtlijn voorgeschreven gezamenlijke besluitvorming of, met andere woorden, van shared decision making. De chirurg en zijn team hadden immers, aldus klagers, de beslissing om niet te opereren al vóór het eerste familiegesprek op de dag van de val genomen. Dat hebben klagers afgeleid uit de woorden waarmee de chirurg het bedoelde gesprek heeft geopend. De chirurg heeft de stellingen van klagers weersproken.

4.5 Het Centraal Tuchtcollege neemt hetgeen is overwogen door het Regionaal Tuchtcollege in 5.6 tot en met 5.11 over. De chirurg is, gesteund door adviezen vanuit de afdelingen geriatrie en anesthesie, weliswaar met een stellige voorkeur voor een behandeling gericht op pijnbestrijding het gesprek met klagers aangegaan, maar heeft wat door klagers naar voren is gebracht (de wens tot opereren) serieus genomen, onderzocht en meegewogen. Dat blijkt afdoende uit het medisch dossier. Anders dan klagers (lijken te) betogen betekent shared decision making niet dat steeds over de te kiezen behandeling consensus moet worden bereikt. Dat hun wens, die in het hiervoor bedoelde gesprek en ook later onderwerp van gesprek is geweest, uiteindelijk niet is gevolgd was als zodanig dan ook een gelegitimeerde uitkomst van het overleg en is in dit geval ook te volgen.

4.6 Het Centraal Tuchtcollege kan overigens op basis van de stukken en de verklaringen over en weer tijdens de zitting niet vaststellen hoe de gesprekken tussen klagers en de chirurg exact zijn verlopen en welke woorden zijn gebruikt. Het Centraal Tuchtcollege heeft geen reden om aan de versie van een van beide partijen meer waarde toe te kennen dan aan die van de ander. Voor de beoordeling van de klacht over shared decision making is het precieze verloop van de gesprekken overigens ook niet doorslaggevend.

4.7 Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft ook wat het Regionaal Tuchtcollege in overweging 5.25 heeft overwogen. In aanvulling hierop overweegt het Centraal Tuchtcollege dat de Richtlijn Proximale femurfracturen, die niet van toepassing en overigens deels verouderd is, aanbevelingen bevat. Van aanbevelingen (niet zijnde voorschriften) kan, mits dat op een weloverwogen wijze gebeurt, worden afgeweken.

Conclusie

4.8 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep van klagers moet worden verworpen.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.


Deze beslissing is genomen door R. Prakke-Nieuwenhuizen, voorzitter,
A.S. Gratama en J.M.T. van der Hoeven-Oud, leden-juristen, en M.M. van der Eb en
R.B.M. van Tongeren, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. van Esveld, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.