ECLI:NL:TGZCTG:2025:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2681
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:141 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-08-2025 |
| Datum publicatie: | 13-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | C2024/2681 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Deels gegronde klacht tegen een cardioloog. Klaagster heeft zich bij de stichting waar de cardioloog aan verbonden is aangemeld in verband met lichamelijke klachten. Klaagster is eenmalig op consult geweest. Daarnaast is er veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de cardioloog. Klaagster verwijt de cardioloog dat zij haar niet goed heeft behandeld, ten onrechte de diagnose ME/CVS heeft gesteld en onjuiste facturen heeft verstuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht wat betreft de onjuiste facturen deels gegrond verklaard en de cardioloog een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de cardioloog. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2024/2681 van:
A., cardioloog, werkzaam te B., appellante, verweerster in eerste aanleg, hierna:
de cardioloog, gemachtigde: mr. Y. van der Linden, werkzaam te Helmond,
tegen
C., wonende in D., verweerster in beroep, klaagster in eerste aanleg.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster heeft zich bij E. aangemeld in verband met lichamelijke klachten.
De cardioloog is verbonden aan deze stichting. Klaagster is eenmalig op consult geweest
op 11 mei 2023. Daarnaast is er (in de periode januari 2023 – begin oktober 2023)
veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de cardioloog. E. heeft aan klaagster
drie facturen gestuurd die niet zijn betaald. Klaagster verwijt de cardioloog dat
zij haar niet goed heeft behandeld, ten onrechte de diagnose ME/CVS heeft gesteld
en onjuiste facturen heeft verstuurd.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht wat betreft de facturen deels
gegrond verklaard en de cardioloog een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege
is het eens met deze beslissing en zal het beroep van de cardioloog verwerpen.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 De cardioloog heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 15 november 2024 met nummer
A2024/6842 (ECLI:NL:TGZRAMS:2024:240). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing. Klaagster heeft geen verweerschrift
ingediend. Het Centraal Tuchtcollege heeft op 19 juni 2025 nog aanvullende stukken
ontvangen van de cardioloog (brief met bijlagen d.d. 15 juni 2025).
2.2 De zaak is op de zitting van 30 juni 2025 behandeld. De cardioloog en de
gemachtigde van de cardioloog waren daar aanwezig. Klaagster is op juiste wijze uitgenodigd
voor de zitting, maar is niet verschenen. De spreekaantekeningen die mr. Van der Linden
heeft gebruikt zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van
de volgende feiten:
3.2 In januari 2023 heeft klaagster zich via e-mail tot E. te B. gewend. Zij
wilde een afspraak maken voor een consult. De correspondentie is steeds gevoerd met
de cardioloog. E. is een zelfstandig behandelcentrum en richt zich naast de cardiologie
op het chronisch vermoeidheids-syndroom (ME/CVS) door onderzoek naar inspanningsbeperking,
orthostatische intolerantie en dysautonomie. Op de website van E. stond als behandelaar
alleen F. vermeld. De cardioloog stond niet op de website vermeld.
3.3 Op 11 mei 2023 is klaagster op consult geweest bij de cardioloog. Onder
meer is toen de kanteltafeltest uitgevoerd. Van dit consult is een verslag gedaan
aan de huisarts in een brief van 10 juli 2023. Dit verslag is ondertekend door F.,
die klaagster nooit gezien heeft. Als conclusie/ samenvatting is onder meer geschreven:
“Als de klachten op een rij gezet worden voldoen de klachten aan de in Nederland geldende
criteria voor CVS en ook aan de internationale consensus criteria voor ME. De diagnose
CVS/ME werd dus gesteld. Volgens de consensus criteria betreft het een matige vorm.
(…) Als lifestyle adviezen werden gegeven: beter binnen grenzen van energie blijven
en meer ruimte voor (liggend) herstel inbouwen. (…) Vooralsnog wordt eerst de focus
gelegd op binnen grenzen blijven, ook al omdat zonder dit medicatie vermoedelijk niet
werkzaam zal zijn.”
3.4 Na het consult is er nog veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de
cardioloog. Rond 3 oktober 2023 is de verhouding verslechterd. De cardioloog heeft
het contact op
4 oktober 2023 verbroken. De cardioloog heeft in een brief van 4 oktober 2023 aan
de huisarts onder meer geschreven dat klaagster terug wordt verwezen naar de huisarts.
Ook deze brief is door F. ondertekend en niet door de cardioloog.
3.5 De cardioloog heeft op 5 oktober 2023 per e-mail drie facturen d.d. 4 oktober
2023 aan klaagster toegezonden. Klaagster heeft deze facturen niet ingediend bij haar
zorgverzekeraar en deze ook niet zelf betaald.
3.6 De cardioloog heeft de facturen gecrediteerd en de creditfacturen d.d. 23
oktober 2024 op 24 oktober 2024 aan klaagster toegezonden.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klaagster heeft in haar klaagschrift verschillende klachten opgesomd. Tijdens
het mondeling vooronderzoek bij het Regionaal Tuchtcollege zijn die klachten als volgt
door klaagster omschreven:
1) De cardioloog heeft haar onprettig behandeld: er mocht niemand mee tijdens
het gesprek en ze heeft onbeschofte uitlatingen gedaan. De cardioloog nam haar niet
serieus, had een denigrerende houding en zei dat alles tussen haar oren zat. De cardioloog
is niet telefonisch bereikbaar, enkel per e-mail.
2) De cardioloog heeft een verkeerde diagnose gesteld, namelijk ME/CVS.
