ECLI:NL:TGDKG:2025:97 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/750414 / DW RK 24/186 MK/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:97
Datum uitspraak: 29-09-2025
Datum publicatie: 01-10-2025
Zaaknummer(s): C/13/750414 / DW RK 24/186 MK/WdJ
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld bij het opmaken van de akte van constatering. Ook is niet gebleken dat de gerechtsdeurwaarder bewust een gesloten filiaal is binnengetreden. Klacht ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/750414 / DW RK 24/186 MK/WdJ ingesteld door:

[ ], vertegenwoordigd door [ ],

gevestigd te [ ],

klaagster,

gemachtigde: [ ],

tegen:

[ ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 7 mei 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlage, ingekomen op 28 mei 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2025 alwaar de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 september 2025.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

- Op 9 augustus 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder een akte van constatering opgemaakt.

3. De klacht

Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:

a: zelf geen waargenomen feit van materiële aard heeft vastgelegd, doordat zij zich heeft voorgedaan als een ander;

b: zich toegang heeft verschaft tot het voor haar kenbaar gesloten filiaal aan de [ ] in [ ];

c: de privacy van medewerkers van klaagster en diens klanten niet in acht heeft genomen door zonder medeweten en toestemming, foto’s van cabines te maken.

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2.1 Bij de beoordeling van de klacht dient het volgende als uitgangspunt. Het opmaken van een proces-verbaal van constatering was ten tijde van de klacht geen ambtshandeling in de zin van artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet, maar een nevenwerkzaamheid als vermeld in artikel 20 lid 3 onder e van de Gerechtsdeurwaarderswet. In de memorie van toelichting op dit artikel is daarover onder meer opgenomen:

“De voorgestelde bepaling strekt er uitsluitend toe dat het de gerechtsdeurwaarder als nevenactiviteit is toegestaan door hem zelf waargenomen materiele feiten in een proces-verbaal van constatering vast te leggen.”

5.2.2 De wet schrijft ten aanzien van deze nevenwerkzaamheid voor dat de gerechtsdeurwaarder deze slechts verricht indien dit de goede en onafhankelijke vervulling van zijn ambt, dan wel het aanzien daarvan, niet schaadt of belemmert. Binnen deze grenzen staat het de gerechtsdeurwaarder vrij zijn eigen invulling aan de inhoud van die werkzaamheid te geven. Voor het opmaken van een dergelijke akte gelden geen wettelijke vormvoorschriften.

5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a ontkent de gerechtsdeurwaarder dat zij zich heeft voorgedaan als nieuwe potentiële klant. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder weliswaar niet heeft gezegd dat zij een potentiële klant is, maar dat het door het enkel noemen van haar naam en het verzoek om nadere informatie geen verbazing wekt dat de betreffende medewerkster er vanuit ging dat de gerechtsdeurwaarder een potentiële klant was. Er bestaat echter voor een gerechtsdeurwaarder geen wettelijke verplichting om zich bij deze nevenwerkzaamheden kenbaar te maken als gerechtsdeurwaarder. Er is in dit geval geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel b heeft de gerechtsdeurwaarder aangevoerd dat zij het briefje op de voordeur van het pand in [ ], met de mededeling dat het filiaal op dat moment gesloten was, niet heeft gezien en de deur van het pand niet op slot was. Verder brandde er licht in het pand en zag de gerechtsdeurwaarder dat er iemand aanwezig was. Nadat de betreffende persoon de gerechtsdeurwaarder had meegedeeld dat zij niet van [ ] was en de gerechtsdeurwaarder geen toestemming gaf om in het pand rond te lopen, is de gerechtsdeurwaarder vertrokken. De kamer ziet geen reden om te twijfelen aan wat de gerechtsdeurwaarder op dit onderdeel heeft aangevoerd. Een tuchtrechtelijk verwijt kan de gerechtsdeurwaarder op dit klachtonderdeel niet gemaakt worden.

5.5 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de kamer dat niet kan worden vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder in het geheim foto’s heeft gemaakt op de locatie te [ ]. Hoewel het maken van foto’s in zijn algemeenheid niet tuchtrechtelijk laakbaar is, was het beter geweest als de gerechtsdeurwaarder de gezichten van de personen op de foto’s had afgeplakt of geblurd. Nu de medewerkster van klaagster en de klant niet herkenbaar op de foto’s staan, heeft het maken van de foto’s in dit geval geen (nadelige) gevolgen. Dit klachtonderdeel wordt als ongegrond afgewezen.

5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. B. Brokkaar en

M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

29 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.