ECLI:NL:TGDKG:2025:95 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755039 / DW RK 24/280 MK/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:95 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-09-2025 |
| Datum publicatie: | 01-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/755039 / DW RK 24/280 MK/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Er is niet op alle e-mailberichten van klaagster gereageerd. In dit geval heeft klaagster het, gelet op de hoeveelheid berichten die zij aan de gerechtsdeurwaarders heeft gestuurd, over zichzelf afgeroepen dat niet op al haar berichten is gereageerd. Dit klachtonderdeel is gegrond, zonder oplegging van een maatregel. Klacht is voor het overige ongegrond; niet gebleken is dat de privacy van klaagster is geschonden, voor het overige is de klacht niet onderbouwd. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 29 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/755039 / DW RK 24/280 MK/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ] (Zwitserland),
klaagster,
tegen:
1. [ ],
2. [ ],
3. [ ],
gerechtsdeurwaarders te [ ],
4. [ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagden.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 6 augustus 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 20 september 2024, heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 namens beklaagden op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2025 alwaar gerechtsdeurwaarder sub 1 namens alle gerechtsdeurwaarders is verschenen. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 september 2025.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 17 mei 2024 is klaagster veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan de Vereniging van Eigenaars van [ ] te [ ].
3. De klacht
Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat:
a: zij vaak contact met de gerechtsdeurwaarders heeft opgenomen, maar de gerechtsdeurwaarders niet inhoudelijk reageren;
b: de gerechtsdeurwaarders in rechtszaken tegen klaagster hebben geprocedeerd tezamen met een persoon die handelt met een valse identiteit en met een persoon die dit handelen toestaat terwijl deze laatste persoon exact weet dat de andere persoon identiteitsfraude pleegt;
c: de gerechtsdeurwaarders de privacy van klaagster ernstig hebben geschonden.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2 De klacht is gericht tegen vier met naam genoemde gerechtsdeurwaarders. Op grond van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) dienen klachten die zijn gericht tegen met naam genoemde gerechtsdeurwaarders te worden afgehandeld als zijnde tegen hen gericht. Ook worden door klaagster de namen van [ ] en [ ] genoemd, maar zij zijn volgens het register van gerechtsdeurwaarders geen (toegevoegd) gerechtsdeurwaarders. De in aanhef genoemde gerechtsdeurwaarders worden daarom als beklaagden aangemerkt.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt de kamer voorop dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven en e-mailberichten met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten rond twee weken, beantwoordt. Uit de overgelegde producties en het verhandelde ter zitting blijkt dat klaagster tientallen e-mailberichten aan het gerechtsdeurwaarderskantoor heeft verzonden, nadat de dagvaarding op 21 november 2023 was uitgebracht. De gerechtsdeurwaarders hebben klaagster bij e-mail van
29 november 2023 laten weten dat ze verweer kan indienen bij de rechtbank. De gerechtsdeurwaarders hebben erkend dat niet op alle e-mailberichten van klaagster is gereageerd. Hoewel dat gelet op de vele aantijgingen van klaagster begrijpelijk is, mag van een gerechtsdeurwaarder worden verwacht dat klaagster in ieder geval in één duidelijk schriftelijk bericht op de hoogte wordt gebracht dát niet meer geregeerd zal worden op soortgelijke berichten. Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft ter zitting meegedeeld dat het beleid van het gerechtsdeurwaarderskantoor is dat een dergelijke e-mail wordt verstuurd, maar heeft niet aangetoond dat dit ook in het geval van klaagster is gebeurd. Bij gebreke daarvan is dit klachtonderdeel terecht voorgesteld.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer dat deze enkele niet nader door klaagster onderbouwde stellingen onvoldoende zijn om tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarders vast te stellen. Dit klachtonderdeel wordt als ongegrond afgewezen.
5.5 Ten aanzien van klachtonderdeel c hebben de gerechtsdeurwaarders erkend dat op 2 februari 2023 een brief aan klaagster is verzonden naar een adres waar zij niet meer woonachtig was. Een gerechtsdeurwaarder die een vergissing begaat, maakt zich in het algemeen daarmee niet zonder meer schuldig aan handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk dient te worden bestraft. Dit kan anders zijn wanneer de vergissing het gevolg is van grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Hiervan is in dit geval niet gebleken. Nadat de vergissing was geconstateerd, is klaagster hiervan direct op de hoogte gebracht en zijn hiervoor excuses aangeboden. Niet gebleken dan wel aangetoond is dat de privacy van klaagster met het verzenden van de brief aan haar oude adres ernstig is geschonden. Dit klachtonderdeel wordt als ongegrond afgewezen.
5.6 Voor zover klaagster verzoekt om schadevergoeding dient zij zich tot de civiele rechter te wenden. Het tuchtrecht is hiervoor niet de geëigende weg.
5.7 De kamer is van oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat klachtonderdeel a gegrond is. De kamer betrekt hierbij dat klaagster het, gelet op de hoeveelheid berichten die zij aan de gerechtsdeurwaarders heeft gestuurd, over zichzelf heeft afgeroepen dat niet op al haar e-mailberichten is gereageerd. Er bestaat geen aanleiding een maatregel op te leggen.
5.8 Op grond van artikel 37 lid 7 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht vergoedt.
5.9 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart klachtonderdeel a gegrond;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht ad
€ 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. B. Brokkaar en
M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.