3) De factuur/facturen die de cardioloog heeft gestuurd kloppen niet.
4.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 3 gegrond verklaard en de
cardioloog een waarschuwing opgelegd.
4.3 De cardioloog is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Het beroep van de cardioloog richt zich tegen de beoordeling van de klachtonderdelen
2 en 3. Dit betekent dat klachtonderdeel 1 in beroep niet meer ter beoordeling voorligt.
Inhoudelijk oordeel
4.4 De cardioloog stelt in beroep dat de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege
op feitelijke onjuistheden is gebaseerd en geen eerlijk proces was. De behandeling
bij het Centraal Tuchtcollege is bedoeld om eventuele verzuimen in de behandeling
bij het Regionaal Tuchtcollege in beroep te herstellen. Voor zover er sprake is geweest
van een verzuim in de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege doordat het Regionaal
Tuchtcollege tijdens de zitting op 4 oktober 2024 niet de beschikking had over het
volledige dossier en de cardioloog twee processtukken te laat heeft gekregen, is dit
in ieder geval hersteld in de beroepsprocedure. Het Centraal Tuchtcollege beschikt
over pagina’s 1 t/m 38 van bijlage 10 bij de brief van (de gemachtigde van) de cardioloog
van 18 september 2024 en de cardioloog heeft in beroep zowel schriftelijk als mondeling
op alle processtukken uit het dossier van het Regionaal Tuchtcollege kunnen reageren.
Klachtonderdeel 2
4.5 Het Regionaal Tuchtcollege overweegt in punt 5.3 dat de cardioloog ter zitting
heeft verklaard dat de nagestuurde bijlage 10 (die bestaat uit 38 bladzijden e-mailcontacten)
het medisch dossier is. De cardioloog geeft aan dat zij dit zo niet heeft verklaard
en dat deze overweging en de daaruit voortvloeiende overwegingen 5.4 en 5.5. daarom
zijn gebaseerd op een onjuiste aanname van het Regionaal Tuchtcollege.
4.6 De cardioloog heeft op de zitting bij het Centraal Tuchtcollege verklaard
dat het medisch dossier bestaat uit de volgende informatie: de verwijsbrief van de
huisarts, het door haar met de patiënt gevoerde e-mailverkeer, de score van patiënt
op de CVS, IIC/M en SEID criteria en de correspondentie aan de huisarts van 10 juli
2023 en 4 oktober 2023. Het Centraal Tuchtcollege gaat van die informatie uit.
4.7 De cardioloog heeft verder bezwaren tegen de motivering in overweging 5.7
van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege overweegt
dat het Regionaal Tuchtcollege klachtonderdeel 2 ongegrond heeft verklaard omdat het
niet kan vaststellen dat de door de cardioloog gestelde diagnose CVS/ME onjuist is.
Het beroep richt zich niet tegen de ongegrondverklaring. In aanvulling op wat het
Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen, overweegt het Centraal Tuchtcollege dat de
cardioloog op de zitting heeft verklaard dat zij insluitingscriteria uit internationale
en recentere richtlijnen dan de Nederlandse richtlijn van 2013 heeft toegepast. Klachtonderdeel
2 blijft ongegrond.
Klachtonderdeel 3
4.8 Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de cardioloog met het opmaken
van factuur 19610 tuchtrechtelijk niet juist heeft gehandeld.
4.9 Factuur 19610 betreft prestatiecode 041 – 15C963. Deze code betreft het DBC-zorgproduct:
Maximaal 5 dagbehandelingen en/of verpleegligdagen bij Aangeboren hart(vaat) afwijkingen.
4.10 De cardioloog heeft de facturen na de zitting bij het Regionaal Tuchtcollege
gecrediteerd. Op de zitting bij het Centraal Tuchtcollege heeft de cardioloog verklaard
dat zij van mening is dat de facturen correct zijn en het crediteren hiervan niet
had gehoeven. De cardioloog stelt dat er op basis van de voorgeschiedenis van klaagster/patiënte
waarschijnlijk sprake is van een aangeboren hartafwijking.
4.11 In het medisch dossier zit geen documentatie van derden over de voorgeschiedenis
van patiënte. In de brief d.d. 10 juli 2023 aan de huisarts heeft de cardioloog onder
anamnese het volgende genoteerd: “Heeft uiterlijke kenmerken van FAS, maar niet cognitief.
Beide broers hebben FAS.” Volgens de cardioloog is dit een aanwijzing dat bij klaagster
sprake is van een hart(vaat)afwijking.
4.12 Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat de cardioloog bij klaagster/patiënte
geen onderzoek heeft verricht naar hart(vaat)afwijkingen, wat toch in de rede zou
hebben gelegen omdat de cardioloog de mening is toegedaan dat daarvoor een aanwijzing
was. Bij deze stand van zaken is de keuze voor prestatiecode 15C963 niet correct en
onnavolgbaar. Dit betekent dat het Regionaal Tuchtcollege klachtonderdeel 3 terecht
gegrond heeft verklaard.
4.13 Het Centraal Tuchtcollege is evenals het Regionaal Tuchtcollege van oordeel
dat een zakelijke terechtwijzing in dit geval een passende maatregel is. Het beroep
van de cardioloog zal worden verworpen. Voor de verzochte proceskostenveroordeling
is hoe dan ook geen plaats.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep; verstaat
dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft.
Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter, L.F. Gerretsen-Visser
en
E.F. Lagerwerf-Vergunst, leden-juristen, en E.M. Koomen en M. Michels, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door K.M. ten Pas, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.